Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BR0136

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
29-06-2011
Datum publicatie
04-07-2011
Zaaknummer
18/670297-06.
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Vordering verlenging TBS. Officier van justitie niet-ontvankelijk omdat de vordering is ingediend enkel voor het geval het hof in hoger beroep de termijn verlengd met 1 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 18/670297-06

Kenmerk: Rk 11/336 (vordering verlenging terbeschikkingstelling)

datum uitspraak: 29 juni 2011

BESLISSING

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Groningen van 13 mei 2011, ontvangen ter griffie van de rechtbank op 18 mei 2011, strekkende tot verlenging met één jaar van de termijn gedurende welke van kracht is de last tot terbeschikkingstelling van:

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans verblijvende in de Van der Hoevenkliniek te Utrecht.

hierna te noemen "betrokkene".

Bij vonnis van deze rechtbank van 21 maart 2007 werd betrokkene ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. De terbeschikkingstelling is op 3 juli 2008 ingegaan en is door deze rechtbank laatstelijk verlengd met twee jaar bij beslissing van 13 oktober 2010.

Door of namens betrokkene is op 13 oktober 2010 hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing. Op dit beroep is nog niet beslist door het gerechtshof te Arnhem.

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling d.d. 13 mei 2011;

- het verlengingsadvies, ondertekend door drs. M. Kossen, psychiater, directeur zorg en plv. hoofd van de inrichting, en drs. A.R.A.M. Geraerts, gz-psycholoog en hoofd behandeling, beiden verbonden aan de Van der Hoevenkliniek te Utrecht.

De rechtbank heeft ter openbare zitting van 15 juni 2011 de officier van justitie, betrokkene en diens raadsman mr. O.G. Schuur, advocaat te Groningen, gehoord.

Beoordeling

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij zijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar. Als toelichting heeft de officier van justitie gewezen op het feit dat indien het gerechtshof te Arnhem de terbeschikkingstelling niet met twee jaar, maar slechts met één jaar, zou verlengen de terbeschikkingstelling direct zou eindigen en dat daarom het indienen en de behandeling van deze vordering noodzakelijk is. Betrokkene is daarbij, aldus de officier van justitie, niet in zijn belangen geschaad indien de rechtbank de vordering in behandeling neemt. Vervolgens zou de rechtbank de behandeling kunnen aanhouden voor onbepaalde tijd in afwachting van het arrest van het gerechtshof.

De raadsman heeft ter zitting betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering. Primair komt de raadsman tot deze stelling omdat de vordering prematuur is ingediend. Subsidiair komt de raadsman tot niet-ontvankelijk verklaring omdat de vordering niet is onderbouwd met een gedegen verlengingsadvies en de wettelijke aantekeningen over de afgelopen periode.

Op grond van de behandeling ter zitting is de rechtbank tot de volgende beoordeling gekomen.

De terbeschikkingstelling is laatstelijk verlengd door deze rechtbank op 13 oktober 2010 met een termijn van twee jaar. Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem tegen deze verlengingsbeslissing, alwaar de behandeling van het beroep voor onbepaalde tijd is aangehouden in afwachting van nader onderzoek van betrokkene in het Pieter Baan Centrum.

Uit artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering blijkt dat de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling niet eerder dan twee maanden voor de expiratiedatum mag worden ingediend. Volgens vaste jurisprudentie hoeft een kort voor de aanvang van die termijn ingediende vordering niet tot niet-ontvankelijkheid te leiden.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het Openbaar Ministerie echter niet anticiperen op een mogelijke uitspraak van het gerechtshof te Arnhem, waarin de verlengingstermijn van twee jaar zou worden gewijzigd in één jaar. Het wettelijk systeem voorziet niet in een "pro forma" vordering zoals deze thans voorligt.

Nu er nog geen onherroepelijke beslissing ligt naar aanleiding van de door de officier van justitie eerder ingediende vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling, is de onderhavige vordering voortijdig en zonder wettelijke grondslag ingediend. De officier van justitie kan dan ook niet worden ontvangen in deze vordering.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Deze beslissing is aldus gegeven door mrs. G. Eelsing, voorzitter, L.W. Janssen en Th.A. Wiersma, rechters, bijgestaan door M. Smit-Colnot als griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2011.