Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BR1348

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
20-06-2011
Datum publicatie
12-07-2011
Zaaknummer
670124-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden wegens het plegen van overvallen op taxichauffeurs welke overvallen werden voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670124-11 (promis)

datum uitspraak: 20 juni 2011

op tegenspraak

raadsman: mr. J. van Dijk

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [[geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans preventief gedetineerd in [verblijfplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 juni 2011.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 24 februari 2011 te omstreeks 02.50 uur, in de gemeente

Groningen, op de openbare weg, het Kraaienest, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en/of een of meer telefoons

en/of een agenda, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s)

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte en/of zijn mededader(s), vermomd, althans met onherkenbaar

gemaakt of moeilijk herkenbaar gemaakt gelaat, een mes heeft gehouden in de

richting van en/of getoond aan die [aangever 1] en/of die [aangever 1] heeft

vastgepakt en/of meegevoerd en/of heeft toegevoegd: "Ik wil je geld", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

hij op of omstreeks 24 februari 2011 te omstreeks 02.50 uur, in de gemeente

Groningen, op de openbare weg, het Kraaienest, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [aangever 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee

en/of een of meer telefoons en/of een agenda, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [aangever 1], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn

mededader(s), vermomd, althans met onherkenbaar gemaakt of moeilijk herkenbaar

gemaakt gelaat, een mes heeft gehouden in de richting van en/of getoond aan

die [aangever 1] en/of die [aangever 1] heeft vastgepakt en/of meegevoerd en/of heeft

toegevoegd: "Ik wil je geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 24 februari 2011 te omstreeks 07.29 uur, in de gemeente

Groningen, op de openbare weg, het Kraaienest, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en/of een pinautomaat en/of een

telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [ aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 2], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, vermomd, althans met

onherkenbaar gemaakt of moeilijk herkenbaar gemaakt gelaat, een mes heeft

gehouden in de richting van en/of getoond aan die [aangever 2] en/of die [ aangever 2] heeft vastgepakt en/of meegevoerd en/of heeft toegevoegd: "Je

portemonnee", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

hij op of omstreeks 24 februari 2011 te omstreeks 7:29 uur, in de gemeente

Groningen, op de openbare weg, het Kraaienest, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee

en/of een pinautomaat en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan die [aangever 2], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn

mededader(s), vermomd, althans met onherkenbaar gemaakt of moeilijk herkenbaar

gemaakt gelaat, een mes heeft gehouden in de richting van en/of getoond aan

die [aangever 2] en/of die [aangever 2] heeft vastgepakt en/of meegevoerd

en/of heeft toegevoegd: "Je portemonnee", althans woorden van gelijke aard

en/of strekking;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan voor zover het betreft de diefstal in vereniging met (bedreiging met) geweld.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde is de officier van justitie van mening dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdacht zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging met (bedreiging met) geweld en afpersing in vereniging.

De officier van justitie baseert bovenstaande op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting en de aangiftes.

Standpunt van de verdediging

Namens verdachte is aangevoerd dat de tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Feit 1

- De bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd.

- Een proces verbaal d.d. 24 februari 2011, opgenomen op pagina 52 t/m 54 van dossier nr. PL01KE/2011019163, d.d. 12 april 2011, inhoudende de aangifte van [aangever 1].

- Een proces verbaal d.d. 25 maart 2011, opgenomen op pagina 62 en 63 van voormeld dossier, inhoudende een aanvullende verklaring van [aangever 1].

Feit 2

- De bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd.

- Een proces verbaal d.d. 24 februari 2011, opgenomen op pagina 66 t/m 69 van voornoemd dossier, inhoudende de aangifte van [aangever 2].

- Een proces verbaal d.d. 4 maart 2011, opgenomen op pagina 73 t/m 77 van voornoemd dossier, inhoudende een aanvullende verklaring van [aangever 2].

Gelet op bovengenoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen is in die zin dat verdachte zich tezamen met zijn mededader heeft schuldig gemaakt aan twee diefstallen in vereniging met (bedreiging met) geweld.

De rechtbank overweegt daartoe dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de goederen van de taxichauffeurs door verdachte en zijn mededader zijn weggenomen. Derhalve is er geen sprake van afpersing. Gelet hierop zal verdachte van dat deel van de tenlastelegging worden vrijsproken.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 24 februari 2011 omstreeks 02.50 uur, in de gemeente

Groningen, op de openbare weg, het Kraaienest, tezamen en in vereniging met

een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en meer telefoons en een agenda, geheel of ten dele toebehorende aan

[aangever 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [aangever 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden

dat verdachte en/of zijn mededader, vermomd, althans met onherkenbaar gemaakt of moeilijk herkenbaar gemaakt gelaat, een mes heeft gehouden in de richting van en getoond aan die [aangever 1] en die [aangever 1] heeft vastgepakt en meegevoerd en heeft toegevoegd: "Ik wil je geld".

2.

hij op 24 februari 2011 omstreeks 07.29 uur, in de gemeente

Groningen, op de openbare weg, het Kraaienest, tezamen en in vereniging met

een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en een pinautomaat en een telefoon, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [aangever 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander, vermomd, althans met onherkenbaar gemaakt of moeilijk herkenbaar gemaakt gelaat, een mes heeft gehouden in de richting van en getoond aan die [aangever 2] en die [aangever 2] heeft vastgepakt en meegevoerd en heeft toegevoegd: "Je portemonnee".

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

Strafbaarheid van de feiten

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

- diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en op de openbare weg.

Feit 2

- diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en op de openbare weg.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2

tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de gevorderde gevangenisstraf, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, dient te worden gematigd.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting , het aangaande zijn persoon opgemaakte reclasseringsrapport d.d. 26 mei 2011 en het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich met een mededader in een zeer kort tijdbestek tot tweemaal toe schuldig gemaakt aan het overvallen van taxichauffeurs.

Beide keren werd er vanuit een woning van een kennis/vriend telefonisch een taxi besteld en werd er verzocht te komen naar het adres aan het [adres van kennis/vriend] respectievelijk [adres van kennis/vriend].

Ter plaatse aangekomen werden de chauffeurs verrast door verdachte en zijn mededader.

Verdachtes gezicht was onherkenbaar door een over het hoofd getrokken muts en het dragen een (hoog opgetrokken) sjaal, terwijl zijn mededader over diens hoofd een donkergekleurde panty/kous droeg.

Verdachte en zijn mededader hebben, onder bedreiging met een mes en gebruik makend van geweld, de chauffeurs diverse goederen afhandig gemaakt. Onderhavige feiten zijn ‘s nachts respectievelijk in de vroege ochtend en op de openbare weg gepleegd.

De rechtbank is van oordeel dat het zeer ernstige feiten betreft.

Verdachte en zijn mededader hebben de slachtoffers de stuipen op het lijf gejaagd als gevolg waarvan slachtoffer [aangever 2], blijkens het door haar ingevulde voegingsformulier, getraumatiseerd en nog steeds moe en angstig is. De rechtbank rekent dit verdachte zeer zwaar aan.

Slachtoffers van dergelijke gewelddadige overvallen voelen zich veelal nog lange tijd angstig en onveilig. Daarnaast ontstaat ook in de samenleving een gevoel van onveiligheid als gevolg van dit soort overvallen.

Verdachte en zijn mededader zijn berekenend en planmatig te werk gegaan om taxichauffeurs, een kwetsbare beroepsgroep, te beroven.

De rechtbank is van oordeel dat niet met een andere straf dan een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van aanzienlijke duur kan worden volstaan. Daarom zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf van na te noemen duur opleggen.

De rechtbank ziet, gelet op het rapport van de reclassering, geen aanleiding deze straf in een deels voorwaardelijke vorm op te leggen.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting mede in aanmerking genomen dat verdachte,

blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie, reeds eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten.

Beslag

Teruggave

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het inbeslaggenomene, te weten één paar schoenen, moet worden teruggegeven aan de verdachte.

(Feit 2)

Vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [aangever 2], wonende te [plaatsnaam].

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Standpunt van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, met uitzondering van de schadepost van de GSM telefoon.

De raadsman is van mening dat de vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden wegens onvoldoende onderbouwing.

Beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde immateriële schade is toegebracht tot in elk geval een bedrag van

€ 1500,00.

De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen. De rechtbank is van oordeel dat behandeling van het overige deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in haar vordering voor dit deel niet-ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Hoofdelijkheid

Verdachte is niet tot vergoeding van bovengenoemd bedrag gehouden voor zover dit door verdachtes mededader is voldaan.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemd geldbedrag ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partij ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 57 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het onder 1 en 2 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave van één paar schoenen aan de veroordeelde.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij (feit 2)

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 2], wonende te [plaatsnaam], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 1500,00 (zegge: vijftienhonderd euro).

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De veroordeelde is niet tot vergoeding van bovengenoemd bedrag gehouden voor zover dit door veroordeeldes mededader is voldaan.

Verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 1500,00 (zegge; vijftienhonderd euro) ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 2], wonende te [plaatsnaam], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1500,00 ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. P.H.M. Smeets, voorzitter, E.W. van Weringh en

Th. A. Wiersma, in tegenwoordigheid van J.H. van Scharrenburg als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 juni 2011.