Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BT1914

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
11-08-2011
Datum publicatie
19-09-2011
Zaaknummer
505482 - CV EXPL 11-6836
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 100 Rv, plaats waar de arbeid "gewoonlijk" wordt verricht. De arbeid strekt zich in dit geval naar haar aard uit over meerdere plaatsen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0759
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 505482 \ CV EXPL 11-6836

Vonnis d.d. 11 augustus 2011

inzake

Q.,

wonende te Emmeloord,

eiser in de hoofdzaak, tevens verweerder in het incident, hierna Q. te noemen,

gemachtigde mr. J.J.M. Bakker, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SFA Benelux B.V.,

gevestigd te Echt,

gedaagde in de hoofdzaak, tevens eiseres in het incident, hierna SFA te noemen,

gemachtigde mr. B.P.W. van Brink, advocaat te Venlo,

PROCESGANG

Q. heeft bij dagvaarding een vordering ingesteld als daarin nader omschreven.

SFA heeft bij incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring de exceptie van (relatieve) onbevoegdheid van de kantonrechter opgeworpen.

Q. heeft vervolgens bij incidentele conclusie van antwoord geconcludeerd tot afwijzing van de exceptie van onbevoegdheid.

Het vonnis is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Het standpunt van SFA

1. SFA heeft aangevoerd dat de rechtbank te Groningen onbevoegd is van het geschil kennis te nemen. Q. doet ten onrechte een beroep op artikel 100 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). In het artikel staat dat in zaken betreffende een individuele arbeidsovereenkomst mede bevoegd is de rechter van de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt of laatstelijk gewoonlijk werd verricht. De term 'gewoonlijk' moet worden gelezen als 'hoofdzakelijk' en niet als 'regelmatig'. Q. werkte als accountmanager en zijn arbeidsveld was Noord-Oost Nederland. Q. verrichtte zijn werkzaamheden over het gehele gebied en soms daarbuiten. Hij heeft zijn werkzaamheden niet gewoonlijk c.q. hoofdzakelijk in Groningen verricht.

2. Nu de alternatieve regeling niet opgaat, dient volgens SFA te worden aangesloten bij de hoofdregel van artikel 99 Rv waarin staat dat, tenzij de wet anders bepaalt, de rechter bevoegd is van de woonplaats van de gedaagde.

Het standpunt van Q.

3. Q. handhaaft zijn standpunt dat de kantonrechter van de rechtbank Groningen bevoegd is. De aard van zijn voormalige functie brengt met zich mee dat er verschillende provincies werden aangedaan en dat er niet één rechtbank kan worden aangewezen. De werkzaamheden werden gewoonlijk in gelijke mate verricht in de verschillende provincies. Er was geen standplaats. SFA stelt dat met gewoonlijk moet worden begrepen 'hoofdzakelijk'. Q. betwist die uitleg. De regeling van artikel 100 Rv strekt ertoe dat een werknemer zijn loonrechten eenvoudig te gelde moet kunnen maken. In dit geval heeft Q. daar, nu SFA gevestigd is te Echt, groot belang bij.

De beoordeling

4. Op grond van artikel 100 Rv is mede bevoegd de rechter van de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt of laatstelijk gewoonlijk werd verricht. Deze plaats dient aan de hand van de feitelijke omstandigheden van het geval te worden bepaald. Tussen partijen is niet in geschil dat de arbeid van Q. zich naar haar aard uit over meerdere kantons heeft uitgestrekt, namelijk in Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en een deel van Gelderland.

5. Aan de term 'gewoonlijk' moet de betekenis van 'hoofdzakelijk' worden toegekend (zie HR 18 juni 1920, NJ 1920, p. 802-804 en Ktr. Utrecht 20 april 1995, JAR 1995, 105). Niet van belang is of de arbeid elders wordt verricht. Wanneer geen enkel kanton kan worden aangewezen waar de arbeid hoofdzakelijk wordt verricht, kan ook niet worden gesproken van een kantonrechter binnen wiens rechtsgebied de arbeid gewoonlijk wordt verricht.

6. Nu gesteld noch gebleken is dat de werkzaamheden van Q. binnen het gebied van één kanton hoofdzakelijk hebben plaatsgevonden, dient te worden teruggevallen op de wettelijke hoofdregel van artikel 99 Rv.

7. Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat hij onbevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Ingevolge het bepaalde in de artikelen 110 lid 2 juncto 74 Rv wordt de zaak verwezen naar de kantonrechter te Roermond, zijnde de bevoegde rechter gezien de plaats van vestiging van SFA.

8. De beslissing omtrent de proceskosten in het incident zal worden aangehouden totdat in de hoofdzaak zal zijn beslist.

BESLISSING

De kantonrechter:

- verklaart zich onbevoegd om van het geschil kennis te nemen;

- verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de kantonrechter te Roermond.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van den Noort, kantonrechter, en op 11 augustus 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: jc