Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ8478

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
10-03-2011
Datum publicatie
20-06-2011
Zaaknummer
AWB 10-1082 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bijzondere bijstand. Verlening van bijzondere bijstand voor het medicijn diazepam wordt per toekomende datum beëindigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Zaaknummer: AWB 10/1082 WWB

Uitspraak in het geschil tussen

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: mr. B.van Dijk, advocaat te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [woonplaats], verweerder,

gemachtigde: mr. F.H. Grommers, werkzaam bij de gemeente.

1. Onderwerp van geschil

Eiseres heeft op 2 november 2010 beroep ingesteld tegen het besluit van 24 september 2010. In dit (bestreden) besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit van 21 april 2010 ongegrond verklaard en laatstgenoemd besluit gehandhaafd, inhoudende dat de verlening van bijzondere bijstand voor de kosten van het medicijn diazepam met ingang van 1 juli 2010 wordt beëindigd.

2. Zitting

Het geschil is behandeld op de zitting van 3 maart 2011.

Eiseres werd aldaar vertegenwoordigd door haar gemachtigde.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door de voornoemde gemachtigde.

3. Beoordeling van het geschil

3.1 Feiten en procesverloop

Op een daartoe strekkende aanvraag heeft verweerder bij besluit van 13 mei 2009 aan eiseres bijzondere bijstand toegekend voor de kosten van het medicijn diazepam.

Door de overheid is per 1 januari 2009 besloten dat slaap- en kalmeringsmiddelen niet meer worden vergoed vanuit de basisverzekering. Om niet abrupt met de vergoeding van de kosten voor het medicijn diazepam te stoppen, krijgt eiseres de mogelijkheid om af te bouwen.

Bij primair besluit van 21 april 2010 heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat met ingang van 1 juli 2010 geen vergoeding in de zin van bijzondere bijstand meer wordt verstrekt voor de kosten van het medicijn diazepam. In de motivering van het besluit wordt aangegeven dat de zorgverzekeraar een bewuste keuze heeft gemaakt om kalmeringstabletten niet te vergoeden. Nu in de voorliggende voorziening, in dit geval de Zorgverzekeringswet (Zvw), is bepaald dat diazepam niet noodzakelijk is, mag de Wet Werk en Bijstand (WWB) deze beslissing niet doorkruizen. Op grond van artikel 15, eerste lid, van de WWB bestaat er geen recht op bijzondere bijstand.

Namens eiseres is bij brief van 31 mei 2010 een bezwaarschrift tegen dit besluit bij verweerder ingediend. De gronden van bezwaar zijn bij brief van 19 juli 2010 bij verweerder ingediend.

Eiseres is in de gelegenheid gesteld het bezwaarschrift mondeling toe te lichten bij de Commissie voor bezwaarschriften sociale zaken en werk (hierna: de commissie) van welke gelegenheid namens haar gebruik is gemaakt tijdens de hoorzitting van 6 september 2010. Een verslag van deze hoorzitting bevindt zich onder de gedingstukken.

De commissie heeft verweerder bij brief van 6 september 2010 geadviseerd het bezwaarschrift van eiseres ongegrond te verklaren en het primaire besluit te handhaven.

Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder, onder overneming van het voornoemde advies, het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd.

3.2 Toepasselijke regelgeving

Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de WWB bestaat geen recht op bijstand voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. Het recht op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt.

Ingevolge artikel 16, eerste lid, van de WWB kan het college aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, gelet op alle omstandigheden, in afwijking van deze paragraaf, bijstand verlenen indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken.

In artikel 35, eerste lid, van de WWB is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn.

3.3 Overwegingen

Ter beoordeling van de rechtbank ligt voor een door verweerder na bezwaar gehandhaafd besluit tot beëindiging van de vergoeding in de zin van bijzondere bijstand voor de kosten van het medicijn diazepam met ingang van 1 juli 2010. Dienaangaande wordt als volgt overwogen.

Eiseres betoogt dat gebleken is dat het medicijn diazepam mede vanwege budgettaire redenen uit het vergoedingenpakket is gehaald. Gelet op dit gegeven kan de beëindiging van de bijzondere bijstand in het onderhavige geval in de visie van eiseres niet gestoeld worden op het bepaalde in artikel 15 van de WWB. Naar de mening van eiseres is niet van belang dat het medicijn diazepam om een andere reden buiten het vergoedingenpakket is gelaten.

Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de WWB bestaat geen recht op bijstand voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. Het recht op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt.

Tussen partijen is niet in geschil dat het medicijn diazepam op grond van de bepalingen van de Zvw per 1 januari 2009 buiten een voorliggende voorziening is gelaten.

Partijen worden verdeeld gehouden door de vraag of het medicijn diazepam om louter budgettaire redenen ingevolge de Zvw buiten de vergoeding vanuit de basisverzekering is gelaten. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.

Verweerder heeft zich in dit verband op het standpunt gesteld dat uit de door de gemachtigde van eiseres verstrekte informatie van de internetsite www.apothekersnieuws.nl blijkt dat het medicijn diazepam om medische redenen uit het basispakket is gehaald. Deze medische redenen betreffen:

- het terugdringen van chronisch gebruik, waarbij het medicijn zijn werking verliest;

- de verslavende werking van het medicijn; en,

- het beperken van de kosten van chronisch gebruik.

De rechtbank overweegt dat de redenen voor het schrappen van de vergoeding uit het basispakket van de zorgverzekering gelegen zijn in het terugdringen van het chronisch gebruik en de verslavende werking van het medicijn. Hieruit volgt dat niet louter budgettaire redenen aan het schrappen van de vergoeding uit het basispakket van de zorgverzekering ten grondslag hebben gelegen. Dat er daarnaast ook nog een budgettaire reden bestaat, maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders. Gelet hierop heeft verweerder zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat artikel 15, eerste lid, van de WWB aan vergoeding van de kosten van het medicijn diazepam in de weg staat.

Voor zover eiseres betoogt dat beëindiging van de bijzondere bijstand voor de kosten van het voornoemde medicijn in strijd komt met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur kan de rechtbank haar standpunt niet volgen. Onder verwijzing naar een uitspraak van 6 november 2001 van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), kenbaar uit LJN: AJ9868, is de rechtbank van oordeel dat verweerder de bevoegdheid toekomt om bij een gewijzigd standpunt met betrekking tot het recht op uitkering, de uitkering met ingang van een in de toekomst gelegen datum ten nadele van eiseres aan te passen. Van schending van het vertrouwensbeginsel is dan ook geen sprake. Evenmin is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van schending van het rechtszekerheidsbeginsel in het onderhavige geval. Daartoe acht de rechtbank van belang dat het recht op bijzondere bijstand van eiseres niet met terugwerkende kracht maar met een overgangsperiode (tot 1 juli 2010) is beëindigd.

Gelet op de voorgaande overwegingen is het beroep van eiseres ongegrond. Onder die omstandigheden bestaat er geen aanleiding om schadevergoeding toe te kennen. Het verzoek daartoe wordt dan ook afgewezen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om een proceskostenveroordeling, als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, uit te spreken.

Beslist wordt als volgt.

4. Beslissing

De rechtbank Groningen,

RECHT DOENDE,

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus gegeven door mr. drs. A. Houtman, rechter, en in het openbaar door haar uitgesproken op 10 maart 2011 in tegenwoordigheid van mr. H.L.A. van Kats als griffier.

De griffier De rechter

De rechtbank wijst er op dat partijen en andere belanghebbenden binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak daartegen hoger beroep kunnen instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA in Utrecht.

Afschrift verzonden op:

typ: hvk