Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BP7656

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
09-02-2011
Datum publicatie
15-03-2011
Zaaknummer
425234
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewijswaardering. Partijgetuige in contra-enquête. (Het tussenvonnis is gepubliceerd onder LJN-nummer BP7713)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 425234 CV EXPL 09-16006

Vonnis d.d. 9 februari 2011

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam],

eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna A te noemen,

gemachtigde Tijhuis & Partners GGN, gerechtsdeurwaarders te Groningen

tegen

B,

wonende te [adres],

gedaagde in conventie, eiser in reconventie, hierna B te noemen,

procederend in persoon.

PROCESGANG

Ter uitvoering van het tussenvonnis van 14 april 2010 heeft op 20 september 2010 een getuigenverhoor aan de zijde van A plaatsgevonden. Op 24 januari 2011 is in het kader van een contra-enquête B als partijgetuige gehoord.

Vervolgens is verzocht vonnis te wijzen, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. De kantonrechter verwijst naar en neemt over hetgeen in het tussenvonnis van 14 april 2010 is overwogen.

2. In dat tussenvonnis is A toegelaten tot het bewijs dat zij met B is overeengekomen dat A voor rekening van B klachten aan een Renault Espace met kenteken 78-RZ-VP zou verhelpen.

3. A heeft [receptionist], receptionist van haar bedrijf, als getuige laten horen. Hij heeft - voor zover van belang - het volgende verklaard:

"Volgens mij ongeveer een jaar geleden kwam de heer B bij mij aan de balie in verband met een storing in de auto. Hij vroeg of wij een diagnose konden stellen en konden nagaan wat de storing was. (...) Hij was alleen. (...)

Ik heb gezegd dat wij dat wel kunnen doen en dat als wij wisten wat er aan de hand was dat wij contact zouden opnemen. Over het doen van een diagnose is geen prijsafspraak gemaakt. Dat weet ik zeker. (...) Ik kan me niet herinneren dat ik nadat de diagnose door onze werkplaats was gesteld met B nog daarover heb gesproken. (...) Het klopt dat ik wel weet dat onze werkplaats een diagnose heeft gesteld, maar wat precies weet ik niet meer. Het is mij onbekend of er is gesproken over het herstellen van de auto en de kosten daarvan.(...)De heer B heeft alleen aan ons gevraagd om een diagnose te stellen van de storing. Hij heeft niet gevraagd om vervolgens de auto ook te repareren. Er waren inderdaad geen prijsafspraken gemaakt en er is ook niet gezegd dat alleen een diagnose stellen niets zou kosten."

4. Tegenover deze getuigenverklaring staat de verklaring die B in contra-enquête als getuige heeft afgelegd. Hij verklaart - voor zover van belang -: "(...) Vervolgens zijn wij samen naar de garage gegaan en hebben wij gesproken met de heer [receptionist]. Hij zei dat er eerst een diagnose gesteld moest worden. Mevrouw C en ik hebben vervolgens vanaf haar woonadres de auto naar de garage gebracht. Wij hebben ter plekke in het gesprek met de heer [receptionist] gemeld dat mevrouw C de eigenaar van de auto was. Zij heeft verteld dat zij de auto van mij had gekocht en dat heb ik bevestigd. Ik weet zeker dat wij met de heer [receptionist] hebben gesproken, ik kende hem uit het verleden als receptionist van de garage. [receptionist] vertelde dat als de diagnose gesteld was er vervolgens contact zou worden opgenomen. Aan het stellen van de diagnose, het uitlezen van de boordcomputer, zouden geen kosten verbonden zijn."

5. Hoewel [receptionist] heeft verklaard dat B alleen aan de balie stond, hetgeen zou impliceren dat alleen hij de opdracht zou hebben kunnen verstrekt, staat daar tegenover de in contra-enquête door B afgelegde verklaring dat hij samen met mevrouw C aan de balie stond, met [receptionist] heeft gesproken en dat door hen beiden is gemeld dat de auto niet meer van B was, maar van C.

6. De verklaring van B kan bewijs in zijn voordeel opleveren, aangezien het hier een partijgetuige betreft die in contra-enquête is gehoord en het geen verklaring betreft omtrent feiten die door hem dienen te worden bewezen. Dit betekent dat de beperking van de bewijskracht van zijn verklaring, zoals bepaald in artikel 164 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet geldt.

7. Gezien de schriftelijke verklaring van mevrouw C, die de verklaring van B onderschrijft, alsmede haar - niet weersproken - aanbod om de factuur - onder aftrek van de kosten van de sleutel - te voldoen, is de kantonrechter alles afwegende van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat B de opdracht heeft verstrekt.

8. Voorgaande overweging leidt tot de conclusie dat de vordering in conventie integraal dient te worden afgewezen.

In reconventie

9. B heeft in eerste instantie gevorderd bij toewijzing van de vordering in conventie daarop een bedrag van € 150,- in mindering te brengen. Nadien heeft hij zijn eis aangepast, waartegen A bezwaar heeft gemaakt.

Voor zover de (gewijzigde) vordering ziet op de rechtspositie van C, is de vordering niet-ontvankelijk, aangezien C geen partij is in deze procedure. Gelet hierop en het feit dat vordering in conventie is afgewezen, behoeft de vordering in reconventie verder geen bespreking meer. Voor de door B gevorderde onkostenvergoeding is hoe dan ook geen plaats, aangezien hij niet beroepsmatig procedeert.

10. A zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, die aan de zijde van B als in persoon procederend persoon worden bepaald op € 50,00 aan reis- en verblijfkosten.

BESLISSING

in conventie

wijst de vordering af;

in conventie en in reconventie

veroordeelt A in de kosten van deze procedure die aan de zijde van B worden bepaald op € 50,00 aan reis- en verblijfkosten;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. de Jong, kantonrechter, en op 9 februari 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: FdJ

coll: