Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ9126

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
21-06-2011
Datum publicatie
23-06-2011
Zaaknummer
125256-FA RK 11-602
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

gegrondverklaring ontkenning vaderschap; verweerder niet verschenen; kind is verwekt door zijn broer, met wie de vrouw geen contact mag onderhouden, omdat hij onherroepelijk is veroordeeld ter zake van een zedenmisdrijf; het kind houdt de huidige geslachtsnaam;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

Meervoudige familiekamer

zaaknr.: 125256/FA RK 11-602

beschikking d.d. 21 juni 2011

in de zaak van:

verzoekster,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. E. Henkelman,

en

verweerder,

hierna te noemen de man,

niet in rechte verschenen.

PROCESVERLOOP

De vrouw heeft op 18 maart 2011 een verzoekschrift ingediend ertoe strekkende, dat bij beschikking gegrond wordt verklaard haar ontkenning van het vaderschap van de man van het op 22 november 2010 in de gemeente Groningen geboren minderjarige kind A., kosten rechtens.

Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 5 april 2011 is mr. M.M. Rietveldt, advocaat te Hoogezand, tot bijzondere curator over de minderjarige benoemd.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 7 juni 2011.

Daarbij zijn de vrouw, haar advocaat mr. Henkelman en de bijzondere curator

voornoemd, verschenen en gehoord.

Hoewel daartoe op de wettelijk voorgeschreven wijze opgeroepen, is de man niet verschenen.

RECHTSOVERWEGINGEN

Omdat het verzoek is ingediend binnen een jaar na de geboorte van [A.] is de vrouw ontvankelijk in haar verzoek.

vaststaande feiten

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest.

Uit hun huwelijk is op 31 december 1998 in de gemeente Utrecht het thans nog minderjarige kind B. geboren.

Op 22 november 2010 is de vrouw in de gemeente Groningen bevallen van het thans nog minderjarige kind A..

Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 22 maart 2011 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Tevens is bepaald dat A. en B. hoofdverblijf bij de vrouw zullen hebben.

standpunt van de vrouw

Partijen leven feitelijk sinds 1 januari 2010 gescheiden van elkaar.

B. is onder toezicht gesteld en uithuis geplaatst. De man is ook tijdens de daaraan voorafgaande zittingen van de rechtbank niet verschenen. Hij is voor de vrouw niet bereikbaar.

Niet de man, maar diens broer is de verwekker van [A.].

De man heeft op geen enkele wijze contact met [A.] en van family life tussen hen beiden is geen sprake.

Bureau Jeugdzorg heeft toegestaan dat de vrouw de dagelijkse verzorging en opvoeding van [A.] voor haar rekening neemt op voorwaarde, dat de vrouw op geen enkele wijze contact onderhoudt met voornoemde broer, die in het verleden onherroepelijk is veroordeeld ter zake van een zedenmisdrijf.

Het is in het belang van [A.] dat juridisch wordt vastgesteld wie haar biologische vader is.

Ieder kind heeft er recht op en belang bij dat het in een familierechtelijke betrekking komt te staan tot zijn verwekker. Uiteindelijk zal de broer van de man [A.] waarschijnlijk wel gaan erkennen. [A.] dient de huidige geslachtsnaam te blijven dragen.

standpunt van de bijzondere curator

Uitgaande van het belang van [A.] is niet gebleken van feiten en omstandigheden, die zich verzetten tegen toewijzing van het verzoek.

beoordeling

Onweersproken is gebleken dat partijen sinds 1 januari 2010 feitelijk gescheiden van elkaar leven.

Ter zitting heeft verzoekster verklaard dat de man onmogelijk de vader van [A.] kan zijn, omdat zij in het jaar voorafgaande aan de geboorte van [A.] met geen andere man dan met belanghebbende gemeenschap heeft gehad.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de man niet de biologische vader van [A.] is.

Het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van [A.], waartegen door de man, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld ook geen verweer is gevoerd, wordt daarom toegewezen. Hierdoor wordt de juridische situatie in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie, hetgeen in het belang is van [A.].

Omdat partijen echtelieden zijn worden de proceskosten in die zin gecompenseerd, dat ieder van hen de eigen kosten zal dragen.

BESLISSING

verklaart gegrond de ontkenning van het vaderschap van de man van het minderjarige kind A.;

compenseert de proceskosten in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten zal dragen.

Gegeven door mrs. D.A. Flinterman, M.J.B. Holsink (voorzitter) en S. Stenfert Kroese en uitgesproken door eerstgenoemde ter openbare zitting van 21 juni 2011, in tegenwoordigheid van G.D. Kuilman, griffier.