Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BP9439

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
17-03-2011
Datum publicatie
28-03-2011
Zaaknummer
18/670366-10 en 18/650027-11
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHLEE:2011:BR0593, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Kopje:

Voor het in korte tijd vele malen laten afsluiten van telefoonabonnementen onder valse voorwendselen ten behoeve van eigen gewin wordt aan verdachte een gevangenisstraf van 18 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670366-10 en 18/650027-11 (ter terechtzitting gevoegd) promis

datum uitspraak: 17 maart 2011

op tegenspraak

raadsman: mr. A.A.Scholtmeijer

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te Groningen,

thans preventief gedetineerd in P.I. HvB Ter Apel te Ter Apel, Ter Apelervenen 10.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

9 december 2010 en 3 maart 2011.

Tenlastelegging

Aan verdachte is onder parketnummer 18/670366-10, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

I.

hij op of omstreeks 13 april 2010, in de gemeente Groningen,

op de openbare weg, de [straatnaam] en/of [straatnaam],

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [aangeefster 1] heeft gedwongen tot

de afgifte van een of meer mobiele telefoons, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [aangeefster 1], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, en/of

het aangaan van een of meer schulden (bij een of meer telefoonwinkels en/of

telecomproviders),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- die [aangeefster 1] bij de jas heeft gepakt en/of (vervolgens) in/naar een steeg

heeft geduwd, en/of

- die [aangeefster 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd "Als je niet doet wat ik

vraag dan steek ik je neer", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking en/of

- (daarbij) dreigend een mes heeft getoond en/of gehouden in de richting van

die [aangeefster 1], en/of

- (vervolgens) die [aangeefster 1] heeft gezegd dat zij telefoonabonnementen moest

afsluiten en/of dat zij de telefoons aan hem, verdachte, moest afgeven en/of

(daarbij) dreigend de woorden heeft toegevoegd "Dit is je laatste kans",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of

- (aldus) een voor die [aangeefster 1] bedreigende situatie heeft geschapen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen dat

hij op of omstreeks 13 april 2010 in de gemeente Groningen

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [aangeefster 1] heeft bewogen tot

de afgifte van een of meer mobiele telefoons, in elk geval van enig goed,

en/of tot aangaan van een of meer schulden (bij een of meer telefoonwinkels

en/of telecomproviders),

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

(telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de

waarheid aan die [aangeefster 1] medegedeeld, dat hij, verdachte,

- nog geen 18 jaar oud was en/of (daardoor) geen telefoonabonnement kon

afsluiten, en/of

- de rekeningen zou betalen

waardoor die [aangeefster 1] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n)

en/of het aangaan van die schuld(en);

II.

hij op of omstreeks 12 mei 2010 in de gemeente Groningen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[aangeefster 1] heeft bedreigd met openlijk in vereniging geweld plegen

tegen personen of goederen, met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene

veiligheid van personen of goederen ontstaat, met enig misdrijf tegen het

leven gericht, met zware mishandeling, en/of met brandstichting,

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

opzettelijk voornoemde [aangeefster 1] dreigend de woorden toegevoegd :"Wanneer je

naar de politie gaat steek ik je huis in brand. Ik steek jou neer. Je bent

niet meer veilig", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij in of omstreeks de periode van 4 tot en met 7 mei 2010, in de gemeente

Groningen,

meermalen, op verschillende tijdstippen, althans eenmaal, (telkens)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [aangever 2] heeft bewogen tot

de afgifte van een of meer mobiele telefoons, in elk geval van enig goed,

en/of het aangaan van een of meer schulden (bij een of meer telefoonwinkels

en/of telecomproviders),

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

(telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de

waarheid aan die [aangever 2] medegedeeld,

- dat hij, verdachte, wist hoe je telefoonabonnementen op een andere naam kunt

zetten, en/of

- dat die [aangever 2] de duurste telefoons bij abonnementen moest uitzoeken, en/of

(vervolgens) ongeveer 390 euro kon verdienen met/aan het verkopen van die

telefoon(s),

waardoor die [aangever 2] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n)

en/of het aangaan van die schuld(en);

3.

hij in of omstreeks de periode van 23 april 2010 tot en met 9 juni 2010, in de

gemeente Groningen, op de openbare weg

meermalen, op verschillende tijdstippen, althans eenmaal, (telkens)

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 3] heeft gedwongen tot

de afgifte van een of meer mobiele telefoons, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [aangever 3], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, en/of

het aangaan van een of meer schulden (bij een of meer telefoonwinkels en/of

telecomproviders),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- tegen die [aangever 3] heeft gezegd dat hij zijn schuld(en) kon afbetalen als hij

voor hem, verdachte, telefoonabonnementen zou afsluiten en/of de daarbij

verkregen telefoons gelijk aan hem, verdachte, moest afgeven, en/of

(daarbij) dreigend heeft gezegd:"je krijgt problemen als je het niet doet",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of

- die [aangever 3] dreigend de woorden heeft toegevoegd "Je moet meer

telefoonabonnementen voor me afsluiten anders krijg je problemen" en/of "Als

je geen abonnementen afsluit ga ik mensen/anderen bellen", althans woorden

van gelijke dreigende aard of strekking, en/of

- (aldus) een voor die [aangever 3] bedreigende situatie heeft geschapen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 23 april 2010 tot en met 9 juni 2010, in de

gemeente Groningen

meermalen, op verschillende tijdstippen, althans eenmaal, (telkens)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [aangever 3] heeft bewogen tot

de afgifte van een of meer mobiele telefoons, in elk geval van enig goed,

en/of het aangaan van een of meer schulden (bij een of meer telefoonwinkels

en/of telecomproviders),

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid aan die [aangever 3] medegedeeld,

- dat hij zijn schuld(en) kon afbetalen als hij voor hem, verdachte,

telefoonabonnementen zou afsluiten en/of de daarbij verkregen telefoons

gelijk aan hem, verdachte, moest afgeven, en/of

- "je krijgt problemen als je het niet doet" en/of "Je moet meer

telefoonabonnementen voor me afsluiten anders krijg je problemen" en/of "Als

je geen abonnementen afsluit ga ik mensen/anderen bellen", althans woorden

van gelijke aard of strekking,

waardoor die [aangever 3] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n)

en/of het aangaan van die schuld(en);

4.

hij op of omstreeks 3 juni 2010, in de gemeente Groningen,

op de openbare weg ([straatnaam]

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 4] heeft gedwongen tot

de afgifte van een of meer mobiele telefoons, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [aangever 4], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, en/of

het aangaan van een of meer schulden (bij een of meer telefoonwinkels en/of

telecomproviders),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of een of meer van zijn mededader(s)

- tegen die [aangever 4] heeft/hebben gezegd "He, je moet meelopen", en/of

- (vervolgens) die [aangever 4] heeft/hebben geduwd, en/of

- tegen die [aangever 4] heeft/hebben gezegd dat hij naar telefoonwinkels

moest gaan en telefoonabonnementen moest afsluiten en/of dan die gekregen

telefoons aan verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) moest

afgeven, en/of

- die [aangever 4] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd "Als je het niet

doet dat pakken we jou aan en gaan jou slaan", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking, en/of

- die [aangever 4] een mes heeft/hebben getoond, en/of

- (aldus) een voor die [aangever 4] bedreigende situatie heeft/hebben

geschapen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 03 juni 2010 in de gemeente Groningen

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [aangever 4] heeft bewogen tot

de afgifte van een of meer mobiele telefoons, in elk geval van enig goed,

en/of het aangaan van een of meer schulden (bij een of meer telefoonwinkels

en/of telecomproviders),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid, tegen die [aangever 4] gezegd

- dat hij naar telefoonwinkels moest gaan en telefoonabonnementen moest

afsluiten en/of dan die gekregen telefoons aan verdachte en/of een of meer

van zijn mededader(s) moest afgeven, en/of

- "Als je het niet doet dat pakken we jou aan en gaan jou slaan", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- dat hij geld zou krijgen voor het afsluiten van telefoonabonnementen,

waardoor die [aangever 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n) en/of het

aangaan van die schuld(en);

5.

hij in of omstreeks de maand april 2010 in de gemeente Groningen

meermalen, op verschillende tijdstippen, althans eenmaal, (telkens)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [aangever 5] heeft bewogen tot

de afgifte van een of meer mobiele telefoons, in elk geval van enig goed,

en/of het aangaan van een of meer schulden (bij een of meer telefoonwinkels

en/of telecomproviders),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid tegen die [aangever 5] gezegd, dat

- hij/zij, verdachte(n), wist(en) hoe je met het afsluiten van

telefoonabonnementen geld kunt verdienen, zonder daar problemen mee te

krijgen, en/of connecties hebben die dat kunnen regelen, en/of

- hij alleen maar abonnementen hoeft af te sluiten en dat verdachte(n) dan de

telefoon(s) weer verkopen in een winkel waar ze de gegevens kunnen wissen,

waardoor die [aangever 5] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n) en/of

het aangaan van die schuld(en);

6.

(gevoegd parketnr. 18-650551-10)

hij op of omstreeks 26 maart 2010 te Groningen

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit de (achter)tuin/erf

van een (studenten)woning aan [straatnaam] heeft weggenomen een of

meer kratten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 6] en/of een of meer andere bewoners van die (studenten)woning, in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 26 maart 2010 te Groningen

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit (in/uit de

(achter)tuin/erf van een (studenten)woning aan [straatnaam]

nemen een of meer kratten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [aangeefster 6] en/of een of meer andere bewoners van die

(studenten)woning, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s)

en zich daarbij de toegang tot die/dat tuin/erf te verschaffen en/of die/dat

weg te nemen krat(ten), althans die/dat goed(eren), onder zijn/hun bereik te

brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen over een schutting in

die/dat tuin/erf is geklommen en/of een of meer kratten heeft gepakt en/of

klaargezet om mee te nemen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet voltooid,

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 26 maart 2010 te Groningen, in elk geval in Nederland,

een of meer kratten heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van die krat(ten) wist,

althans redelijkerwijs moest vermoeden,

dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Onder parketnummer 18/650027-11:

hij op of omstreeks 20 april 2010 te Groningen

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [verbalisant 1] en [verbalisant 2] te bewegen tot

de afgifte van een of meer mobiele telefoons, in elk geval van enig goed,

en/of het aangaan van een of meer schulden (bij een of meer telefoonwinkels

en/of telecomproviders),

met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, (tegen/aan) die

[verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] heeft/hebben aangesproken/gezegd/gevraagd:

- "he kerel, wil je geld verdienen?, Ik heb een bedrijf. We willen

bedrijfstelefoonabonnementen afsluiten, en daarna als we een telefoon hebben

willen we de telefoons verkopen, maar dan moet jij eerst naar een

telefoonwinkel om een telefoon uit te zoeken. Jij zet een telefoon op je

naam en daarna gaan we samen de telefoon verkopen. Via internet kunnen we

achteraf alles weghalen zodat jij geen rekeningen meer krijgt", en/of

- "Wij doen dit vaker en daarom kunnen wij niet steeds naar die winkels. Jij

krijgt achteraf geen rekeningen. We poetsen via internet jou gegevens weg.

De opbrengst van de telefoon die delen we fifty fifty", en/of

- "Kijk het werkt zo. Wij kopen samen een mobiele telefoon. Het abonnement

sluiten we af op jouw naam. Ik kan dan regelen dat jij geen

abonnementskosten betaald. Dit doen we via internet. Dan wissen we achteraf

jouw gegevens,

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Bewijsvraag

Standpunt officier van justitie

Met betrekking tot de tenlastelegging onder parketnummer 18/670366-10 vordert de officier van justitie vrijspraak voor het onder 1.II en het onder 3 primair ten laste gelegde.

De officier van justitie vordert een bewezenverklaring voor het onder 1.I primair ten laste gelegde. Hij baseert dit op de aangifte door [aangeefster 1] en deels de verklaring van verdachte ter zitting, waarbij met betrekking tot het gebruik van een mes steun kan worden gevonden in de verklaringen van [aangever 2] en [aangever 4].

Ten aanzien van het onder 2, 3 subsidiair, 4 en 5 ten laste gelegde vordert de officier van justitie eveneens een bewezenverklaring. De officier van justitie acht de verklaringen van de aangevers ([aangever 2], [aangever 3], [aangever 4] en B. [aangever 5]) bij de politie en de rechter-commissaris consistent en geloofwaardig in combinatie met de verklaring van verdachte ter zitting.

De officier van justitie vordert tevens een bewezenverklaring voor de onder 6 ten laste gelegde voltooide diefstal van kratten bier. De officier van justitie baseert dit op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte.

Tot slot vordert hij een bewezenverklaring voor de onder parketnummer 18/650027-11 ten laste gelegde poging tot oplichting op basis van het proces-verbaal van bevindingen en de bekennende verklaring van verdachte zowel bij de politie als ter zitting met betrekking tot de voornoemde feiten.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot het onder 1.I, 1.II, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde gepleit voor vrijspraak. De raadsman heeft hiertoe een pleitnota overhandigd. Er is onvoldoende bewijs voor geweldshandelingen en/of bedreiging met geweld.

Voorts blijkt uit de verklaringen dat de aangevers snel geld wilden verdienen om onder meer hun softdruggebruik te bekostigen en dat zij daarbij de consequenties van hun handelen (het aangaan van abonnementen) niet onder ogen hebben gezien. Vervolgens moesten zij zich verantwoorden voor hun schulden bij de ouders of begeleiders en hebben zij als excuus aangevoerd dat zij werden gedwongen door verdachte. Het aangaan van de abonnementen is een legale werkwijze. Er is sprake van een contractuele verplichting tussen de aangevers en de telecomwinkels. Als er sprake is van bedrog dan speelt dit tussen de telecomwinkels en de aangevers onderling, verdachte staat hier buiten.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde wist verdachte niet dat er sprake was van diefstal. Bij het onder parketnummer 18/650027-11 ten laste gelegde heeft verdachte slechts één enkele leugen verteld en dat is onvoldoende voor een bewezenverklaring van oplichting. Ook voor deze feiten pleit de raadsman voor vrijspraak.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot de onder 1.I primair, 3 primair en 4 primair ten laste gelegde afpersingen en de onder 1.II ten laste gelegde bedreiging, naast de aangiftes geen ondersteunende bewijsmiddelen in het strafdossier aanwezig zijn om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde geweld dan wel de bedreigingen met geweld te komen.

De rechtbank zal verdachte van het onder 1.I primair, 1.II, 3 primair en 4 primair ten laste gelegde vrijspreken.

Bewijsmiddelen

De rechtbank heeft bij de beoordeling van de vraag of de overige ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Met betrekking tot parketnummer 18/650027-11:

A)

Een proces-verbaal nummer 2010037296-4 d.d. 20 april 2010, opgenomen op pagina 7 tot en met 10 van het dossier nummer PL01KE 2010037296-1 d.d. 5 juli 2010 (verder te noemen “dossier”) inhoudende proces-verbaal van bevindingen door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], zakelijk weergegeven:

Op 20 april 2010 waren wij, verbalisanten, in burger gekleed en belast met handhaving van de openbare orde in de [straatnaam] te Groningen.

Na een aantal meters hoorde ik, eerste verbalisant, dat [medeverdachte 1] mij aanriep met de woorden: “hé kerel, wil je geld verdienen?”.

Ik hoorde [verdachte] zeggen: “ik heb een bedrijf”. We willen telefoonabonnementen afsluiten en daarna als we een telefoon hebben willen we de telefoons verkopen, maar dan moet jij eerst naar de telefoonwinkel om een telefoon uit te zoeken. Jij zet een telefoon op je naam en daarna gaan we samen de telefoon verkopen. Via internet kunnen we alles weghalen zodat jij geen rekeningen krijgt.

Ik vroeg of er geen Kamer van Koophandelnummer nodig was. [medeverdachte 1] zei dat dit niet zo was. Ik vroeg ze waarom ze mij nodig hadden. Ik hoorde [medeverdachte 1] vervolgens zeggen: “we doen dit vaker en daarom kunnen wij niet steeds naar die winkels. Jij krijgt achteraf geen rekeningen. We poetsen via internet jouw gegevens weg. De opbrengst van de telefoon delen we fifty, fifty”. Ik (tweede verbalisant) kwam bij mijn collega staan. Dijkstra vroeg mij of ik geld wilde verdienen en voorts hoorden wij: “Kijk het werkt zo. Wij kopen samen een mobiele telefoon. Het abonnement sluiten we af op jouw naam. Ik kan dan regelen dat jij geen abonnementkosten betaald. Dit doen we via internet. Dan wissen we achteraf jouw gegevens”. [verdachte] toonde mij op dat moment twee mobiele telefoons. Ik vroeg [verdachte] dus moet ik op mijn naam een abonnement afsluiten? [verdachte] zei: “ja die verkopen we dan samen.” Dan kun je dus gelijk cashen. Wij doen dit heel vaak maar je kunt niet altijd op dezelfde naam een abonnement afsluiten. Wij zoeken dus mensen die dat voor ons doen. Jij krijgt dan de helft van de opbrengst en achteraf geen problemen.

B)

Een proces-verbaal nummer 2010037296-6 d.d. 20 april 2010, opgenomen op pagina 31 tot en met 33 van het onder A genoemde dossier, inhoudende de verklaring van [verdachte], zakelijk weergegeven:

Ik weet dat het niet mogelijk is om gegevens weg te poetsen. We hoopten dat er mensen waren die een abonnement wilden afsluiten en die zouden denken dat hun gegevens achteraf zouden worden weggepoetst en die er in zouden trappen om de telefoon vervolgens te verkopen bij een telefoonwinkel die ook telefoons opkoopt. En de opbrengst met ons zou delen. Achteraf zouden mensen die er intrapten gewoon wel aan een abonnement vast zitten, maar ze zouden geen telefoon meer hebben en wij zouden een deel van de opbrengst hebben.

Ons verhaal was een onzin verhaal, want ik heb helemaal geen bedrijf. U hebt er zelfs nog naar gevraagd of er een Kamer van Koophandelnummer nodig was. Mijn maat heeft er snel over heen gepraat en gezegd dat dit niet nodig was. Ik begrijp dat we door deze verhalen mensen zouden benadelen en we zelf voordeel zouden hebben van dit verhaal. Ik heb me wel afgevraagd of we wel of niet strafbaar zouden zijn. Achteraf erken ik dat ik me schuldig heb gemaakt aan een poging tot oplichting samen met mijn maat.

Met betrekking tot de feiten 1.I, 2, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5:

C)

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 maart 2011, zakelijk weergegeven:

Ik ben aangeefster [aangeefster 1] wel eens in de stad tegengekomen. Ik kende haar niet echt.

Ik weet niet meer precies hoe dat gegaan is toen ik haar heb aangesproken. Ik was erbij toen zij in die winkel werd gevraagd door de verkoper om de telefoon aan te nemen. Ik heb die keer mijn bankpas gebruikt.

[aangever 2] ken ik wel. Ik ben met alle aangevers in contact gebracht door [medeverdachte 2]. Ik kende die mensen verder niet. Zij wilden geld verdienen en ik had daar een manier voor. Ik geef toe dat ik één leugen heb verteld, namelijk dat ik gegevens kon wissen. Ik heb de telefoons van hen overgenomen. Ik wist wel waar ik deze telefoons kwijt kon, meestal de nieuwste modellen. Die mensen zijn zelf de winkel in gegaan, ik had ze verteld dat ze dan

1 eurocent moesten pinnen. Aangever [aangever 3] heb ik via [medeverdachte 2] ontmoet. Het kan kloppen dat ik aangever [aangever 5] op de Grote Markt heb ontmoet.

D)

Een proces-verbaal, nummer PL01KD 2010047831-1 d.d. 20 mei 2010, opgenomen op pagina 49 tot en met 60 van het dossier nummer PL01KC 2010108563-1 d.d. 8 november 2010 (verder te noemen “dossier”) inhoudende de aangifte van [aangeefster 1], zakelijk weergegeven:

Ik doe aangifte van afpersing gepleegd tussen 30 maart 2010 en 20 mei 2010 op de [straatnaam] te Groningen.

Ik heb genoemde jongen twee keer ontmoet, in de [horecagelegenheid] en in de [straatnaam] te Groningen. De derde keer kwam ik hem weer in de [horecagelegenheid] tegen. We hebben ons toen voorgesteld. Hij vertelde dat hij [verdachte] heette.

Op 13 april 2010 omstreeks 14:00 uur kwam ik [verdachte] weer tegen bij de Grote Markt. We liepen richting de [straatnaam]. Ik moest met hem mee naar een telefoonwinkel. Hij vertelde mij dat hij nog geen 18 was en geen abonnement kon afsluiten. Vandaar dat ik dat voor hem moest doen. Ik moest mijn handtekening zetten. We zijn naar de telefoonwinkel van KPN in de [straatnaam] geweest.

[verdachte] voerde het woord en ik hoefde alleen maar “ja” te zeggen en mijn handtekening te zetten en blijven lachen. Het abonnement werd op mijn naam gezet, maar het banknummer van [verdachte] werd vermeld. Hij moest hierbij 1 eurocent pinnen zodat men het rekeningnummer vermeld had. [verdachte] wilde vervolgens nog een abonnement afsluiten. Hier wilde hij precies hetzelfde mee doen, hetgeen ook gebeurd is. [verdachte] kreeg dus 2 GSM’s. Het waren een Sony Ericcson Vivaz en Blackberry gold. Ik heb me alleen gelegitimeerd. [verdachte] is vervolgens met mij naar de T-mobile winkel gelopen. Ik moest echter in de winkel de telefoon beantwoorden. Ik kreeg hier de fraudeafdeling aan de lijn. Zij vroegen of ik de jongen kende. Wat zijn naam was, of het abonnement voor mij of hem was.

Ik heb [verdachte] vervolgens op de meikermis ontmoet. Ik heb hem de acceptgiro gegeven. Hij zou deze betalen.

E)

Een proces-verbaal nummer PL01PC 2010057322-1 d.d. 15 juni 2010, opgenomen op pagina 64 tot en met 78 van het onder D genoemde dossier, inhoudende de aangifte van [aangever 2], zakelijk weergegeven:

Ik doe aangifte van oplichting tussen 4 mei 2010 en 7 mei 2010 in de [straatnaam] te Groningen. Degene die me heeft opgelicht heeft me dingen verteld die ik geloofde en daarom heb ik gedaan wat deze persoon vroeg. Ik dacht dat er niets achter stak maar nu blijkt dat ik vastzit aan telefoonabonnementen terwijl ik geen telefoons van die abonnementen heb.

Een aantal weken geleden ben ik bevriend geraakt met een jongen, [verdachte]. Toen ik [verdachte] heb leren kennen vroeg hij me een keer of ik wel wat geld wilde verdienen. Ik heb namelijk ADHD PDD-NOS. Ik kan het wel zo zeggen; als je een kast hebt is alles geordend. Mijn kast, mijn hoofd in dit geval, is een rommel door elkaar. Af en toe komt er iets uit wat goed is en af en toe komt er iets uit wat minder goed is. Ik kan slecht dingen onthouden; ik wil dit wel maar het gebeurd gewoon niet en dat weet ik achteraf dan ook niet meer.

[verdachte] vertelde me dat hij wist hoe je telefoonabonnementen kon kopen en dat hij dan een manier wist om deze abonnementen op een nadere naam om te zetten.

We zijn naar diverse telefoonwinkels gegaan en [verdachte] heeft toen steeds met de verkopers gesproken om de abonnementen af te sluiten. [verdachte] gaf dan ook aan dat de abonnementen op mijn naam moesten komen. Ik moest met mijn pinpas een betaling van 1 eurocent doen. Dit was om het abonnement geldig te maken. Zo kon men ook checken of ik een geldige betaalrekening had. We zijn in een paar dagen langs een paar winkels gegaan, dit was tussen 4 mei en 7 mei 2010. Ik heb bij sommige winkels 2 abonnementen afgesloten (KPN en Vodafone) en bij enkele 1 (Telfort, T-mobile en Belcompany)

Bij de abonnementen namen we telkens het duurste toestel. Om geld te verdienen, zoals [verdachte] dat zei, gingen we de toestellen weer verkopen. Toen we de abonnementen hadden afgesloten heeft [verdachte] de telefoons meegenomen naar die telefoonwinkels om ze daar te verkopen. Ik denk dat [verdachte] 3 keer naar een telefoonwinkel is geweest. [verdachte] vertelde me dat ik ongeveer 390 euro kon verdienen. Ik heb geen geld gekregen maar gewoon dingen die ik wilde, kleren en eten.

F)

Een proces-verbaal nummer PL01PE 2010060112-1 d.d. 23 juni 2010, opgenomen op pagina 80 tot en met 84 van het onder D genoemde dossier, inhoudende de aangifte van [aangever 3], zakelijk weergegeven:

Ik doe aangifte van afpersing gepleegd tussen 23 april 2010 en 23 juni 2010. Eind april 2010 kwam ik in contact met [verdachte] op de kermis te Groningen.

Buiten de coffeeshop kreeg ik 20 euro van hem. We zijn samen naar de kermis gelopen. Omstreeks 16.30 uur hoorde ik [verdachte] tegen mij zeggen dat ik mijn schulden aan hem direct kon afbetalen als ik voor hem mobiele telefoon abonnementen zou afsluiten.

Ik ben samen met [verdachte] naar de Phonehouse gelopen. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat ik een Nokia toestel met een KPN abonnement moest afsluiten.

Binnen heb ik een abonnement afgesloten en er een Nokia toestel bij gekregen. Ik ben naar buiten gelopen en heb [verdachte] de telefoon en bijbehorende papieren afgegeven. Hier zat een kopie van mijn bankpas en ID-kaart bij.

Ongeveer anderhalve week later kwam ik [verdachte] weer tegen in de bus in de buurt van de Grote Markt. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat ik nog meer abonnementen met toestellen moest afsluiten. Ik ben achtereenvolgens bij T-mobile, Vodafone, KPN en The Phonehouse geweest. Ik heb bij al deze winkels abonnementen afgesloten en telefoon gekregen. Ik heb alle telefoons en papieren aan [verdachte] gegeven. [verdachte] nam de papieren en telefoons mee en kwam niet meer terug. Ik krijg begeleiding van [verdachte]. Ik werk via het UWV bij [sociale werkvoorziening], een werkbegeleidingstraject.

G)

Een proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris bij de rechtbank Groningen d.d. 7 februari 2011, inhoudende de verklaring van getuige [aangever 3], zakelijk weergegeven:

Ik ontmoette iemand in de stad toen er kermis was. Ik was met [medeverdachte 2] naar de kermis gegaan. Het idee was van [medeverdachte 2]. Hij zei het is wel leuk om naar de kermis te gaan en toen kwamen we die gast tegen, die [verdachte] of [verdachte].

H)

Een proces-verbaal nummer PL01PC 2010063048-1 d.d. 30 juni 2010, opgenomen op pagina 90 tot en met 96 van het onder D genoemde dossier, inhoudende de aangifte van [aangever 4], zakelijk weergegeven:

Ik werk bij de Werkmeester, oftewel [sociale werkvoorziening] vanuit het UWV. Ik heb PDDNOS en ben niet in staat een gewone baan uit te oefenen. Op 3 juni 2010 ben ik na mijn werk naar de [straatnaam] te Groningen gegaan. Ter hoogte van de C&A werd ik aangesproken door 5 jongens.

Ik kreeg als eerste opdacht om de KPN winkel binnen te gaan. Ik moest 2 Blackberry toestellen kopen in combinatie met abonnementen. Omdat dit niet gelijk geregeld kon worden vanwege administratieve handelingen, lukte het niet om direct de abonnementen af te sluiten en kreeg ik geen telefoons mee. Ik heb wel een overeenkomst afgesloten en hiertoe

1 eurocent gepind. Ik kreeg als tweede opdracht de Vodafone winkel. Ik moest een Nokia N97 mini en een Blackberry kopen in combinatie met een abonnement. Ik heb 2 abonnementen afgesloten en de telefoons in ontvangst genomen en 1 eurocent gepind. Alle spullen die ik meekreeg moest ik in de sporttassen doen.

Als vierde opdracht moest ik naar de T four Telecomwinkel. Volgens mij heb ik daar een Telfort abonnement afgesloten. Als laatste kreeg ik de opdracht naar de Telfort winkel te gaan. Ik moest daar een HTC Desire toestel kopen, maar die hadden ze niet. De jongens hebben mij toen weer teruggestuurd de winkel in met de opdracht een HTC Legend toestel te kopen in combinatie met een Telfort abonnement. Elke keer werd ik door de jongens gedwongen onder bedreiging van geweld abonnementen af te sluiten en de gratis toestellen af te geven. Ik kon op dat moment de consequenties niet overzien en had naar mijn idee ook geen keus.

Ze hadden mij ook nog in het begin toegezegd dat ze na afloop geld aan mij zouden geven, maar dat is natuurlijk nooit gebeurd.

I)

Een proces-verbaal nummer PL01KC 2010088759-1 d.d. 9 september 2010, opgenomen op pagina 115 tot en met 118 van het onder D genoemde dossier, inhoudende de aangifte van

[aangever 5], zakelijk weergegeven:

Ik kom aangifte doen van oplichting op 1 april 2010 en 30 april 2010 in de [straatnaam] te Groningen. Ik werk bij [sociale werkvoorziening] in Groningen.

Ik hoorde [medeverdachte 2] zeggen “je moet telefoonabonnementen afsluiten en dan kan je geld verdienen. En “je krijgt er geen problemen mee en je krijgt geld” of zoiets. Ik ben met [medeverdachte 2] naar de stad gegaan. Daar stelde hij me voor aan een jongen. Hij stelde zich voor als [verdachte]. [verdachte] voerde het woord en gaf mij opdrachten. Ik hoorde hem zeggen, je hoeft alleen maar abonnementen af te sluiten en ik verkoop de telefoons weer in een winkel waar ze jou gegevens kunnen wissen.

Ik heb toen bij de Vodafone winkel een abonnement afgesloten. Hierbij had ik een Nokia XS. Toen ik dat gedaan had moest ik de telefoon afgeven aan [verdachte]. [verdachte] en [aangever 2] gingen naar de Turk. Ik bleef wachten met [medeverdachte 2]. Ik heb 75 euro van [verdachte] gekregen.

[medeverdachte 2] bracht me toen weer bij [verdachte] en [aangever 2]. Ik kreeg toen de opdracht van [verdachte] om twee Sony Ericcson Expedia toestellen te nemen. Ik hoorde hem zeggen “je kan twee abonnementen afsluiten.” Ik ben toen naar de T-mobile winkel gegaan en heb daar 2 abonnementen afgesloten. [verdachte] en [aangever 2] gingen weer naar de telefoonwinkel. Ik heb iets van 120 euro gekregen.

J)

Een proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris bij de rechtbank Groningen d.d. 1 maart 2011, inhoudende de verklaring van getuige [aangever 5], zakelijk weergegeven:

Ook sta ik onder bewind voor mijn financiën. Ik heb ook Giles de la Tourette, ik had tiks, maar die zijn nu bijna weg. Ik kan niet echt dingen snel volgen. Ik heb op de computer wel eens een IQ-test gedaan. Daar kwam iets van 65 uit of zo.

De eerste keer dat ik naar de stad ging, ging ik met [medeverdachte 2], [verdachte], zijn kameraad en [medeverdachte 3]. Dat was na het werk. [medeverdachte 2] zei tegen [verdachte]; Ik heb een mannetje voor je die dat kan doen.

[medeverdachte 2], [verdachte] en die andere jongen waren erbij.

Feit 6

K)

Een proces-verbaal nummer 2010028245-1 d.d. 26 maart 2010, opgenomen op pagina 22 tot en met 25 van het dossier nummer 2010028245-1 d.d. 27 maart 2010 (verder te noemen “dossier”) inhoudende proces-verbaal van aangifte, zakelijk weergegeven:

Ik doe aangifte van diefstal op 26 maart 2010. Ik woon in een studentenhuis aan de [straatnaam] te Groningen. Op 26 maart 2010 werd ik gebeld door een vriend [getuige], dat de politie een briefje in de bus had gedaan. Op het briefje stond geschreven dat er op de [straatnaam] mogelijk bij ons uit de tuin lege kratten waren weggenomen. Het was mij wel bekend dat wij veel lege kratten in de tuin hadden staan. Mijn vriend [verdachte] vertelde dat er meerdere kratten merk Grolsch, Heineken, Bavaria en Amstel waren weggenomen. Hij vermoedde ongeveer 8 kratten. Het klopt dus wel dat deze kratten uit onze tuin zijn weggenomen.

L)

Een proces-verbaal nummer 2010028245-9 d.d. 26 maart 2010, opgenomen op pagina 28 tot en met 29 van het onder I genoemde dossier, inhoudende de verklaring van [verdachte], zakelijk weergegeven:

Vandaag 26 maart ben ik samen met een jongen die ik ken als [medeverdachte 4] naar een woning gegaan. [medeverdachte 4] vertelde mij dat hij iemand kende en dat wij daar een aantal lege bierkratten op moesten halen om deze terug te brengen naar de winkel. Op een gegeven moment zei [medeverdachte 4]: “wacht hier maar even”. Ik zag dat [medeverdachte 4] over een muurtje klom. Ik hoorde dat hij zei: “hier pak aan”. Hierbij gaf hij mij een leeg kratje bier aan. Ik heb deze vervolgens in de steeg gezet. Ik weet niet precies hoeveel kratten het waren, volgens mij een stuk of 8. We hoorden stemmen. Wij zijn beide gaan rennen. Een collega van u kwam er aan rijden op een scooter. Vervolgens kwam er een politie auto bij en ben ik aangehouden.

Bewijsmotivering

Op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen overweegt de rechtbank ten aanzien van het ten laste gelegde het navolgende.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte de onder parketnummer 18/650027-11 ten laste gelegde poging tot oplichting tezamen en in vereniging gepleegd heeft begaan.

De rechtbank wijst daarbij op de verklaring van de verbalisanten waarin de oplichtingshandelingen door verdachte en zijn mededader worden beschreven. Daar komt bij dat verdachte ook heeft bekend dat hij dit voorstel aan de verbalisanten heeft gedaan met het doel om zelf van de opbrengst te profiteren. Ook wist verdachte, gelet op zijn eigen verklaring, dat de door hem geuite beloftes in strijd waren met de waarheid. Verdachte heeft gedetailleerd verklaard over de bedoeling, de werkwijze en welke handelingen door de verbalisanten zouden moeten worden verricht.

Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels wettig en overtuigend bewezen. Immers zou verdachte profiteren van de verkoop van deze telefoons, terwijl de verbalisanten zouden worden benadeeld door het afsluiten van een telefoonabonnement.

Ten aanzien van de onder 1.I subsidiair, 2, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde oplichtingen overweegt de rechtbank als volgt.

De aangevers [aangeefster 1], [aangever 2], [aangever 3], [aangever 4] en [aangever 5] zijn allen in contact gekomen met verdachte. In sommige gevallen door tussenkomst van [medeverdachte 2] [medeverdachte 2]. Verdachte heeft ter zitting ook bekend dat hij contact heeft gehad met de aangevers, al dan niet in het bijzijn van anderen.

De aangevers betroffen veelal kwetsbare personen met een verstandelijke beperking. In alle gevallen bestond de werkwijze uit het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen bij verschillende telecomwinkels. De aangevers toonden hierbij hun ID-kaart en moesten 1 eurocent pinnen. Slechts aangeefster [aangeefster 1] hoefde niet te pinnen. De verstrekte telefoons werden vervolgens afgegeven aan verdachte, die de telefoons verkocht. Ook dit is ter zitting niet ontkend door verdachte.

Slechts enkele aangevers, te weten [aangever 2] en [aangever 5], verklaren dat zij iets uit de opbrengst van deze verkopen hebben ontvangen. De aangevers [aangeefster 1], [aangever 3] en [aangever 4] hebben na afgifte van de telefoons niets meer van verdachte vernomen noch een deel van opbrengst gekregen. Ook toezeggingen door verdachte om acceptgiro’s te betalen, dan wel abonnementgegevens te wijzigen of te wissen zijn door verdachte niet nagekomen. Verdachte heeft over het wissen van gegevens ook verklaard dat het een leugen was dat hij dit kon doen.

Alle aangevers zijn na verloop van tijd geconfronteerd met telefoonrekeningen en in het geval van [aangeefster 1], [aangever 3] en [aangever 4] met oplopende schulden, vanwege de afgesloten telefoonabonnementen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de bovengenoemde oplichtingen wettig en overtuigend bewezen, gelet op hun modus operandi in onderlinge samenhang bezien met de onder parketnummer 18/650027-11 beschreven poging tot oplichting in vereniging. Er is sprake van een gang van zaken die op essentiële punten (met name wat betreft het patroon van handelen) overeenkomt met die van het onder parketnummer 18/650027-11 ten laste gelegde feit.

De rechtbank overweegt voorts dat het onder parketnummer 18/650027-11 ten laste gelegde plaatsvond in dezelfde periode waarin ook de andere oplichtingen plaatsvonden. Verdachte heeft hierover een gedetailleerde bekennende verklaring afgelegd. De rechtbank is van oordeel dat exact dezelfde werkwijze als beschreven in zijn bekennende verklaring ook plaatsvond in de ten laste gelegde oplichtingen aangaande de aangevers [aangeefster 1], [aangever 2], [aangever 3], [aangever 4] en [aangever 5].

Verdachtes handelen was enkel gericht op het verkrijgen van de telefoons en om uit de verkoop hiervan opbrengsten te genereren.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte door een samenweefsel van verdichtsels de aangevers ertoe heeft bewogen om telefoonabonnementen af te sluiten en de telefoons aan hem af te geven.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat ook de onder 6 ten laste gelegde diefstal in vereniging wettig en overtuigend bewezen is. De rechtbank baseert dit op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte dat hij met zijn mededader kratten bier uit de achtertuin heeft gehaald. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachte en zijn mededader daarbij als heer en meester over deze kratten beschikt. Er is derhalve sprake van een voltooide diefstal.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1.I subsidiair, 2,

3 subsidiair, 4 subsidiair, 5 en 6 alsmede het onder parketnummer 18/650027-11 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

I.

hij op 13 april 2010 in de gemeente Groningen telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te

bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [aangeefster 1] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer mobiele telefoons en tot aangaan van schulden bij telecomproviders, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens in strijd met de waarheid aan die [aangeefster 1] medegedeeld, dat hij, verdachte,

- nog geen 18 jaar oud was en daardoor geen telefoonabonnement kon

afsluiten, en

- de rekeningen zou betalen

waardoor die [aangeefster 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgiften en het aangaan van die schulden.

2.

hij in de periode van 4 tot en met 7 mei 2010, in de gemeente Groningen,

meermalen, op verschillende tijdstippen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 2] heeft bewogen tot

de afgifte van een of meer mobiele telefoons en het aangaan van schulden bij telecomproviders, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens in strijd met de waarheid aan die [aangever 2] medegedeeld,

- dat hij, verdachte, wist hoe je telefoonabonnementen op een andere naam kunt

zetten, en

- dat die [aangever 2] de duurste telefoons bij abonnementen moest uitzoeken, en

vervolgens ongeveer 390 euro kon verdienen met/aan het verkopen van die

telefoons,

waardoor die [aangever 2] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiften en het aangaan van die schulden.

3.

hij in de periode van 23 april 2010 tot en met 9 juni 2010, in de gemeente Groningen

meermalen, op verschillende tijdstippen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen telkens door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 3] heeft bewogen tot de afgifte van mobiele telefoons en het aangaan van schulden bij telecomproviders,

hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid aan die [aangever 3] medegedeeld,

- dat hij zijn schulden kon afbetalen als hij voor hem, verdachte,

telefoonabonnementen zou afsluiten en de daarbij verkregen telefoons

gelijk aan hem, verdachte, moest afgeven,

waardoor die [aangever 3] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiften en het aangaan van die schulden.

4.

hij op 3 juni 2010 in de gemeente Groningen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van

verdichtsels, [aangever 4] heeft bewogen tot de afgifte van mobiele telefoons

en het aangaan van schulden bij telecomproviders, hebbende verdachte en/of zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid, tegen die [aangever 4] gezegd

- dat hij naar telefoonwinkels moest gaan en telefoonabonnementen moest

afsluiten en dan die gekregen telefoons aan verdachte en/of een of meer

van zijn mededaders moest afgeven, en

- dat hij geld zou krijgen voor het afsluiten van telefoonabonnementen,

waardoor die [aangever 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgiften en het aangaan van die schulden.

5.

hij in de maand april 2010 in de gemeente Groningen meermalen, op verschillende tijdstippen, telkens tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 5] heeft bewogen tot de afgifte van mobiele telefoons en het aangaan van schulden bij telecomproviders, hebbende verdachte en zijn mededaders toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid tegen die [aangever 5] gezegd, dat

- hij/zij, verdachte(n), wist(en) hoe je met het afsluiten van

telefoonabonnementen geld kunt verdienen, zonder daar problemen mee te

krijgen, en connecties hebben die dat kunnen regelen, en

- hij alleen maar abonnementen hoeft af te sluiten en dat verdachte(n) dan de

telefoons weer verkopen in een winkel waar ze de gegevens kunnen wissen,

waardoor die [aangever 5] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiften en het aangaan van die schulden.

6.

hij op 26 maart 2010 te Groningen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de achtertuin van een studentenwoning aan [straatnaam] heeft weggenomen kratten, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 6] en een of meer andere bewoners van die studentenwoning, waarbij zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming.

Onder parketnummer 18/650027-11:

hij op 20 april 2010 te Groningen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [verbalisant 1] en [verbalisant 2] te bewegen tot de afgifte van een of meer mobiele telefoons en het aangaan van een of meer schulden bij telecomproviders, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid met zijn mededader, tegen die

[verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] heeft/hebben gezegd:

- "he kerel, wil je geld verdienen? Ik heb een bedrijf. We willen

bedrijfstelefoonabonnementen afsluiten, en daarna als we een telefoon hebben

willen we de telefoons verkopen, maar dan moet jij eerst naar een

telefoonwinkel om een telefoon uit te zoeken. Jij zet een telefoon op je

naam en daarna gaan we samen de telefoon verkopen. Via internet kunnen we

achteraf alles weghalen zodat jij geen rekeningen meer krijgt", en

- "Wij doen dit vaker en daarom kunnen wij niet steeds naar die winkels. Jij

krijgt achteraf geen rekeningen. We poetsen via internet jouw gegevens weg.

De opbrengst van de telefoon die delen we fifty fifty", en

- "Kijk het werkt zo. Wij kopen samen een mobiele telefoon. Het abonnement

sluiten we af op jouw naam. Ik kan dan regelen dat jij geen

abonnementskosten betaald. Dit doen we via internet. Dan wissen we achteraf

jouw gegevens,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht hetgeen onder 1.I subsidiair, 2, 3 subsidiair, 4 subsidiair, 5 en 6 alsmede het onder parketnummer 18/650027-11 meer of anders is ten laste gelegd niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen acht levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1.I subsidiair: oplichting;

Feit 2: oplichting, meermalen gepleegd;

Feit 3 subsidiair: oplichting, meermalen gepleegd;

Feit 4 subsidiair: medeplegen van oplichting;

Feit 5: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

Feit 6: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

Onder parketnummer 18/650027-11: poging tot het medeplegen van oplichting.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu geen schulduitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie vordert een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht.

Bij het bepalen van de hoogte van de strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de kwalijke manier waarop verdachte heeft gehandeld, het grote aantal feiten, de kwetsbaarheid van de slachtoffers, de jeugdige leeftijd van verdachte, alsmede de inhoud van de reclasseringsrapportage.

Voorts heeft de officier van justitie rekening gehouden met het bepaalde in artikel 63 Wetboek van Strafrecht.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten, zodat aan zijn cliënt geen straf opgelegd moet worden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de rapportage omtrent zijn persoon en de justitiële documentatie van verdachte, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een vijftal oplichtingen, alsmede een poging daartoe en een (gekwalificeerde) diefstal.

In een periode van drie maanden heeft verdachte vijf kwetsbare aangevers opgelicht door hen abonnementen te laten afsluiten om vervolgens de hiermee verkregen telefoons te verkopen. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij welbewust zijn slachtoffers heeft uitgekozen, waarbij hij op de hoogte was van hun verstandelijke beperkingen en wist dat hij deze mensen met schulden zou opzadelen. Verdachte heeft de slachtoffers voor zijn karretje gespannen en is er zelf financieel beter van geworden. Ook ter zitting heeft verdachte er blijk van gegeven op geen enkele wijze het laakbare van zijn handelen in te zien. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk, te meer nu de gevolgen voor deze slachtoffers vanwege hun kwetsbaarheid extra ingrijpend zijn geweest.

Naast de slachtoffers die in de financiële problemen zijn geraakt hebben ook de telecomproviders nadelige gevolgen ondervonden van het handelen van verdachte omdat hun rekeningen veelal onbetaald zullen blijven.

Ook heeft verdachte zich tezamen met zijn mededader schuldig gemaakt aan de diefstal van kratten bier uit een tuin van een studentenhuis. Dergelijke feiten leiden tot maatschappelijke onrust en gevoelens van onveiligheid.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf, gelet op de omvang en de ernst van de feiten (zoals bovenomschreven), de justitiële documentatie van verdachte, alsmede het advies van de reclassering d.d. 29 oktober 2010.

Uit het reclasseringsadvies komt naar voren dat verdachte sinds zijn vijftiende, na het verlies van zijn vader, uit huis is geplaatst en vervolgens verschillende trajecten en instanties via de Jeugdzorg heeft doorlopen. Momenteel volgt verdachte geen opleiding en heeft hij geen vaste woon- of verblijfplaats. Ook heeft verdachte kennissen en vrienden uit het criminele milieu en is er sprake van softdrugs gebruik. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog gemiddeld. De rechtbank acht deze omstandigheden zorgelijk.

Deze zorg wordt bevestigd door het feit dat verdachte nog onlangs, op 1 november 2010, door de politierechter te Leeuwarden is veroordeeld voor een aantal vermogensdelicten.

De rechtbank acht de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank zal, ondanks de vrijspraak voor de afpersingen en bedreiging, geen lagere straf opleggen gelet op de omvang en ernst van de feiten, alsmede de gevolgen voor de slachtoffers.

De rechtbank zal een gedeelte van deze straf voorwaardelijk opleggen als “stok achter de deur”, maar zal hieraan geen bijzondere voorwaarden verbinden nu deze nog recentelijk bij de veroordeling door de politierechter te Leeuwarden d.d. 1 november 2010 zijn opgelegd.

Tot slot heeft de rechtbank rekening gehouden met het bepaalde in artikel 63 Wetboek van Strafrecht.

Vorderingen van de benadeelde partijen

Feiten 1, 3 en 4

Als benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd [aangeefster 1] (wonende te [woonplaats]), [aangever 3] (wonende te [woonplaats) en [aangever 4] (wonende te [woonplaats]).

De benadeelde partijen hebben schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van hun vorderingen en van de gronden waarop deze berusten.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de vordering van de benadeelde partij [aangeefster 1] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Uit de nota’s blijkt niet of deze wel of niet betaald zijn.

De officier van justitie is van mening dat ook de vordering van de benadeelde partij

[aangever 3] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Benadeelde heeft een drietal vorderingen ingediend, met bedragen variërend van € 5.000,-- tot € 5.500,-- euro onderbouwd door nota’s waaruit eveneens niet kan worden afgeleid of deze wel of niet zijn betaald.

Tot slot is de officier van justitie van mening dat de vordering van de benadeelde partij [aangever 4] kan worden toegewezen voor het bedrag van € 1.055,-- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is voldoende onderbouwd.

Standpunt verdediging

De raadsman stelt zich primair op het standpunt dat, nu vrijspraak dient te volgen, de vorderingen niet in behandeling kunnen worden genomen.

Voorts merkt de raadsman in zijn algemeenheid op dat er sprake is van nietige dan wel vernietigbare overeenkomsten op basis van bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden. Dit is een zaak tussen aangevers [aangeefster 1], [aangever 3] en [aangever 4] en de desbetreffende telecomproviders. Daarmee zijn de vorderingen tevens te gecompliceerd van aard voor afdoening in het strafproces. Uit de enkele onderbouwing door stukken van providers of incassobureaus blijkt onvoldoende duidelijk en ondubbelzinnig dat de schade daadwerkelijk geleden is (LJN: BM1743).

Met betrekking tot de vordering van [aangeefster 1] merkt de raadsman op dat het rekeningnummer van verdachte staat vermeld op de acceptgiro’s. Voorts bevinden zich in het dossier enkel facturen. Bankafschriften waaruit blijkt dat de kosten daadwerkelijk betaald zijn ontbreken. De vordering kan daarom niet worden toegewezen.

De raadsman merkt met betrekking tot de vordering van benadeelde [aangever 3] op dat ook hier bankafschriften ontbreken en enkel kopieën van incassobureaus ter onderbouwing zijn toegevoegd. De automatische incasso van € 406,75 door KPN is weer teruggeboekt. Ook deze vordering kan niet worden toegewezen.

Tot slot blijkt uit de onderbouwing van de vordering van [aangever 4] dat een bedrag van € 305,00 is afgeschreven. Er is echter ook sprake van enkele terugboekingen door incassobureaus. Onduidelijk is waarom benadeelde deze afschrijving wel heeft laten plaatsvinden. De vordering is derhalve niet eenvoudig van aard en kan niet worden toegewezen.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank vloeien de door aangevers opgevoerde bedragen voort uit het bewezenverklaarde en zijn voor toewijzing vatbaar. Daarmee is komen vast te staan dat aan de benadeelde partijen [aangeefster 1], [aangever 3] en [aangever 4] door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de vordering van benadeelde [aangeefster 1] dat van het door haar gevorderde bedrag de facturen met de bedragen € 36,00 en € 46,55 moeten worden afgetrokken. Op deze facturen staat het rekeningnummer van verdachte vermeld, derhalve blijft het onduidelijk of deze schade door [aangeefster 1] is geleden. De rechtbank wijst een bedrag toe van € 1.110,43.

Met betrekking tot de vordering van benadeelde [aangever 3] overweegt de rechtbank dat het bedrag van € 5.782,41 in zijn geheel kan worden toegewezen.

Tot slot overweegt de rechtbank dat het door benadeelde [aangever 4] gevorderde bedrag van € 1.055,00 in zijn geheel kan worden toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemde geldbedragen ten behoeve van de benadeelde partijen aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de strafbare feiten zijn toegebracht en het belang van de benadeelde partijen ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoedingen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 45, 47, 57, 63, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het onder 1.I primair, 1.II, 3 primair en 4 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart het onder 1.I subsidiair, 2, 3 subsidiair, 4 subsidiair, 5, 6 en het onder parketnummer 18/650027-11 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierboven is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

- verklaart het onder 1.I subsidiair, 2, 3 subsidiair, 4 subsidiair, 5, 6 en het onder parketnummer 18/650027-11 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van ACHTTIEN (18) MAANDEN.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot zes (6) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangeefster 1], wonende te [woonplaats], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 1.110,43 (zegge: elfhonderdentien euro en drieënveertig eurocent).

Verklaart de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 1.110,43 (zegge: elfhonderdentienduizend euro en drieënveertig eurocent) ten behoeve van de benadeelde partij [aangeefster 1], wonende te [woonplaats], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.110,44 ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 3], wonende te [woonplaats], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 5.782,41 (zegge: vijfduizend zevenhonderdtweeëntachtig euro en eenenveertig eurocent).

Verklaart de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 5.782,41 (zegge: vijfduizend zevenhonderdtweeëntachtig euro en eenenveertig eurocent) ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 3], wonende te [woonplaats], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 63 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.782,41 ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 4], wonende te [woonplaats], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 1.055,00 (zegge: duizend vijfenvijftig euro).

Verklaart de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 1.055,00 (zegge: duizend vijfenvijftig euro) ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 4], wonende te [woonplaats], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.055,00 ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. H.L. Stuiver, voorzitter, K.R. Bosker en

J.M.M. van Woensel, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Mulder, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 maart 2011.