Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2011:BP2467

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
18-01-2011
Datum publicatie
31-01-2011
Zaaknummer
121169 / FA RK 10-2209
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ingevolge art. 1:247 boek I BW omvat het ouderlijk gezag de plicht en het recht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden. Daarbij behoudt het kind het recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Dat houdt niet in dat een kind evenveel tijd bij elk van de ouders moet doorbrengen, omdat dit nu eenmaal op praktische bezwaren kan stuiten, zoals ddat in de onderhavige zaak aan de orde is. Echter van beide ouders mag verwacht worden dat zij zich ervoor inzetten om aan hun plichten te voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 121169 / FA RK 10-2209

beschikking d.d. 18 januari 2011

in de zaak van:

[de vrouw],

wonende te [adres],

verzoekster,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. W.A. Bruinsma-Woudstra te Leeuwarden,

en

[de man],

wonende te [adres],

verweerder,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. S.S. Ilahi.

PROCESVERLOOP

De vrouw heeft op 17 september 2010 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift met bijlagen ingediend. Daarin wordt verzocht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, voor zover wettelijk toelaatbaar, een omgang/contactregeling tussen de man en de minderjarige kinderen van partijen vast te stellen inhoudende: eens in de veertien dagen een weekend van vrijdag 15.30 uur tot zondag 18.30 uur, alsmede de helft van de schoolvakanties en de erkende feestdagen, kosten rechtens.

De rechtbank heeft partijen, bijgestaan door hun raadslieden, gehoord ter zitting met gesloten deuren van 9 december 2010. Daarbij is tevens verschenen en gehoord mevrouw A.I. van Dijk namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen (de Raad).

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

- partijen zijn gehuwd geweest;

- uit het huwelijk van partijen zijn geboren de minderjarige kinderen:

* [kind 1], geboren [in 2001] in de gemeente [geboorteplaats];

* [kind 2], geboren [in 2004] in de gemeente [geboorteplaats];

- het huwelijk van partijen is op 20 augustus 2007 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand;

- na de ontbinding van het huwelijk van partijen is geboren het minderjarige kind:

* [kind 3], geboren [in 2008] in de gemeente [geboorteplaats];

- de kinderen verblijven bij de vrouw.

Standpunt van de vrouw

De man bezoekt de kinderen regelmatig. Er is echter geen gestructureerde regeling vastgelegd. De vrouw heeft geprobeerd het contact te reguleren en hierin structuur aan te brengen, maar het is partijen niet gelukt tot overeenstemming te komen. Er is nog steeds sprake van onregelmatig contact tussen de man en de kinderen. De vrouw wil graag dat de zorgtaken over de kinderen meer worden verdeeld over partijen. De vrouw heeft het net als de man druk. Zij volgt een opleiding en is in verband daarmee hele dagen weg. [kind 3] gaat op maandag, woensdag en vrijdag naar de crèche, de twee oudsten gaan dan naar de BSO. Daarnaast gaan de kinderen naar een oppasmoeder. De vrouw is op donderdag de hele dag thuis. De vrouw zorgt nu 7 dagen per week voor de kinderen en verwacht van de man dat hij ook zijn verantwoordelijkheid neemt.

De vrouw acht het in het belang van de kinderen dat er een contactregeling wordt vastgelegd, inhoudende eens in de veertien dagen een weekend van vrijdag 15.30 uur tot zondag 18.30 uur, alsmede de helft van de schoolvakanties en de erkende feestdagen.

Standpunt van de man

De man kan de kinderen in het weekend niet ontvangen omdat hij een restaurant heeft en het dan juist erg druk is. Hij heeft weinig personeel en doet dus bijna alles zelf. De man en de vrouw wonen beiden in [woonplaats], op een afstand van 400 á 500 meter van elkaar. Eerder kwamen de kinderen tussendoor ook bij de man langs en dat verliep prima. De vrouw is daarin nu erg terughoudend.

Op maandag is de man vrij en dan kan hij de kinderen ontvangen. Op dinsdag doet hij overdag de administratie en 's avonds geeft hij workshops. De man stelt voor vast te leggen dat de kinderen op maandag bij hem komen en dat ze dan bij hem blijven slapen. De twee oudsten haalt hij dan om 15.00 uur op uit school en [kind 3] haalt hij dan op bij de vrouw. De kinderen blijven bij hem slapen waarna hij dinsdagochtend de 2 oudsten naar school brengt en [kind 3] naar de vrouw. Op sommige maandagen zoals 2e paasdag is het restaurant wel open, dan kan hij de kinderen niet ontvangen.

Beoordeling

Ingevolge artikel 1:247 van boek I van het Burgerlijk Wetboek omvat het ouderlijk gezag de plicht en het recht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden. Daarbij behoudt een kind over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, zoals in deze zaak aan de orde is, na ontbinding van het huwelijk van de ouders recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Dit laatste houdt niet in dat een kind evenveel tijd bij elk van de ouders moet doorbrengen, omdat dit nu eenmaal op praktische bezwaren kan stuiten, zoals in de onderhavige zaak aan de orde is. Echter van beide ouders mag verwacht worden dat zij zich ervoor inzetten om aan hun plichten te voldoen.

Het bovenstaande betekent dat de man niet kan volstaan met de - ongestructureerde - opvang van de kinderen als zij hem overdag in het restaurant bezoeken, maar dat hij tijd moet vrijmaken of zijn tijd zodanig moet indelen dat hij op vaste dagen de kinderen bij zich kan ontvangen. De crèche of oppas voor die dag kan dan worden opgezegd. Aan de andere kant is duidelijk dat het, gezien de bijzondere werktijden die nu eenmaal bij het werken in een restaurant horen, voor de man lastig is om de kinderen in de weekenden of op bijzondere dagen bij zich te ontvangen.

De rechtbank zal daarom als basis de regeling vastleggen zoals hieronder vermeld en gaat er vanuit dat de ouders de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken verder in onderling overleg regelen. Mocht de man op een van de vastgelegde contactmomenten verhinderd zijn vanwege zijn werkzaamheden, dan zal hij de opvang voor de kinderen met de oppas moeten regelen.

Partijen zijn gewezen echtelieden. De rechtbank zal daarom de proceskosten compenseren, zoals hieronder volgt.

BESLISSING

de rechtbank:

stelt de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast:

de minderjarige kinderen van partijen

* [kind 1], geboren [in 2001] in de gemeente [geboorteplaats],

* [kind 2], geboren [in 2004] in de gemeente [geboorteplaats] en

* [kind 3], geboren [in 2008] in de gemeente [geboorteplaats]

verblijven iedere maandag en dinsdag bij de man, [kind 3] beide dagen de hele dag en [kind 1] en [kind 2] van maandag 15.00 uur uit school tot dinsdagochtend aanvang school, waarbij partijen de schoolvakanties en bijzondere dagen in onderling overleg regelen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten aldus dat elke partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.A. Flinterman en uitgesproken door deze ter openbare terechtzitting van 18 januari 2011 in tegenwoordigheid van A. den Held als griffier.

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden, of - voor zover het een beschikking betreft, waarbij de echtscheiding, de scheiding van tafel en bed of de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed is uitgesproken - op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is betekend en door plaatsing van een uittreksel daarvan in de Staatscourant openlijk bekend is gemaakt.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.