Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BR4103

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
03-08-2011
Datum publicatie
04-08-2011
Zaaknummer
128156 KGZA 11-238
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Wegens (be)dreigend gedrag jegens medewerkers van Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) door VNN opgelegde maatregel dat betrokkene voor de periode van vier weken voor zijn methadonverstrekking is aangewezen op de vestiging Leeuwarden van VNN in plaats van Groningen, niet onrechtmatig geoordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GRONINGEN

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 128156 / KG ZA 11-238

Vonnis in kort geding van 3 augustus 2011

in de zaak van

[naam eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. U. van Ophoven,

tegen

de stichting

STICHTING VERSLAVINGSZORG NOORD NEDERLAND,

gevestigd te Groningen,

gedaagde,

vertegenwoordigd door drs.mr. F.C.G. van Gils, directeur behandelzaken.

Partijen zullen hierna [eiser] en VNN genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de mondelinge behandeling d.d. 1 augustus 2011 waar voor [eiser] is verschenen mr. Van Ophoven en voor VNN drs.mr. Van Gils; tevens zijn verschenen [informant1], teamleider VNN en [informant2], juridisch beleidsadviseur VNN, die als informanten zijn gehoord;

- de pleitnota van VNN.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] is al jarenlang in behandeling bij gedaagde (verder te noemen VNN) vanwege zijn verslavingsproblematiek. Aan [eiser] wordt in het kader van deze behandeling dagelijks methadon verstrekt. De verstrekking vindt plaats op de locatie van VNN aan het Hanzeplein 125 te Groningen, hetgeen aldaar plaatsvindt in het kader van de Intensieve Methadonverstrekking, waarbij de methadon wordt verstrekt in een beveiligde sluis, waar geen fysiek contact tussen medewerkers van VNN en de cliënten van VNN behoeft plaats te vinden.

2.2. Op dinsdag 12 juli 2011 heeft [informant1], teamleider bij VNN, aangifte van bedreiging tegen [eiser] gedaan. Blijkens deze aangifte zijn de bedreigingen geuit door [eiser] bij de methadonverstrekking aan het Hanzeplein 125 te Groningen. In de aangifte wordt melding gemaakt van twee incidenten van maandag 11 juli 2011 en dinsdag 12 juli 2011 jegens medewerkers van VNN. Verder heeft [informant1] aangifte gedaan van een direct jegens haar door [eiser] gepleegde bedreiging op woensdag 13 juli 2011.

2.3. Op 14 juli 2011 is [eiser] door de Regiopolitie te Groningen aangehouden en vervolgens in verzekering gesteld. [eiser] werd verdacht van bedreiging, gepleegd tussen 11 en 12 juli 2011.

Op 15 juli 2011 is [eiser] terzake van deze verdenking voorgeleid aan de rechter-commissaris belast met de behandeling in strafzaken in deze rechtbank voor de toetsing van de rechtmatigheid van de aanhouding en inverzekeringstelling.

De rechter-commissaris heeft de aanhouding en inverzekeringstelling rechtmatig geoordeeld.

2.4. Vervolgens is [eiser], na verlenging van de inverzekeringstelling, op 19 juli 2011 voorgeleid voor de Rechter-Commissaris teneinde te worden gehoord op de vordering van de Officier van Justitie strekkende tot inbewaringstelling van eiser. De rechter-commissaris heeft de bewaring bevolen voor de duur van zeven dagen, doch tevens de schorsing van de voorlopige hechtenis bevolen.

De rechter-commissaris heeft de voorlopige hechtenis geschorst onder meer onder de voorwaarde, dat [eiser] zich niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit. Dit betekent, dat [eiser] zich jegens de medewerkers van VNN -kort gezegd- rustig zal moeten houden. Immers, zouden er weer scherpe opmerkingen worden gemaakt welke als bedreigingen zouden worden ervaren, dan zal dit onmiddellijk leiden tot een opheffing van schorsing van de voorlopige hechtenis.

2.5. Bij brief d.d. 19 juli 2011 heeft VNN aan [eiser] medegedeeld naar aanleiding van het gedrag van [eiser] in week 28 aan [eiser] een strafverstrekking voor de duur van vier weken, van 20 juli 2011 tot en met 16 augustus 2011, toe te kennen, inhoudende dat [eiser] in die periode voor de methadonverstrekking aangewezen is op de Heroïnebehandelunit aan de Zuidvliet 228 te Leeuwarden.

