Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BS7981

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
22-06-2011
Datum publicatie
13-09-2011
Zaaknummer
126716 FA RK 11-1111
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

ontzetting van vader; hij heeft bekend zijn nog erg jonge dochter seksueel te hebben misbruikt; de dochter is als gevolg hiervan bevallen van een baby; gelet op de ernst van de misdragingen van vader, zijn bekentenis en zijn eerdere veroordeling ter zake van seksueel misbruik van een dochter uit een eerdere relatie, wordt voorbij gegaan aan het feit dat er nu nog geen veroordeling heeft plaatsgevonden; vader heeft zijn gezag op ernstige wijze misbruikt waardoor het geestelijke en lichamelijke welzijn van de dochter is geschaad; de gedragingen van vader zijn dusdanig ernstig, dat deze hem ten opzichte van zijn dochter maar ook van zijn zoon volstrekt diskwalificeren als hun opvoeder;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

Meervoudige familiekamer

zaaknr.: 126716/FA RK 11-1111

beschikking d.d. 22 juni 2011

in de zaak van:

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ,

regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen,

gevestigd te 9743 AD Groningen, Friesestraatweg 213B,

verzoeker,

hierna te noemen de Raad,

vertegenwoordigd door mevrouw A.I. van Dijk,

en

verweerder,

hierna te noemen de vader,

advocaat mr. G.W. van der Zee.

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 18 mei 2011 een verzoekschrift ingediend, waarin wordt verzocht:

Primair:

De voornoemde vader te ontzetten van het ouderlijk gezag over de minderjarigen A. en B. en het Bureau Jeugdzorg Groningen met de voogdij over voornoemde minderjarigen te belasten, en

Subsidiair:

In het geval het primaire verzoek wordt afgewezen, handhaaft de Raad de eerder gedane verzoeken tot ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarigen, alsmede de verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing ten behoeve van hen voor plaatsing in een voorziening voor pleegzorg.

Belanghebbenden:

• de moeder;

• BJZ Groningen.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 22 juni 2011.

Verschenen en gehoord zijn daarbij: de vader, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. G.W. van der Zee, de moeder, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. M.C. Braak, mw. A.I. van Dijk namens de Raad en mevrouw B. Mulder en mevrouw M. Gol namens bureau jeugdzorg Groningen (bjz).

De minderjarige A. is door de rechtbank gehoord op 25 mei 2011.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

In deze procedure wordt van de volgende feiten uitgegaan:

- uit het, op 16 mei 2000, ontbonden huwelijk tussen de moeder en de vader zijn de thans nog minderjarige kinderen A. en B. geboren;

- bij beschikking van deze rechtbank van 18 maart 2004 is de vader alleen met het gezag belast;

- op 22 maart 2011 is de minderjarige A. bevallen van een dochter genoemd C.;

- bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 23 maart 2011 is bjz Groningen belast met de voorlopige voogdij over C., voor de duur van 12 weken;

- bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 24 maart 2011 is A. voorlopig onder toezicht gesteld voor de duur van 3 maanden en is een machtiging tot (spoed)uithuisplaatsing verleend in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van 4 weken;

- bij beschikking van 6 april 2011 is voormelde beschikking bekrachtigd in die zin dat de uithuisplaatsing is verleend voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, derhalve tot 24 juni 2011;

- bij beschikking van 5 april 2011 is [B.] voorlopig onder toezicht gesteld voor de duur van 3 maanden en is een machtiging tot (spoed)uithuisplaatsing verleend in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van 4 weken;

- bij beschikking van 18 april 2011 is voormelde beschikking bekrachtigd in die zin dat de uithuisplaatsing is verleend voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, derhalve tot 5 juli 2011.

Standpunt van de Raad

De Raad verwijst voor zijn standpunt naar de inhoud van zijn raadsrapport d.d. 17 mei 2011, waarin onder meer het volgende is verwoord.

De minderjarige dochter van vader, [A.], werd op 11 jarige leeftijd zwanger als gevolg van seksueel misbruik door vader en is op 12 jarige leeftijd bevallen van een baby. De vader heeft het misbruik bekend bij de politie. Door het seksueel misbruik werd [A.] slachtoffer van een misdrijf waarmee haar belangen op zeer ernstige wijze geschaad zijn en zij in hoge mate in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [A.] zal verder moeten leven met het gegeven dat haar kind het gevolg is van seksueel misbruik door haar vader, evenals dat de baby met het gegeven opgroeit dat zij een kind is uit een misbruikrelatie tussen haar grootvader en moeder.

Naar de mening van de Raad zijn gronden aanwezig op basis waarvan een ontzetting van de vader van het gezag over zowel [A.] als haar broertje [B.] gerechtvaardigd is. Het seksueel misbruik van zijn minderjarige dochter [A.] waardoor zij een kind heeft gekregen vormt een dusdanige misdraging dat het de vader voor nu en in de toekomst diskwalificeert als opvoeder van [A.] en ook van [B.].

De vader is eerder onherroepelijk veroordeeld voor verkrachting van een dochter uit een eerdere relatie. Deze misdragingen van vader ten aanzien van twee dochters zijn dermate ernstig, dat hij zich ook als opvoeder van [B.] diskwalificeert. Het gedrag van vader heeft tot gevolg dat hij [A.], maar ook [B.] willen en wetens de kans op een ongestoorde ontwikkeling heeft ontnomen. Gebleken is dat beide kinderen reeds onder pedagogisch affectief belastende omstandigheden zijn opgegroeid. Het gedrag van vader en de reactie die dit in de maatschappij teweeg heeft gebracht, maakt het vormgeven van hun verdere leven extra moeilijk voor de kinderen.

Na een eventuele ontzetting van vader van het gezag, waardoor een gezagsvoorziening over de kinderen komt te ontbreken, is de Raad van mening dat de voogdij door bjz uitgeoefend dient te worden, gelet op de complexiteit van de zaak en de extra bescherming die de kinderen behoeven.

Gelet op het feit dat de moeder geruime tijd uit beeld was en geen (positieve) bijdrage in de verzorging en opvoeding van de kinderen heeft geleverd, acht de Raad het op dit moment, mede gezien de complexiteit van de zaak, strijdig met het belang van de kinderen dat zij het gezag alleen over hen zou uitoefenen.

Standpunt van bjz

Bjz is bereid de voogdij over [A.] en [B.] op zich te nemen. Er is twee weken geleden tussen de vader en de kinderen eenmaal contact geweest, begeleid door twee medewerkers van bjz.

Bjz is geen voorstander van belcontact. Qua frequentie van het contact wordt gedacht aan drie tot vier keer per jaar contact, steeds onder begeleiding. Samen met Accare, waar de behandeling van [A.] is opgestart, zal de vorm van het contact worden bekeken. Bjz heeft aangegeven dat [A.] en [B.] elkaar vaak zien, doch dat het in hun belang wordt geacht dat zij elk in een eigen pleeggezin verblijven.

Standpunt van de vader

De vader verzet zich tegen hetgeen primair door de Raad is verzocht. Namens de vader is gesteld dat, nu er nog geen sprake is van een veroordeling van vader, de ontzetting van het gezag van vader een te zware en ingrijpende maatregel is.

Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de kinderen volstaan op dit moment. De vader verzet zich daarom niet tegen het subsidiair verzochte. De vader vindt het belangrijk dat [A.] en [B.] in één pleeggezin opgroeien als broer en zus.

Standpunt van de moeder

Namens de moeder is aangegeven dat zij instemt met hetgeen primair door de Raad is verzocht.

BEOORDELING

Indien de rechtbank dit in het belang van de kinderen noodzakelijk oordeelt, kan zij een ouder van het gezag ontzetten op grond van onder meer:

a. misbruik van het gezag, of grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding van een of meer kinderen;

b. slecht levensgedrag.

[A.] is seksueel misbruikt door haar vader, hetgeen hij heeft bekend. [A.] is als gevolg van dit seksueel misbruik zwanger geraakt en is op zeer jonge leeftijd van een baby bevallen.

Daardoor staat het misbruik van [A.] vast. Of de vader daarvoor te zijner tijd zal worden veroordeeld is thans niet relevant. De rechtbank gaat, gelet op de ernst van de misdragingen van de vader, zijn bekentenis en zijn eerdere veroordeling, voorbij aan het feit dat er nog geen veroordeling terzake dit nieuwe feit heeft plaatsgevonden.

Vast staat dat de vader niet heeft nagelaten wat hij had moeten nalaten en daardoor zijn gezag op ernstige wijze heeft misbruikt, waardoor het geestelijke en lichamelijke welzijn van [A.] geschaad is.

Deze misdragingen van de vader, in combinatie met het eerder door de vader gepleegde strafbare feit, zijn dusdanig ernstig dat ook [B.] in zijn geestelijke welzijn is geschaad en ook hem een ongestoorde ontwikkeling en de daarbij behorende veiligheid is ontnomen.

Mede in aanmerking nemende de eerdere veroordeling van vader terzake van seksueel misbruik van een van zijn kinderen is de rechtbank van oordeel dat de misdragingen van de vader dusdanig ernstig zijn dat deze hem ten opzichte van [A.] als ook van [B.] volstrekt diskwalificeren als hun opvoeder.

De rechtbank is van oordeel, dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting is komen vast te staan dat de gronden voor ontzetting als bedoeld in artikel 1: 269 lid 1 sub a en b BW aanwezig zijn en dat ontzetting van de vader van het gezag noodzakelijk is in het belang van [A.] en [B.]. Deze ontzetting geeft ook duidelijkheid voor beide kinderen. Deze duidelijkheid kan helpen bij de verwerking van de traumatische gebeurtenissen.

De ontzetting van het gezag van de vader leidt er toe, dat een gezagsvoorziening over [A.] en [B.] zal komen te ontbreken. Daarom zal de rechtbank op grond van artikel 1:295 BW juncto art. 1:302 BW en gelet op hetgeen daaromtrent hierboven is overwogen bjz Groningen tot voogdes benoemen, nu deze zich hiertoe bereid heeft verklaard.

De rechtbank beslist als volgt.

BESLISSING

ontzet de vader van het gezag over de minderjarigen A. en B.;

benoemt bureau jeugdzorg Groningen, 9701 BE Groningen, postbus 1203, tot voogdes over voornoemde minderjarigen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.W.Th. Buijtenhuijs (voorzitter), D.A. Flinterman en P. Schadd-de Boer, rechters, en uitgesproken door eerstgenoemde ter openbare terechtzitting van 22 juni 2011 in tegenwoordigheid van mr. N.A. Niemendal, als griffier.