Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ2458

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
06-04-2011
Datum publicatie
22-04-2011
Zaaknummer
477356 - CV EXPL 10-18334
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kennelijk onredelijk ontslag ondanks voorziening in Sociaal Plan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 477356 \ CV EXPL 10-18334

Vonnis d.d. 6 april 2011

inzake

Q.,

wonende te [adres],

eiseres, hierna Q. te noemen,

gemachtigde mr. D. Kuijken, advocaat te Groningen,

tegen

de besloten vennootschap Ardyn B.V.,

gevestigd te Houten, mede kantoorhoudende te 9743 AD Groningen, Friesestraatweg 213 E,

gedaagde, hierna Ardyn te noemen,

gemachtigde mr. G.M. Rozema, advocaat te Groningen.

PROCESGANG

Q. heeft bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden, gevorderd Ardyn te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag ad € 148.590,00 bruto althans een in goede justitie te bepalen schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 december 2010.

Ardyn heeft de vordering betwist.

Partijen hebben vervolgens over en weer hun standpunten nader toegelicht waarop het vonnis is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1 De feiten

1.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet althans onvoldoende betwist, staat tussen partijen het navolgende vast.

1.2 Q., geboren op 3 januari 1960, is op 24 oktober 1977 bij (de rechtsvoorgangster van) Ardyn in dienst getreden. Q. was bij Ardyn laatstelijk werkzaam te Groningen in de functie van medewerker financiën tegen een salaris van € 3.461,99 bruto per maand vermeerderd met 8% vakantietoeslag en 1,9% eindejaarsuitkering.

1.3 Q. was in 2005 werkzaam in de functie van teamleider betalingsverkeer bij, toen, de Stichting Menzis. Menzis heeft in het kader van een fusieproces, onder meer, die functie per 1 juni 2005 verplaatst naar een kantoor in Wageningen. Vanwege de woon/werkafstand heeft Q. niet haar functie naar Wageningen gevolgd.

Menzis heeft haar in en na overleg ingaande 1 juni 2005 gedetacheerd in de functie van medewerker financiële administratie bij Ardyn, op dat moment een 100 % dochter van Menzis.

Menzis heeft Q. eind 2007 aangegeven dat er vanwege een operationele ontvlechting niet meer met detacheringen gewerkt kon worden. Zij heeft Q. de keus voorgelegd om in dienst te blijven bij Menzis dan wel in dienst te treden van Ardyn. Een keuze voor Menzis betekende dat zij boventallig zou worden en dat het Sociaal Plan Menzis Kompas 2007 van toepassing was. Indiensttreding bij Ardyn betekende behoud van anciënniteit maar verval van, onder andere, de wachtgeldregeling en de regeling vrijwillig vervroegd uittreden (VUT).

Q. is daarop op 1 april 2008 bij Ardyn in dienst getreden met behoud van anciënniteit uit haar dienstverband bij Menzis.

1.4 Menzis heeft Ardyn per 1 juli 2008 verkocht aan Salto. Daarmee was Ardyn geen dochter meer van Menzis. Salto heeft per 5 mei 2009 Ardyn verkocht aan Maetis NV, behorende tot het Tingulely-concern.

Ardyn heeft Q. bij brief van 7 juli 2009 medegedeeld dat Ardyn vanwege bedrijfseconomische redenen had besloten de afdeling financiën in Groningen op te heffen en te verplaatsen naar Houten. In die brief is tevens aangegeven dat zij vanaf 1 maart 2010 de status van boventallige verkreeg en dat daarmee het Sociaal Kader 2009 op haar van toepassing was. Tevens is vermeld dat wanneer het in de periode tot 1 maart 2010 niet zou lukken om ander passend werk voor Q. te vinden, het UWV Werkbedrijf om een ontslagvergunning zou worden verzocht.

De ondernemingsraad van Ardyn heeft op 30 juni 2009 positief advies uitgebracht over het reorganisatiebesluit.

