Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ5383

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
12-05-2011
Datum publicatie
20-05-2011
Zaaknummer
467268 - CV EXPL 10-13999
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afbouwregeling; CAO; overuren; wijziging werkrooster

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2011/422
AR-Updates.nl 2011-0411
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 467268 \ CV EXPL 10-13999

Vonnis d.d. 12 mei 2011

inzake

1 [eiser 1], wonende te [plaatsnaam],

2 [eiser 2], wonende te [plaatsnaam],

3 [eiser 3], wonende te [plaatsnaam],

4 [eiser 4], wonende te [plaatsnaam],

5 [eiser 5], wonende te [plaatsnaam],

6 [eiser 6], wonende te [plaatsnaam],

7 [eiser 7], wonende te [plaatsnaam],

eisers,

gemachtigde FNV Bondgenoten, mr. H.J.A. van Dijk te Groningen,

tegen

de stichting Regionale Ambulance Voorziening Groningen,

gevestigd en kantoorhoudende te 9741 CP Groningen, Kastanjelaan 2,

gedaagde, hierna Ambulancezorg te noemen,

gemachtigde mw.mr. B.M.J. Pelzer.

PROCESGANG

Eisers hebben bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden, gevorderd bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Ambulancezorg te veroordelen tot betaling van:

primair: minimaal het garantieloon (dat wordt bepaald door het volledige loon over een periode van een jaar voorafgaande aan 1 oktober 2008 te nemen en om te rekenen tot maandloon) gedurende 5 jaar na 1 oktober 2008;

althans subsidiar: Ambulancezorg te veroordelen tot betaling van een bedrag horende bij een afbouwregeling die in goede justitie wordt bepaald, met veroordeling van Ambulancezorg in de kosten van de procedure.

Ambulancezorg heeft de vorderingen betwist. Partijen hebben vervolgens over en weer hun standpunten toegelicht waarna vonnis nader is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1 Feiten en omstandigheden

1.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet, althans onvoldoende betwist staat tussen partijen het navolgende vast.

1.2 Eisers zijn in dienst bij Ambulancezorg als ambulanceverpleegkundige (eisers 1 tot en met 3) of ambulancechauffeur (eisers 4 tot en met 7). Zij verrichten hun werkzaamheden normaliter vanuit de ambulancepost in Sappemeer.

1.3 Op de arbeidsovereenkomsten zijn van toepassing de bepalingen van de cao Ambulancezorg (verder: de cao).

1.4 Ambulancezorg heeft met ingang van 1 oktober 2008 voor Sappemeer en Veendam een wijziging in het werkrooster doorgevoerd. Vóór de roosterwijziging werkten eisers op werkdagen in normale diensten van 08.00 uur tot 17.00 uur. Door de week werden vanuit de post na de dagdienst avond/slaapdiensten gedraaid bij een inroostering per cyclus van 6 weken. In het weekend werden piketdiensten gedraaid. Bij het uitrukken van de ambulance werden eisers als zij dienst hadden, vanuit huis opgeroepen. Zij troffen elkaar dan bij een tevoren afgesproken punt waarna zij naar de patiënt reden.

Per 1 oktober 2008 zijn de piketdiensten geschrapt. De piketdiensten zijn daarbij vervangen door parate of aanwezigheidsdiensten waarbij vanuit de post werd gewerkt en uitgerukt.

Tijdens aanwezigheidsdiensten 's avonds mogen de werknemers indien er geen inzet is, slapen. Bij parate diensten dienen zij wakker te blijven.

1.5 De voorwaarden voor het rooster worden vastgesteld door de directie van Ambulancezorg. Een roostercommissie van de post doet op basis van die voorwaarden bij elke roosterwijziging roostervoorstellen aan de sectormanager en de directie. Het rooster wordt voor instemming voorgelegd aan de ondernemingsraad. De ondernemingsraad heeft goedkeuring verleend aan de (onderhavige) wijziging van het rooster per 1 oktober 2008.

2 Het standpunt van eisers

2.1 Als gevolg van de nieuwe inroostering per 1 oktober 2008 zijn eisers met een inkomensachteruitgang geconfronteerd. Die inkomensachteruitgang komt met name door het vervallen van de structurele, qua uren wisselende, overuren en avond/slaap uren. In weekenddiensten, de piketdiensten, werd bovendien meerdere keren per weekend uitgerukt. Voor de feitelijk gewerkte uren werd een toeslag van 200 procent voor de zondag en 175 procent voor de zaterdag betaald. Voor het draaien van een piketdienst bestond verder aanspraak op een compensatieverlof van 7,5 uur. Voor de avond/nachtdienst door de week was uitgangspunt dat 6 van de 15 uren aanwezigheid golden als uren buiten het rooster om waarvoor een nachttoeslag werd betaald.

Die aanspraken vormden voor eisers een aanzienlijke inkomensbron naast het gelijk gebleven basissalaris.

2.2 Bij brief van 27 maart 2009 heeft de gemachtigde van eisers dit aan Ambulancezorg voorgelegd.

2.3 Eisers betwisten dat het inkomen uit de oude roostering in de nieuwe situatie op peil kan worden gehouden. Binnen een roostercyclus van 7 weken is de theoretische mogelijkheid tot overwerken al beperkt en praktisch gezien is daartoe weinig mogelijkheid. De personeelssterkte is toegenomen zodat voor het kunnen draaien van extra diensten eisers zijn aangewezen op ziekte en andere calamiteiten. Extra inzet leidt echter al snel tot overtredingen van de Arbeidstijdenwet.

Enkele van de eisers hebben het jaar na de invoering van het nieuwe rooster het inkomen nog redelijk op peil weten te houden maar dat leverde veelvuldig een overtreding van de Arbeidstijdenwet op.

2.4 In de huidige situatie waarin het actieve werknemersbestand bij Ambulancezorg is toegenomen, zien eisers hun inkomen dalen. Dit is het gevolg van omstandigheden buiten hun invloedssfeer. Een afbouwregeling is om die reden op zijn plaats. In de cao is in het verleden eveneens sprake geweest van een financiële compensatieregeling. Een afbouwregeling als destijds gold in artikel 4.5 van de cao dient naar de mening van eisers als redelijk te worden aangemerkt.

2.5 Eisers hebben bij repliek betwist dat hun inkomen niet (structureel) achteruit is gegaan. Onder verwijzing naar de overgelegde overzichten stellen zij dat de inkomensachteruitgang voor alle eisers meer dan aanzienlijk is.

Eisers hebben reeds in een vroeg stadium aangegeven dat de nieuwe roostersystematiek tot een substantiële inkomensachteruitgang zou leiden. Aan Ambulancezorg is verzocht dat gevolg op te vangen of te verzachten met een financiële afbouwregeling. De betreffende FNV bestuurder heeft daarover destijds ook overleg met de directie van Ambulancezorg gehad.

Eisers hebben er van afgezien de herinvoering van het oude rooster te vorderen omdat daarvoor geen juridische basis is.

3 Het standpunt van Ambulancezorg

Ambulancezorg voert gemotiveerd verweer dat voor zover nodig onderstaand zal worden besproken.

4 Beoordeling

4.1 Partijen zijn het er over eens dat het basissalaris en/of het aantal door eisers te werken reguliere arbeidsuren door de roosterwijziging onveranderd zijn gebleven. Voor een wijziging van voormelde arbeidsvoorwaarden behoeft de werkgever, indien er zoals in dit geval geen sprake is van een wijzigingsbeding, in beginsel de instemming van de werknemer.

4.2 In dit geval gaat het echter om wijzigingen voor wat betreft het verrichten van overuren en onregelmatigheiddiensten als gevolg van een gewijzigd, door Ambulancezorg vastgesteld rooster.

Ambulancezorg heeft gemotiveerd betwist dat sprake is van de gestelde, in financieel opzicht, nadelige gevolgen voor eisers. Ambulancezorg heeft verder tevens onder meer gesteld dat eisers zowel intern, met het draaien van extra diensten ter vervanging van collega's bij cursussen en ziekte, als extern de mogelijkheid hebben bij te verdienen.

4.3 Eisers hebben bij repliek aangegeven dat er geen juridische grondslag is om herinvoering van het oude rooster te vorderen zodat zij daarvan hebben afgezien.

Uit die stellingname wordt afgeleid dat ook eisers van mening zijn dat Ambulancezorg als werkgever met toepassing van de daarvoor geldende procedure en met de verkregen instemming van de ondernemingsraad, bevoegd en vrij is om die roostering aan te passen.

