Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ5294

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
27-04-2011
Datum publicatie
20-05-2011
Zaaknummer
451852 - CV EXPL 10-6831
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

CAO, toepassing en uitleg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0456
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 451852 \ CV EXPL 10-6831

Vonnis d.d. 27 april 2011

inzake

Q.,

wonende te Groningen,

eiser, hierna Q. te noemen,

gemachtigde mw. mr. G.M. Boerma, Abvakabo FNV te Groningen,

tegen

de besloten vennootschap Essent Milieu BV, thans Attero B.V.,

statutair gevestigd te Zwolle,

gedaagde, hierna Essent Milieu te noemen,

gemachtigde mr. M.J. Keuss, advocaat te Amsterdam.

PROCESGANG

Q. heeft bij dagvaarding verzocht voor recht te verklaren dat hij aanspraak heeft op een aanvulling van zijn WAO-uitkering van 90 procent van zijn laatstverdiende salaris met ingang van 1 oktober 2009 tot aan zijn 65-jarige leeftijd met veroordeling van Essent Milieu in de kosten van de procedure.

Essent Milieu heeft de vordering betwist.

Partijen hebben vervolgens over en weer hun standpunten nader toegelicht. Essent Milieu heeft bij dupliek producties overgelegd waarna Q. bij tussenvonnis van 2 maart 2011 in de gelegenheid is gesteld zich bij akte over die producties uit te laten.

Q. heeft zich bij akte over die producties uitgelaten waarna vonnis is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1 Feiten en omstandigheden

1.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet, althans onvoldoende betwist staat tussen partijen het volgende vast.

1.2 Q. is op 1 maart 2002 bij een rechtsvoorganger van Essent Milieu in dienst getreden.

1.3 Q. is als gevolg van een bedrijfsongeval op 15 april 2002 arbeidsongeschikt geraakt. Hij heeft daarbij polsletsel opgelopen. Na een periode van reïntegratie heeft Q. op 9 augustus 2005 werkzaamheden in een aangepaste functie volledig hervat waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO op 25-35% werd vastgesteld.

1.4 In december 2008 is in het kader van een herbeoordeling zijn mate van arbeidsongeschiktheid ingevolge de WAO vastgesteld op 80-100%.

1.5 Op de arbeidsovereenkomst van Q. waren tot 31 maart 2007 van toepassing de bepalingen van de raam-cao ENB. Die raam-cao gold voor de Energie-, Kabel- & Telecom- en Afval& Milieubedrijven.

In artikel 3.2.6 van die raam-cao is bepaald: "1. De gewezen werknemer die aanspraak heeft op een WAO-uitkering ter zake van de beëindigde arbeidsovereenkomst, heeft aanspraak op een aanvulling op de WAO-uitkering als de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een bedrijfsongeval."

1.6 Partijen betrokken bij de CAO Afval&Milieu hebben op 14 juni 2007 een akkoord bereikt over de cao voor de periode van 1 mei 2007 tot en met 30 april 2009, genaamd "Akkoord CAO Afval&Milieu 2007-2009" (verder: het Akkoord).

Cao-partijen zijn vervolgens een cao overeengekomen, in werking getreden op 1 mei 2007 met een looptijd tot en met 31 mei 2009 (de cao Afval& Milieu, verder de cao).

De bepalingen van die cao zijn van toepassing op de arbeidsovereenkomst van Q.

1.7 In hoofdstuk 11.2 van die cao is een regeling gegeven voor de aanspraken van de arbeidsongeschikte werknemer. In artikel 11.2.7 van de cao is in het tweede lid onder meer bepaald dat de aanvulling op het salaris genoemd in artikel 11.2.4 in ieder geval eindigt, onder meer, "b. met ingang van de dag waarop het dienstverband is beëindigd;"

1.8 De arbeidsovereenkomst van Q. is op verzoek van Essent Milieu ex artikel 7:685 BW door de kantonrechter te Groningen per 1 oktober 2009 ontbonden onder toekenning van een vergoeding aan Q. ten laste van Essent Milieu.

2 Het standpunt van Q.

2.1 Na een langdurige reïntegratie heeft Q. op 9 augustus 2005 volledig werkzaamheden kunnen hervatten in een aangepaste functie.

Op 22 oktober 2005 is hem echter opnieuw een bedrijfsongeval overkomen waardoor hij blijvend letsel aan zijn rechterpols heeft opgelopen.

2.2 Uit het op 14 juni 2007 tussen de werkgeversvereniging WENb en AbvaKabo FNV gesloten Akkoord over de cao voor de periode 1 mei 2007 tot en met 30 april 2009 blijkt dat het de bedoeling was dat de bepalingen uit de raam-cao, tenzij anders vermeld, inhoudelijk zouden worden overgenomen. Op grond van de raam-cao had een gewezen werknemer wel aanspraak op aanvulling op een WAO uitkering als de arbeidsongeschiktheid was veroorzaakt door een bedrijfsongeval. In artikel 11.2.7 van de cao is echter opgenomen dat die aanspraken eindigen met ingang van de dag waarop het dienstverband is beëindigd. Q. stelt dat het niet de bedoeling van partijen is geweest om een inhoudelijke wijziging in die zin aan te brengen. De raam-cao werd ook integraal toegepast op de sector CAO Distributie en Productie. In die CAO Distributie en Productie is, conform het Akkoord van 14 juni 2007, in artikel 17.11 lid 2 opgenomen wanneer de aanvulling op een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingeval van een bedrijfsongeval eindigt. Het einde van het dienstverband is in die cao niet opgenomen als grond voor beëindiging van de aanspraak op een aanvulling.

