Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ9194

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
21-06-2011
Datum publicatie
24-06-2011
Zaaknummer
121050 - FA RK 10-2161
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De vrouw weigert haar medewerking te verlenen aan het door de rechtbank bevolen onderzoek naar de afstamming van de minderjarige. De rechtbank verbindt hieraan de conclusie dat de man geacht wordt de verwekker te zijn. Geen feiten en omstandigheden gebleken die aanknopingspunten geven voor het oordeel dat erkenning in strijd is met de belangen van de minderjarige. Vervangende toestemming verleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 121050 / FA RK 10-2161

beschikking d.d. 21 juni 2011

in de zaak van:

[de man],

wonende te [adres],

verzoeker,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. F.H. Gart,

en

[de vrouw],

wonende te [adres],

verweerster,

hierna te noemen de vrouw,

niet in rechte verschenen.

PROCESVERLOOP

De rechtbank heeft op 25 januari 2011 een tussenbeschikking gegeven.

Op 17 mei 2011 is ter griffie van de rechtbank een brief ontvangen van M.A. Amama-de Koning, werkzaam bij Stichting Sanquin te Amsterdam.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank neemt hier over hetgeen is overwogen en beslist in de beschikking van 25 januari 2011.

Bij deze beschikking is de man niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek hem vervangende toestemming te verlenen tot erkenning van de minderjarige [naam minderjarige 2] en is een deskundigenonderzoek naar het DNA in het bloed of het wangslijm van de minderjarige [naam minderjarige 1] bevolen.

Vanwege Stichting Sanquin is aan de rechtbank bericht dat zij niet inhoudelijk aan de rechtbank kunnen rapporteren over de resultaten van een DNA-onderzoek omdat de vrouw niet reageert op de (herhaalde) oproep om DNA-materiaal af te staan.

De rechtbank overweegt dat, nu de vrouw onvoldoende medewerking verleent aan het door de rechtbank bevolen onderzoek naar de afstamming van [naam minderjarige 1], de rechtbank daaraan de conclusie zal verbinden dat de man geacht wordt de verwekker van [naam minderjarige 1] te zijn.

De man heeft aangevoerd dat hij [naam minderjarige 1] wil erkennen omdat hij niet alleen de biologische maar ook de juridische vader van haar wil zijn. Daarbij vindt hij het in haar belang dat zij weet wat haar afkomst is en wat haar familierechtelijke betrekkingen zijn.

In beginsel kan de man niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de moeder overgaan tot erkenning. Ingevolge artikel 1:204, derde lid, Burgerlijk Wetboek (BW) kan echter de toestemming van de moeder wier kind de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt door de toestemming van de rechtbank worden vervangen, indien de erkenning de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind of de belangen van het kind niet zou schaden. Volgens vaste rechtspraak dient de rechtbank bij de belangenafweging in dit kader als uitgangspunt te nemen dat zowel het kind als de verwekker aanspraak er op heeft dat hun relatie rechtens wordt erkend als een familierechtelijke betrekking. De wetgever heeft daarbij zoveel mogelijk willen aansluiten bij de biologische werkelijkheid.

Het belang van de erkenner bij totstandkoming van een familierechtelijke betrekking kan echter niet zo zwaar wegen dat de belangen van het kind of die van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind geschaad zouden worden als de toestemming zou worden vervangen.

Van schade aan de belangen van het kind is slechts sprake, indien ten gevolge van de erkenning voor het kind reële risico's aanwezig zijn dat het wordt belemmerd in een evenwichtige sociaal-psychologische en emotionele ontwikkeling.

In deze procedure zijn geen feiten en omstandigheden gebleken die de rechtbank aanknopingspunten geven voor het oordeel dat erkenning in strijd is met de belangen van [naam minderjarige 1]. De rechtbank zal de man dan ook vervangende toestemming tot erkenning van [naam minderjarige 1] verlenen.

Ten aanzien van de onderzoekskosten voor het DNA-onderzoek, welke volgens Stichting Sanquin € 50,00 bedragen en door de rechtbank zijn voorgeschoten, is de rechtbank van oordeel dat deze door de vrouw aan de rechtbank moeten worden betaald,

De rechtbank zal daarom bepalen dat de vrouw een bedrag van € 50,00 dient te storten op rekeningnummer 56.99.90.610 ten name van M.v.J. Arrondissement Groningen (539) onder vermelding van zaaknummer 121050 / FA RK 10-2161.

BESLISSING

De rechtbank:

verleent [de man], toestemming om het minderjarige kind:

* [naam minderjarige 1], geboren [in 2005] te Groningen,

te erkennen;

bepaalt dat de vrouw een bedrag van € 50,00 dient te storten op rekeningnummer 56.99.90.610 ten name van M.v.J. Arrondissement Groningen (539) onder vermelding van zaaknummer 121050 / FA RK 10-2161;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.A. Flinterman, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2011 in aanwezigheid van de griffier.

mmv

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking, voor zover hierin een eindbeslissing is opgenomen, in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.