1.5 Q. is door Ardyn ingaande 3 maart 2010 in de gelegenheid gesteld een outplacementtraject te volgen via Randstad HR Solutions. Ardyn heeft de kosten van outplacement, een bedrag van € 5.120,00 exclusief BTW, voor haar rekening genomen. Ardyn heeft Q. ingaande 1 maart 2010 vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden. Ardyn heeft Q. op 30 maart 2010 een concept vaststellingsovereenkomst voorgelegd waarin is voorgesteld de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen met toekenning van een vergoeding van vijf bruto maandsalarissen. Q. heeft daarmee niet ingestemd.

1.6 Ardyn heeft Q. in mei 2010 een andere functie aangeboden, te weten die van klantassistent C. Q. heeft aangegeven die functie niet als passend te zien en dat indien Ardyn dat standpunt handhaafde, zij dit als geschil wilde voorleggen aan de in het Sociaal Kader 2009 opgenomen Toetsingscommissie. Ardyn heeft er voor gekozen dit niet als geschil aan die Toetsingscommissie voor te leggen.

1.7 Q. heeft bij brief van 9 februari 2010 Menzis verzocht haar dienstverband met Menzis per 1 maart 2010 te herstellen onder de voorwaarden van 31 maart 2008 dan wel haar een voorstel te doen voor een financiële vergoeding. Dit omdat Menzis in de zomer van 2008 de werkzaamheden van teamleider betalingsverkeer weer vanuit het kantoor in Wageningen naar het kantoor in Groningen heeft gehaald. Menzis heeft daarop bij brief van 19 februari 2010 afwijzend gereageerd.

1.8 Ardyn heeft het UWV Werkbedrijf verzocht toestemming te verlenen om de arbeidsverhouding met Q. op te zeggen. Het UWV Werkbedrijf heeft bij beslissing van 24 augustus 2010 de gevraagde toestemming verleend. Ardyn heeft bij brief van 28 augustus 2010 het dienstverband met Q. opgezegd tegen 1 december 2010.

2 Het standpunt van Q.

2.1 Q. stelt zich op het standpunt dat gelet op alle omstandigheden haar ontslag kennelijk onredelijk is in de zin van artikel 7:681 BW nu Ardyn haar in het kader van de beëindiging van haar dienstverband geen schadevergoeding heeft betaald.

2.2 De arbeidsovereenkomst is beëindigd op grond van bedrijfsorganisatorische redenen. Het was voor Q. niet mogelijk om vanuit haar woonplaats op en neer te rijden naar Houten. Dat is een afstand van 217,3 km enkele reis. Zij is sociaal-economisch gebonden aan de regio Groningen zodat verhuizing geen reële optie was.

2.3 Q. heeft 33 jaar gewerkt bij (de rechtsvoorganger van) Ardyn. Zij heeft de werkzaamheden altijd naar behoren verrichten en is nimmer negatief beoordeeld. Bij de opzegging was zij ruim 50 jaar oud.

Randstad HR Solutions heeft aanvankelijk ingeschat dat zij redelijk bemiddelbaar zou zijn. In de praktijk is dit niet juist gebleken nu zij niet binnen een periode van zes tot negen maanden een nieuwe baan heeft gevonden. Zij heeft een bijzonder eenzijdige werkervaring. Zij heeft uitsluitend werkzaamheden verricht als financieel administratief medewerker bij (de rechtsvoorganger van) Ardyn. Daarbij komt dat zij zeer introvert is en een timide persoonlijkheid heeft. Zij heeft dit inkomen slechts kunnen bereiken doordat zij in de organisatie op basis van haar ervaring is doorgegroeid. Haar positie op de arbeidsmarkt is voor functies op de financiële administratie met haar salaris niet gunstig. Het is zeer aannemelijk dat Q. de rest van haar arbeidzaam leven niet meer hetzelfde salaris kan verdienen als bij Ardyn.

2.4 De haar op 21 mei 2010 voorgehouden functie van klantassistent C was geen passende functie. Die functie is ingeschaald in 5 terwijl de functie van medewerker financiële administratie bij Ardyn was ingeschaald in 8. De functie van teamleider betalingsverkeer bij Menzis was nog hoger ingeschaald.

