Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ9226

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
15-06-2011
Datum publicatie
24-06-2011
Zaaknummer
480447 CV EXPL 10-19619
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter wijkt af van het contract en de algemene voorwaarden ogv nadere partijafspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 480447 \ CV EXPL 10-19619

Vonnis d.d. 15 juni 2011

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser],

statutair gevestigd en kantoorhoudende te (adres),

eiseres, hierna [eiseres] te noemen,

gemachtigde mr. D. Maat, advocaat te Assen (postbus 1013, 9400 CA),

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde],

statutair gevestigd en kantoorhoudende te [adres],

gedaagde, hierna [gedaagde] te noemen,

gemachtigde mr. R.G. Holtz, advocaat te Groningen (postbus 7015, 9701 JA).

PROCESGANG

Ingevolge het tussenvonnis van 5 januari 2011 heeft op 8 februari 2011 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Partijen - deugdelijk vertegenwoordigd – en hun gemachtigden zijn ter comparitie verschenen. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekening gehouden. Daarna hebben partijen beiden, [eiseres] onder wijziging c.q. vermeerdering van eis, een akte genomen. Ten slotte is andermaal vonnis bepaald.

OVERWEGINGEN

1. De feiten

1.1 Tussen partijen - [eiseres] als lessor en [gedaagde] als lessee - heeft een leaseovereenkomst bestaan met betrekking tot een auto, merk Ford Mondeo wagon 1.8tdci Titanium met het kenteken 06-XP-LR. Daartoe hebben partijen een zogeheten Mantelovereenkomst gesloten met daarin opgenomen de Algemene Bepalingen van [eiseres], hierna te noemen de overeenkomst.

1.2 Artikel 5.1 van de overeenkomst luidt:

De in de orderbevestiging/leasecontract vastgestelde leasetermijn is berekend op basis van de contractduur en de maximale kilometrage, vermeld in de orderbevestiging/leasecontract.

1.3 In de orderbevestiging/leaseovereenkomst van 13 december 2007 is een maximaal aantal te rijden kilometers opgenomen van 153.333 over de gehele looptijd en 40.000 kilometer per jaar, alsmede een maandelijks leasebedrag van € 865,00. De looptijd van de overeenkomst is bepaald op 46 maanden. Het leasebedrag per kilometer bedroeg 0,3205. Meerkilometers zouden worden afgerekend op basis van 0,0675 per kilometer.

1.4 Artikel 5.4 van de overeenkomst luidt:

Als de auto op het juiste tijdstip wordt ingeleverd, maar de in de orderbevestiging/leasecontract vastgestelde maximale kilometrage is overschreden, dient lessee binnen 14 dagen na ontvangst van de desbetreffende factuur de teveel gereden kilometers te betalen volgens de in de orderbevestiging/leasecontract overeengekomen meer gereden kilometerprijs. Bij meer dan 10% afwijking zal de verrekening plaatsvinden volgens artikel 5.2.

1.5 Artikel 5.2 van de overeenkomst luidt:

Indien blijkt na bespreking/bestudering van de managementrapportage of opgave van kilometerstand en de werkelijke kilometrage (waarin begrepen de kilometers gereden in een vervangingsauto, zoals omschreven in artikel 12 en/of 13) meer dan 10% afwijkt van de in de orderbevestiging/leasecontract overeengekomen kilometrage, is lessor gerechtigd de leaseprijs, dan wel de contractduur naar verhouding te wijzigen.

1.6 Artikel 5.5. van de overeenkomst luidt:

Wordt de auto (na schriftelijke toestemming van lessor) ingeleverd voor het tijdstip, zoals genoemd in de orderbevestiging/leasecontract met eventuele afwijking van de kilometrage van 10%, dan is lessor gerechtigd een herberekening van de leaseprijs te maken, gebaseerd op het aantal maanden gedurende welke lesee de auto werkelijk heeft geleast en eveneens gebaseerd op de dan verreden kilometers.(…).

1.7 Bij schrijven van 8 november 2007 heeft [eiseres] het volgende aan [gedaagde] bericht:

Betreft: kentekens 06-XP-LR, 47-XF-HT en 43-XL-GT

Geachte heer {A],

Naar aanleiding van uw gesprek op 1 november jl. met mijn collega [B] bevestig ik u de volgende afspraak.

De auto’s met bovengenoemde kentekens kunnen vervroegd ingeleverd worden zonder afkoopsom. Eventuele schades en meerkilometers worden wel afgerekend.

1.8 Bij email van 27 januari 2010 heeft [eiseres] het volgende aan [gedaagde] bericht:

Onderwerp: 06-XP-LR/43-XL-GT

Op basis van de door u opgegeven kilometerstanden bedraagt de kilometerafrekening ongeveer:

06-XP-LR euro 696,13 exclusief btw (Ford Mondeo, kr)

43-XL-GT euro 252,56 exclusief btw (Volkswagen Golf, kr)

1.9 Uit de specificatie bij voormelde email blijkt dat de kilometeroverschrijding eind januari 2010 11,5% bedroeg (99.891 kilometer ten opzichte van 89.590 kilometer, zijnde een verschil van 10.301 kilometer). De meerkilometers heeft [eiseres] berekend tegen een bedrag van € 0,0675 per kilometer.

1.10 [gedaagde] heeft de in het geding zijnde Ford Mondeo op 4 augustus 2010 (tussentijds) met toestemming van [eiseres] ingeleverd. Bij inname bedroeg de kilometerstand 142.067, zijnde een overschrijding van 21,74%.

1.11 Bij factuur van 4 augustus 2010 ( nr. 201005182) heeft [eiseres] op basis van herberekening een bedrag van € 5.899,00 (€ 7.019,81 inclusief BTW) aan [gedaagde] in rekening gebracht. Daarnaast heeft [eiseres] nog een aantal facturen ( nrs. 201005183, 201005184, 201004896, 201005061 ) aan [gedaagde] doen toekomen. Het totaal bedrag van voormelde facturen bedroeg € 8.542,48. Dat bedrag heeft [gedaagde] ondanks herhaalde sommatie onbetaald gelaten.

1.12 Bij schrijven van 20 augustus 2010 heeft [gedaagde] onder meer het volgende aan [eiseres] bericht:

Naar aanleiding van uw brief d.d. 04-08-2010 (….), wil ik u hierbij als volgt informeren:

Afgelopen januari 2010 is er contact geweest tussen ondergetekende en uw heer [C]. Onderwerp was het inleveren van de auto’s en de hieraan gerelateerde kosten. Onder verwijzing van het schrijven van uw organisatie d.d. 8 november 2007 zou hij e.e.a. nakijken en kwam hij vervolgens hierop terug met zijn email d.d. 27-1-2010 13.32 met daarop een onderbouwing middels zijn email d.d. 28-1-2010 9.30.

Het verbaasd ons dan ook ten zeerste dat er na inlevering, zonder overleg een voorstel contractaanpassing wordt gedaan en nog voor ontvangst van de stukken een incassering wordt gedaan van ons rekeningnummer, van de volgens u hieraan gerelateerde kosten, zijnde een bedrag van € 8.543,48.

U begrijpt dat dit voor ons een onacceptabele incassering is en gang van zaken. In januari jl. is er nimmer gesproken over een contractaanpassing van de zijde van uw medewerker. Sterker nog, er is aangegeven dat de kosten na inlevering van de auto’s ca. € 950,00 voor beide wagens zouden bedragen.

Wij gaan er vanuit dat e.e.a. op een fout van uw zijde berust en dat deze per omgaande door u wordt hersteld.

1.13 Bij schrijven van 25 augustus 2010 heeft [eiseres] geantwoord dat zij conform de overeenkomst heeft afgerekend.

1.14 Op 20 augustus 2010 heeft [gedaagde] de Volkswagen Golf ingeleverd. Bij de gedingstukken bevindt zich het namens [gedaagde] ondertekende innameformulier waarop is aangetekend dat het kentekenbewijs, het instructieboekje, het onderhoudsboekje en de brandstofpas ontbraken.

1.15 Artikel 14.1 van de overeenkomst luidt:

Bij inlevering van de auto dienen gelijktijdig de kentekenbewijsdelen, de sleutels, alle reservesleutels, de groene kaart, de resterende reparatie- en opdrachtbonnen, indien van toepassing, de resterende brandstofbonnen, de brandstofpas, evenals artikel 3.1 van deze overeenkomst de door de lessee ontvangen artikelen dan wel papieren te worden ingeleverd. Als één of meerdere van bovengenoemde documenten ontbreken, zijn de daaruit voortvloeiende kosten en eventuele waardevermindering van de auto voor rekening van de lessee.

