Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BO9050

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
30-11-2010
Datum publicatie
28-12-2010
Zaaknummer
119675/FA RK 10-1705
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De vrouw wordt een verbod opgelegd te verhuizen buiten een straal van 50 kilometer, te rekenen vanaf haar huidige woonadres, nu de vrouw haar wens te verhuizen hoofdzakelijk baseert op het belang dat haar nieuwe partner heeft bij een verhuizing naar het zuiden. Het belang van de vader om voor zijn kinderen te zorgen prevaleert boven het belang van de huidige partner van de vrouw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 119675/FA RK 10-1705

beschikking d.d. 30 november 2010

in de zaak van:

[de vrouw],

wonende te [adres],

verzoekster,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. M. Verheul,

en

[de man]

wonende te [adres],

verweerder,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. L.H. Haarsma

PROCESVERLOOP

De vrouw heeft op 9 juli 2010 een verzoekschrift ingediend, waarin zij verzoekt:

- te bepalen dat zij gerechtigd is zich met de minderjarige kinderen, waarover partijen gezamenlijk het gezag uitoefenen, te vestigen in [plaats in het zuiden];

- te bepalen dat de man verplicht is mee te werken aan alle handelingen die nodig zijn in verband met de voorgenomen verhuizing;

- een omgangsregeling vast te stellen inhoudende dat de kinderen één weekend per veertien dagen bij de man zullen verblijven van vrijdagmiddag/avond tot zondagmiddag/avond, met dien verstand dat de vrouw de kinderen brengt tot Zwolle, waarna de man ze ophaalt (op vrijdag) en de vrouw verantwoordelijk is voor het ophalen en vervoer op zondag;

- met betrekking tot de vakanties te bepalen dat de vakanties bij helfte zullen worden verdeeld, alsmede de feestdagen, waarbij Kerst en Oud en Nieuw jaarlijks zullen worden gewisseld.

De man heeft een verweerschrift ingediend, waarin hij verzoekt om al hetgeen door de vrouw wordt verzocht af te wijzen, de vrouw te verbieden met de kinderen te verhuizen buiten een straal van 50 kilometer, te rekenen vanaf het huidige woonadres van de vrouw en de kinderen te [plaats in het noorden] aan [adres], op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 1000,-- voor iedere dag dat de vrouw na betekening van deze beschikking niet aan de inhoud van deze beschikking voldoet; primair te bepalen dat er een co-ouderschapsregeling geldt, waarbij de kinderen de ene week van zondagavond 18.00 uur tot zondagavond 18.00 uur bij de vrouw verblijven en de andere week bij de man en subsidiair dat indien de vrouw haar voorgenomen verhuizing naar [plaats in het zuiden] of een andere plaats welke meer dan 50 kilometer is gelegen van haar huidige woonplaats doorzet, het hoofdverblijf van de kinderen bij de man zal zijn, vanaf het moment dat de vrouw gaat verhuizen, te bepalen dat partijen voortaan gezamenlijk belast zullen zijn met het ouderlijk gezag over [kind 3], geboren [in 2007] te [***], kosten rechtens.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 21 oktober 2010.

Verschenen en gehoord zijn: de vrouw met haar advocaat mr. M. Verheul en de vrouw en haar advocaat, mr. L.H. Haarsma.

Beide advocaten hebben pleitnotities overgelegd.

Tevens was aanwezig de heer J. Scholte Aalbes namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten:

- partijen hebben tot eind 2008 een relatie gehad uit welke relatie zijn geboren de minderjarigen:

* [kind 1], geboren [in 2003] te [***], erkend door de man;

* [kind 2], geboren [in 2005] te [***], erkend door de man, en

* [kind 3], geboren [in 2007] te [***], erkend door de man.

- de kinderen hebben hoofdverblijf bij de vrouw;

- partijen oefenen het gezamenlijk gezag uit over [kind 1] en [kind 2];

- de vrouw heeft het uitsluitend gezag over [kind 3].

- er is een omgangsregeling tussen de man en de kinderen van een weekend per veertien dagen.

Standpunt van de vrouw.

Bij het uiteengaan van partijen is het hen niet gelukt om onderlinge afspraken vast te leggen in een beëindiging samenlevingscontract of in een ouderschapsplan. Feitelijk is de situatie zo dat de kinderen een weekend per veertien dagen bij de man verblijven, waarbij partijen het nog hebben gehad over een uitbreiding van het weekend naar de vrijdagmiddag. Daarnaast is gesproken over een verblijf op de woensdag van de kinderen bij de man (een maal per twee weken) met aansluitend de nacht.

De vrouw woont inmiddels samen met haar huidige partner, die werkzaam is als internationaal cargomachinist. Hij komt oorspronkelijk uit [plaats in het zuiden] en werkt hoofdzakelijk vanuit Arnhem, het Ruhrgebied en Roosendaal. Dit betekent voor hem extra woon-werkverkeer van 16 tot 32 uur. De vrouw heeft aangegeven dat zij met de kinderen en haar huidige partner naar [plaats in het zuiden] wil verhuizen. Zij komt oorspronkelijk uit het zuiden van het land en heeft daar veel familie wonen. Ook zijn er in het zuiden meer doorgroeimogelijkheden op haar werkterrein ICT dan in het noorden.

Zij acht een verhuizing ook in het belang van de kinderen, vooral voor [kind 1] bij wie de diagnose PPD-NOS met ADHD is gesteld. Doordat er reistijd van haar partner zal wegvallen zal er naar haar mening meer rust in het gezin komen. Ook zijn er [plaats in het zuiden] meerdere scholen die voor [kind 1] geschikt zijn.

Co-ouderschap of een doordeweekse regeling wordt door de hulpverleners van [kind 1] ten zeerste afgeraden, omdat dit te veel onrust mee zich mee brengt.

De huidige weekendregeling kan worden gecontinueerd en de vrouw zal er alles aan doen om de gevolgen van de verhuizing voor de man verzachten. Partijen zijn eveneens in staat om op een redelijke manier met elkaar te communiceren.

De vrouw acht wijziging van het hoofdverblijf van de kinderen zoals de man subsidair verzoekt, niet in hun belang. Zij heeft altijd de zorg voor de kinderen gehad en de man mist de expertise om op een juiste wijze met [kind 1] om te gaan.

Standpunt van de man.

Ten aanzien van het verzoek van de vrouw om vervangende toestemming om te mogen verhuizen, merkt de man op dat de vrouw er tijdens het verbreken van de affectieve relatie bewust voor heeft gekozen om in [plaats in het noorden] te blijven wonen in de echtelijke woning. Dit kan ook worden afgeleid uit het feit dat haar huidige partner vanuit het zuiden van het land naar [plaats in het noorden] is verhuisd en zijn woning heeft verkocht.

De man op zijn beurt heeft in het belang van de kinderen een woning in [plaats in het noorden] gekocht.

De man leidt uit de stellingen van de vrouw af dat zij vooral wil verhuizen om de reistijd van haar huidige partner te verkorten. Het gaat echter niet om het belang van haar partner maar om het belang van de kinderen.

Het is in het belang van de kinderen dat zij met beide ouders contact hebben en de zorg- en opvoedingstaken gelijkwaardig over de ouders worden verdeeld.

Blijkens jurisprudentie mag de maximale verhuisafstand 50 kilometer bedragen, zodat het contact tussen de minderjarigen en de vader een frequente en regelmatige basis heeft en kan behouden.

Het staat de vrouw zelf vrij om te verhuizen, echter niet samen met de kinderen, Als de vrouw toch naar [plaats in het zuiden] wenst te verhuizen, wenst de man dat het hoofdverblijf van de kinderen bij hem wordt bepaald.

De man is van mening dat de door de vrouw verzochte omgangsregeling te summier is. Hij wenst een gelijke verdeling van de zorg-en opvoedingstaken.

Beoordeling.

In geval van gezamenlijke gezagsuitoefening kunnen geschillen tussen de ouders hieromtrent op verzoek van beiden of een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Nu ter zitting is gebleken dat een vergelijk op de voet van de tweede volzin van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek tussen partijen niet mogelijk is, zal de rechtbank op grond van dit artikel een beslissing nemen welke haar in het belang van de minderjarigen wenselijk voorkomt.

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting leidt de rechtbank af dat het de intentie van partijen was om na de scheiding bij elkaar in de buurt te blijven wonen.

De vrouw heeft er voor gekozen om in de echtelijke woning te blijven wonen en de huidige partner van de vrouw heeft zijn woning in het zuiden van het land verkocht en is naar [plaats in het noorden] verhuisd. Ook de man heeft in [plaats in het noorden] een eigen woning aangeschaft.

Dat de vrouw uiteindelijk toch naar het zuiden van het land wil verhuizen lijkt meer voort te komen uit de wens de afstand woon-werkverkeer van haar partner te bekorten, dan dat haar het belang van de kinderen voor ogen staat. Naar het oordeel van de rechtbank gaat het argument van de vrouw dat er in het zuiden van het land betere voorzieningen zijn voor kinderen als [kind 1] niet op. Ook in het noorden zijn er voldoende mogelijkheden voor [kind 1].

Weliswaar zal verhuizing naar het zuiden van het land betekenen dat de partner van de vrouw meer tijd heeft om voor de kinderen te zorgen, maar de rechtbank is van oordeel dat het belang van de vader om voor zijn kinderen te zorgen prevaleert boven het belang van de partner van de vrouw om meer tijd in de thuissituatie door te brengen.

De stelling van de vrouw dat er in het zuiden van het land voor haar meer mogelijkheden zouden zijn op ICT werkgebied heeft zij op geen enkele wijze nader onderbouwd, zodat dit argument wordt gepasseerd.

De rechtbank zal het verzoek van de vrouw dan ook afwijzen en de vrouw verbieden om verder dan 50 kilometer van haar huidige woonplaats te verhuizen.

De rechtbank zal het verzoek van de man om een dwangsom vast te stellen afwijzen, omdat er van uit mag worden gegaan dat de door de rechtbank gegeven beschikking wordt nagekomen.

De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een contactregeling tussen de man en de kinderen afwijzen, nu dit verzoek gerelateerd is aan een daadwerkelijke verhuizing naar het zuiden van het land en dit gelet op de beslissing van de rechtbank niet meer aan de orde is.

De rechtbank zal eveneens de verzoeken van de man tot vaststelling van een co-ouderschapsregeling, subsidiair het hoofdverblijf van de kinderen bij hem te bepalen, afwijzen. De rechtbank leidt uit de stellingen van de man af dat deze verzoeken zijn ingediend voor het geval de vrouw vervangende toestemming van de rechtbank zou krijgen om te verhuizen naar [plaats in het zuiden].

De rechtbank zal het verzoek van de man om samen met de vrouw te worden belast met het gezag over [kind 3] toewijzen, nu partijen daarover overeenstemming hebben en de rechtbank het in het belang van [kind 3] acht hij in een zelfde juridische positie ten opzichte van zijn ouders verkeert als de oudste twee kinderen.

Partijen hebben een relatie gehad. De rechtbank zal daarom de proceskosten compenseren, zoals hieronder volgt.

BESLISSING

wijst het verzoek van de vrouw af en verbiedt de vrouw met de kinderen te verhuizen buiten een straal van 50 kilometer, te rekenen vanaf het huidige woonadres van de vrouw en de kinderen aan [adres] te [plaats in het noorden];

bepaalt dat partijen gezamenlijk zijn belast met het gezag over de minderjarige:

* [kind 3], geboren [in 2007] in de gemeente [***];

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte;

compenseert de proceskosten aldus dat elke partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.A. Flinterman en uitgesproken door deze ter openbare terechtzitting van 30 november 2010 in tegenwoordigheid van A.F. de Vries, de griffier.

AdV

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking, voor zover hierin een eindbeslissing is opgenomen, in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.