3. Het geschil

3.1. De vordering van [eiser] strekt ertoe VNN te gelasten de aan [eiser] toegekende behandeling in de vorm van dagelijkse methadonverstrekking op het adres Hanzeplein 125 te Groningen te hervatten, onder verbeurte van een dwangsom van

€ 200,00 voor elke dag of gedeelte daarvan gedurende welke gedaagde na betekening van het in dezen te wijzen vonnis weigert hieraan gehoor te geven, althans een zodanige voorlopige voorziening te treffen als de Voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, met veroordeling van VNN in de kosten van deze procedure.

3.2. VNN heeft verweer gevoerd.

4. De beoordeling

4.1. Kernpunt van het onderhavige geschil is of de door VNN opgelegde maatregel dat [eiser] voor de periode van vier weken voor zijn methadonverstrekking is aangewezen op de vestiging Leeuwarden van VNN buitenproportioneel is, mede in het licht van de door de RC aan de schorsing van de voorlopige hechtenis verbonden voorwaarden.

4.2. Als voldoende vaststaand kan worden aangenomen dat [eiser] zich drie keer, te weten op 11, 12 en 13 juli 2011, bij de methadonverstrekking aan het Hanzeplein 125 te Groningen dreigend heeft uitgelaten jegens medewerkers van VNN en dat [eiser] op 12 juli 2011 tegen het doorgeefluik heeft getrapt. Dat de daarbij door [eiser] gedane uitingen niet alle rechtstreeks tegen (één van de) medewerkers van VNN gericht waren, doet niet af aan het dreigende karakter van die uitingen en van zijn gedrag op dat moment. Ook de omstandigheid dat de methadonverstrekking in een ook voor de medewerkers van VNN beveiligde omgeving plaatsvindt, doet daaraan niet af.

4.3. Gelet op de ernst en de frequentie van het hoe dan ook en los van de strafrechtelijke duiding ervan, als agressief te kwalificeren handelen van [eiser], acht de voorzieningenrechter de in dezen door VNN opgelegde maatregel gerechtvaardigd.

4.4. De omstandigheid dat de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken reeds een maatregel heeft getroffen in de zin van een voorwaarde bij de schorsing van de voorlopige hechtenis van [eiser], met name dat [eiser] zich niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit, doet aan het vorenstaande niet af. Één van de beoogde doelen van de door VNN getroffen maatregel is, naar onweersproken is gesteld, de medewerkers van VNN aan het Hanzeplein tijdelijk rust te gunnen en hen daardoor tijd te geven voor de nodige verwerking. De voorzieningenrechter acht dit in de gegeven omstandigheden een redelijk doel van een dergelijke maatregel. Waar dit doel niet zonder meer wordt bereikt met de door de rechter-commissaris voornoemd opgelegde voorwaarde, kan dit derhalve geen grond vormen voor het oordeel dat de door VNN getroffen maatregel buitenproportioneel is en daarmee mogelijk onrechtmatig jegens [eiser].

4.5. De voorzieningenrechter oordeelt de genomen maatregel ook niet buitenproportioneel nu de mogelijkheid van methadonverstrekking gegarandeerd blijft. Dat de getroffen maatregel het voor [eiser] praktisch lastig(er) maakt de door VNN aan hem te verstrekken methadon te verkrijgen omdat hij - naar eigen zeggen - niet de middelen heeft iedere dag naar Leeuwarden te reizen, maakt het vorenstaande niet anders, te meer waar aannemelijk wordt geacht dat [eiser] wist van de gevolgen van een eventueel op te leggen maatregel.

Mede gelet op de lange (behandel)relatie die bestaat tussen [eiser] en VNN komt het de voorzieningenrechter onwaarschijnlijk voor dat [eiser] niet op de hoogte was van de mogelijke gevolgen van de gedragingen waarvan hij beticht wordt, zoals het opleggen van een maatregel waardoor de methadon tijdelijk op een andere plaats wordt verstrekt.

4.6. Gelet op het vorenoverwogene acht de voorzieningenrechter de in het geding zijnde maatregel van VNN jegens [eiser] niet onrechtmatig, zodat de gevraagde voorziening wordt afgewezen.

4.7. Gelet op de aard van de procedure, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af;

5.2. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.B.M. Keurentjes en in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2011.

type: js