2.5 Menzis heeft bij de haar destijds voorgelegde keuze verzwegen dat Menzis haar oorspronkelijke functie weer naar Groningen zou halen. Ardyn heeft, waar in overleg met Menzis is gehandeld, in die situatie wel een bijzondere verantwoordelijkheid richting Q. Gelet op de omstandigheden rond de voorgelegde keuze komt haar een schadevergoeding toe overeenkomstig het Sociaal Plan Menzis Kompas 2007 uitmakend een bedrag van € 148.590,00 bruto.

Aan Q. komt in ieder geval een beroep toe op de hardheidsclausule uit het Sociaal Plan als bedoeld in paragraaf 1.1 van het Sociaal Plan.

2.6 Bij repliek is nader aangegeven dat zij vanaf 1 maart 2010 weliswaar is vrijgesteld voor werk maar dat kwam omdat er voor haar geen werk meer was.

2.7 Het Sociaal Kader 2009, gedateerd 30 maart 2009, is op de onderhavige kwestie niet van toepassing. Dat plan is overeengekomen tussen Ardyn en de vakbonden in de periode dat Ardyn deel uitmaakte van de Salto Groep. Ardyn is vanaf 5 mei 2009 deel uit gaan maken van de Tingulely-groep.

Ardyn heeft geen verifieerbare stuk in het geding gebracht ter zake van haar financiële situatie.

3 Het standpunt van Ardyn

3.1 Ardyn is als landelijk werkende arbodienst geconfronteerd met een aanhoudend tegenvallende omzet en een structureel verliesgevende situatie in de jaren 2006 tot en met 2008. In 2009 heeft zij daardoor kostenbesparende maatregelen moeten nemen. In mei 2009 is Ardyn overgenomen door Maetis NV.

3.2 Bij de ingezette reorganisatie is de afdeling financiën in Groningen opgeheven om die voort te zetten in Houten. Q. en haar collega's van de afdeling financiën zijn boventallig verklaard. Q. heeft er van afgezien haar functie in Houten voort te zetten.

3.3 Ardyn is begin 2009 met de werknemersorganisaties AbvaKabo FNV en LAD een sociaal plan overeengekomen, het Sociaal Kader 2009, ondertekend op 30 maart 2009.

3.4 Ardyn heeft binnen de financiële mogelijkheden van het Sociaal Kader 2009 verschillende faciliteiten aan Q. aangeboden waaronder het mobiliteits- en outplacementtraject. Tot 1 januari 2011 kon zij gebruikmaken van de faciliteiten van het mobiliteitscentrum en het outplacementtraject via Randstad HR Solutions.

3.5 Ardyn heeft Q. ruim negen maanden na de boventalligverklaring met ingang van

1 maart 2010 vrijgesteld haar werk te verrichten met doorbetaling van het salaris en de overige emolumenten.

3.6 Ardyn heeft Q. tijdens de looptijd van het begeleidingstraject een andere passende functie aangeboden te weten die van klantassistent C. Q. vond die functie niet passend. Ardyn heeft ervan afgezien het geschil voor te leggen aan de Toetsingscommissie omdat zij het niet zinvol vond om Q. tegen haar zin te werk te stellen in een functie waarvoor zij niet gemotiveerd was.

3.7 Q. heeft nimmer een beroep gedaan op de hardheidsclausule op grond van het Sociaal Kader 2009.

3.8 Q. kan zich thans niet alsnog beroepen op het Sociaal Plan Menzis Kompas 2007. Q. is bij Ardyn in dienst getreden per 1 april 2008 zodat Ardyn niets met voormeld sociaal plan heeft te maken. Van een samenzwering met Menzis was geen sprake.

3.9 Q. beschikt over veel relevante werkervaring en heeft bij Menzis ook leidinggevende taken gehad. Zij heeft binnen verschillende organisatiestructuren en met veel verschillende systemen en softwarepakketten gewerkt. Randstad heeft haar in het kader van het outplacementtraject ook als "gemiddeld bemiddelbaar" beoordeeld.