2.3 Q. heeft bij repliek herhaald dat hem tweemaal een bedrijfsongeval is overkomen. Onder verwijzing naar overgelegde stukken stelt hij dat dit ook door Essent Milieu is erkend.

2.4 Essent Milieu heeft geen bewijsstukken overgelegd van de stelling waaruit blijkt dat de cao-partijen zijn overeengekomen dat de aanspraken van gewezen arbeidsongeschikte werknemers worden ingeperkt. In dit geval is niet van belang of sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA nu op Q. de bepalingen van de WAO van toepassing zijn (gebleven).

Q. is in de akte uitlating producties bij dat standpunt gebleven.

3 Het standpunt van Essent Milieu

Essent Milieu betwist in essentie dat de arbeidsongeschiktheid van Q. ingaande 25 oktober 2005 wederom is veroorzaakt door een bedrijfsongeval.

Ook indien dat wel het geval zou zijn, hetgeen Essent Milieu betwist, is Essent Milieu van mening dat gelet op de van toepassing zijnde bepalingen van de cao, Q. in ieder geval geen aanspraak meer heeft op aanvulling op zijn uitkering met ingang van de dag waarop het dienstverband door de ontbinding is geëindigd.

4 Beoordeling

4.1 Partijen verschillen allereerst van mening over de vraag of de arbeidsongeschiktheid aan de zijde van Q. is veroorzaakt door een bedrijfsongeval.

4.2 De kantonrechter is van oordeel dat die vraag en ook de verdere discussie omtrent de mate van arbeidsongeschiktheid in het midden kan worden gelaten.

Indien er veronderstellenderwijs van wordt uitgegaan dat de arbeidsongeschiktheid van Q. is veroorzaakt door een bedrijfsongeval, wordt het volgende overwogen.

4.3 Partijen verschillen niet van mening over de vraag welke cao-bepalingen van toepassing zijn bij de beoordeling van de aanspraak op een eventuele aanvulling op de uitkering van Q. Van toepassing is de cao met een looptijd van 1 mei 2007 tot en met 31 mei 2009.

4.4 Uit de stellingen van Q. wordt opgemaakt dat het hem niet zozeer gaat over de vraag op welke wijze de cao-bepalingen 11.2.4 en 11.2.7 moeten worden uitgelegd maar dat hij kennelijk van mening dat die bepalingen niet stroken met hetgeen in het Akkoord van 14 juni 2007 is opgenomen.

4.5 Nog daargelaten de status van dit Akkoord valt allereerst niet zonder meer in te zien dat gehandeld is in strijd met dat Akkoord. In het Akkoord is ten aanzien van Arbeidsongeschiktheid (hoofdstuk 3 ENB raam-cao) opgenomen: "Alle bepalingen uit hoofdstuk 3 betrekking hebbend op de eerste 2 jaar van ziekte/arbeidsongeschiktheid worden opgenomen in de CAO Afval& Milieu. Deze bepalingen worden mogelijk tekstueel en/of wat betreft de lay-out aangepast. De aangepaste bepalingen maken deel uit van dit akkoord en zijn als bijlage opgenomen."

De aangepaste regeling waartegen Q. zich met zijn vordering keert heeft geen betrekking op die eerste twee jaar van ziekte/-arbeidsongeschiktheid.

Voorts heeft Essent Milieu bij antwoord onbetwist naar voren gebracht dat ook in de nieuwe cao 2009-2010 is bepaald dat bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst geen aanspraak meer bestaat op suppletieregeling. Het is niet zonder meer aannemelijk dat cao-partijen cao-bepalingen handhaven indien en voor zover dat niet strookte met hun bedoelingen in voormeld Akkoord.

4.6 Ook indien echter wel sprake zou zijn van strijd met dat Akkoord valt niet in te zien op welke grondslag vervolgens die cao-bepalingen waarover de cao-partijen op een later moment overeenstemming hebben bereikt, buiten toepassing zou moeten blijven. Wat er ook van zij van de werking van dat Akkoord, dat Akkoord is uitgewerkt met de totstandkoming van die cao.

Het door Q. beoogde resultaat kan naar het oordeel van de kantonrechter evenmin worden bereikt met uitleg van de bepalingen van de cao. Aan de hand van de in de rechtspraak van de Hoge Raad ontwikkelde maatstaf voor de uitleg van cao-bepalingen, het vaststellen van de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de cao-bepalingen en eventueel voor derden kenbare toelichting is gesteld, kan evenmin worden vastgesteld dat Q. aanspraak heeft op de door hem beoogde aanvulling op zijn WAO-uitkering.

Ook overigens zijn door Q. geen gronden gesteld op basis waarvan moet worden aangenomen dat het bepaalde in artikel 11.2.7 cao ten onrechte op hem is toegepast.

4.7 Geoordeeld wordt dan ook dat de aanspraak van Q. op aanvulling van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd met ingang van de datum waarop zijn arbeidsovereenkomst door de kantonrechter is ontbonden.

4.8 De vorderingen van Q. worden afgewezen.

5 Proceskosten

Q. wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

-wijst de vorderingen van Q. af;

-veroordeelt Q. in de kosten van de procedure aan de zijde van Essent Milieu begroot op € 300,00 voor salaris gemachtigde.

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. van den Bosch, kantonrechter, en op 27 april 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: BvdB

coll: