Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BS8007

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
09-08-2011
Datum publicatie
13-09-2011
Zaaknummer
127648-FA RK 11-1485
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

schriftelijk verzoek van minderjarige in de zin van 1:377g BW jo 1:377a of b BW dan wel 1:377e BW; de ouders zijn kennelijk niet in staat om op een constructieve wijze met elkaar te overleggen en onderlinge geschillen over het kind op te lossen, met het onderhavige conflict tot gevolg; de ouders zullen alles moeten doen om - met deskundige hulp - herhaling te voorkomen; ten behoeve van het kind dient vanuit Bjz begeleiding en hulp te worden gerealiseerd; de omgangsregeling tussen het kind en vader moet vooralsnog niet worden geffectueerd; nadat de gemoederen bedaard zijn kan er, met steun van de begeleidende hulpverleningsinstantie(s) weer een begin worden gemaakt met de uitvoering van de omgangsregeling, waarbij moet worden aangesloten bij de wensen en gevoelens van het kind.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 127648/FA RK 11-1485

beschikking d.d. 9 augustus 2011

inzake het verzoek ex artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (verder BW) van:

* de minderjarige A., kind van B. en C.

PROCESVERLOOP

Met de op 30 juni 2011 ter griffie ontvangen brief heeft A. gebruik gemaakt van de in artikel 1:377g BW geboden mogelijkheid om een ambtshalve beslissing van de rechtbank te verzoeken op de voet van de artikelen 1:377a of 1:377b BW, dan wel zodanige beslissing te wijzigen op de voet van artikel 1:377e BW.

De rechtbank heeft A. op 14 juli 2011 gehoord.

Vader en moeder zijn op 28 juli 2011 afzonderlijk van elkaar gehoord.

Ter gelegenheid van het horen van vader was ook de heer D. Nowee namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, vestiging Groningen, aanwezig.

RECHTSOVERWEGINGEN

Een paar weken geleden is er een conflict ontstaan omdat [A.] er de voorkeur aan gaf het weekend met een vriendje door te brengen in plaats van bij haar vader in het kader van de bestaande omgangsregeling.

Vader was het hiermee volstrekt oneens. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een buitengewoon vervelend en betreurenswaardig incident bij de vrouw thuis ten overstaan van [A.].

Voor [A.] was dit incident aanleiding om haar verzoek in te dienen.

Zowel [A.] als haar ouders zijn door de rechtbank gehoord.

Duidelijk is geworden dat er met name bij vader onvrede heerst over het naleven van de door partijen in het kader van de mediation ter gelegenheid van de echtscheiding gemaakte afspraken en ook, dat partijen kennelijk niet in staat zijn om op een constructieve wijze met elkaar te overleggen en onderlinge geschillen net betrekking tot [A.] op te lossen, met uiteindelijk voornoemd conflict tot gevolg.

Vermeden moet worden dat [A.] in de toekomst nog eens zal worden geconfronteerd met een dergelijke gebeurtenis, die voor haar bijzonder belastend is geweest.

Van vader en moeder mag in het kader van de uitoefening van het ouderlijke gezag over [A.] worden verlangd dat zij hiertoe al het mogelijke in het werk zullen stellen.

Zij dienen daartoe deskundige hulp in te roepen, zodat hun onderlinge vertrouwen wordt hersteld en de communicatie over [A.] voortaan constructief gaat verlopen. Vanuit Bjz dient er ten behoeve van [A.] begeleiding en hulp te worden gerealiseerd.

Er is naar het oordeel van de rechtbank geen grond om de bestaande omgangsregeling tussen [A.] en vader te wijzigen, maar vooralsnog dient deze regeling niet te worden geëffectueerd. De gemoederen moeten eerst zijn bedaard. Vervolgens kan met steun van de ingeschakelde hulpverleningsinstantie(s) weer een begin worden gemaakt met de uitvoering van de omgangsregeling, zij het dat moet worden aangesloten bij de wensen en gevoelens van [A.].

BESLISSING

bepaalt dat - met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen - dat de bestaande omgangsregeling tussen [A.] en haar vader niet wordt gewijzigd.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.W.Th. Buijtenhuijs en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 9 augustus 2011, in tegenwoordigheid van G.D. Kuilman, griffier.