3.10 Bij dupliek is herhaald dat zij geen slechte arbeidsmarktpositie heeft. Ardyn kan moeilijk beoordelen of het salaris van Q. het aanvaarden van een andere functie in de weg staat. Er is door Ardyn een schadevergoeding aangeboden doch dat was slechts om een langdurige juridische procedure te voorkomen. Dat aanbod is vervallen.

3.11 Ardyn handhaaft dat het Sociaal Kader 2009 op deze situatie van toepassing is.

4 Beoordeling

4.1 Q. stelt dat op basis van de door haar aangevoerde omstandigheden, het haar gegeven ontslag kennelijk onredelijk is zulks gelet op de gevolgen van dat ontslag voor haar.

4.2 Overwogen wordt als volgt. Op grond van het bepaalde in artikel 681, tweede lid BW kan een ontslag kennelijk onredelijk zijn wanneer, mede in aanmerking genomen de voor de werknemer getroffen voorzieningen en de voor hem bestaande mogelijkheden om ander passend werk te vinden, de gevolgen van de opzegging voor hem te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij de opzegging. Of van kennelijk onredelijk ontslag in die zin sprake is dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval (de "gezichtspuntencatalogus") zoals die zich ten tijde van het ontslag voordeden. Daarbij geldt tevens dat volgens de rechtspraak van de Hoge Raad, het enkele feit dat er geen voorziening voor de werknemer is getroffen niet voldoende is om aan te nemen dat het ontslag kennelijk onredelijk is.

4.3 Het UWV Werkbedrijf heeft in de beslissing van 24 augustus 2010 op het verzoek van Ardyn onder meer overwogen dat aannemelijk is geworden dat bij Ardyn op bedrijfseconomische/-bedrijfsorganisatorische overwegingen arbeidsplaatsen moeten komen te vervallen. Bij die beoordeling zijn, als vermeld sub 6 in die beslissing, de door Ardyn overgelegde financiële gegevens over de boekjaren 2007 tot en met 2009 betrokken. Verder is overwogen dat de afdeling financiën in Groningen als gevolg van reorganisatie is opgeheven en dat de activiteiten daarvan zullen worden voortgezet in Houten.

4.4 Ardyn had op bedrijfseconomische gronden dan ook een redelijk belang om te komen tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met Q.. Ardyn heeft blijkens de beslissing van het UWV Werkbedrijf, de financiële noodzaak om tot die ontslagen te komen naar behoren met financiële stukken toegelicht en onderbouwd. De enkele stelling van Q. als zou Ardyn onvoldoende inzicht hebben geboden in haar financiële situatie, wordt dan ook gepasseerd.

4.5 Q. heeft aangegeven dat en waarom het voor haar niet mogelijk was om met haar werk mee te verhuizen. Gelet op haar persoonlijke omstandigheden, laat zich dat voorstellen. Uit de opstelling van Ardyn wordt in ieder afgeleid dat Ardyn haar dat ook niet verwijt.

4.6 Q. heeft er destijds zelf voor gekozen om met behoud van anciënniteit uit het dienstverband bij Menzis per 1 april 2008 bij Ardyn in dienst te treden. Niet valt in te zien dat en op welke gronden de door haar richting Menzis naar voren gebrachte verwijten, wat daar ook van zij, ook Ardyn betreffen. Zou zij destijds hebben gekozen voor voortzetting van het dienstverband bij Menzis, dan zou het Sociaal Plan Menzis Kompas 2007 van toepassing zijn geweest. Nu zij zelf heeft gekozen voor indiensttreding bij Ardyn, komt haar jegens Ardyn geen beroep toe op voormeld sociaal plan.

4.7 Het Sociaal Kader 2009 is door Ardyn overeengekomen met de AbvaKabo FNV en LAD. In de aanhef is vermeld dat dit Sociaal Kader 2009 een overeenkomst is tussen Ardyn en de genoemde werknemersorganisaties om de (sociale) gevolgen te ondervangen die voor individuele werknemers kunnen voortvloeien uit door Ardyn te treffen maatregelen. Vermeld is dat de regeling direct na ondertekening in werking treedt en van kracht zal zijn tot en met 31 december 2009. Ardyn heeft Q. in de brief van 7 juli 2009 medegedeeld dat zij vanaf 1 maart 2010 de status krijgt van boventallige en tevens dat met die aanzegging het Sociaal Kader 2009 van toepassing is. Ardyn heeft ook overigens richting Q. uitvoering gegeven aan dit sociaal plan. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat dit Sociaal Kader 2009 als sociaal plan van toepassing is op het onderhavige ontslag van Q.

4.8 Bij de beantwoording van de vraag of een wegens reorganisatie gegeven ontslag kennelijk onredelijk is, levert een met, als in dit geval: representatieve, vakbonden overeengekomen sociaal plan een aanwijzing op dat de daarin getroffen voorziening toereikend is. Daarbij dient wel de redelijkheid van de voorziening te worden beoordeeld als die wordt betwist (Hoge Raad, 14 juni 2002, JAR 2002, 165).

Q. heeft nadrukkelijk betwist dat het Sociaal Kader 2009 in haar geval als een redelijke voorziening kan worden aangemerkt. Daarover wordt het volgende overwogen.

4.9 Op grond van het Sociaal Kader 2009 vinden acties plaats gericht op herplaatsing in een andere passende functie.

Ardyn stelt dat zij Q. een passende functie heeft aangeboden zijnde de functie van klantassistent C.

In het Sociaal Kader 2009 is, onder meer, vermeld dat een passende functie doorgaans geclassificeerd is "in dezelfde schaal als de oude functie maar kan ook een schaal lager of hoger zijn dan de oude functie." Ardyn heeft niet, meer, betwist dat de functie van medewerker financiële administratie was ingedeeld in salarisschaal 8 en dat de voordien vervulde functie van teamleider betalingsverkeer bij Menzis nog in een aanmerkelijk hogere schaal was ingedeeld. De functie van klantassistent C is in salarisschaal 5 ingedeeld. Bij ontbreken van een adequate toelichting van Ardyn valt niet in te zien dat die functie desondanks als passend kan worden aangemerkt. Bovendien heeft Ardyn er destijds zelf voor gekozen het geschil niet aan de Toetsingscommissie voor te leggen.

Niet gesteld of gebleken is dat er buiten die functie ook andere functies zijn aangeboden dan wel aan de orde waren. Bij de onderhavige beoordeling wordt er dan ook van uitgegaan dat Ardyn Q. geen passende functie heeft aangeboden c.q. heeft kunnen aanbieden.

4.10 Ardyn heeft Q. in de gelegenheid gesteld gebruik te maken van outplacement, Q. heeft die gelegenheid ook gebruikt. Vastgesteld moet worden dat het kennelijk niet gelukt is Q. middels outplacement aan een andere passende functie te helpen. Dit steunt de stelling dat het verkrijgen van andere passende arbeid voor Q. op haar leeftijd en met haar achtergrond lastig is. Daarbij acht de kantonrechter het eveneens aannemelijk dat haar (gehandhaafde) salarisaanspraken na de functiewisseling in 2005 eveneens een belemmering vormen om arbeid op dat salarisniveau te verkrijgen. Dit waar zij immers geen leidinggevende taken meer verricht en die taken voordien wel, mede, de hoogte van dat salaris bepaalden.

Niet gesteld of gebleken is dat Q. eerder Ardyn zou hebben verzocht toepassing te geven aan de hardheidsclausule van het Sociaal Kader 2009. De vordering van Q. is daar ook overigens daar niet op gebaseerd zodat die stelling buiten bespreking blijft.

4.11 In artikel 3.1 van het Sociaal Kader 2009, "Beëindiging dienstverband", is bepaald dat direct na de aanzegging van de boventalligheid het traject van werk naar werk ingaat. Het dienstverband blijft afhankelijk van de duur van het dienstverband, op basis van dat artikel nog een zekere periode in stand. Bij een dienstverband van 5 jaar of meer is bepaald dat het dienstverband alsdan nog 5 maanden in stand blijft. Niet gesteld of gebleken is dat Q. een medewerker is die onder de wachtgeldregeling valt als bedoeld in artikel 1.1 van het Sociaal Kader 2009.

Dit impliceert dat bij opzegging van de arbeidsovereenkomst door Ardyn na voormelde periode geen aparte financiële voorziening is getroffen in het Sociaal Kader 2009.

4.12 In artikel 3.2 van het Sociaal Kader 2009 is wel een financiële voorziening geregeld. Die is echter beperkt tot de, boventallig verklaarde, medewerker die aangeeft de dienstbetrekking te willen beëindigen. In dat geval, aldus dat artikel, zal een vaststellingsovereenkomst worden opgesteld waarbij de werknemer bij het einde van het dienstverband in aanmerking kan komen voor een beëindigingsvergoeding waarbij de hoogte afhankelijk is van de duur van het dienstverband. Bij een dienstverband van 5 jaar of meer is dat een vergoeding ter hoogte van vijf maandsalarissen.

4.13 Q. heeft haar volledige arbeidsverleden vanaf haar 17e levensjaar opgebouwd en doorgebracht bij de (rechtsvoorganger van) Ardyn. Zij was bij beëindiging van de arbeidovereenkomst 50 jaar oud. Ardyn heeft haar geen andere, passende arbeid kunnen bieden. De bedrijfseconomische redenen die hebben geleid tot een ontslag van Q. liggen in de risicosfeer van Ardyn.

Op grond van de ervaringen bij de begeleiding van werk naar werk en het outplacementtraject moeten de kansen op ander werk, en zeker de kansen op ander werk op het salarisniveau als bij Ardyn, kennelijk bepaald niet als gunstig worden geschat.

4.14 Ardyn heeft Q. weliswaar per 1 maart 2010 vrijgesteld van werk met doorbetaling van salaris maar dit lijkt toch met name veroorzaakt doordat Ardyn Q. met de overplaatsing van haar functie naar de locatie in Houten geen andere arbeid kon bieden.

Dit valt dan ook niet aan te merken als een voorziening die Ardyn aan Q. heeft geboden om haar te ondersteunen bij het verkrijgen van ander werk.

4.15 Na ommekomst van de opzegtermijn zou Q. geconfronteerd worden met een directe inkomensachteruitgang en een aannemelijke inkomensachteruitgang bij aanvaarding van een andere functie. Ondanks haar zeer lange dienstverband biedt het Sociaal Kader 2009 daar geen voorziening voor.

De wel geboden voorzieningen als het langer instandhouden van het dienstverband, het outplacementtraject en de interne begeleiding bieden daarvoor onvoldoende compensatie.

4.16 De kantonrechter is van oordeel dat van Ardyn verwacht had mogen worden dat zij gelet op alle omstandigheden in dit concrete geval, Q. een tegemoetkoming had geboden ter zake van die inkomensachteruitgang en die te verwachten inkomensachteruitgang bij aanvaarding van ander werk. Van Ardyn had naar het oordeel van de kantonrechter een vergoeding verwacht mogen worden van € 20.000,00 bruto. Nu deze vergoeding ondanks alle individuele omstandigheden aan de zijde van Q. afgezet tegen het redelijke belang van Ardyn om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, niet is geboden wordt het ontslag aangemerkt als kennelijk onredelijk.

4.17 Op grond van voormelde omstandigheden zal Ardyn worden veroordeeld om aan Q. een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag te betalen van € 20.000,00 bruto te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 december 2010.

5 Proceskosten

Ardyn wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

-veroordeelt Ardyn om aan Q. een schadevergoeding te betalen van € 20.000,00 bruto te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 december 2010 tot de datum waarop dat bedrag volledig is voldaan;

-veroordeelt Ardyn in de kosten van de procedure aan de zijde van Q. tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 140,00 griffierecht en € 91,50 aan explootkosten € 600,00 voor salaris van de gemachtigde;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-ontzegt het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. van den Bosch, kantonrechter, en op 6 april 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: BvdB