Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BO5323

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
08-04-2010
Datum publicatie
29-11-2010
Zaaknummer
429144 / 09-17656
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beëindigingsovereenkomst van de huurovereenkomst inzake een softijsmachine is onder invloed van dwaling (art. 6:228 BW) tot stand gekomen; nu geen beroep is gedaan op art. 6:230 lid 2 is de beëindigingsovereenkomst vernietigd; oorspronkelijke huurovereenkomst is op grond van art. 3:53 lid1 blijven voortbestaan; huurpenningen zijn derhalve met terugwerkende kracht verschuldigd.

Tussenvonnis. Voor eindvonnis zie LJN BO5324.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie

Zaak\rolnummer: 429144/09-17656

Vonnis d.d. 8 april 2010

inzake

de besloten vennootschap Dupon Nederland B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Heeze, eiseres, hierna te noemen Dupon,

gemachtigde mr. E.G.M. de Roo van Alderwerelt-Kupers, advocaat te Weert,

tegen

Q., h.o.d.n. Z., wonende te [adres], gedaagde, hierna te noemen Q.,

gemachtigde mr. M.H. van Balen, juridisch medewerker bij DAS Rechtsbijstand.

PROCESGANG

Dupon heeft op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd:

a. primair:

te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen partijen tot beëindiging van dehuurovereenkomst ten aanzien van de Luna Softijsmachine met typenummer L99 HW 6443 d.d. 20 april 2008, zoals door Dupon aan Q. bevestigd bij brief d.d. 2 september 2009, is ontbonden door middel van het vervullen door Q. van de ontbindende voorwaarde uit die overeenkomst;

subsidiair:

te ontbinden de overeenkomst tussen partijen tot beëindiging van de huurovereenkomst ten aanzien van de Luna Softijsmachine met typenummer L99 HW 6443 d.d. 20 april 2008, zoals door Dupon aan Q. bevestigd bij brief d.d. 2 september 2009, zulks ex artikel 6:267 lid 2 BW jo artikel 6:265 BW;

meer subsidiair:

te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen partijen tot beëindiging van de huurovereenkomst ten aanzien van de Luna Softijsmachine met typenummer L99 HW 6443 d.d. 20 april 2008, zoals door Dupon aan Q. bevestigd bij brief d.d. 2 september 2009, door Dupon terecht is vernietigd bij brief van 16 september 2009;

uiterst subsidiair:

te vernietigen de overeenkomst tussen partijen tot beëindiging van de huurovereenkomst ten aanzien van de Luna Softijsmachine met typenummer L99 HW 6443 d.d. 20 april 2008, zoals door Dupon aan Q. bevestigd bij brief d.d. 2 september 2009, zulks ex artikel 3:49 BW jo artikel 3:44 en/of 6:228 BW jo artikel 3:49 BW;

b. Q. te veroordelen om aan Dupon te betalen een bedrag van € 1423,41 vermeerderd met de contractuele rente van 1% per maand (subsidiair de wettelijke handelsrente, meer subsidiair de wettelijke rente) vanaf 2 oktober 2009 tot de dag van algehele voldoening;

c. te verklaren voor recht dat de huurovereenkomst tussen partijen ten aanzien van de Luna Softijsmachine met typenummer L99 HW 6443 d.d. 20 april 2008 niet is beëindigd c.q. dat Q. nog steeds huurder is ten aanzien van deze softijmachine;

d. Q. te veroordelen om aan Dupon te voldoen een bedrag van € 446,25 per maand, ten titel van huurpenningen, zulks op de eerste van de maand en met ingang van 1 oktober 2009 tot 14 mei 2013;

e. Q. te veroordelen om aan Dupon te voldoen een bedrag van € 3.000,00, althans een zodanig bedrag dat de kantonrechter in goede justitie billijk oordeelt, ten titel van buitengerechtelijke incassokosten;

f. Q. te veroordelen in de kosten van het geding en eventueel nasalaris.

Q. heeft geantwoord met conclusie tot afwijzing van het gevorderde. De kantonrechter heeft vervolgens een comparitie van partijen bepaald, die in aanwezigheid van [naam], namens Dupon, Q. en de beide gemachtigden heeft plaatsgevonden op 4 maart 2010. Van hetgeen partijen hebben verklaard, heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Hierna is vonnis bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

de feiten

1.1 Tussen partijen staat als gesteld en erkend, dan wel niet of onvoldoende (gemotiveerd) weersproken het volgende vast.

1.2 Q. is in april 2008 een eenmanszaak te [plaatsnaam] gestart onder de naam Lunchroom Z..

1.3 Bij huurovereenkomst d.d. 20 april 2008 heeft Q. met ingang van 14 mei 2009 van Dupon een softijsmachine van het merk LUNA met typenummer L99 HW 6443 gehuurd voor de periode van 48 maanden tegen een huurprijs van € 375,00 exclusief BTW per maand.

1.4 Met ingang van 1 juli 2009 is tussen Q. en FFC Franchise B.V., hierna te noemen FFC, een franchiseovereenkomst tot stand gekomen. Er is een servicefranchise op de onderneming van Q. gekomen en zij heeft deze heropend onder de naam Kwalitaria Z.

1.5 Na overleg op 20 en 21 augustus 2009 tussen de directeur van Dupon en de financieel adviseur van Q., X., is de hiervoor bedoelde huurovereenkomst beëindigd. De machine is op 26 augustus 2009 door Dupon opgehaald.

1.6 Op 25 augustus 2009 is tussen Q. en Carpigiani Euro I.C.E. Nederland B.V., hierna te noemen Carpigiani, een huurovereenkomst tot stand gekomen ter zake van een softijsmachine, type Carpigiani MC Excellent.

1.7 Bij brief van 2 september 2009 heeft Dupon de beëindiging, zoals hiervoor bedoeld onder 1.5, aan Q. bevestigd. In die brief is tevens de ontbindende voorwaarde opgenomen, dat het Q. niet is toegestaan om binnen een jaar na dagtekening van die brief een softijsmachine in de zaak te plaatsen, tenzij deze door Dupon is geleverd conform de eerdere huurovereenkomst.

het standpunt van Dupon

2.1 Naast de vaststaande feiten legt zij het volgende aan haar vordering ten grondslag.

2.2 Tijdens het overleg tussen haar directeur en X. ter beëindiging van de huurovereenkomst is nadrukkelijk gesproken over een ontbindende voorwaarde in die zin dat Q. binnen een jaar na de beëindiging van de overeenkomst geen softijsmachine in haar onderneming mocht plaatsen anders dan door Dupon geleverd.

2.3 Op grond van het feit dat Q. per september 2009 een nieuwe, niet door haar geleverde softijsmachinne in de onderneming gebruikte, is naar haar mening de ontbindende voorwaarde ingetreden en is de beëindigingsovereenkomst ontbonden dan wel dient deze ontbonden te worden verklaard.

2.4 De afspraken over de beëindiging van de huurovereenkomst zijn door bedrog en onder invloed van dwaling tot stand gekomen. Van bedrog is sprake omdat door of namens Q. opzettelijk verkeerde mededelingen zijn gedaan omtrent haar financiële positie. Van een dreigend faillissement is geen sprake geweest, aangezien Q. vrijwel per direct een nieuwe softijsmachine uit huur ter beschikking had. Zij heeft gedwaald omdat de afspraken tot beëindiging van de huurovereenkomst zijn gemaakt onder invloed van door of namens Q. gecreëerde verkeerde voorstelling van zaken. De informatie dat er een dreigend faillissement zou bestaan, is onjuist. Q. wist precies wat er gaande was en wat er zou gaan gebeuren. Zij doelt op de contracten met FFC en Capigiani. Op grond hiervan heeft zij de beëindigingsovereenkomst bij brief van 16 september 2009 vernietigd.

2.7 Zij wijst er op dat de sofijsmachine ter beschikking van Q. staat.

het standpunt van Q.

3.1 Zij voert - zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang - het volgende als verweer aan.

3.2 Zij betwist de door Dupon gestelde ontbindende voorwaarde. Ten tijde van de besprekingen ter beëindiging van de huurovereenkomst is over een dergelijke voorwaarde niet gesproken. Op vrijdag de 21e augustus 2009 was er een akkoord zonder voorwaarde(n). Eerst op maandag 24 augustus 2009, toen er opnieuw contact was tussen de directeur van Dupon en X. was er opeens wel sprake van een ontbindende voorwaarde.

3.3 Zij ontkent dat er sprake is van bedrog en/of dwaling. Haar adviseur heeft aan de directeur van Dupon slechts aangegeven dat haar financiële positie niet rooskleurig was. In december 2008 lag er zelfs nog een faillissementsaanvraag. Deze is uiteindelijk ingetrokken. Toen er problemen waren met de financiën is zij in zee gegaan met FFC. Er moest gesaneerd worden en de door haar van Dupon gehuurde machine moest weg. Ondanks dat zij zou overgaan op verpakt ijs, is er op advies van FFC een softijsmachine neergezet. Deze heeft in de zomer van 2009 op kosten van FFC gedraaid. Zij wijst er met nadruk op dat zij, gelet op haar financiën, geen andere mogelijkheid had.

de beoordeling

4.1 Dupon beroept zich er op dat in de beëindigingsovereenkomst een ontbindende voorwaarde is opgenomen. Deze voorwaarde, inhoudende dat het Q. niet is toegestaan om binnen een jaar na dagtekening van de brief waarin de beëindigingsovereenkomst is opgenomen een softijsmachine in haar zaak te plaatsen, tenzij deze door haar (Dupon) conform de huurovereenkomst, zoals die heeft bestaan, is geleverd, wordt door Q. nadrukkelijk weersproken. Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) rust de bewijslast ter zake op Dupon. Gelet op haar aanbod, zal de kantonrechter haar tot het bewijs toelaten zoals hierna bij de beslissing nader omschreven.

4.2 Dupon heeft voorts gesteld dat de beëindigingsovereenkomst tot stand gekomen is door bedrog en onder invloed van dwaling van haar zijde. Teneinde één en ander overzichtelijk te houden zal de kantonrechter beide onderwerpen hierna afzonderlijk behandelen.

4.3 bedrog

Ter zake is door Dupon gesteld dat haar opzettelijk verkeerde mededelingen door of namens Q. zijn gedaan, teneinde tot eerder bedoelde beëindiging te komen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Dupon voormelde stelling onvoldoende onderbouwd. De enkele mededeling dat de bewering van Q. over haar slechte financiële situatie ten tijde van de onderhandelingen over een beëindiging, nu in twijfel wordt getrokken, is ter onderbouwing van haar stelling niet toereikend. Nu Dupon voor het overige niets heeft gesteld en ook anderszins niets is gebleken, zal aan voormeld beroep worden voorbijgegaan.

4.4 dwaling

Dupon heeft gesteld dat er met betrekking tot de onderhandelingen en de totstandkoming van de beëindigingsovereenkomst sprake is (geweest) van dwaling in die zin, dat namens Q. een onjuiste voorstelling van zaken is gegeven op grond waarvan de huurovereenkomst zou moeten worden beëindigd en dat de beëindiging bij het verstrekken van de juiste informatie niet zou hebben plaatsgevonden. Q. heeft deze stelling met klem betwist. Nu Dupon zich beroept op rechtgevolgen van voormelde stelling rust de bewijslast daarvan ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv. op haar. De kantonrechter is van oordeel dat Dupon voorhands is geslaagd in dat bewijs. Daartoe wordt het volgende in aanmerking genomen. Naar chronologie van de gebeurtenissen rond de beëindiging van de huurovereenkomst met Dupon is naar het oordeel van de kantonrechter voorlopig voldoende aannemelijk geworden dat Q. op dat moment al kennis had, althans kon hebben van onderhandelingen en een mogelijk op handen zijnde overeenkomst met Carpigiani inzake een andere softijsmachine. Immers is die (nieuwe) overeenkomst getekend op dinsdag 25 augustus 2009, terwijl de onderhandelingen met Dupon dateren van het weekend daarvoor, te weten donderdag en vrijdag de 20e en 21e augustus 2009. Daarnaast is er op maandag 24 augustus 2008 nog contact tussen Dupon en X. geweest over de op handen zijnde beëindiging. In het licht van het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding om er voorlopig van uit te gaan dat door, althans namens Q. niet alle en/of onjuiste inlichtingen zijn verstrekt en dat Dupon daarmee op het verkeerde spoor is gezet. Gelet op de nadrukkelijke betwisting van de zijde van Q. zal de kantonrechter haar in de gelegenheid stellen tegenbewijs te leveren.

4.5 De zaak zal naar de rolzitting worden verwezen, opdat partijen zich kunnen uitlaten of en hoe zij aan de hiervoor bedoelde bewijsopdrachten wensen voldoen. Uiteraard kan deze uitlating schriftelijk worden gedaan. Voor het geval partijen getuigen wensen te laten horen, dienen zij op voormelde zitting de namen van de te horen getuigen op te geven, alsmede de verhinderdata in de periode van drie maanden volgende op die zitting. Indien getuigenverhoren dienen plaats te vinden, zal op die zitting een datum daarvoor worden vastgesteld.

BESLISSING

De kantonrechter:

laat Dupon toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat in de beëindigingsovereenkomst een ontbindende voorwaarde is opgenomen in die zin, dat het Q. niet is toegestaan om binnen een jaar na dagtekening van de brief waarin de beëindigingsovereenkomst is opgenomen een softijsmachine in haar zaak te plaatsen, tenzij deze door haar (Dupon) conform de huurovereenkomst, zoals die heeft bestaan, is geleverd;

laat Q. toe tot het tegenbewijs van wat voorshands bewezen is, namelijk dat tijdens de onderhandelingen en de totstandkoming van de beëindigingsovereenkomst namens Q. niet alle en/of onjuiste inlichtingen aan Dupon zijn verstrekt;

verwijst de zaak naar de zitting van 6 mei 2010 te 11.00 uur voor uitlating partijen als hiervoor onder 4.5 bedoeld; verder uitstel zal, behoudens bijzondere omstandigheden, niet worden verleend;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en op 8 april 2010 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: jg