Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BO3239

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
22-07-2010
Datum publicatie
08-11-2010
Zaaknummer
448229 / 10-5046
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid verzet; de verzettermijn van vier weken vangt in geval van derdenbeslag op een vordering tot periodieke betaling aan, na de eerste uitbetaling aan de beslaglegger (art. 143 lid 3 Rv. art. 144 sub b Rv).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 448229/10-5046

Vonnis d.d. 22 juli 2010

inzake

Q.,

wonende te [postcode] Sappemeer, [adres],

opposant, hierna Q. te noemen,

gemachtigde mr. G.B. de Jong, advocaat te Hoogezand,

tegen

de naamloze vennootschap N.V. Univé Schade,

gevestigd en kantoorhoudende te Assen,

geopposeerde, hierna Univé te noemen,

gemachtigde J.L. Werkman, gerechtsdeurwaarder te Winschoten.

PROCESGANG

Bij verzetdagvaarding heeft Q. gevorderd te worden ontheven van de veroordeling, tegen hem uitgesproken bij verstekvonnis van de kantonrechter te Groningen van 28 januari 2009 in de procedure tussen Univé als eiseres en Q. als gedaagde (zaak-/rolnummer 390843 CV EXPL 08-19177). Univé heeft geantwoord in oppositie, waarna Q. heeft gerepliceerd in oppositie. Het vonnis is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. Partijen houdt allereerst verdeeld het antwoord op de vraag of Q. tijdig in verzet is gekomen tegen het verstekvonnis van 28 januari 2009.

2. Op grond van het bepaalde in artikel 143 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een gedaagde partij verzet doen binnen vier weken na de betekening van het verstekvonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, of na het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is. Buiten deze gevallen vangt op grond van het bepaalde in artikel 143 lid 3 Rv. de termijn waarbinnen verzet moet worden gedaan aan op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd. In artikel 144 Rv is bepaald wanneer het vonnis geacht wordt ten uitvoer te zijn gelegd. In geval van derdenbeslag op een vordering tot periodieke betaling, is dat na de eerste uitbetaling aan de beslaglegger (art. 144 sub b Rv).

3. Q. voert aan dat hij eerst bij brief van 22 februari 2010 een kopie van het vonnis heeft ontvangen. Hij is naar zijn mening tijdig in verzet gekomen.

4. Univé heeft gesteld dat op 25 november 2009 door de gerechtsdeurwaarder Werkman & Lulofs loonbeslag is gelegd. Voorts voert Univé aan dat Werkman & Lulofs eenmaal een inhouding van € 9,75 heeft ontvangen van de werkgever van Q. en wel op 31 december 2009. Bovendien blijkt volgens haar uit de overgelegde beslagexploten dat Q. op de hoogte was van een veroordeling.

5. De kantonrechter is van oordeel dat indien komt vast te komt te staan dat na het gelegde derdenbeslag gedeeltelijk (€ 9,75) is uitbetaald, ingevolge het bepaalde in art. 143 lid 3 Rv. jo art. 144 sub b Rv. de verzettermijn op 31 december 2009 is aangevangen. Hetgeen zou betekenen dat de verzetdagvaarding (van 8 maart 2010) derhalve niet tijdig is uitgebracht.

5. Nu Q. echter heeft ontkend dat er middels executoriaal loonbeslag enig bedrag van zijn salaris is ingehouden, zal Univé de juistheid van haar stellingen op dit punt dienen te bewijzen.

6. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rolzitting van 19 augustus 2010, op welke zitting Univé zich kan uitlaten omtrent de wijze waarop zij het haar opgedragen bewijs wenst te leveren. Voor het geval Univé getuigen wenst te horen, dient zij alsdan de namen van de te horen getuigen op te geven alsmede haar verhinderdata in de periode van twee maanden volgende op die rolzitting. Q. dient op deze rolzitting eveneens schriftelijk zijn verhinderdata in deze periode op te geven. Indien een getuigenverhoor dient plaats te vinden, zal op die zitting een datum voor het verhoor worden vastgesteld.

7. De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

B E S L I S S I N G

De kantonrechter:

laat Univé toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat en zo ja, op welke datum door middel van executoriaal beslag Werkman & Lulofs een bedrag van € 9,75 heeft ontvangen van de werkgever van Q.;

verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 19 augustus 2010 te 11.00 uur voor uitlating door partijen als bedoeld in overweging 6;

bepaalt dat voor de uitlating door partijen en het mogelijk te houden getuigenverhoor in beginsel geen uitstel zal worden verleend;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. de Jong, kantonrechter, en op 22 juli 2010 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

coll.:

typ: TvdB