Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BO7030

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
23-11-2010
Datum publicatie
13-12-2010
Zaaknummer
119702/FA RK 10-1715
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ouders zijn het bijna eens over het ouderschapsplan. Partijen worden in de gelegenheid gesteld om in onderling overleg tot realisering van het plan te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 119702 / FA RK 10-1715

beschikking d.d. 23 november 2010

in de zaak van:

de vrouw,

advocaat mr. E. van Bommel,

en

de man,

advocaat F. Gosselaar.

PROCESVERLOOP

De vrouw heeft op 12 juli 2010 bij deze rechtbank een verzoekschrift ingediend tot echtscheiding en heeft tevens nevenvoorzieningen verzocht.

Een afschrift van het verzoekschrift is aan de man betekend op 22 juli 2010.

De man heeft tijdig een verweerschrift ingediend.

RECHTSOVERWEGINGEN

tussen partijen staat het volgende vast:

- zij zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen,

- zij hebben het gezag over het minderjarige kind A;

* hun huwelijk is duurzaam ontwricht.

Ontvankelijkheid

De vrouw heeft op 12 juli 2010 een eenzijdig verzoek tot echtscheiding met nevenvorderingen ingediend. Dit verzoek bevat geen door de vrouw en de man overeengekomen ouderschapsplan ten aanzien van het minderjarige kind van partijen.

De rechtbank stelt vast dat daardoor niet is voldaan aan het in artikel 815, tweede en derde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) neergelegde vereiste.

De vrouw stelt dat partijen tevergeefs hebben getracht in onderling overleg een ouderschapsplan op te stellen. De vrouw heeft een eenzijdig opgesteld concept-ouderschapsplan overgelegd. Zij verzoekt dit ouderschapsplan op te nemen in de beschikking.

De man stelt dat partijen aanvankelijk getracht hebben in minnelijk overleg de echtscheidingsprocedure in gang te zetten. Zij hebben daartoe bemiddeling gevraagd van een notaris, welke notaris aan de hand van bij partijen levende gedachten een ouderschapsplan heeft opgesteld.

Dit ouderschapsplan is door de vrouw op het laatste moment niet geaccepteerd. De man heeft nadien geen ander ouderschapsplan ontvangen dan het bij het verzoekschrift gevoegde, door de vrouw eenzijdig opgestelde, concept ouderschapsplan.

De man kan zich in grote lijnen vinden in dit concept-ouderschapsplan. Hij verzoekt het ouderschapsplan, met inachtneming van de door hem voorgestelde aanpassingen, op te nemen in de beschikking.

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat het alleszins mogelijk moet worden geacht dat partijen zelf afspraken maken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de informatie en consultatie en (wellicht, maar dat zal misschien praktisch lastiger zijn) ook over de kinderalimentatie. De standpunten lijken immers niet ver uit elkaar te liggen. In deze situatie dienen partijen zelf nogmaals te trachten, eventueel met hulp van hun advocaten, om definitieve afspraken te maken, deze neer te leggen in een ouderschapsplan en dit plan te ondertekenen. Bezien vanuit het belang van Milan verdient het ook de voorkeur als de ouders zelf een regeling treffen, zonder rechterlijke tussenkomst.

Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve onvoldoende aangetoond dat overleg over het ouderschapsplan tussen partijen voorafgaand aan het indienen van het verzoek tot echtscheiding redelijkerwijs niet mogelijk was, zodat er vooralsnog geen sprake is van een uitzonderingssituatie zoals omschreven in artikel 815, zesde lid, Rv. Het ontbreken van een ouderschapsplan staat derhalve (vooralsnog) aan de ontvankelijkheid van het verzoek tot echtscheiding in de weg.

De rechtbank zal dan ook het verzoek tot echtscheiding, alsmede alle verzochte nevenvoorzieningen, aanhouden in afwachting van nader overleg tussen partijen over de invulling van het ouderschapsplan. De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rol teneinde de vrouw (als verzoekende partij) in de gelegenheid te stellen alsnog een door hen beiden ondertekend ouderschapsplan te overleggen, dan wel een beroep te doen op de in artikel 815, zesde lid, Rv neergelegde uitzonderingssituatie en deze te onderbouwen.

BESLISSING

houdt iedere beslissing aan en verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 14 december 2010 teneinde de vrouw in de gelegenheid te stellen een ouderschapsplan over te leggen dan wel zich bij akte nader uit te laten zoals hiervoor is overwogen.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.J. Klijn en uitgesproken door deze op 23 november 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.