Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BT6100

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
01-09-2011
Datum publicatie
29-09-2011
Zaaknummer
501414 - CV EXPL 11-5366
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

uitleg CAO bepaling forenzenvergoeding: kortste weg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0788
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 501414 \ CV EXPL 11-5366

Vonnis van 1 september 2011

inzake

A,

wonende te [adres],

eiser, hierna A te noemen,

gemachtigde: mr. J.S. Mennega, werkzaam bij FNV Bondgenoten te Groningen (Postbus 11047, 9700 CA),

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid QBuzz B.V.,

gevestigd te Utrecht, kantoorhoudend te Groningen,

gedaagde, hierna QBuzz te noemen,

gemachtigde: mevrouw mr. M.J.G.M. Lamers, advocaat te Utrecht (Postbus 85250, 3508 AG).

PROCESGANG

1. Op de bij dagvaarding met producties vermelde gronden heeft A gevorderd om QBuzz te veroordelen tot betaling van € 135,00, en tot betaling van € 128,75 per maand, te vermeerderen met cao-verhogingen, ingaande 1 april 2011 tot het dienstverband is geëindigd, met rente en kosten.

QBuzz heeft bij antwoord, onder overlegging van producties, de vordering betwist.

Na repliek (met een productie) en dupliek is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

OVERWEGINGEN

De feiten

2. De kantonrechter is van oordeel dat het navolgende vast staat en van belang is.

2.1. A was vanaf 30 december 2001 in dienst bij Arriva als autobuschauffeur. Omdat de concessie voor het busvervoer in Zuid Oost Fryslân is overgegaan op QBuzz op 14 december 2008 is A vanaf die datum in dienst bij QBuzz als buschauffeur.

2.2. A woonde in Leeuwarden en vanaf december 2010 in Appelscha. Zijn standplaats is Drachten.

2.3. Op grond van artikel 47 cao heeft A recht op een tegemoetkoming in de kosten voor woon/werkverkeer. Lid 4a van artikel 47 cao luidt:

De tegemoetkoming in de kosten van woon/werk-verkeer wordt vastgesteld afhankelijk van de afstand van woonplaats naar standplaats, gemeten langs de meest gebruikelijke weg. Deze afstand wordt uitgedrukt in zones overeenkomstig het landelijk tariefsysteem voor streek- en stadvervoer. Bepalend is het aantal zones, waarover de afstand van de woonplaats tot de standplaats zich uitstrekt. Als woonplaats geldt de dichtst bij de woning gelegen bushalte. De standplaats wordt steeds geacht in één zone te liggen.

2.4. Tot december 2010 heeft A steeds een tegemoetkoming in de kosten voor woon/werkverkeer ontvangen op basis van zeven zones. Na de verhuizing is QBuzz die vergoeding blijven betalen.

De standpunten van partijen

3. A heeft zich gebaseerd op de vaststaande feiten. Hij heeft aangevoerd dat lid 4a van artikel 47 van de cao zo uitgelegd moet worden dat afstand tussen standplaats en woonplaats over de meest gebruikelijke weg, uitgedrukt in zones, in acht moet worden genomen. Volgens meerdere routeplanners - Google Maps, Viamichelin en ANWB - gaat de meest gebruikelijke weg door acht zones. Daarom wil A vanaf 1 april 2011 de forenzenvergoeding die hoort bij acht zones, € 128,75 per maand, ontvangen. Voor de periode vanaf 1 december 2010 tot 1 april 2011 wil A het verschil ontvangen tussen de forenzenvergoeding voor 7 en die voor 8 zones. De door QBuzz getrokken rechte lijn tussen woonplaats en standplaats levert niet de meest gebruikelijke weg op. QBuzz heeft niet een "echte" alternatieve route aangegeven die door vijf zones loopt. De wijze waarop de forenzenvergoeding wordt berekend staat in artikel 47 lid 4a cao en niet in lid 2. In lid 2 gaat het om kilometers, terwijl het voor de berekening van de forenzenvergoeding om zones gaat. Het staat A vrij deze kwestie aan de rechter voor te leggen in plaats van aan de VCSA of de geschillencommissie op grond van de cao.

4. QBuzz heeft aangevoerd dat in artikel 47 lid 2 cao wordt uitgegaan van de meest gangbare kortste route. Dat moet ook uitgangspunt zijn bij de toepassing van artikel 47 lid 4a cao. Het gaat om de kortste route en niet om een snellere maar langere route. QBuzz en haar concurrenten Arriva en Conexxion bepalen de forenzenvergoeding op grond van het aantal zones volgens de lijn tussen woonplaats en standplaats. Die interpretatie sluit aan bij de bedoeling van de cao-partijen. QBuzz vermoedt dat A naar de rechter is gestapt in plaats van een geschillenregeling volgens de cao te volgen, omdat de bedoeling van de cao-partijen niet overeenkomt met het standpunt van A.

De beoordeling van het geschil

5. Met de door QBuzz genoemde uitlegregels voor cao-bepalingen - kort gezegd: tekstueel en aanvaardbaar rechtsgevolg - is de kantonrechter het eens. Op grond van die regels komt hij tot zijn oordeel dat de door A voorgestane uitleg van artikel 47 lid 4a cao juist is. Taalkundig is de zinsnede "gemeten langs de meest gebruikelijke weg", voor de kantonrechter volstrekt helder. Er moet gemeten worden langs een weg en niet langs een rechte lijn. Die rechte lijn is niet een "weg" en zeker niet "de meest gebruikelijke". Die lijn loopt nota bene door weilanden en sloten, plaatsen die niet als "weg" bestempeld kunnen worden. A heeft gesteld dat de meest gebruikelijke weg door drie door hem geraadpleegde routeplanners wordt gegeven. QBuzz heeft dat niet gemotiveerd weersproken, door bijvoorbeeld met een alternatieve route te komen. Zij heeft daarmee niet aan haar stelplicht voldaan. Aan bewijslevering wordt dan niet toe gekomen. Verder heeft QBuzz niet gemotiveerd weersproken dat deze meest gebruikelijke weg door de acht door A genoemde zones loopt. De uitkomst van deze uitleg is naar het oordeel van de kantonrechter de meest logische en aanvaardbare; zij levert niet een onaanvaardbaar rechtsgevolg op.

6. De redactie van artikel 47 lid 2 cao maakt bovenstaand oordeel niet anders. Het gaat in dat artikel om een ander maatstaf. In dat artikel wordt uitgegaan van kilometers "gemeten langs de meest gangbare kortste route". Met behulp van de maatstaf van dat artikel wordt bepaald of de drempel van 5 kilometer wordt gehaald. Wordt die drempel gehaald dan komt de werknemer in aanmerking voor een forenzenvergoeding, die vervolgens wordt berekend op grond van artikel 47 lid 4a cao.

7. QBuzz heeft geen consequenties verbonden aan de keus van A om dit geschil aan de rechter voor te leggen, in plaats van een geschillenregeling volgens de cao te volgen. De opmerkingen van QBuzz hierover zal de kantonrechter daarom niet bespreken.

9. De kantonrechter zal de vorderingen van A toewijzen. QBuzz verliest de procedure en moet de proceskosten van A betalen.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt QBuzz om tegen bewijs van betaling aan A te voldoen een bedrag van € 135,00 aan forenzenvergoeding over de periode van december 2010 tot en met maart 2011, vermeerderd met de wettelijke rente over de afzonderlijke vergoedingen vanaf de verschuldigdheid tot de betaling;

veroordeelt QBuzz om tegen bewijs van betaling aan A te voldoen een bedrag van € 128,75 per maand aan forenzenvergoeding vanaf 1 april 2011 totdat het dienstverband is beëindigd, te vermeerderen met toekomstige cao-verhogingen en vermeerderd met de wettelijke rente over de afzonderlijke vergoedingen vanaf de verschuldigdheid tot de betaling;

veroordeelt QBuzz tevens in de kosten van het geding, aan de zijde van A tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 71,00 aan griffierecht, € 101,81 aan explootkosten en € 60,00 voor salaris van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en op 1 september 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: RTjT

coll: