Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BQ4215

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
05-11-2010
Datum publicatie
12-05-2011
Zaaknummer
121567/KG ZA 10-378
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toegewezen vordering tot ontruiming van krakers die zich bevinden op een terrein met de bestemming afvalverwerking-randzone. Uit hoofde van die bestemming volgt dat het wonen binnen de inrichting en het aanwezig hebben of plaatsen van opstallen niet is toegestaan en in strijd is met de aan de afvalverwerker verleende Wm vergunning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GRONINGEN

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 121567 / KG ZA 10-378

Vonnis in kort geding van 5 november 2010

in de zaak van

1. de besloten vennootschap

AFVALVERWERKING STAINKOELN B.V.,

gevestigd te De Bilt,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

AFVALBEHEER REGIO CENTRAAL GRONINGEN,

gevestigd te Groningen,

eiseressen,

advocaat mr. S.A. Frijling,

tegen

1. [gedaagde], verblijvende op de onbebouwde onroerende zaak, plaatselijk bekend Oude Rodehaansterweg 19 (9723 CE) Groningen, kadastraal bekend gemeente Noorddijk, sectie G nummer 1717, alsmede het aangrenzende perceel CG 1152, domicilie gekozen hebbende aan het adres van zijn raadsman,

gedaagde,

advocaat mr. E.Tj. van Dalen,

2. zij die verblijven op de onbebouwde onroerende zaak, plaatselijk bekend Oude Rodehaansterweg 19 (9723 CE) Groningen, kadastraal bekend gemeente Noorddijk, sectie G nummer 1717, alsmede het aangrenzende perceel CG 1152,

gedaagden,

niet in rechte verschenen.

Eisers zullen hierna Afvalverwerking Stainkoeln, ARCG of eisers (indien zij gezamenlijk worden bedoeld) genoemd worden. Gedaagden zullen hierna [A], de overige krakers (indien gedaagden sub 2 worden bedoeld) of de krakers (indien alle gedaagden worden bedoeld) genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

• de dagvaarding met producties;

• de mondelinge behandeling van 26 oktober 2010 alwaar namens eisers zijn verschenen [naam], bedrijfsjurist, [naam] uitvoerder en [naam] bedrijfsleider, bijgestaan door mr. Frijling. Als informant is aan de zijde van eisers voorts verschenen [naam]. [A] heeft zich ter zitting bij laten staan door mr. Van Dalen;

• de pleitnota van mr. Frijling.

2. De feiten

2.1. Afvalverwerking Stainkoeln is eigenaar van het perceel plaatselijk bekend Oude Roodehaansterweg 19 (9723 CE) Groningen, kadastraal bekend gemeente Noorddijk, sectie G nummer 1717, alsmede het aangrenzende perceel CG 1152. De percelen maken deel uit van de aan de Winschoterweg gelegen afvalverwerking. De percelen hebben in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan de bestemming "afvalverwerking-randzone".

2.2. ARCG is als overheidsorgaan belast met de verwijdering van huishoudelijk afval. Tussen Afvalverwerking Stainkoeln en ARCG bestaat een samenwerkingsverband. ARCG heeft als vergunningenhouder van de afvalinrichting aan Afvalverwerking Stainkoeln opdracht gegeven de inrichting te exploiteren en te beheren.

2.3. Op 21 september 2010 is geconstateerd dat de percelen zonder toestemming van eisers in gebruik zijn genomen door de krakers. Zij hebben onder meer caravans, tenten, een dieselaggregaat en afscheidingen op het terrein geplaatst.

2.4. De krakers hebben niet voldaan aan de sommaties van eisers om de percelen te verlaten.

2.5. Ter bescherming van haar eigendom en ter voorkoming van schade heeft Afvalverwerking Stainkoeln de percelen afgeschermd met hooirollen.

2.6. Bij schrijven van 22 oktober 2010 heeft provincie Groningen het volgende aan Afvalverwerking Stainkoeln geschreven (voor zover hier van belang):

Naar aanleiding van een klacht/melding is een inspectiebezoek gebracht aan de stainkoeln op vrijdag 24 september 2010 om circa 16.30 uur. Geconstateerd is dat achter de stainkoeln, maar binnen de inrichtingsgrenzen, een aantal mensen is gaan kamperen.

(…)

Hen is meegedeeld dat “wonen”binnen de inrichting en het aanwezig zijn van deze opstallen op deze locatie niet is toegestaan in de Wm vergunning. Deze activiteit(en) zijn derhalve niet vergund. Dat is een overtreding van artikel 2.1 lid 1 onder e van de wet algemene bepaling omgevingsrecht (WABO).

(…)

U dient binnen twee weken na dagtekening van deze brief deze niet vergunde activiteiten te staken.

(…)

U dient de bovengenoemde overtredingen binnen de daarbij gestelde termijnen ongedaan te maken. Na afloop van deze termijnen zal er opnieuw een inspectie plaatsvinden. Indien tijdens deze inspectie blijkt dat de bedoelde overtreding niet is beëindigd, zal ik Gedeputeerde Staten voorstellen u op grond van artikel 5:32 van de algemene wet bestuursrecht per overtreding een last onder dwangsom op te leggen. (…)

3. Het geschil

3.1. Eisers vorderen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de krakers te veroordelen om de onroerende zaak plaatselijk bekend Oude Roodehaansterweg 19 (9723 CE) Groningen, kadastraal bekend gemeente Noorddijk, sectie G nummer 1717, alsmede het aangrenzende perceel CG 1152, met alle zich van hunnentwege daarin en daarop bevindende goederen en personen te verlaten en te ontruimen en ter vrije en algehele beschikking van eisers te stellen, zulks binnen twee dagen nadat het in dezen te wijzen vonnis aan de krakers zal zijn betekend, zulks met machtiging van eiseres om, zo de krakers of een van hen met de bevolen ontruiming in gebreke mochten blijven, deze ontruiming zelf uit te voeren of te doen uitvoeren, zonodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie en de krakers te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2. [A] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Betekening

4.1. Ambtshalve dient beoordeeld te worden of de dagvaarding op een zodanige wijze is betekend dat tegen de niet verschenen krakers verstek kan worden verleend. Gelet op de ratio van de betekeningseisen en de wetsgeschiedenis omtrent het anoniem dagvaarden, zal de voorzieningenrechter artikel 61 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) aldus worden uitleggen dat het ook van toepassing is in geval van ontruiming van een onbebouwde onroerende zaak. Uit de schriftelijke verklaring van de deurwaarder van 19 oktober 2010 blijkt dat is voldaan aan het voorschrift van artikel 47 Rv. Daarnaast is de dagvaarding (althans een kennisgeving ) gepubliceerd in het dagblad van het Noorden d.d. 21 oktober 2010. Een en ander leidt tot de conclusie dat de dagvaarding niet lijdt aan een gebrek dat nietigheid meebrengt zodat - nu ook overigens aan de wettelijke formaliteiten is voldaan en een redelijke termijn in acht is genomen - verstek zal worden verleend.

De vordering ten aanzien van [A]

4.2. [A] heeft niet betwist dat hij zonder recht of titel gebruik maakt van het Afvalverwerking Stainkoeln in eigendom toebehorende terrein. Daarmee staat vast dat hij op zichzelf onrechtmatig op het terrein verblijft.

4.3. Tussen partijen is in discussie of eisers een spoedeisend belang bij de vordering tot ontruiming van het terrein hebben. Ingevolge artikel 5: 1 BW is het eigendomsrecht het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben. Blijkens lid 2 van dat artikel staat het de eigenaar met uitsluiting van ieder ander vrij om van zijn eigendom gebruik te maken zoals hij dat wenst. De enige beperkingen die de eigenaar bij het gebruik van zijn eigendom in acht moet nemen zijn dat hij de rechten van anderen moet respecteren alsook de overheidsregels die de vrijheid van de eigenaar beperken. Ingevolge artikel 5: 2 BW is de eigenaar bevoegd zijn eigendom terug te eisen van een ieder die de zaak zonder recht onder zich houdt of in gebruik neemt.

Dat betekent dat de eigenaar zijn eigendomsrecht kan handhaven tegenover iedereen die er inbreuk op maakt.

4.4. De exclusiviteit van het eigendomsrecht is ook vastgelegd in internationale verdragen. Zo bepaalt het Eerste Protocol bij het EVRM (Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens) in artikel 1 lid 1 dat iedere natuurlijke of rechtspersoon recht heeft op het ongestoorde genot van zijn eigendom en dat aan niemand zijn eigendom zal worden ontnomen, dat laatste afgezien van door de wet geregelde eigendomsontneming in het algemeen belang.

4.5. Uit voorgaande blijkt dat een eigenaar een onrechtmatige inbreuk op zijn recht niet hoeft te dulden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt reeds uit de aard van het gevorderde dat sprake is van een spoedeisend belang. Daar komt bij dat de Afdeling Milieutoezicht van de Provincie Groningen heeft geconstateerd dat het “wonen” binnen de afvalinrichting en het aanwezig zijn van opstallen op de bewuste percelen gelegen aan de Winschoterweg 1 te Groningen niet is toegestaan ingevolge de Wm vergunning en dat eisers deze niet vergunde activiteiten binnen 14 dagen (na 22 oktober 2010) dienen te staken. De toezichthouder heeft kenbaar gemaakt dat - indien de niet vergunde activiteiten niet tijdig worden gestaakt - er ingevolge artikel 5:32 Awb een last onder dwangsom zal worden opgelegd, althans dat daartoe een voorstel richting Gedeputeerde Staten uit zal gaan. Met het vorenstaande is het spoedeisend belang van eisers eens temeer een gegeven en volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter tevens het zwaarwegende belang dat eisers bij spoedige ontruiming van de percelen hebben.

4.6. De percelen hebben als bestemming afvalverwerking-randzone. Uit hoofde van die bestemming volgt dat het wonen binnen de inrichting en het aanwezig hebben of plaatsen van opstallen niet is toegestaan en (zoveel is onbesproken gebleven) in strijd is met de aan ARCG verleende Wm vergunning.

4.7. Het enkele verweer van [A] dat hij ten behoeve van het wonen op de percelen van eisers ontheffing bij de gemeente Groningen heeft aangevraagd, zal (in het midden gelaten of een dergelijk verzoek toewijsbaar is) worden afgewezen omdat dit verweer in het geheel niet met redengevende bescheiden is onderbouwd. [A] zal zijn belang om ergens te wonen op andere wijze dienen te realiseren dan door middel van het zonder toestemming van de eigenaar in bezit nemen van diens grond.

4.8. Gelet op het vorenstaande zal de vordering jegens [A] worden toegewezen met dien verstande dat voor ontruiming een redelijk te achten termijn van twee weken zal worden bepaald.

De vordering ten aanzien van de overige krakers

4.9. Nu de vordering ten aanzien van de overige krakers niet onrechtmatig of ongegrond moet worden geacht en er, mede gelet op hetgeen door [A] is aangevoerd, geen grond bestaat om jegens hen anders te oordelen, zal deze vordering op na te melden wijze worden toegewezen.

4.10. Eisers dienen krakers in de gelegenheid te stellen om de opstallen van de percelen te verwijderen, in die zin dat de daartoe noodzakelijk te gebruiken aan- en afvoer routes voor hen vrij toegankelijk zijn.

4.11. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge de artikelen 556 lid 1 en 557 Rv overbodig is.

4.12. De krakers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:

- dagvaarding € 73,89

- griffierecht 263,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.152,89

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt de krakers om de onroerende zaak plaatselijk bekend Oude Roodehaansterweg 19 (9723 CE) Groningen, kadastraal bekend gemeente Noorddijk, sectie G nummer 1717, alsmede het aangrenzende perceel CG 1152, met alle zich van hunnentwege daarin en daarop bevindende goederen en personen te verlaten en te ontruimen en ter vrije en algehele beschikking van eisers te stellen, zulks binnen veertien dagen nadat dit vonnis aan de krakers is betekend,

5.2. veroordeelt de krakers hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 1.152,89,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Oostdijk en in het openbaar uitgesproken op

5 november 2010.?

rh