Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ2087

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
04-04-2011
Datum publicatie
21-04-2011
Zaaknummer
18-670500-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor een diefstal met geweld (overval op benzinestation) in vereniging wordt verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf waarvan een deel voorwaardelijk zodat wederom getracht kan worden zijn verslaving beheersbaar te maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670500-10 (promis)

datum uitspraak: 4 april 2011

op tegenspraak

raadsman: mr. F.H. Kappelhof

VONNIS

van de rechtbank te Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren in 1976,

wonende te [woonplaats],

thans preventief gedetineerd in PI Noord, gevangenis De Marwei te Leeuwarden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 maart 2011.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat

hij,

op of omstreeks 20 november 2010,

in de gemeente Groningen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van

ongeveer 157,97 euro, althans een geldbedrag en/of 9 pakjes shag, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal

werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging

met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk

te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in

vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,

een aan of nabij de Zonnelaan gelegen pompstation is binnengegaan, terwijl

verdachte en/of zijn mededader(s) toen een (bivak)must en/of een panty op/over

het hoofd droeg(en), althans zijn/hun gezicht had(den) bedekt, en/of

(vervolgens) die [slachtoffer] een mes heeft getoond en/of voorgehouden, en/of

(vervolgens) die [slachtoffer] (dreigend) de woorden "Gooi de kassa open en geef

me het geld" en/of "Pak shag" en/of "Geef me ook wat shag of sigaretten",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, heeft toegevoegd,

en/of

hij,

op of omstreeks 20 november 2010,

in de gemeente Groningen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de

afgifte van een geldbedrag van ongeveer 157,97 euro, althans een geldbedrag

en/of 9 pakjes shag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn

mededader(s), althans alleen,

een aan of nabij de Zonnelaan gelegen pompstation is binnengegaan, terwijl

verdachte en/of zijn mededader(s) toen een (bivak)must en/of een panty op/over

het hoofd droeg(en), althans zijn/hun gezicht had(den) bedekt, en/of

(vervolgens) die [slachtoffer] een mes heeft getoond en/of voorgehouden, en/of

(vervolgens) die [slachtoffer] (dreigend) de woorden "Gooi de kassa open en geef

me het geld" en/of "Pak shag" en/of "Geef me ook wat shag of sigaretten",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, heeft toegevoegd,

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en zich daarmee heeft schuldig gemaakt aan diefstal met geweld in vereniging dan wel afpersing in vereniging, dan wel aan beide.

Standpunt van de verdediging

Namens verdachte is aangevoerd dat het feit bewezen kan worden verklaard.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd;

- een proces-verbaal d.d. 22 november 2010, opgenomen op pagina 53 e.v. van dossier nr. 2010114326 d.d. 18 januari 2011, inhoudende de aangifte van [slachtoffer].

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij,

op 20 november 2010, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 157,97 euro, toebehorende aan [benadeelde], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader een aan de Zonnelaan gelegen pompstation is binnengegaan, terwijl verdachte en zijn mededader toen een (bivak)muts en/of een panty op/over het hoofd droegen, en vervolgens die [slachtoffer] een mes heeft getoond en voorgehouden, en vervolgens die [slachtoffer] dreigend de woorden "Gooi de kassa open en geef me het geld" heeft toegevoegd,

en

hij,

op 20 november 2010, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 9 pakjes shag, toebehorende aan [benadeelde], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader, een aan de Zonnelaan gelegen pompstation is binnengegaan, terwijl verdachte en zijn mededader toen een (bivak)muts en/of een panty op/over het hoofd droegen, en vervolgens die [slachtoffer] een mes heeft getoond en voorgehouden, en vervolgens die [slachtoffer] dreigend de woorden "Pak shag" en/of "Geef me ook wat shag of sigaretten" heeft toegevoegd,

De rechtbank acht hetgeen meer of anders is ten laste gelegd niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen acht levert de volgende strafbare feiten op:

De eendaadse samenloop van:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

Afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu geen schulduitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Motivering strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor de ten laste gelegde feiten te veroordelen tot 30 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering, ook als die inhouden dat hij zich klinisch zal laten behandelen.

Daarbij heeft hij met name aangevoerd dat deze straf, gelet op de impact die het bewezen verklaarde heeft (gehad) op het slachtoffer zoals blijkt uit de onderbouwing van diens vordering, passend is.

Standpunt verdediging

Namens verdachte is bepleit dat de strafeis, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, wordt gematigd en dat een deel van de vrijheidsstraf voorwaardelijk wordt opgelegd.

Oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan een overval op een benzinestation, na die kort (samen met anderen) te hebben voorbereid. Zij zijn het benzinestation binnen gegaan met over hun hoofd een bivakmuts of panty, waarin gaten voor de ogen waren geknipt. Bij de overval heeft de mededader zich bediend van een mes om de baliemedewerker te bedreigen en zich daarmee van diens medewerking te verzekeren. Daardoor konden verdachte en de mededader zich binnen luttele seconden meester maken van geld en shag.

Verdachte en de mededader hebben het slachtoffer de stuipen op het lijf gejaagd als gevolg waarvan het slachtoffer, zoals blijkt uit de toelichting op zijn Terweevordering, nog steeds getraumatiseerd, moe en angstig is. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

De rechtbank houdt ook rekening met de strafrechtelijke documentatie van verdachte waaruit naar voren komt dat het geweldselement niet past in het beeld dat van verdachte tot nu bekend is. Overigens blijkt uit het dossier en de behandeling ter zitting dat verdachte het feit heeft gepleegd onder invloed van verdovende middelen.

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf moet worden opgelegd.

De rechtbank zal een deel van de vrijheidsstraf voorwaardelijk opleggen, mede om daaraan een bijzondere voorwaarde te verbinden, inhoudende dat verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften van de reclassering.

Mocht, na het door de reclassering genoemde onderzoek/behandeling door de Forensische Polikliniek van de Verslavingszorg Noord Nederland, een vervolgbehandeling noodzakelijk zijn in een klinische setting en verdachte niet vrijwillig hieraan zou willen meewerken zal alsdan een wijziging van de bijzondere voorwaarde moeten worden verzocht.

Vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer], wonende te Groningen.

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering met hoofdelijkheidsclausule en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft zich met betrekking tot de vordering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 775,-.

De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Hoofdelijkheid

Verdachte is niet tot vergoeding van bovengenoemd bedrag gehouden voor zover dit al door verdachtes mededader is voldaan.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemd geldbedrag ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partij ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 55, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van ACHTTIEN MAANDEN.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot zes maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging ook kan worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd gedragen naar voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te Groningen, toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 775,- (zegge zevenhonderdvijfenzeventig euro).

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De veroordeelde is niet tot vergoeding van bovengenoemd bedrag gehouden voor zover dit al door veroordeeldes mededader is voldaan.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 775,- (zegge zevenhonderdvijfenzeventig euro) ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te Groningen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 775,- ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. A. Fokkema, voorzitter, H.L. Stuiver en S. Tempel, in tegenwoordigheid van D. van der Ploeg, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2011.