Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ4710

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
12-05-2011
Datum publicatie
16-05-2011
Zaaknummer
18/670020-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Na artikel 12 Sv procedure en een daarop volgend GVO komt de rechtbank tot vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670020-10 (promis)

datum uitspraak: 12 mei 2011

op tegenspraak

raadsvrouw: mr. G.W. van der Zee

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 21 maart en 28 april 2011.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij

in of omstreeks de periode van 1 januari 1993 tot 4 februari 1996

te Harkstede, althans in de provincie Groningen,

meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer], die toen de leeftijd van twaalf

jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die

bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens)

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- de vagina van die [slachtoffer] gelikt en/of betast en/of bevoeld en/of

gestreeld en/of aan de vagina van die [slachtoffer] gezogen;

art 244 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij

in of omstreeks de periode van 1 januari 1993 tot 4 februari 1996

te Harkstede, althans in de provincie Groningen,

meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer], die toen de leeftijd van zestien

jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en)

heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit het likken en/of betasten en/of

bevoelen en/of strelen van de vagina van die [slachtoffer] en/of het zuigen aan

de vagina van die [slachtoffer];

art 247 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

Namens verdachte is gepleit voor vrijspraak.

Beoordeling

Op 31 januari 2008 heeft [aangeefster] aangifte gedaan van seksueel misbruik door verdachte, welk misbruik zou hebben plaatsgevonden tussen maart 1991 en februari 1996. De officier van justitie heeft deze zaak aanvankelijk geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Nadat aangeefster gebruik heeft gemaakt van de procedure, genoemd in artikel 12 van het Wetboek van strafvordering, is de officier van justitie alsnog tot vervolging van verdachte overgegaan en heeft hiertoe tevens een gerechtelijk vooronderzoek gevorderd. In het kader van dit gerechtelijk vooronderzoek dienden alsnog aangeefster en twee andere personen, de partner van aangeefster en een vriendin van aangeefster aan wie zij haar verhaal heeft verteld, te worden gehoord.

De rechter-commissaris, met het gerechtelijk vooronderzoek belast, heeft voorts de deskundige [deskundige], verbonden aan de faculteit rechtsgeleerdheid van de Maastricht University, verzocht onderzoek te doen en vragen te beantwoorden met betrekking tot het waarheidsgehalte en de betrouwbaarheid van de aangifte.

Verdachte heeft de ontuchtige handelingen met aangeefster ontkend en de rechtbank stelt vast dat het directe bewijs voor het ten laste gelegde slechts berust op de verklaring van aangeefster. Terwijl de handelingen gedurende een periode van ruim drie jaar zouden hebben plaatsgevonden, zijn er geen getuigen geweest die zelf hebben waargenomen dat verdachte één of meerdere - in de tenlastelegging vermelde - handelingen van seksuele aard met aangeefster heeft gepleegd.

Nu de aangifte naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende steun vindt in overige bewijsmiddelen en met name niet in de resultaten van het onderzoek van [deskundige] voornoemd, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer], wonende te [woonplaats].

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde.

De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk is. Dit houdt in dat de vordering niet in dit strafgeding wordt afgedaan, maar slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [woonplaats], in de vordering niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de veroordeelde ieder de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. H.J. Bastin, voorzitter, H.L. Stuiver en L.W. Janssen, in tegenwoordigheid van A.W. ten Have-Imminga als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 mei 2011.