Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BT1979

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
15-09-2011
Datum publicatie
20-09-2011
Zaaknummer
495620 - CV EXPL 11-3067
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg Sociaal Plan, begrip basissalaris, ook persoonlijke toeslag meenemen in de berekening van de schadeloosstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0770
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 495620 \ CV EXPL 11-3067

Vonnis d.d. 15 september 2011

inzake

Q.,

wonende te [plaatsnaam],

eiser, hierna Q. te noemen,

gemachtigde SRK Rechtsbijstand (postbus 3020, 2700 LA Zoetermeer),

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Nedcoat Groningen B.V.,

gevestigd te 9723 CC Groningen, Rouaanstraat 49,

gedaagde, hierna Nedcoat te noemen,

gemachtigde mr. P.H.F. Yspeert, advocaat (postbus 1182, 9701 BD Groningen).

PROCESGANG

Q. heeft op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd Nedcoat te veroordelen tot betaling van € 102.874,21 bruto onder aftrek van hetgeen reeds is betaald vermeerderd met rente en met haar veroordeling in de kosten van het geding.

Nedcoat heeft geantwoord met conclusie tot afwijzing van het gevorderde met veroordeling van Q. in de kosten van het geding.

Partijen hebben respectievelijk gerepliceerd en gedupliceerd waarna vonnis is bepaald.

OVERWEGINGEN

De feiten

1. Als gesteld en niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist kan van het volgende worden uitgegaan.

Q. is van 18 oktober 1973 tot 1 november 2010 in dienst geweest van Nedcoat.

In 2006 hebben in het bedrijf van Nedcoat organisatiewijzigingen plaatsgevonden en is ook de functie van Q. gewijzigd. Bij brief van 16 maart 2006 heeft Nedcoat daarover onder meer het volgende aan Q. geschreven:

“FUNCTIE-INSCHALING

De functie van senior verzinker is ingeschaald in salarisschaal 9-9-4 (niveau werkmeester) met een basis maandsalaris van €2930,-- euro (salarisniveau januari 2006). Dit basissalaris wordt aangevuld met een persoonlijke toeslag van € 859,-- euro per maand tot het niveau van het huidige basismaandsalaris van € 3789,--. Het basissalaris is onderhevig aan de CAO-verhogingen. De persoonlijke toeslag is een vaste vergoeding die niet zal worden afgebouwd.

Pensioen

Er wordt pensioen opgebouwd over het basis salaris inclusief de persoonlijke toeslag.

Mogelijke uitkering

De persoonlijke toeslag is een vast loonbestand waarover sociale premies worden afgedragen. Bij het mogelijk gebruikmaken van een WAO- (WIA-) of WW-uitkering wordt de persoonlijke toeslag meegenomen bij de bepaling van de uitkeringshoogte. Hierbij dient rekening te worden gehouden dat de hoogte van een WW-uitkering gelimiteerd is tot een vastgesteld maximum dagloon.

Compensatie van salarisverlies

Het salarisverlies dat ontstaat omdat over de persoonlijke toeslag geen CAO-verhoging wordt opgebouwd, zal worden getotaliseerd en eenmalig bij het ingaan van de functiewijziging worden uitgekeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met een gemiddelde CAO-verhoging van 2% per jaar en een uitdiensttreding op 62 -jarige leeftijd.”

Blijkens een overgelegde loonstrook genoot Q. laatstelijk een salaris van € 3203,-- bruto per maand en daarnaast een functietoeslag van € 859,-- bruto per maand.

De arbeidsovereenkomst is opgezegd met toestemming van UWV Werkbedrijf. Op het ontslag was een met de representatieve vakbonden overeengekomen sociaal plan van toepassing. Daarin is een afvloeiingsregeling voor boventallig verklaarde werknemers als Q. opgenomen. De tekst daarvan luidt, voor zover van belang, als volgt

“Artikel 4.8 schadeloosstelling voor de boventallig verklaarde werknemers

a.

De boventallig verklaarde werknemer komt in aanmerking voor een bruto schadeloosstellingsbedrag, mede bedoeld als aanvulling op een WW-uitkering en/of lager verdiend salaris elders.

De grootte van deze bruto schadeloosstelling is gebaseerd op de zogenaamde kantonrechtersformule zoals die thans geldt, waarbij:

1.

* de correctiefactor (C) op 0,7 wordt gesteld.

De aldus voor de werknemer vastgestelde bruto schadeloosstelling wordt in delen van een derde in 3 maanden uitgekeerd en te beginnen in de eerste maand dat het dienstverband niet meer bestaat. De Nedcoat Group staat garant voor de betaling van deze schadeloosstelling.”

In hoofdstuk 2 van het Sociaal Plan zijn de volgende definities opgenomen:

“Artikel 2. 1. Salaris.

Onder "salaris" in de financiële tegemoetkomingen wordt verstaan de som van het bruto basismaandsalaris vermeerderd met 8% vakantiebijslag, en eventuele ploegentoeslag zoals dat op 1 april 2010 van toepassing was en het salaris op datum van beëindiging dienstverband.

Artikel 2.2. Kantonrechtersformule.

Onder de kantonrechtersformule wordt verstaan door de kantonrechters uitgewerkte en bekend gemaakte rekenformule voor schadeloosstellingen bij een einde van een dienstverband geldend vanaf 1 januari 2009. In sterk vereenvoudigde samenvatting komt de formule op het volgende neer: A x B x C

waarbij:

A = aantal gewogen dienstjaren;

B = beloning (in casu salaris);

C = correctiefactor.

..........”

Nedcoat heeft aan Q. in drie termijnen in totaal een bedrag van € 81.119,18 bruto uitgekeerd. Bij de berekening van dat bedrag is zij uitgegaan van een salaris van € 3.203,-- bruto.

De standpunten van partijen

2. Nedcoat stelt, onder verwijzing naar artikel 2.1 van het Sociaal Plan, dat Q. slechts recht heeft op een uitkering op basis van het bruto basismaandsalaris van € 3203,-- bruto terwijl Q. stelt dat ook de persoonlijke toeslag van € 859,-- bruto per maand in aanmerking genomen had moeten worden.

De beoordeling

3. Het geschil betreft de vraag wat onder basismaandsalaris als vermeld in artikel 2.1 van het Sociaal Plan moet worden verstaan.

Volgens vaststaande jurisprudentie moet een bepaling in een Sociaal Plan op dezelfde wijze worden uitgelegd als een bepaling in een CAO. Het gaat daarbij om een uitleg naar objectieve maatstaven, waarbij ondermeer achtgeslagen kan worden op de elders in het Sociaal Plan gebruikte formuleringen.

De kantonrechter overweegt allereerst dat ten aanzien van het begrip basissalaris in het Sociaal Plan geen verduidelijking wordt gegeven.

Wel vermeldt het Sociaal Plan dat de uit te keren vergoeding is gebaseerd op de kantonrechtersformule, A x B x C, waarbij B staat voor "beloning (in casu salaris)". De kantonrechter acht het daarom van belang om tekst en toelichting van de kantonrechtersformule op dit punt in aanmerking te nemen.

Aanbeveling 3.3. Beloning (B) van de kantonrechtersformule luidt als volgt:

“Bij de berekening van B (beloning) zal worden uitgegaan van het bruto maandsalaris, in ieder geval vermeerderd met vaste en overeengekomen looncomponenten, zoals vakantietoeslag, een vaste 13e maand, een structurele overwerkvergoeding en een vaste ploegentoeslag. Behoudens zeer uitzonderlijke gevallen zullen niet tot B (beloning) worden gerekend: het werkgeversaandeel pensioenpremie, de auto van de zaak, onkostenvergoeding, de werkgeversbijdrage in de zorg verzekeringspremie en incidentele en niet overeengekomen loon complementen.”

In de toelichting wordt vermeld dat omdat over de vraag wat onder het salaris (of in de terminologie van de aanbevelingen: beloning) moet worden verstaan nogal eens discussie ontstaat, voor een aanbeveling op dit punt is gekozen en de ruimte voor afwijking zo beperkt mogelijk is gehouden.

Duidelijk is, en dat blijkt niet alleen uit het bovenstaande, maar ook uit de jurisprudentie, dat het de bedoeling is dat bij de berekening van de vergoeding rekening wordt gehouden met de vaste loonbestanddelen, ook met een persoonlijke toeslag als die van Q.

Uit de brief van 16 maart 2006 blijkt immers dat het de bedoeling was dat, ondanks de nieuwe functie-inschaling, het salaris van Q. tot aan zijn - destijds verwachte - uitdiensttreding op 62 -jarige leeftijd hetzelfde zou blijven. Op grond daarvan moet ook de persoonlijke toeslag in aanmerking worden genomen.

Daarbij komt dat, indien bij het vaststellen bij de vergoeding slechts wordt uitgegaan van het salaris van € 3203,-- in negatieve zin wordt afgeweken van de afspraak tussen partijen dat het inkomen van Q. hetzelfde zou blijven. Dat is, naar het oordeel van de kantonrechter, in strijd met goed werkgeverschap.

Ook om die reden is de kantonrechter van oordeel dat Nedcoat bij de berekening van de vergoeding rekening had moeten houden met de persoonlijke toeslag van € 859,-- bruto per maand. Partijen zijn het erover eens dat dat neerkomt op een vergoeding van € 21.755,03 bruto. Nedcoat zal worden veroordeeld tot betaling van dat bedrag. Aangezien ook dit bedrag in termijnen had moeten worden uitbetaald zal Nedcoat worden veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente over die termijnen vanaf de respectievelijke vervaldagen. Zij zal eveneens, als in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt Nedcoat tegen voldoende bewijs van kwijting aan Q. te betalen het bedrag van € 21.755,03 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldagen van de respectievelijke termijnen, tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt Nedcoat in de kosten van deze procedure die tot aan deze uitspraak aan de zijde van Q. worden vastgesteld op € 0,00 aan griffierecht, € 90,81 aan explootkosten en € 800,00 voor salaris van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.R. van Baak-Klijnsma, kantonrechter, en op 15 september 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: GvB