Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BP5680

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
27-01-2011
Datum publicatie
24-02-2011
Zaaknummer
454116
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eindvonnis na tussenvonnis van 21 oktober 2010. Schadevergoeding wegens overmatig in rekening gebracht waterverbruik als gevolg van lekkage van een waterleiding (deels) toegewezen. Het tussenvonnis is gepubliceerd onder LJN BO2619.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 454116 CV EXPL 10-7979

Vonnis d.d. 27 januari 2011

inzake

A,

wonende te Groningen,

eiseres, hierna A te noemen,

gemachtigde mr. E.Tj. van Dalen, advocaat te Groningen,

tegen

de stichting met rechtspersoonlijkheid Stichting Nijestee, gevestigd en kantoorhoudende te Groningen, Naberpassage 3,

gedaagde, hierna Nijestee te noemen,

gemachtigde mr. H.J.M. Janssen, advocaat te Groningen.

PROCESGANG

Bij tussenvonnis van 21 oktober 2010 is A in de gelegenheid gesteld om de eindafrekeningen van het Waterbedrijf over de jaren 2006, 2007 en 2008 in het geding te brengen.

Ter voldoening aan de inhoud van het tussenvonnis heeft A een akte genomen, onder overlegging van producties.

Nijestee heeft zich over deze akte uitgelaten.

Tenslotte is wederom vonnis bepaald. De uitspraak daarvan is vastgesteld op heden.

OVERWEGINGEN

1.1. Verwezen wordt hier naar en overgenomen hetgeen in voormeld tussenvonnis is overwogen en beslist.

Het standpunt van A

2.1. Uit de door haar overgelegde eindafrekeningen van het Waterbedrijf betreffende het waterverbruik over de periode van 30 juni 2005 tot 1 januari 2009 blijkt genoegzaam dat het gemiddelde jaarlijkse waterverbruik tussen de 135 m3 en 160 m3 heeft bedragen. Daarentegen bedroeg het waterverbruik in de periode van 1 januari 2009 tot 1 januari 2010 453 m3, een verveelvoudiging daarvan. Hieruit kan genoegzaam worden afgeleid dat dit overmatige waterverbruik het gevolg is geweest van de opgetreden lekkage.

Het standpunt van Nijestee

3.1. Uit de door A overgelegde eindafrekeningen van het Waterbedrijf betreffende de periode van 30 juni 2005 tot 1 januari 2009 kan worden afgeleid dat het gemiddelde verbruik per maand 12,19 m3 heeft bedragen. Het gemiddelde verbruik op jaarbasis bedraagt derhalve (afgerond) (12 x 12,19 m3=) 146 m3. Aangezien er in de periode van 1 januari 2009 tot 1 januari 2010 sprake was van een gemeten waterverbruik van 453 m3, kan hieruit de conclusie worden getrokken dat het extra waterverbruik in deze periode 307 m3 bedroeg. Hiermee is een bedrag van (307 m3 à € 0,95 per m3=) € 309,15 inclusief 6% BTW gemoeid.

De beoordeling

4.1. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft A door middel van de overlegging van de eindafrekeningen van het Waterbedrijf voldoende aannemelijk gemaakt dat het gemiddelde jaarlijkse waterverbruik over de periode van 30 juni 2005 tot 1 januari 2009 (afgerond) 146 m3 heeft bedragen terwijl het waterverbruik in het jaar waarin de onderhavige lekkage heeft plaatsgevonden, 453 m3 bedroeg. Dit betekent dat er in deze periode sprake is geweest van een extra waterverbruik van 307 m3, hetgeen overeenkomt met een bedrag van (307 m3 x € 0,95=) € 309,15 inclusief BTW. Aangezien in voormeld tussenvonnis reeds is overwogen dat Nijestee verplicht is tot vergoeding van de door het gebrek veroorzaakte schade, zal de kantonrechter de omvang van de door A geleden schade wegens het overmatig in rekening gebrachte waterverbruik vaststellen op voormeld bedrag van € 309,15. Dit betekent dat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

4.2. Nijestee zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van deze procedure worden veroordeeld

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt Nijestee om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan A te betalen een bedrag van € 309,15 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag te rekenen vanaf 12 april 2010 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Nijestee in de kosten van deze procedure, die aan de zijde van A tot aan deze uitspraak worden vastgesteld op € 327,93, waarvan te voldoen aan de griffier van dit gerecht € 155,43 (zijnde € 87,93 aan dagvaardingskosten en € 67,50 aan in debet gesteld griffierecht) en te voldoen aan A € 22,50 aan niet in debet gesteld griffierecht en € 150,-- aan salaris van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

ontzegt het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. de Jong, kantonrechter, en op donderdag 27 januari 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: gv