Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BP9907

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
01-04-2011
Datum publicatie
01-04-2011
Zaaknummer
124820 - KG ZA 11-75
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Partijen houden zich beide bezig met het online veilen van hotelarrangementen, respectievelijk op de websites hotelkamerveiling.nl (eiseres) en hotelveiling.nl (gedaagde).

- Onvoldoende aannemelijk geworden dat eiseres zélf danwel haar rechtsvoorgangster(s) onder de naam hotelkamerveiling (al dan niet met de extenie “.nl”) sedert 2008 – eerder dan gedaagde – bedoelde ondernemingsactiviteiten heeft ontplooid.

- Zuiver beschrijvende elementen kunnen in beginsel niet door middel van een handelsnaam worden gemonopoliseerd. Een partij die desalniettemin gebruik maakt van een dergelijke handelsnaam, kan vervolgens een andere onderneming niet op goede gronden verwijten hetzelfde te doen.

Door haar handelsnaam geheel en al samen te stellen uit beschrijvende elementen, heeft eiseres het risico genomen dat andere bedrijven gebruik maken van een handelsnaam met dezelfde beschrijvende woorden.

Subsidiair niet aannemelijk dat het handelen van gedaagde méér inhoudt dan het zich begeven op dezelfde markt als waarop eiseres actief was en is en dat gedaagde op onrechtmatige wijze tracht mee te liften op de naamsbekendheid en reputatie van eiseres.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GRONINGEN

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 124820 / KG ZA 11-75

Vonnis in kort geding van 1 april 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOTELKAMERVEILING BV,

gevestigd te Rhenen,

eiseres,

advocaat mr. S. Kroesbergen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOTELVEILING.NL BV,

gevestigd te Groningen,

gedaagde,

advocaat mrs. P.E. Mazel en Van Beelen.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van eiseres

- de pleitnota van gedaagde.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen houden zich – voor zover thans van belang – bezig met soortgelijke activiteiten, te weten het online veilen van hotelarrangementen, respectievelijk op de websites hotelkamerveiling.nl (eiseres) en hotelveiling.nl (gedaagde).

3. Het geschil

3.1. De vordering van eiseres strekt ertoe:

primair

• gedaagde te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis iedere

inbreuk op het handelsnaamrecht van eiseres ten aanzien van de naam

Hotelkamerveiling, waaronder het gebruik van de naam Hotelveiling.nl, in welke

samenstelling, dorneinnaam-extensie, lettergrootte of in welk lettertype dan ook, te

staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 2.500,00 per dag dat de overtreding voortduurt;

• gedaagde te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis het

internetadres c.q. de domeinnaam hotelveiling.nl kosteloos aan eiseres over te dragen,

door middel van het invullen en ondertekenen van de daartoe bestemde formulieren en

voorts volledige medewerking te verlenen aan het vervullen van de overige

formaliteiten die met de overdracht gepaard gaan, op straffe van een dwangsom van

€ 2.500,00 per dag dat gedaagde hieraan niet volledig meewerkt;

subsidiair

• gedaagde te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis alle A-

records van de domeinnaam hotelveiling.nl te vervangen door CNAME-records die

verwijzen naar www.hotelkamerveiling.nl. op straffe van een dwangsom van € 2.500,00

- per dag dat gedaagde hieraan niet voldoet en eiseres te machtigen deze wijzigingen

op grond van het te wijzen vonnis te laten doorvoeren in de servers waarop deze zone-files zich bevinden;

• gedaagde te verbieden om, afgezien van het vervangen van de A-records door

CNAME-records die verwijzen naar www.hotelkamerveiling.nl enige wijziging aan te

brengen in de zone-files, op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 voor elke

wijziging die gedaagde aanbrengt;

• gedaagde op grond van artikel 1019 jo 1019h Rv te veroordelen in de kosten van deze

procedure, welke kosten conform de te overleggen kostenstaat belopen een bedrag van

€ 4.750,00 exclusief omzetbelasting te vermeerderen met de betaalde griffierechten en

deurwaarderskosten;

• de termijn ex artikel 1019i Rv te bepalen op zes maanden.

3.2. Gedaagde voert verweer.

4. De beoordeling

4.1. Ingevolge artikel 5 Handelsnaamwet (Hnw) is het verboden een handelsnaam te voeren die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard van beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is.

4.2. Het verwarringsgevaar bepaalt de beschermingsomvang van het recht op de handelsnaam op grond van de Hnw. De andere criteria die worden genoemd in artikel 5 Hnw – welke opsomming niet als limitatief bedoeld is – vormen hulpmiddelen om te beoordelen in hoeverre sprake is van verwarringsgevaar.

Daarbij heeft wat betreft het in dezen relevante publiek als maatstaf te gelden het oordeel van het op normale wijze – derhalve niet bijzonder goed – oplettende en onderscheidende publiek.

4.3. De voorzieningenrechter stelt voorop dat niet in geschil is dat het gebruik van de in geding zijnde domeinnamen onder het voeren van handelsnamen moet worden begrepen.

4.4. Eiseres heeft aangevoerd dat zij sedert 2008 activiteiten onder de naam ‘hotelkamerveiling’ heeft ontplooid. Gedaagde heeft, verwijzend naar het door de Hnw doorslaggevend geachte éérste gebruik, weersproken dat eiseres al langer dan gedaagde de naam ‘hotel(kamer)veiling’ voert.

Uit de overgelegde stukken (met name het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel) en het verhandelde ter zitting is de voorzieningenrechter gebleken dat eiseres eerst op 29 december 2010 is opgericht, terwijl gedaagde blijkens het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel is opgericht op 10 december 2010.

Desgevraagd heeft eiseres daaromtrent nader verklaard dat dezelfde groep natuurlijke personen zich vanaf 2007 heeft beziggehouden met activiteiten onder de naam hotelkamerveiling en dat dit eerst in v.o.f-verband en later in B.V.-verband heeft plaatsgevonden.

4.5. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft eiseres haar zojuist bedoelde stelling onvoldoende – met objectieve en verifieerbare stukken – onderbouwd. Evenmin is met dergelijke stukken aannemelijk gemaakt dat de onderneming die in 2008 activiteiten zou hebben ontplooid, dezelfde onderneming is die sedert 29 december 2010 in de besloten vennootschap van eiseres is ondergebracht.

Dit klemt te meer, nu de raadsman van gedaagde daaromtrent heeft aangevoerd dat onder de naam hotelkamerveiling.nl een vennootschap onder firma actief is geweest die echter in september 2009 is ontbonden en eiseres niet in staat is gebleken daarover nadere duidelijkheid te verschaffen.

4.6. Gelet op het vorenstaande is onvoldoende aannemelijk geworden dat eiseres zélf danwel haar rechtsvoorgangster(s) onder de naam hotelkamerveiling (al dan niet met de extenie “.nl”) sedert 2008 ondernemingsactiviteiten heeft ontplooid.

4.7. Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat onvoldoende grondslag bestaat voor toewijzing van de gevraagde voorzieningen.

4.8. Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

Een handelsnaam behoeft geen onderscheidend vermogen te hebben, om handelsnaam te zijn en de bescherming van artikel 5 Hnw mogelijk te maken. Dat geldt ook voor zuiver beschrijvende handelsnamen danwel handelsnamen die uit diverse beschrijvende elementen zijn samengesteld, zoals de in geding zijnde handelsnamen.

Dit neemt niet weg dat bij het bepalen van de beschermingsomvang van de handelsnaam de onderscheidende kracht van die naam wel een rol speelt. Voor zover echter een naam meer beschrijvend is, heeft deze een minder groot onderscheidend vermogen.

4.9. Bovendien mogen zuiver beschrijvende elementen – als beroepsaanduiding of de aanduiding van een vestigingsplaats – in beginsel niet door middel van een handelsnaam worden gemonopoliseerd. Een partij die desalniettemin gebruik maakt van een dergelijke handelsnaam, kan vervolgens een andere onderneming niet op goede gronden verwijten hetzelfde te doen.

Aanduidingen in de handelsnaam die van zichzelf (door grote originaliteit) of door langdurig gebruik (inburgering) grote onderscheidingskracht hebben verworven, zullen ook een grotere bescherming kunnen verkrijgen.

4.10. In het onderhavige geval is duidelijk dat de in geding zijnde handelsnamen louter uit beschrijvende elementen bestaan. Niet aannemelijk is geworden dat de handelsnaam van eiseres hetzij door langdurig gebruik is ingeburgerd hetzij van een grote originaliteit getuigt, waardoor deze handelsnaam een (grote) onderscheidingskracht heeft verworven.

Gelet daarop is voorshands onvoldoende aannemelijk geworden dat eiseres een gerechtvaardigd beroep op de bescherming van artikel 5 Hnw kan doen. Door haar handelsnaam geheel en al samen te stellen uit beschrijvende elementen, heeft eiseres het risico genomen dat andere bedrijven gebruik maken van een handelsnaam met dezelfde beschrijvende woorden.

Ook in die zin bestaat derhalve onvoldoende grondslag voor toewijzing van het gevorderde.

4.11. Subsidiair heeft eiseres aangevoerd dat sprake is van een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6: 162 BW. Eiseres heeft daartoe onder meer gesteld dat gedaagde op onrechtmatige wijze tracht mee te liften op de naamsbekendheid en reputatie van eiseres.

4.12. De voorzieningenrechter overweegt daaromtrent dat niet aannemelijk is gemaakt dat het handelen van gedaagde méér inhoudt dan het zich begeven op dezelfde markt als waarop eiseres actief was en is.

In beginsel staat het iedere ondernemer vrij zich op dezelfde markt te begeven als een andere ondernemer. Ook indien dat betekent dat de eerstgenoemde ondernemer zodoende gebruik maakt van de populariteit van de diensten van de ander. Geoorloofde concurrentie bestaat immers juist bij uitstek uit het (op rechtmatige wijze) pogen binnen te dringen in elkaars bedrijfsdebiet en het zich richten op dezelfde klantenkring.

Slechts bijzondere omstandigheden kunnen de concurrentie onrechtmatig maken.

4.13. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in het onderhavige geval niet aannemelijk geworden dat sprake is van dergelijke bijzondere omstandigheden.

4.14. Het subsidiair aangevoerde kan dan ook evenmin grondslag vormen voor toewijzing van het gevorderde.

4.15. Eiseres zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Ingevolge artikel 1019h Rv zijn de gevorderde volledige proceskosten toewijsbaar met dien verstande dat deze zullen worden beperkt tot een geliquideerd bedrag van EUR 6.000,00. De kosten aan de zijde van gedaagde worden begroot op:

- griffierecht EUR 568,00

- salaris advocaat 6000,00

Totaal EUR 6.568,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af;

5.2. veroordeelt eiseres in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op EUR 6.568,00;

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.A.M. Dijkers en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2011.?