Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ9129

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
14-06-2011
Datum publicatie
23-06-2011
Zaaknummer
125149/FA RK 11-561
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vervangende toestemming tot erkenning verleend; de uitzonderingsgronden voor omgang zijn niet aanwezig; mediation over de omgangsregeling; verzoek tot gezamenlijk gezag in afwachting van de uitkomst van de mediation aangehouden; wel reeds overwogen dat hiervoor geen belemmeringen bestaan; verzoek tot het verbeuren van een dwangsom en tot tenuitvoerlegging met behulp van de sterke arm etc. afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

Meervoudige familiekamer

zaaknr.: 125149/FA RK 11-561

beschikking d.d. 14 juni 2011

in de zaak van:

verzoeker,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. G.P. van der Laan,

en

verweerster,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. E.Tj. van Dalen.

PROCESVERLOOP

De man heeft op 15 maart 2011 een verzoekschrift ingediend ertoe strekkende dat bij beschikking - uitvoerbaar bij voorraad - vervangende toestemming wordt verleend, opdat hij het minderjarige kind A. kan erkennen.

Verder heeft de man verzocht een omgangsregeling vast te stellen, waarbij hij gerechtigd is om voornoemde minderjarige één weekend per veertien dagen alsmede gedurende de helft van de vakanties en de feestdagen bij zich te ontvangen, althans een zodanige regeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren.

Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 18 maart 2011 is mr. M. Verheul, advocaat te Groningen, tot bijzondere curator over de minderjarige benoemd.

De man heeft op 25 mei 2011 een aanvullend verzoekschrift ingediend.

Daarbij heeft hij verzocht om samen met de vrouw met het ouderlijke gezag over voornoemde minderjarige te worden belast.

Verder heeft de man verzocht om te bepalen dat de vrouw een dwangsom van

€ 500,- per dag zal verbeuren voor iedere dag, dat zij niet meewerkt aan de vastgestelde omgangsregeling.

Tenslotte heeft de man verzocht om hem machtiging te verlenen de vastgestelde omgangsregeling met behulp van de sterke arm van politie en justitie en/of de deurwaarder ten uitvoer te doen leggen, indien de vrouw weigert haar medewerking te verlenen.

Op 30 mei 2011 heeft de vrouw een verweerschrift ingediend.

Daarbij heeft zij verzocht om alle verzoeken van de man af te wijzen.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 7 juni 2011.

Daarbij zijn partijen, de advocaat mr. P. Bollema, optredende in plaats van mr. Van der Laan, mr. Van Dalen, mevrouw A.I. van Dijk namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen en de bijzondere curator mr. M. Verheul (tijdens de behandeling van het verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming om voornoemde minderjarige te erkennen), verschenen en gehoord.

RECHTSOVERWEGINGEN

vaststaande feiten

Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Zij hebben niet met elkaar samengewoond.

Uit hun relatie is in 1999 het thans nog minderjarige kind A. geboren.

Vanaf zijn geboorte heeft [A.] hoofdverblijf bij de vrouw. De vrouw oefent alleen het ouderlijke gezag over hem uit.

standpunt van de man

De vrouw heeft de man in 2003 op de hoogte gebracht van het bestaan van [A.].

Zij heeft de man toen verteld dat hij de verwekker van [A.] is.

Vanaf dat moment heeft de man een belangrijke rol in het leven van [A.] gespeeld.

Tot 3 januari 2011 was [A.] minimaal één weekend in de veertien dagen, alsmede gedurende de zomer- en kerstvakantie bij de man. Soms kwam [A.] zelfs ieder weekend bij hem thuis.

In de periode van 2003 tot begin 2011 heeft de man gedurende een periode van ongeveer een jaar geen contact met [A.] gehad. Dit kwam doordat de vrouw in 2006 bij de politie aangifte had gedaan ter zake van mishandeling van [A.]. [A.] had blauwe plekken na een val van de trap tijdens omgang met de man. De zaak is geseponeerd. Op initiatief van de man heeft er vervolgens tot begin 2011 weer omgang tussen hem en [A.] plaatsgevonden.