1.16 Bij schrijven van 27 augustus 2010 heeft [eiseres] het volgende aan [gedaagde] bericht:

De VW Golf Variant met kenteken 43-XL-GT is op 20 augustus 2010 door een van uw medewerkers ingeleverd. Bij inname van de auto bleek dat het kentekenbewijs en onderhoudsboekjes ontbraken.

Ik verzoek u er zorg voor te dragen dat deze bescheiden uiterlijk 31-08 in ons bezit zijn, zodat ik het leasecontract kan afwikkelen.

1.17 Bij brieven van 27 en 31 augustus 2010 heeft [gedaagde] aan [eiseres] meegedeeld alle in haar bezit zijnde bescheiden op 20 augustus 2010 te hebben ingeleverd. Zij heeft [eiseres] daarbij verzocht voor afwikkeling van het contract zorg te dragen.

1.18 Bij brieven van 27 september en 13 oktober 2010 heeft [eiseres] voornoemd verzoek herhaald en er op gewezen dat de leasetermijnen doorlopen als [gedaagde] de gevraagde bescheiden niet inlevert.

1.19 Op 22 oktober 2010 heeft [eiseres] een nieuw kentekenbewijs ontvangen.

2. Het standpunt van [eiseres]

2.1 Zij heeft in essentie betoogd dat [gedaagde] de in het geding zijnde facturen dient te voldoen, aangezien zij een herberekening heeft gemaakt op basis van de overeenkomst. Uit de briefwisseling van partijen kan volgens haar bezwaarlijk worden afgeleid dat zij afwijkende afspraken hebben gemaakt.

2.2 De Volkswagen Golf met het kenteken 43-XL-GT is op 20 augustus 2010 ingenomen. Daarbij ontbraken echter de relevante bescheiden als bedoeld in artikel 14.1 van de overeenkomst. Op 22 oktober 2010 heeft zij een nieuw kentekenbewijs ontvangen. Daarom behoeft zij de factuur van € 993,61 niet te crediteren maar kan zij aanspraak maken op de leasetermijnen en kosten tot en met 22 oktober 2010, zijnde, onder aftrek van crediteringen, een bedrag van € 2.452,69.

2.3 Daarnaast meent zij aanspraak te kunnen maken op de gevorderde buitengerechtelijke kosten ad € 700 en de contractuele rente.

3. Het standpunt van [gedaagde]

3.1 [gedaagde] heeft de tussen partijen gemaakte afspraak zo begrepen, en mocht deze ook zo begrijpen, dat er geen afkoopsom zou worden berekend, noch voor het vervroegd inleveren, noch voor een afwijkende kilometrage boven de grens van 10%. De meerkilometers zouden vanzelfsprekend worden afgerekend, maar dan tegen een tarief van € 0,0675 per kilometer. Zij meent steun te vinden voor haar stelling in het gegeven dat de afrekening van 27 januari 2010 ook op die manier is opgebouwd, terwijl er sprake was van een overschrijding van de grens van 10%, namelijk 11,5%. Ook toen is artikel 5.4 gehanteerd en niet artikel 5.2.

3.2 Hetzelfde heeft (grosso modo) te gelden voor de overige rekeningen, met name de nota van 1 augustus 2010 ten bedrage van € 2.481,21, waarvan betaling wordt verlangd. Daarvan heeft een bedrag van € 1.091,44 betrekking op de Ford Mondeo die op 4 augustus 2010 is ingeleverd en € 993,61 op de Volkswagen Golf die op 20 augustus 2010 is ingeleverd. De nota van € 1.091,44 is grotendeels gecrediteerd in verband met het feit dat over augustus slechts 4 dagen in rekening kunnen worden gebracht. Het bedrag van € 993,61 moet nog worden gecrediteerd omdat de auto in augustus 20 dagen in gebruik is geweest in plaats van 31 dagen. De nota met betrekking tot de brandstof wordt niet betwist. Deze is inmiddels voldaan.