De kantonrechter is van oordeel dat het hier ook niet gaat om arbeidsvoorwaarden die slechts met instemming van eisers zijn te wijzigen. Daarmee is een toetsing aan de criteria als vermeld in het arrest Mammoet/Stoof van de Hoge Raad van 11 juli 2008, JAR 2008/204, niet aan de orde.

4.4 Eisers hebben geen expliciete grondslag aangegeven voor hun vordering. Uit de stellingen van eisers maakt de kantonrechter op dat het standpunt wordt ingenomen dat Ambulancezorg als (goed) werkgever weliswaar tot wijziging van het rooster kon overgaan maar niet dan met een afbouwregeling ten behoeve van eisers waar het gaat om vergoedingen voor overuren en voordien gedraaide diensten.

4.5 Daaromtrent wordt het volgende overwogen. Voor het invoeren van de roosterwijziging per 1 oktober 2008 heeft Ambulancezorg een tweetal redenen genoemd. Allereerst dienden vanwege de zogenaamde 15 minuten norm de aanrijtijden te worden verkort. Het kost over het algemeen meer tijd om vanuit een piketdienst bij de patiënten te komen dan vanuit een dienst vanaf de post. Voorts werd het draaien van piketdiensten door de werknemers van Ambulancezorg als erg zwaar beschouwd. Ambulancezorg heeft daarbij verwezen naar een eerder verzoek van de medewerkers van de post Uithuizermeeden waarin met spoed verzocht is de piketdiensten te beëindigen.

Ambulancezorg heeft naar het oordeel van de kantonrechter als werkgever in die omstandigheden voldoende redelijke aanleiding kunnen vinden om tot een andere roostering te kunnen komen. Over die wijzigingen is overleg gevoerd met de ondernemingsraad en is van de ondernemingsraad ook instemming verkregen.

Verder heeft Ambulancezorg onbetwist naar voren gebracht dat de onderhavige roosterwijziging bij andere posten al vanaf 2002 is doorgevoerd en dat eisers mede daardoor wisten welke wijzigingen in de praktijk zouden optreden.

De kantonrechter is van oordeel dat dan ook niet is gebleken dat eisers door de onderhavige roosterwijziging in 2008 zijn overvallen. Ze hebben zich daarop, anders gezegd, kunnen voorbereiden.

4.6 Niet valt dan ook in te zien dat Ambulancezorg als goed werkgever de roosterwijzigingen per 1 oktober 2008 slechts had mogen doorvoeren indien en voor zover zij een afbouwregeling had toegepast.

4.7 Eisers hebben zich beroepen op een (analoge toepassing van de) afbouwregeling uit de cao. Ambulancezorg heeft betwist dat eisers zich (nog) op die regeling uit de cao kunnen beroepen.

Overwogen wordt dat in de cao geldend voor de periode 1 april 2000 tot en met 1 april 2002 in artikel 4.5 was bepaald dat ambulancechauffeurs en ambulanceverpleegkundigen die uitsluitend als direct gevolg van de invoering van de Arbeidstijdenwet (ATW) werden geconfronteerd met een inkomensachteruitgang, aanspraak kregen op een inkomensgarantie gedurende een periode van maximaal vijf jaar, te rekenen vanaf 1 juli 2000. Op grond van het bepaalde in artikel 4.5 van de (destijds geldende) cao kon de werkgever voor die extra loonkosten compensatie krijgen van Ambulancezorg Nederland in de vorm van een subsidie.

De cao zoals die van toepassing was over de in het geding zijnde periode, kent echter niet een afbouwregeling in die zin. Eisers kunnen zich derhalve niet op die regeling beroepen.

Die regeling is uitgewerkt, ook voor wat betreft de voordien voor Ambulancezorg bestaande mogelijkheid van subsidie voor de loonkosten.

Ook overigens valt niet in te zien dat en op welke grondslag Ambulancezorg gehouden zou zijn ook thans nog een afbouwregeling in die zin toe te kennen.

4.8 De kantonrechter is op grond van vorenstaande overwegingen van oordeel dat Ambulancezorg onder de voormelde omstandigheden niet gehouden was voor eisers desondanks een afbouwregeling toe te passen. De vorderingen van eisers worden dan ook afgewezen.

5 Proceskosten

Eisers worden als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

-wijst de vorderingen van eisers af;

-veroordeelt eisers in de proceskosten aan de zijde van Ambulancezorg begroot op € 300,00 aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. van den Bosch, kantonrechter, en op 12 mei 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: BvdB

coll: