Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BP7327

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
10-03-2011
Datum publicatie
10-03-2011
Zaaknummer
18/630641-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een man wegens het bezit en verspreiden van kinderporno en wegens het plegen van ontuchtige handelingen met een kind, jonger dan 16 jaar, tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Als bijzondere voorwaarde wordt hem reclasseringstoezicht en een behandeling bij de AFPN opgelegd.

De straf is lager dan door de officier van justitie is geëist omdat de rechtbank niet bewezen acht dat de man een gewoonte had gemaakt van het verspreiden en in- en uitvoeren van kinderporno. De rechtbank is van oordeel dat het zwaartepunt in de bewezenverklaring ligt bij het in het bezit hebben van kinderporno.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/630641-10 (promis)

datum uitspraak: 10 maart 2011

op tegenspraak

raadsman: mr. M.C. van Linde

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1947,

wonende te [plaats],

thans preventief gedetineerd in [naam P.I.].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 februari 2010.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 12 november 2009 tot en met 17 november 2010,

in de gemeente Groningen en/of in het arrondissement Friesland, in elk geval

in Nederland, één- of meermalen telkens een groot aantal afbeeldingen, te

weten 2800 foto's en/of 636 films en/of (een) gegevensdragers (computer en

externe harde schijf) bevattende (een) afbeeldingen,

telkens heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of

vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit

heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met

gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft,

terwijl op die afbeeldingen telkens (een) seksuele gedragingen zichtbaar

was/waren, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien

jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen telkens bestonden uit onder meer:

- het anaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s) en/of voorwerp)

door zichzelf en/of door een persoon (die kennelijk de leeftijd van 18 jaar

nog niet heeft bereikt) van het lichaam van een persoon (die kennelijk de

leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet heeft bereikt) (onder meer film 21.

met bestandsnaam [...].avi),

en/of

- het (laten) vasthouden en/of in de mond (laten) nemen van de penis van een

volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet

heeft bereikt (onder meer foto 2. met onderschrift: [...], film 1. met

bestandsnaam [...].wmv, film 9. met bestandsnaam [...].avi, film 11. met

bestandsnaam [...].asf), film 15. met bestandsnaam [...].mpg),

en/of

- het in de mond (laten) nemen van de penis van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een persoon die (eveneens)

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (onder meer foto 11.

met onderschrift [...])

en/of

-het (door een volwassen man) masturberen boven en/of ejaculeren op en/of

penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18

jaren nog niet heeft bereikt (onder meer foto 3. met onderschrift [...],

film 3. met bestandsnaam [...].avi, film 22. met bestandsnaam [...].jpg)

en/of

- het houden van een penis tegen of (dicht) bij het gezicht en/of het

geslachtsdeel en/of de anus en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (terwijl op het gezicht/lichaam

van die persoon een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is) (onder meer

foto 6. met onderschrift [...], film 4. met bestandsnaam [...].mpg)

en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het

camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van

die persoon nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of de ontblote

borsten in beeld gebracht worden (onder meer foto's 8 en 8a. met onderschrift:

[...] en [...])

en/of

-het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze

persoon in een omgeving en/of met voorwerpen en/of in (erotisch getinte)

houdingen poseert die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna)

door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van

kleden van deze persoon nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld

gebracht worden (onder meer foto 4. met onderschrift: [...]),

van welke misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 28 januari 2009 te [plaats], gemeente Tynaarlo, met

[aangever], geboren op [datum], die toen de leeftijd van zestien jaren nog

niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft

gepleegd, bestaande in het (meermalen) ontuchtig betasten van de (boven)benen

en/of het kruis en/of de billen van die [aangever] en/of het op de mond zoenen

van die [aangever];

Bewijsvraag

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie vordert een veroordeling ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Zij baseert de bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde op het proces-verbaal van de digitale recherche omtrent de inhoud van de foto’s en video’s, de verklaringen van verdachte, het proces-verbaal van aanhouding en de aangifte. Zij acht alle delictsbestanddelen met uitzondering van het vervaardigen bewezen en gaat daarbij uit van 2800 foto’s en 636 films inclusief de niet direct benaderbare bestanden.

De bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde baseert de officier van justitie op de aangifte van [moeder aangever], het proces-verbaal van verhoor van [aangever] en de verklaring van verdachte. Zij acht de ontuchtige handelingen bestaande uit het wrijven over de binnenkant van het been, het kruis en de billen, alsmede de kus op de mond bewezen.

Standpunt verdediging

Namens verdachte heeft de raadsman aangevoerd dat met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid die omschreven is in artikel 240b wetboek van Strafrecht, tweede lid. Verdachte heeft weliswaar langdurig kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit gehad, maar het uitwisselen van dergelijke afbeeldingen was gericht op het zichzelf voorzien van nieuwe bestanden. Voorts gebeurde dit op een dusdanig kleine schaal dat niet kan worden gesproken van een gewoonte maken. Daarbij merkt de raadsman op dat het bezit van kinderpornografische afbeeldingen een voortdurend delict is, maar dat dit onvoldoende is om bewezen te achten dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van dit misdrijf.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank heeft bij de beoordeling van de vraag of het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Feit 1:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 februari 2011;

- een proces-verbaal van bevindingen door Shared Services Center Noord DRO Thematische Expertise Kinderpornografie, d.d. 18 januari 2011, (losbladig) opgenomen in het dossier.

Feit 2:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 februari 2011;

- een proces-verbaal onder nummer PL031E/09-008302, d.d. 17 februari 2009, opgenomen op pagina 30 tot en met 40 van dossier nummer PL031E/09-500911 d.d. 15 juni 2010, inhoudende de verklaring van aangever [aangever].

Bewijsmotivering

Op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen overweegt de rechtbank ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde het navolgende.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen, bestaande uit 2800 foto’s en 636 films, heeft verworven en in zijn bezit heeft gehad. Het verspreiden en aanbieden van kinderpornografische afbeeldingen acht de rechtbank eveneens bewezen.

Met betrekking tot de bewezenverklaarde periode gaat de rechtbank uit van de oorspronkelijk ten laste gelegde periode van 1 januari 2010 tot en 17 november 2010, gelet op de verklaring van verdachte, dat hij vanaf die tijd kinderpornografisch materiaal begon te verzamelen. Verdere aanknopingspunten met betrekking tot de periode waarin dit plaatsvond heeft de rechtbank in het dossier niet aangetroffen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid dat hij van het bezit dan wel het verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen een gewoonte heeft gemaakt, nu dit niet door enig bewijsmiddel in het dossier wordt ondersteund. Het slechts gedurende langere periode in het bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen en in beperkte mate verspreiden is onvoldoende om te kunnen spreken van een gewoonte.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de in- en uitvoer, het vervaardigen en openlijk tentoonstellen niet bewezen kan worden. De rechtbank zal verdachte ook hiervan vrijspreken.

De rechtbank is van oordeel dat het plegen van ontuchtige handelingen met iemand die de leeftijd van 16 jaren nog niet heeft bereikt wettig en overtuigend bewezen kan worden, gelet op de aard van de handelingen en de jonge leeftijd van de aangever. Verdachte heeft bekend dat hij de destijds twaalfjarige [aangever] over zijn billen en bovenbenen heeft gewreven, hem in het kruis heeft betast en op de mond heeft gezoend.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 november 2010, in de gemeente Groningen en in het arrondissement Friesland, meermalen een groot aantal afbeeldingen, te weten 2800 foto's en 636 films en gegevensdragers (computer en externe harde schijf) bevattende afbeeldingen, heeft verspreid en/of aangeboden en/of verworven en/of in bezit

heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met

gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen telkens seksuele gedragingen zichtbaar waren, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit onder meer:

- het anaal penetreren (met een voorwerp) door zichzelf of door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar eveneens nog niet heeft bereikt.

en

- het laten vasthouden en in de mond laten nemen van de penis van een volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

en

- het in de mond laten nemen van de penis van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een persoon die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,

en

-het door een volwassen man penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

en

- het houden van een penis tegen of dicht bij de anus van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt op het lichaam van die persoon een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is,

en

- het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en de pose van die persoon nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden,

en

-het naakt laten poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon in een erotisch getinte houding poseert die niet bij zijn leeftijd past en door de onnatuurlijke pose nadrukkelijk de geslachtsdelen in beeld gebracht worden.

2.

hij op 28 januari 2009 te [plaats], gemeente Tynaarlo, met [aangever], geboren op [datum], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen ontuchtig betasten van de bovenbenen en het kruis en de billen van die [aangever] en het op de mond zoenen van die [aangever].

De rechtbank acht hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen acht levert de volgende strafbare feiten op:

1.

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en aanbieden en verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

2.

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten

Strafbaarheid van verdachte

Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gelet op de Pro Justitia onderzoeksrapportage d.d. 19 januari 2011 opgemaakt door drs. J. de Hoop, klinisch psycholoog/psychotherapeut.

De conclusie van dit rapport luidt, zakelijk weergegeven, dat betrokkene voorafgaand aan zijn huwelijk, ruim 30 jaar geleden, zijn homo- en pedofilie onderdrukt heeft en dit met behulp van zijn echtgenote en de kerk steeds heeft volgehouden. Deze beschermende factoren zijn verzwakt. Betrokkene is bovendien door het verlies van werk geïsoleerd geraakt, waardoor zijn geaardheid niet meer onder controle van deze factoren stond en bij betrokkene een sterke drang ontstond naar deze geaardheid te handelen. Betrokkene is een bovengemiddeld intelligente man, die zich bewust was van het ongeoorloofde van het hem ten laste gelegde en dit derhalve ook geheim hield. Hij heeft bewust voor deze geheimhouding gekozen en zichzelf derhalve de ruimte gegeven het ongeoorloofde te doen. Op grond hiervan is de conclusie van de psycholoog dat betrokkene ten aanzien van het hem ten laste gelegde in lichte mate verminderd toerekeningsvatbaar is. Bij betrokkene is sprake van een forse lijdensdruk, waarbij zijn seksuele identiteit en zijn huwelijk onder druk staan. Betrokkene is gemotiveerd voor een behandeling, maar heeft het idee dat een behandeling hem afhelpt van homo- en pedofilie gevoelens. Het doel zal in eerste instantie moeten zijn om recidive van het delict te voorkomen en om met behulp van zijn echtgenote en kerk zijn ziekte en seksuele geaardheid te onderdrukken. Betrokkene zal daarbij zijn homofiele geaardheid moeten accepteren. In zijn behandeling zal betrokkene moeten zoeken naar een passend optimaal evenwicht. Daarbij wordt een behandeling geadviseerd in een ambulante setting van de forensische psychiatrie (AFP).

De rechtbank houdt rekening met het rapport van de psycholoog en heeft oog voor de ziekelijke stoornis van verdachte en van het feit dat hij moeite heeft met zijn homoseksuele gevoelens, maar zij onderschrijft niet het advies van de psycholoog dat verdachte hierdoor licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden verklaard.

De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde volledig aan verdachte kan worden toegerekend.

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten opzichte van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie vordert ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarden als genoemd in het reclasseringsrapport.

Bij het bepalen van de hoogte van haar strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de zeer jonge leeftijd van de afgebeelde kinderen en de gevolgen die deze gedragingen op hun verdere ontwikkeling zullen hebben. Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde houdt zij rekening met de leeftijd van de aangever en de omstandigheid dat het op de school plaatsvond waar verdachte als conciërge werkzaam was. Ook houdt zij rekening met de houding van verdachte naar aangever [aangever], te weten dat er sprake zou zijn van initiatief zijdens verdachte.

Tot slot heeft de officier van justitie rekening gehouden met de inhoud van de psychologische rapportage en het advies van de reclassering.

Standpunt verdediging

Met betrekking tot de strafmaat verwijst de raadsman onder meer naar hetgeen hij over de strafverzwarende omstandigheid heeft bepleit. Voorts merkt hij op dat verdachte te kampen heeft met lijdensdruk. Verdachte neemt tevens de verantwoordelijkheid voor zijn daden.

Ook wijst de raadsman op de Landelijke oriëntatiepunten en de inhoud van het psychologische rapport, alsmede het reclasseringsadvies. Uit het laatstgenoemde advies, meer specifiek de STATIC-99 test, komt onder meer naar voren dat het recidiverisico laag is.

De raadsman heeft aangevoerd dat met een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest kan worden volstaan en dat daarbij een fors voorwaardelijk deel kan worden opgelegd om hieraan de bijzondere voorwaarden te verbinden, zoals door de reclassering voorgesteld.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de rapportages omtrent zijn persoon en de justitiële documentatie van verdachte, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna een jaar schuldig gemaakt aan het onder meer in het bezit hebben, verwerven en verspreiden van een aanzienlijke hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen van seksuele handelingen waarbij jonge kinderen waren betrokken. Aan dit handelen is slechts een einde gekomen door het ingrijpen van politie en justitie.

Door zijn handelen heeft verdachte het vervaardigen van kinderporno, waarbij kinderen onder meer door volwassenen aan seksuele handelingen waar zij geestelijk en lichamelijk nog niet aan toe zijn worden onderworpen, indirect bevorderd. Dergelijk seksueel misbruik kan leiden tot ernstige lichamelijke en psychische schade aan de slachtoffers.

De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan, mede gelet op het aantal afbeeldingen en de aard en ernst van de aangetroffen kinderporno.

Naast het bovengenoemde heeft verdachte een jongen van twaalf jaar ontuchtig benaderd. Verdachte had als volwassen man mede gelet op de locatie en functie die hij op dat moment bekleedde, anders moeten handelen. De rechtbank rekent het verdachte dan ook zwaar aan dat hij slechts heeft gehandeld ten behoeve van zijn eigen gerief.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat verdachte blijkens zijn justitiële documentatie first offender is. Tevens heeft de rechtbank rekening gehouden met de inhoud van de eerdergenoemde Pro Justitia rapportage.

Voorts acht de rechtbank, met betrekking tot de onder 1 ten laste gelegde kinderpornografische afbeeldingen anders dan de officier van justitie, de strafverzwarende omstandigheid niet bewezen. Naar het oordeel van de rechtbank ligt het zwaartepunt bij de bepaling van de hoogte van de straf met name bij het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. De rechtbank gaat uit van het slechts in geringe mate verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen.

De rechtbank acht een gevangenisstraf passend en geboden, maar zal gelet op het bovengenoemde een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie geëist.

De rechtbank zal tevens een gedeelte van deze straf voorwaardelijk opleggen om hieraan de bijzondere voorwaarden te verbinden zoals genoemd in het reclasseringsadvies d.d. 28 januari 2011, waaronder een ambulante behandeling bij de AFPN.

Onttrekking aan het verkeer en teruggave inbeslaggenomen goederen

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomene, te weten de [merknaam] computer inclusief de harde schijf (kvi nr. 20) en de externe harde schijf (kvi nr. 9) moet worden onttrokken aan het verkeer.

Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet of het algemeen belang.

Verder is uit het onderzoek op de terechtzitting gebleken, dat verdachte de strafbare feiten met deze voorwerpen heeft begaan.

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomene, te weten - wachtwoorden en documenten kampen (kvi nr. 34), telefoonnummers en pinbonnetjes (kvi nr. 35),

4 kinderfoto’s (kvi nr. 37) en 3 agenda’s, kopieën van een cv, mapje met kampaanmeldingen 2009 (kvi nr. 38) -

kan worden teruggeven aan verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36b, 36c, 57, 240b en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart het onder 1 en 2 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van TIEN (10) MAANDEN.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot zes (6) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging ook kan worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd gedragen naar voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt. Draagt deze instelling op om de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarden;

- de veroordeelde zal zich ambulant laten behandelen door of namens de AFPN (of een soortgelijke instelling) en zal zich gedurende de proeftijd gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften door of namens de AFPN of (soortgelijke instelling) zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 17 maart 2011.

Gelast de teruggave van:

- wachtwoorden en documenten kampen (kvi nr. 34) aan veroordeelde;

- telefoonnummers en pinbonnetjes (kvi nr. 35) aan veroordeelde;

- 4 kinderfoto’s (kvi nr. 37) aan veroordeelde;

- 3 agenda’s, kopieën van een cv, mapje met kampaanmeldingen 2009 (kvi nr. 38) aan veroordeelde.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- [merknaam] computer inclusief de harde schijf (kvi nr. 20) en de externe harde schijf (kvi nr. 9).

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. L.M.E. Kiezebrink, voorzitter, J.M.M. van Woensel en S. Timmermans, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Mulder, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 maart 2011.