Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ1315

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
06-04-2011
Datum publicatie
14-04-2011
Zaaknummer
124686/JE RK 11-110
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verlenging OTS; de gestelde doelen ter afwending van de bedreigingen in de ontwikkeling van het kind zijn nog niet bereikt;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 124686 / JE RK 11-110

beschikking kinderrechter d.d. 6 april 2011

inzake

A. het kind van B. en C.

De ouders zijn belast met het gezag over voornoemde minderjarige.

PROCESGANG

Op 23 februari 2011 heeft het bureau jeugdzorg Groningen (bjz) een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, gedateerd 22 februari 2011. Daarbij is overgelegd het hulpverleningsplan en een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.

De griffie van de rechtbank heeft belanghebbenden verzocht zich uiterlijk voor 10 maart 2011 te melden indien men behandeling ter zitting wenst. Geen der belanghebbenden heeft zich voor genoemde datum bij de griffie van de rechtbank gemeld, zodat het verzoek schriftelijk zal worden afgedaan.

OVERWEGINGEN

Bij beschikking d.d. 21 april 2010 is de ondertoezichtstelling uitgesproken voor de tijd van 1 jaar, ingaande 21 april 2010.

Op grond van de verkregen informatie, zoals in opgemeld verzoek aangegeven, is de kinderrechter van oordeel dat in het belang van de minderjarige de termijn van de ondertoezichtstelling met een jaar dient te worden verlengd, nu de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn.

De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.

Bij A. is sprake van ADHD, PDD-NOS en kenmerken van het Foetaal Alcohol Syndroom. Hierdoor heeft A. veel structuur en duidelijkheid nodig in een voor hem veilige omgeving. A. woont bij zijn vader. Het is thans nog steeds de vraag of de vader hem de noodzakelijke structuur, veiligheid, stabiliteit en voorspelbaarheid in voldoende mate kan bieden. De hulpverlening (IPG) die pas in januari 2011 vanwege wachtlijsten is gestart, moet hierover meer duidelijkheid geven. Voorts moet hieruit blijken of de vader voldoende adequaat reageert op de specifieke opvoedingsvragen van A.

Nu de gestelde doelen ter afwending van de bedreigingen in de ontwikkeling van A. thans nog niet zijn bereikt, en mitsdien de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn, zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengen, opdat de continuering van de hulpverlening gewaarborgd wordt.

BESLISSING

verlengt de termijn van de ondertoezichtstelling ten aanzien van de minderjarige A. met een jaar, ingaande 21 april 2011, met behoud van de opdracht van de ondertoezichtstelling aan het bureau jeugdzorg Groningen (bjz) te Groningen, p/a Postbus 1203;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. D.A. Flinterman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 april 2011.