Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ2082

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
04-04-2011
Datum publicatie
21-04-2011
Zaaknummer
18/67352-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor het bezit van kinderporno en een verboden wapen wordt verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf waaraan onder meer de voorwaarde is gekoppeld dat verdachte zich ambulant laat behandelen bij de AFP te Assen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670352-09 (promis)

datum uitspraak: 4 april 2011

op tegenspraak

raadsman: mr. M.M. Rietveldt

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren in 1967,

wonende te [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

4 november 2010 en 22 maart 2011.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 2 mei 2009 tot en met 16 juni 2009, in de gemeente Groningen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, één of meermalen (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en), te weten ongeveer 36.760 foto's en/of en/of ongeveer 248 filmbestanden en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) (te weten één of meer computer(s) en/of harde schijven) (telkens) heeft verspreid en/of in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldinge(n) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit onder meer

-het (laten) betasten van de (stijve) penis van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door die persoon zelf (onder meer de als foto 1 op pagina 452 van het proces-verbaal beschreven foto) en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer de als foto 1 en/of als foto 2 op pagina 452 van het proces-verbaal beschreven foto('s)) en/of

- het in de mond (laten) nemen van de penis van een jongen/man door een meisje die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (onder meer de als foto 3 op pagina 452 van het proces-verbaal beschreven foto) en/of

- het vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis) door een volwassen man van het lichaam van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet heeft/hebben bereikt (onder meer de als foto 4 en/of als foto 5 op pagina 452 en/of 453 van het proces-verbaal beschreven foto('s);

2.

hij in of omstreeks de periode van 2 mei 2009 tot en met 16 juni 2009, in de gemeente Groningen, een of meer wapens van categorie III, te weten

- een alarmpistool (merk Bruni, model BBM Gap), en/of

- een zwarte metalen replica van een vuistvuurwapen (merk GAP), en/of

munitie van categorie III te weten drie scherpe patronen (merk DAG), voorhanden heeft gehad.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. De vervolging van verdachte maakt onderdeel uit van de zaak tegen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] die eerder door de rechtbank zijn behandeld. De officier van justitie is van mening dat er sprake is van het tezamen en in vereniging in bezit hebben van kinderporno. De officier van justitie baseert dit op de bekennende verklaring afgelegd door verdachte en de verklaring die [medeverdachte 1] hierover heeft afgelegd. Verdachte heeft een rol gespeeld bij de kinderporno die op zijn computer is aangetroffen. Verdachte wist dat het er op stond maar heeft het niet zelf gedownload. Verdachte wist dat zijn vriend daar mee bezig was en heeft geholpen met het overzetten en bewaren en het op een andere manier opslaan van de kinderporno. Verdachte had zijn computer daarvoor niet beschikbaar moeten stellen. Door aldus te handelen is er sprake van medeplegen. De officier van justitie vordert vrijspraak ten aanzien van het in de tenlastelegging genoemde verspreiden van kinderporno.

Verdachte heeft bekend de wapens en munitie, tenlastegelegd onder 2, voorhanden te hebben gehad.

Standpunt van de verdediging

De raadsman refereert zich met betrekking tot de tenlastegelegde feiten aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman merkt daarbij op dat verdachte niet zelf de kinderporno heeft binnen gehaald en dat verdachte niet heeft gedownload. Verdachte heeft de bestanden voor [medeverdachte 1] vanaf zijn computer op zijn eigen computer gezet.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

De bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd.

Een proces-verbaal d.d. 19 juni 2009, opgenomen op pagina 441 tot en met 443 van dossier nummer 2009043587 d.d. 12 augustus 2009, inhoudende een proces-verbaal van bevindingen betreffende een onderzoek in de woning van verdachte d.d. 16 juni 2009.

Een proces-verbaal d.d. 11 juni 2009, opgenomen op pagina 450 tot en met 453 van voornoemd dossier, inhoudende een proces-verbaal van bevindingen betreffende de controle van beeldmateriaal op de aanwezigheid van kinderpornografie.

Een proces-verbaal d.d. 5 oktober 2009, opgenomen op pagina 2 en 3 van het aanvullend proces-verbaal d.d. 26 mei 2010 bij voornoemd dossier, inhoudende een proces-verbaal van bevindingen betreffende de vaststelling dat getoonde foto’s tijdens het verhoor aan verdachte aangemerkt kunnen worden als kinderpornografische afbeeldingen.

Een proces-verbaal d.d. 11 mei 2009, opgenomen op pagina 428 tot en met 435 van voornoemd dossier, inhoudende een proces-verbaal van bevindingen van de Noordelijke Recherche Eenheid, Unit VKC/Afdeling Vuurwapens, betreffende een onderzoek naar de bij verdachte aangetroffen wapens en munitie.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de genoemde bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte zich tezamen en in vereniging met een ander heeft schuldig gemaakt aan het bezit van een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen.

Voorts is uit de bewijsmiddelen gebleken dat verdachte bij de wet verboden wapens en munitie voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht derhalve het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij in de periode van 2 mei 2009 tot en met 16 juni 2009, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met één ander, een groot aantal afbeeldingen, te weten 36.760 foto’s en 248 filmbestanden en gegevensdragers bevattende afbeeldingen te weten computers en harde schijven in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit onder meer

-het (laten) betasten van de (stijve) penis van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door die persoon zelf (onder meer de als foto 1 op pagina 452 van het proces-verbaal beschreven foto) en

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer de als foto 1 en/of als foto 2 op pagina 452 van het proces-verbaal beschreven foto('s)) en

- het in de mond (laten) nemen van de penis van een jongen/man door een meisje die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (onder meer de als foto 3 op pagina 452 van het proces-verbaal beschreven foto) en

- het vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis) door een volwassen man van het lichaam van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet heeft/hebben bereikt (onder meer de als foto 4 en/of als foto 5 op pagina 452 en/of 453 van het proces-verbaal beschreven foto('s));

2.

hij in de periode van 2 mei 2009 tot en met 16 juni 2009, in de gemeente Groningen, wapens van categorie III, te weten

- een alarmpistool (merk Bruni, model BBM Gap), en

- een zwarte metalen replica van een vuistvuurwapen (merk GAP), en

munitie van categorie III te weten drie scherpe patronen (merk DAG), voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van de feiten

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

1. Afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van

achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit

hebben.

2. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet Wapens en Munitie.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake van het onder 1 en 2

tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarde een dagklinisch behandelaanbod bij de Ambulante Forensische Psychiatrie (AFP) te Assen en een verplicht reclasseringscontact, zoals geadviseerd in de over verdachte opgemaakte rapportages.

De officier van justitie zal zich niet verzetten tegen een omzetting van het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf in een werkstraf en refereert zich daarbij aan het oordeel van de rechtbank. De officier van justitie heeft bij de bepaling van zijn strafeis rekening gehouden met de ad informandum gevoegde feiten, zoals op de dagvaarding vermeld en die door verdachte zijn erkend.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, voor het geval de rechtbank de feiten bewezen mocht achten, gepleit voor een werkstraf en refereert zich voor wat betreft het aantal uren daarvan aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman is van mening dat de eis van de officier van justitie niet te volgen is in het licht van de over verdachte opgestelde rapportages. Beide deskundigen komen tot de conclusie dat er bij verdachte sprake was van een ziekelijke stoornis ten tijde van het begaan van het tenlastegelegde. Verdachte wordt enigszins tot licht verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Verdachte laat zich misbruiken door anderen en heeft dat zelf niet in de gaten. Verdachte is niet zelf met de kinderporno bezig geweest in de zin van downloaden. De raadsman is van mening dat de intentie bij verdachte om de kinderporno op zijn computer te zetten volledig anders is geweest.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de aangaande zijn persoon opgemaakte rapportages, een uittreksel van de jusitiële documentatie d.d. 30 juni 2010, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ad informandum gevoegde feiten, zoals op de dagvaarding vermeld en die door de verdachte zijn erkend.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich tezamen en in vereniging met een ander schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen. Voorts heeft verdachte bij de wet verboden wapens en munitie voorhanden gehad. Wat ook de intentie van verdachte mag zijn geweest, de rechtbank is van oordeel dat verdachte zich niet had moeten inlaten met het overzetten en bewaren en het op een andere manier opslaan van het kinderpornografische materiaal. Verdachte had daarvoor naar het oordeel van de rechtbank niet zijn gastvrijheid, hulp, diensten en middelen beschikbaar moeten stellen. Zijn handelen heeft erin geresulteerd dat ook bij verdachte sprake is van het voorhanden en in bezit hebben van kinderporno. Seksueel misbruik van jeugdigen moet worden tegengegaan en daarom ook de exploitatie van dergelijk misbruik. Centraal staat bescherming van de jeugdige. Achter het bezit van kinderporno zit een zware vorm van criminaliteit. Het bestrijden daarvan wordt ook internationaal krachtig ondersteund.