Ondanks vele verzoeken daartoe van de man heeft de vrouw vanaf begin 2011 geweigerd nog verder aan omgang mee te werken.

De vrouw wil ook niet meewerken aan de erkenning door de man van [A.].

standpunt van de vrouw

Dat de man gedurende de eerste levensjaren van [A.] geen contact met hem heeft gehad is veroorzaakt door hetgeen er tussen partijen is voorgevallen.

Aanvankelijk heeft de man niet naar [A.] omgekeken. Tot januari 2011 is er jarenlang reguliere omgang tussen de man en [A.] geweest.

De man vond het toen noodzakelijk om - zonder voorafgaand overleg met de vrouw - zowel bij Bureau Jeugdzorg als bij de school te melden dat de vrouw [A.] niet goed zou opvoeden.

De vrouw heeft dit opgevat als een wraakactie, na haar aangifte ter zake van mishandeling van [A.] door de man en heeft de omgangsregeling stopgezet.

Het is juist dat de mishandelingszaak is geseponeerd en dat er vervolgens, nadat [A.] zelf had aangegeven zijn vader weer te willen zien, opnieuw omgang heeft plaatsgevonden.

Tussen partijen zijn nooit afspraken gemaakt over het erkennen door de man van [A.].

In het najaar van 2010 is [A.] met de man naar het buitenland geweest. Daartoe heeft de vrouw de ID-kaart van [A.] aan de man gegeven. De man weigert de kaart aan de vrouw terug te geven.

Op zich is de vrouw niet tegen omgang tussen [A.] en de man, maar vooralsnog is dit niet in het belang van [A.], omdat het steeds opnieuw tot fricties tussen partijen leidt.

De vrouw moet de man duidelijk kunnen maken dat hij vertrouwen in haar verzorgingskwaliteiten moet hebben en dat zij in het belang van [A.] handelt.

[A.] moet zo min mogelijk worden belast met de problemen van partijen.

Erkenning door de man zou de belangen van de vrouw bij een ongestoorde verhouding met [A.] schaden.

Ook de belangen van [A.] zouden erdoor worden geschaad, omdat de vrouw vreest dat hij dan wordt betrokken bij de problemen die bij voortduring door de man worden gecreëerd.

Voor het uitoefenen van het gezamenlijke ouderlijke gezag is een onbelemmerde en goede communicatie tussen beide ouders en onderling vertrouwen noodzakelijk. Daarvan is momenteel geen sprake. Het is overigens de vraag wat de meerwaarde is van gezamenlijk gezag als de man [A.] alsnog kan erkennen.

[A.] heeft het er moeilijk mee dat hij momenteel geen contact heeft met de man.

Het contact moet worden hersteld, maar [A.] is bang dat hij klem komt te zitten tussen zijn ouders.

standpunt van de bijzondere curator

Er is afzonderlijk met [A.], met partijen en met mevrouw Sprengers van Bureau Jeugdzorg gesproken. Vaststaat dat de man de biologische vader van [A.] is.

De vrouw wilde aanvankelijk wel toestemming verlenen, maar zij is daar in een later stadium op teruggekomen. [A.] is sterk betrokken op beide ouders. Er heeft jarenlang op goede wijze omgang tussen [A.] en zijn vader plaatsgevonden. [A.] mist de omgang met zijn vader. Hij heeft sterke behoefte aan een vaderbeeld. [A.] is bijzonder trots op zijn vader.

Er zijn geen bezwaren tegen het verlenen van vervangende toestemming aan de man om [A.] te erkennen. Hierdoor zal er voor [A.] op dit punt ook rust en duidelijkheid worden gecreëerd.

standpunt van de Raad

De Raad onderschrijft volledig het standpunt van de bijzondere curator.

Zowel voor [A.] als voor de man is het van groot belang dat hun familierechtelijke verhouding ook juridisch wordt bevestigd.

De omgangsregeling moet op korte termijn worden hersteld. Beide partijen hebben - met een tweetal onderbrekingen - steeds hun verantwoordelijkheid als ouder genomen en hebben er samen voor gezorgd dat er structureel en op goede manier omgang tussen [A.] en de man plaats heeft gevonden. Partijen moeten deze verantwoordelijkheid opnieuw op zich nemen. Voor [A.] is het belangrijk dat zijn ouders een gelijkwaardige positie hebben.

beoordeling

de vervangende toestemming tot erkenning

Op grond van artikel 1:204 derde lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de toestemming van de moeder wier kind de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, dan wel de toestemming van het kind van twaalf jaar of ouder, op verzoek van de man die het kind wil erkennen, door de toestemming van de rechtbank worden vervangen, indien de erkenning de belangen bij een ongestoorde verhouding met het kind of de belangen van het kind niet zou schaden, en de man de verwekker is van het kind.

Niet in geschil is, dat de man de verwekker van [A.] is.

Voor de beantwoording van de vraag of de rechtbank de door de man gevraagde toestemming moet verlenen, komt het aan op een afweging van de betrokken belangen. Daarbij dient tot uitgangspunt te worden genomen dat zowel [A.] als de man er aanspraak op hebben dat hun relatie rechtens wordt erkend als een familierechtelijke betrekking.

Voor [A.] is het van groot belang dat hij weet van wie hij afstamt.

Echter, het belang van [A.] en de belangen van de vrouw bij een ongestoorde verhouding met [A.] mogen niet door de erkenning worden geschaad.

Van schade aan de belangen van kinderen is slechts sprake indien er tengevolge van de erkenning voor hen reële risico’s zijn dat zij worden belemmerd in hun evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de vrouw dit niet aannemelijk gemaakt en evenmin dat haar verhouding met [A.] door de erkenning zou worden verstoord.

Door het geven van vervangende toestemming voor erkenning en de daarop volgende erkenning wordt in feite slechts vastgelegd wie de juridische vader is.

De registratie van de juridische vader maakt op zich geen inbreuk op de belangen van de kinderen en de belangen van de vrouw bij een ongestoorde verstandhouding met de kinderen.

De erkenning heeft thans niet meer tot gevolg dat kinderen de naam van de juridische vader krijgen. [A.] zal dus de achternaam van de vrouw behouden.

Gelet op het vorenoverwogene wordt het verzoek van de man op dit punt toegewezen.

de omgangsregeling en de gezagsuitoefening

Wettelijk uitgangspunt is dat er omgang dient plaats te vinden tussen kinderen en de niet met de dagelijkse verzorging en opvoeding belaste ouder.

Alleen indien omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de ontwikkeling van kinderen, de ouder die het verzoek doet niet in staat moet worden geacht tot omgang of omgang in strijd is met zwaarwegende belangen van kinderen dient er geen omgang plaats te vinden.

Van voormelde uitzonderingsgronden is in dezen geen sprake.

[A.] heeft tot januari 2011 jarenlang structureel en op goede wijze omgang met de man gehad. Het is in het belang van [A.], die zijn vader mist en die door het conflict tussen zijn ouders in een loyaliteitsconflict dreigt te belanden, dat de omgang met zijn vader zo spoedig mogelijk wordt hersteld.

Het staken van de omgangsregeling door toedoen van de vrouw is naar het oordeel van de rechtbank veroorzaakt door een gebrek aan de onderlinge communicatie tussen partijen.

Partijen hebben dit ter zitting ook erkend en zij hebben zich bereid verklaard om deel te nemen aan mediation ten behoeve van het herstellen van reguliere omgang en ook met de bedoeling om de communicatie tussen hen te verbeteren. [A.] moet weten en ook voelen dat beide ouders de omgang ondersteunen

Voor de duur van de mediation zal de rechtbank - in het belang van [A.] - totdat nader wordt beslist - een omgangsregeling vaststellen, zoals hierna in het dictum is weergegeven.

In het kader van de mediation dient verder vorm en inhoud te worden gegeven aan de definitieve omgangsregeling.

In afwachting van het verloop van de mediation zal de rechtbank de definitieve beslissing over de omgangsregeling aanhouden.

Dit geldt ook voor de beslissing op het verzoek van de man om samen met de vrouw met het ouderlijke gezag over [A.] te worden belast.

Ervan uitgaande dat de man zo spoedig mogelijk zal overgaan tot de daadwerkelijke erkenning van [A.] hecht de rechtbank er aan reeds nu te overwegen dat een dergelijk verzoek slechts wordt afgewezen indien:

a. er een onaanvaardbaar risico is dat [A.] klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hier binnen afzienbare tijd verbetering in zou komen, of

b. afwijzing anderszins in het belang van [A.] noodzakelijk is.

Wettelijk uitgangspunt is dat ouders een gelijkwaardige positie innemen ten opzichte van hun minderjarige kinderen, tenzij er sprake is van de hierboven bovenvermelde belemmeringen.

Naar het oordeel van de rechtbank is van dergelijke belemmeringen niet gebleken.

Weliswaar dient de onderlinge communicatie tussen partijen te worden verbeterd (daaraan wordt gewerkt in het mediationtraject), maar dit brengt niet mee dat [A.] klem of verloren raakt tussen zijn ouders, of dat het in zijn belang is dat slechts de vrouw met het gezag is belast.

dwangmiddelen

Naar het oordeel van de rechtbank is er geen grond om te veronderstellen dat de vrouw niet zal meewerken aan de in deze beschikking opgenomen omgangsregeling en aan de uiteindelijk na het volgen van het mediationtraject vast te stellen omgangsregeling.

Daarom wordt reeds nu zowel het verzoek tot het verbeuren van een dwangsom als het verzoek tot het verlenen van machtiging tot tenuitvoerlegging van die regeling met behulp van de sterke arm van politie en justitie en/of de deurwaarder afgewezen.

De rechtbank beslist als volgt.

BESLISSING

verleent de man vervangende toestemming om [A.]te erkennen;

stelt - totdat nader wordt beslist en in afwachting van het verloop van het mediationtraject - de volgende omgangsregeling vast:

de man is vanaf het weekend van 17 tot en met 19 juni 2011 gerechtigd om [A.] één keer in de veertien dagen een weekend en gedurende de helft van de schoolvakanties bij zich te ontvangen; partijen zullen de omgang verder in onderling overleg effectueren;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst zowel het verzoek tot het verbeuren van een dwangsom bij het niet meewerken aan de vastgestelde en na het volgen van het mediationtraject vast te stellen omgangsregeling, als het verzoek tot het verlenen van machtiging tot tenuitvoerlegging van die regeling met behulp van de sterke arm van politie en justitie en/of de deurwaarder af;

houdt de definitieve beslissing over de omgangsregeling en de gezagsvoorziening aan, in afwachting van de uitkomst van de mediation.

bepaalt dat partijen zich ter rolle van dinsdag 6 september 2011 schriftelijk bij akte dienen uit te laten; daarbij dienen zij aan te geven of er een beslissing kan worden genomen over de resterende geschilpunten of dat het wenselijk is om de zaak opnieuw ter zitting te behandelen.

Gegeven door mrs. D.A. Flinterman, M.J.B. Holsink en S. Stenfert Kroese (voorzitter) en uitgesproken door eerstgenoemde ter openbare zitting van dinsdag 14 juni 2011, in tegenwoordigheid van G.D. Kuilman, griffier