Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BO4434

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
01-10-2010
Datum publicatie
19-11-2010
Zaaknummer
470327 BM VERZ 10-1304
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 1:378 lid 1 BW en artikel 449 lid 1 BW: omzetting beschermingsbewind in curatele.

De kantonrechter komt tot het oordeel dat de belangen van de rechthebbende niet langer voldoende worden gewaarborgd met de onderbewindstelling. De kantonrechter is zich ervan bewust dat de rechthebbende enorm haar best doet om te laten zien dat zij op eigen benen kan staan. Maar de rechthebbende ontkent de gedragingen niet. Voor de kantonrechter staat voldoende vast dat de rechthebbende de gevolgen daarvan niet kan overzien en door haar impulsiviteit geen grip heeft op haar gedrag. De rechthebbende brengt zich daardoor gevaarlijke of onwenselijke situaties, krijgt niet de juiste behandeling en haar financiƫle belangen zijn in het geding. Hierbij is sprake van een afglijdende schaal. Vanwege haar geestelijke stoornis en haar verkwistende gedrag dienen zowel haar vermogensrechtelijke als haar niet-vermogensrechtelijke belangen te worden behartigd door een derde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Winschoten

Zaak\rolnummer: 470327 BM VERZ 10-1304

beschikking van 1 oktober 2010

inzake

Q.,

wonende te [adres],

hierna te noemen de verzoekende partij.

PROCESGANG:

Op 25 augustus 2010 heeft de verzoekende partij een verzoekschrift met bijlagen ter griffie ingediend, strekkende tot het instellen van een curatele over:

R., geboren te [plaatsnaam] op [datum] 1980,

wonende te [adres],

hierna te noemen de rechthebbende,

in plaats van het door de kantonrechter ingestelde bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende voornoemd.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 28 september 2010. Verschenen zijn de verzoekende partij, de rechthebbende, A. en B. namens de bewindvoerder Kompas Zuidlaren B.V. en C. en D. namens de beoogde curator E., werkzaam Senturra Bewindvoering B.V..

RECHTSOVERWEGINGEN:

De vaststaande feiten

Bij beschikking van de kantonrechter te Harderwijk d.d. 16 december 1998 is een bewind ingesteld over de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende voornoemd met benoeming van X. tot bewindvoerder;

Bij beschikking van de kantonrechter te Winschoten d.d. 13 mei 2003 is genoemde bewindvoerder ontslagen en is Bewindvoering Zuidlaren B.V. (rechtsvoorganger van Kompas Zuidlaren B.V.) tot opvolgend bewindvoerder benoemd.

Het standpunt van de verzoekende partij

De verzoekende partij is de moeder van rechthebbende. Zij stelt zich op het standpunt

- zakelijk weergegeven - dat er sprake is van een geestelijke stoornis en dat een onderbewindstelling niet langer volstaat. Rechthebbende onttrekt zich aan de zorg die zij nodig heeft en brengt zich daardoor in gevaarlijke situaties. Daarnaast is sprake van verkwistend gedrag. Verzoeker maakt zich grote zorgen over hoe dit verder zal gaan als er geen curatele wordt uitgesproken. Het verzoek wordt ondersteund door de bewindvoerder.

Het standpunt van de bewindvoerder

De bewindvoerder ondersteunt het verzoek. De bewindvoerder geeft te kennen dat zij door het gedrag van de rechthebbende niet in staat is haar taken goed uit te voeren en dat zij daardoor geen verantwoordelijkheid kan dragen voor haar opdracht. De bewindvoerder verwijst naar haar brief van 7 mei 2010 en de brief van 6 mei 2010 van K., orthopedagoog en GZ-psycholoog van de Stichting De Zijlen.

Het standpunt van de rechthebbende

De rechthebbende verzet zich tegen het verzoek. Zij vindt dat er alleen maar negatief over haar wordt gedaan, dat er nooit positieve dingen worden gezegd terwijl zij enorm haar best doet om zelfstandig door het leven te gaan. Het gaat goed met haar. Zij heeft nu een vaste vriend, woont zelfstandig en wil niet in een setting geplaatst worden waar zij geen eigen plek heeft. Zij vindt het verzoek onrechtvaardig.

De beoordeling

Bij dit verzoek tot de ondercuratelestelling in de plaats van de onderbewindstelling dient de vraag te worden beantwoord of sprake is van een geestelijke stoornis bij de rechthebbende waardoor de onderbewindstelling niet meer toereikend is om de belangen van de rechthebbende voldoende te waarborgen.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat de rechthebbende een verstandelijke beperking heeft met een gemiddeld IQ van 61. Zij heeft een beperkt begripsvermogen, overziet oorzaak en gevolg niet en kan makkelijk overvraagd worden. Zij vertoont zeer ontremd gedrag, zonder normbesef, gericht op mannen, en kan niet alleen zijn. Zij is hierin niet aan te sturen. Zij heeft de afgelopen periode achtereenvolgens met meerdere voor haar onbekende mannen contact gezocht en is kortstondige relaties aangegaan. Daarbij moet gesproken worden van seksueel misbruik. Zij is enige tijd onvindbaar geweest, heeft haar medicatie niet tijdig genomen zodat er sprake was van een onrustig beeld in haar insulten. Daarnaast doet de rechthebbende aankopen of schrijft zij zich in voor cursussen die zij zich financieel niet kan veroorloven en waarvan zij later weer spijt heeft. Dit gaat zonder overleg met de bewindvoerder. Al enige tijd teert de rechthebbende hierdoor in op haar vermogen. Dit baart de bewindvoerder zorgen.

De rechthebbende heeft de hierboven genoemde gedragingen niet tegengesproken. Zij heeft haar kijk hierop gegeven. De bewindvoerder geeft aan dat de rechthebbende ondanks heel duidelijk gemaakte afspraken schulden blijft aangaan en verkwistend gedrag vertoont. De bewindvoerder heeft geen grip op de situatie. Het is voor de bewindvoerder duidelijk dat de rechthebbende enorm haar best doet maar door haar impulsiviteit de gevolgen van haar daden niet kan overzien. De rechthebbende neemt telkens wisselende houdingen aan als het gaat om de 24-uurszorg die zij volgens Stichting De Zijlen nodig heeft. Daardoor krijgt de rechthebbende niet de behandeling die zij nodig heeft. Op vragen van de kantonrechter hierover geeft rechthebbende aan dat zij zich wel aan gemaakte afspraken wil houden maar dat zij vindt dat zij recht heeft om bepaalde goederen aan te schaffen, cursussen te volgen en huisdieren te houden. Dat daarvoor niet altijd de benodigde gelden beschikbaar zijn ziet zij niet altijd als onoverkomelijk. Wat betreft de noodzakelijke zorg en begeleiding wil de rechthebbende laten zien dat zij op eigen benen kan staan.

Op basis het voorgaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat de belangen van de rechthebbende niet langer voldoende worden gewaarborgd met de huidige onderbewindstelling. De kantonrechter is zich ervan bewust dat de rechthebbende enorm haar best doet om te laten zien dat zij op eigen benen kan staan. Maar de rechthebbende ontkent de gedragingen niet. Voor de kantonrechter staat voldoende vast dat de rechthebbende de gevolgen daarvan niet kan overzien en door haar impulsiviteit geen grip heeft op haar gedrag. De rechthebbende brengt zich daardoor gevaarlijke of onwenselijke situaties, krijgt niet de juiste behandeling en haar financiƫle belangen zijn in het geding. Hierbij is sprake van een afglijdende schaal. Vanwege haar geestelijke stoornis en haar verkwistende gedrag dienen zowel haar vermogensrechtelijke als haar niet-vermogensrechtelijke belangen te worden behartigd door een derde. De kantonrechter zal dan ook het verzoek tot een ondercuratelestelling toewijzen.

BESLISSING:

De kantonrechter:

stelt een curatele in over R., geboren te [plaatsnaam] op [datum] 1980 voornoemd;

benoemt tot curator E., werkzaam bij Senturra Bewindvoering B.V., gevestigd te Groningen, correspondentieadres: postbus 5115, 9700 GC Groningen;

bepaalt dat de instelling van de curatele binnen tien dagen na deze beschikking door de curator zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant, De Telegraaf te Amsterdam en het Dagblad van het Noorden te Groningen;

verklaart deze beschikking voor zoveel nodig uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.J.J. Smits, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 1 oktober 2010 in aanwezigheid van de griffier.

typ: jb

coll:

Beschikking verzonden op:

Tegen deze eindbeschikking is hoger beroep mogelijk. Door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof te Leeuwarden.