De rechtbank heeft tevens de inhoud van de over verdachte uitgebrachte rapportages in aanmerking genomen. Hieruit komt onder meer naar voren dat er bij verdachte naar alle waarschijnlijkheid sprake is van een pervasieve ontwikkelingsstoornis in het Autisme Spectrum. Daarnaast kan gesproken worden van schizotypische persoonlijkheidstrekken, parafilie NAO (voetfetichisme), seksueel masochisme en seksueel sadisme.

Op grond van de diagnostiek kan gesteld worden dat verdachte enigszins tot licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. Verdachte loopt zowel risico op het slachtofferen van anderen, als op het geslachtofferd worden. Dit betekent dat kwetsbaarheden en risico’s, ook voor eventuele recidive, blijven bestaan. Wel kunnen de risico’s worden beperkt door ervoor te zorgen dat verdachte zich bewust wordt van zijn beperkingen en de betekenis daarvan in het dagelijks leven. Dit kan het best gebeuren door verdachte een dagklinisch aanbod aan te bieden. Dit zou het best kunnen geschieden in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijke straf, onder toezicht van de reclassering. De AFP in Assen biedt een dergelijk dagklinisch aanbod, waarbij naast de aandacht voor de schizotypie en vermoedelijke autismespectrum-stoornis ook aandacht wordt besteedt aan de aanwezige seksuele problematiek, de risico’s die daarmee gepaard gaan, en terugvalpreventie.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten met politie en justitie in aanraking is geweest en is te beschouwen als een first offender. Tevens houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop en de welwillende houding van verdachte ten aanzien van het meewerken aan het opsporingsonderzoek, de rapportage en de behandeling.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank niet overgaan tot het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht een werkstraf van na te melden duur passend en geboden (met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht). Voorts zal de rechtbank aan verdachte opleggen een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur; dit om verdachte te weerhouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten en om daaraan de bijzondere voorwaarde van een verplicht reclasseringstoezicht te koppelen.

De bijzondere voorwaarde zal tevens inhouden dat verdachte meewerkt aan een dagklinische behandeling bij de AFP te Assen, of een soortgelijke instelling, zolang deze instelling dat nodig oordeelt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 47, 57, 240b van het Wetboek van Strafrecht en artikel 26 van de Wet Wapens en Munitie.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het onder 1 of 2 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 240 uren, met bevel dat vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast als veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht.

De werkstraf moet zijn voltooid binnen een jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis. De veroordeelde zal zich met betrekking tot de werkstraf gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank waardeert de dagen die veroordeelde in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht op twee uren werkstraf per dag.

een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

Bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op 2 jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging ook kan worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd gedragen naar voorschriften en

aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dat

gedurende de proeftijd nodig oordeelt.

- de veroordeelde zal meewerken aan een dagklinische behandeling bij de Ambulante

Forensische Psychiatrie (AFP ) te Assen, of een soortgelijke instelling, zolang deze

instelling dat nodig oordeelt.

Draagt de Reclassering Nederland op om de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarden.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. H.L. Stuiver, voorzitter, J.M.M. van Woensel en

S. Tempel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.J. van der Meulen als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 april 2011.