3.3 De vordering van [eiseres] - na vermeerdering van eis en onder aftrek van de reeds betaalde brandstofkosten - bedroeg in hoofdsom € 10.696,71. Daarop strekt in mindering de betaling van [gedaagde] van 8 maart 2011. Daarvan ziet € 1.066,75 op de afrekening aangaande de Ford Mondeo op basis van het tarief van € 0,0675. Het restant ziet op de kosten met betrekking tot de Volkswagen Golf, zijnde de leasekosten tot 20 augustus 2010, de kosten voor het aanvragen van het nieuwe kentekenbewijs en het eigen risico, in totaal € 675,00. Daarnaast heeft [gedaagde] nog voldaan € 70,56 (restant nota 2010005061) en € 2.08 (nota 201006644). [eiseres] had reeds aanstonds, of in ieder geval na ontvangst van de brief van [gedaagde] d.d. 31 augustus 2010, een nieuw kenteken kunnen aanvragen. De, overigens betwiste, vordering van [eiseres] bedraagt na verrekening van de alsnog verrichte betalingen € 7.985,23.

4. De beoordeling

Ten aanzien van de Ford Mondeo

4.1 Vast staat dat de Ford Mondeo met (schriftelijke) toestemming van [eiseres] op 4 augustus 2010 is ingeleverd. Tevens kan als vaststaand worden aangenomen dat de aanvankelijk overeengekomen leasetermijn van 46 maanden toen nog niet was geëxpireerd.

4.2 In beginsel is derhalve artikel 5.5 van de overeenkomst van toepassing. Daarin wordt immers geregeld hoe de financiële afwikkeling van de leaserelatie gestalte dient te krijgen indien de auto met toestemming van de lessor voor de expiratiedatum wordt ingeleverd.

4.3 Achtergrond van artikel 5.5 is dat de leasetermijnen worden herberekend als er een overschrijding is van meer dan 10%, omdat partijen, zou men bij aanvang van de overeenkomst van die feitelijke kilometrage zijn uitgegaan, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een andere (hogere) leaseprijs zouden zijn overeengekomen. Afschrijvingen, onderhoudsintervallen en restwaarde zijn immers in belangrijke mate afhankelijk van het aantal feitelijk gereden kilometers.

4.4 Anders dan [gedaagde] heeft gesteld ziet artikel 5.4 in beginsel niet op de onderhavige situatie. Weliswaar wordt in artikel 5.4 gesproken van het juiste tijdstip, maar daarmee wordt niet bedoeld de nader afgesproken datum van inlevering, maar het tijdstip waarin de aanvankelijke overeenkomst voorzag. Ook artikel 5.2 van de overeenkomst is naar het oordeel van de kantonrechter hier niet van toepassing. Daarin wordt geregeld dat prijs en duur tussentijds kunnen worden aangepast, terwijl de onderhavige zaak ziet op de wijze waarop aan het eind van de overeenkomst moet worden afgerekend.

 

4.5 Van het bepaalde in artikel 5.5 kan niettemin worden afgeweken als partijen daaromtrent nadere afspraken maken. [gedaagde] beroept zich op een dergelijke afspraak. Zij verwijst daarbij naar de onder de feiten geciteerde brief van 8 november 2007 en de email van 27 januari 2010. Daaruit heeft zij begrepen en mocht zij ook begrijpen, zo heeft zij aangevoerd, dat bij voortijdige inlevering slechts de in de opdrachtbevestiging bedoelde meerkilometers in rekening zouden worden gebracht.

4.6 In de brief van 8 november 2007 heeft [eiseres] aan [gedaagde] te kennen gegeven dat bij voortijdige beëindiging van de leaseovereenkomst geen afkoopsom in rekening zou worden gebracht, maar dat op basis van kilometers zou worden afgerekend. De vraag is hoe die brief in het licht van het Haviltexcriterium moet worden uitgelegd. De kantonrechter beantwoordt die vraag aldus.

4.7 Om te beginnen is het naar het oordeel van de kantonrechter opvallend dat [eiseres] in haar schrijven van 8 november 2007 niet simpelweg heeft verwezen naar artikel 5.5 van de overeenkomst. Daarnaast mag saillant heten dat [eiseres] heeft geschreven dat geen afkoopsom zou worden berekend bij vervroegde inlevering.

4.8 Hoewel artikel 5.5 het begrip afkoopsom niet kent, is de kantonrechter van oordeel dat de herberekening op basis van artikel 5.5 in materieel opzicht resulteert in een afkoopsom. Daarmee heeft [eiseres] bij [gedaagde] op zijn minst het gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat de route van artikel 5.5 niet zou worden gevolgd.

4.9 Voorts heeft [eiseres] in eerder genoemde brief van 8 november 2007, zonder daarbij naar de zogeheten 10% norm te verwijzen, gewag gemaakt van zogeheten meerkilometers, een aanduiding die letterlijk overeen komt met de tekst in de opdrachtbevestiging.

4.10 Daarnaast is tussen partijen niet in debat dat [eiseres] in januari 2010 een afrekening heeft begroot aan de hand van de in de opdrachtbevestiging genoemde meerkilometerprijs, te weten 0,0675, zulks terwijl zij daarbij niet te kennen heeft gegeven dat zij, gelet op de geringe overschrijding van de 10% norm bij vervroegde inlevering, uit overwegingen van coulance handelde door geen toepassing te geven aan artikel 5.5., maar dat zij zich bij een grotere overschrijding het recht zou voorbehouden alsnog de in voormeld artikel bedoelde afkoopsom in rekening te brengen.

4.11 In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen moet het er naar het oordeel van de kantonrechter voor worden gehouden dat [eiseres] met [gedaagde] heeft afgesproken, althans zo mocht [gedaagde] dat onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs verstaan, dat zou worden afgerekend op de wijze zoals door [gedaagde] gesteld.

Ten aanzien van de Volkswagen Golf

4.12 De kantonrechter verwijst om te beginnen naar hetgeen hiervoor met betrekking tot de Ford Mondeo is overwogen. De overwegingen met betrekking tot de berekeningsmethodiek zijn ook van toepassing op de Volkswagen Golf.

4.13 Met betrekking tot de additioneel gevorderde schadevergoeding overweegt de kantonrechter nader het volgende:

4.14 Als vaststaand moet worden aangenomen dat het kentekenbewijs bij inlevering ontbrak. Daarmee is rechtens tevens komen vast te staan dat [gedaagde] aldus in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in artikel 14.1 van de overeenkomst en derhalve schadeplichtig is jegens [eiseres].

4.15 Anders dan [gedaagde] heeft betoogd kan [eiseres] aanspraak maken op de tot en met 22 oktober 2010 geleden schade, aangezien het haar vrijstond [gedaagde] ter zake aan te schrijven in de hoop dat het kentekenbewijs alsnog boven water zou komen. Dat [eiseres] tot 13 oktober 2010 heeft gewacht met de aanvraag van een nieuw kentekenbewijs kan haar niet worden tegengeworpen, nu [gedaagde] in haar brieven van eind augustus 2010 niet met zoveel worden te kennen heeft gegeven dat zij hoe dan ook niet in staat zou zijn het kentekenbewijs alsnog in te leveren.

4.16 Met betrekking tot de omvang van de schade van [eiseres] acht de kantonrechter zich nog onvoldoende geïnformeerd. Zo is het aan [eiseres] om aan te geven waarom zij het equivalent van de leasetermijnen tot eind oktober 2010 vordert, nu vooralsnog gesteld noch gebleken is dat de auto in de resterende periode wederom in lease zou worden uitgegeven tegen dezelfde leasetermijnen als die welke aan [gedaagde] in rekening zijn gebracht. Bovendien is het in de branche van [eiseres] niet ongebruikelijk dat de auto’s aan het eind van de rit worden verkocht.

4.17 Voorts heeft [gedaagde] bij akte gesteld hangende de procedure meerdere betalingen te hebben gedaan. [eiseres] heeft zich daar nog niet over uit kunnen gelaten. Zij wordt in de gelegenheid gesteld dat alsnog te doen, mede opdat zij haar vordering desgewenst dienovereenkomstig kan aanpassen.

4.18 Om bedoelde informatieverstrekking mogelijk te maken zal de zaak naar de rol worden verwezen, zodat [eiseres] een akte kan nemen. Uiteraard zal [gedaagde] daarna de gelegen krijgen om daarop te reageren.

4.19 Gelet op het verstrekkende karakter van de te verwachten uitspraak en de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen zal de kantonrechter op de voet van artikel 337 lid 2 Rv hoger beroep toestaan van dit tussenvonnis.

BESLISSING

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rolzitting van 6 juli 2011 voor akte [eiseres], onder de bepaling dat - behoudens bijzondere omstandigheden – geen nader uitstel zal worden verleend;

staat hoger beroep toe van dit (tussen)vonnis;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Fokkema, kantonrechter, en op 15 juni 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: AF

coll: