Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BP4574

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
11-01-2011
Datum publicatie
15-02-2011
Zaaknummer
120443/FA RK 10-1962
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijwillige ontheffing, waarbij de voogdij wordt opgedragen aan grootmoeder m.z.

Bijzondere samenwerking tussen ontheven moeder, haar zuster en grootmoeder m.z.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

Meervoudige kamer

zaaknr.: 120443/FA RK 10-1962

beschikking d.d. 11 januari 2011

in de zaak van:

de Raad voor de Kinderbescherming,

regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen,

gevestigd te 9726 AD Groningen, Cascadeplein 6,

v e r z o e k e r,

hierna te noemen de Raad,

en

A.,

hierna te noemen de moeder,

in persoon verschenen.

Belanghebbenden:

- de grootmoeder m.z.;

- Bureau Jeugdzorg Groningen (Bjz).

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 11 augustus 2010 een verzoekschrift met bijlagen d.d. 10 augustus 2010 ingediend, waarin wordt verzocht om bij beschikking - uitvoerbaar bij voorraad - de moeder primair vrijwillig en subsidiair gedwongen te ontheffen van het gezag over de minderjarige B. en de grootmoeder m.z. tot voogdes te benoemen.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 7 december 2010.

Verschenen en gehoord zijn:

- de heer J. Scholte Aalbes namens de Raad;

- de moeder, bijgestaan door haar zuster;

- de pleegmoeder en voorgestelde voogdes;

- mevrouw B.S. Mulder namens Bjz.

RECHTSOVERWEGINGEN

vaststaande feiten

Moeder is op 9 juli 2005 in de gemeente Groningen bevallen van het thans nog minderjarige kind B.

Moeder heeft het gezag over [B.].

Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 27 augustus 2008 is [B.] onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar en is machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [B.] in een voorziening voor pleegzorg (het gezin van grootmoeder m.z.).

De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn nadien jaarlijks verlengd, laatstelijk tot 27 augustus 2011.

standpunt van de Raad

Afgezien van de periode van juli tot oktober 2007 toen zij samen met haar moeder in een instelling van de Base-groep verbleef, woont [B.] vanaf haar geboorte bij pleegmoeder, haar grootmoeder m.z.

[B.] is voor haar verzorging en ontwikkeling afhankelijk van haar pleegmoeder.

Naar mate meer duidelijk werd dat de moeder niet in staat was om een meer zelfstandige rol in te nemen heeft grootmoeder m.z. steeds meer de zorg voor [B.] op zich genomen.

[B.] is aan haar pleegmoeder gehecht en bij haar ontwikkelt [B.] zich voorspoedig.

Het is in het belang van [B.] dat haar huidige woon- en leefsituatie wordt gecontinueerd.

Pleegmoeder stelt de belangen van [B.] voorop en respecteert daarbij de rol van moeder.

Pleegmoeder en moeder kunnen het goed met elkaar vinden. Er bestaat over en weer respect voor ieders rol ten aanzien van [B.].

Bij moeder is te weinig ruimte om zelfstandig en verantwoord een verzorgings- en opvoedingsrol ten opzichte van [B.] in te nemen.

Moeder is ongeschikt en/of onmachtig gebleken om haar plicht tot verzorging en opvoeding van [B.] te vervullen. Moeder dient van het gezag over [B.] te worden ontheven en pleegmoeder moet met dat gezag worden belast.

De belangen van [B.] verzetten zich niet tegen de ontheffing.

Zij heeft recht op duidelijkheid, continuïteit en een voortgezette hechting in het pleeggezin, zoals ook neergelegd in de artikel 3 en 20 van het Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind.

Bureau Jeugdzorg onderschrijft het standpunt van de Raad.

beoordeling

Op grond van artikel 1:266 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank de moeder ontheffen van het ouderlijke gezag over haar kind, indien zij ongeschikt of onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen en de belangen van de minderjarige zich daar niet tegen verzetten.

Uit het rapport en advies van de Raad, dat hiervoor summier is weergegeven, blijkt dat moeder problemen heeft en dat zij lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis.

Zij vindt zelf dat zij eigenschappen heeft van borderline.

Door onverwerkt leed is moeder te zwaar belast en beschikt zij (nog) niet over voldoende opvoedingsvaardigheden.

De rechtbank is van oordeel dat moeder onmachtig is om de verzorging en opvoeding van [B.] op zich te nemen. Hiermee is voldaan aan de voorwaarde voor ontheffing van het ouderlijke gezag als bedoeld in artikel 1:266 BW.

Moeder verzet zich niet tegen de verzochte ontheffing, mits grootmoeder m.z. wordt belast met de voogdij over [B.].

Grootmoeder m.z. is in staat gebleken om [B.] de stabiliteit en rust te geven, die zij nodig heeft om zich verder te kunnen ontwikkelen. Het is goed voor [B.] en ook heel bijzonder dat de dagelijkse verzorging en opvoeding van [B.] plaatsvindt met grootmoeder m.z. aan het roer, maar met sterke steun van de zuster van moeder en (binnen haar mogelijkheden) ook van moeder zelf.

Grootmoeder m.z. is ook in staat haar relatie met moeder en conflicten tussen hen beiden in goede banen te leiden.

Diana is gehecht bij grootmoeder m.z. en ontwikkelt zich daar goed.

Zij is sociaal en legt snel contacten. [B.] heeft duidelijkheid en zekerheid nodig dat zij bij grootmoeder m.z. blijft wonen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ligt het opvoedingsperspectief van [B.] naar het oordeel van de rechtbank blijvend bij grootmoeder m.z. en is het in het belang van [B.], dat grootmoeder m.z., die zich hiertoe zowel schriftelijk als ter zitting bereid heeft verklaard, tot voogdes over haar wordt benoemd.

BESLISSING

ontheft de moeder

van het ouderlijke gezag over de minderjarige B.

en benoemt tot voogdes over voornoemde minderjarige

grootmoeder m.z.;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. D.A. Flinterman (voorzitter), D.J. Klijn en

J.H.H.M. Dorscheidt en uitgesproken door eerstgenoemde ter openbare terechtzitting van

11 januari 2011, in tegenwoordigheid van G.D. Kuilman, griffier.