Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BO2902

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
12-10-2010
Datum publicatie
04-11-2010
Zaaknummer
120709/JE RK 10-721
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling, alsmede wijziging van de gezinsvoogdij-instelling in verband met verhuizing van een van de kinderen naar een andere provincie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 120709 / JE RK 10-721

beschikking kinderrechter d.d. 12 oktober 2010

inzake

de kinderen van A en B

De ouders zijn belast met het gezag over voornoemde minderjarigen.

PROCESGANG

Op 26 augustus 2010 heeft het bureau jeugdzorg Groningen (bjz) verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling ingediend, gedateerd 19 augustus 2010. Daarbij zijn overgelegd hulpverleningsplannen en verslagen van het verloop van de ondertoezichtstelling.

Op 12 oktober 2010 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn daarbij: de ouders en de heer D. Schuitema, namens bjz.

Kind C is afzonderlijk door de kinderrechter gehoord.

OVERWEGINGEN

Bij beschikking d.d. 18 november 2009 is de ondertoezichtstelling uitgesproken voor de tijd van 1 jaar, ingaande 18 november 2009.

Standpunt bjz

De ontwikkelingsbedreigingen ten aanzien van [kind C] en [kind D] zijn nog niet afgewend. De hulpverlening is in gang gezet - in maart 2010 is IPG/JONX in het gezin gestart en eind april 2010 heeft er een zorgconferentie plaatsgevonden -, maar de individuele hulp ten aanzien van de moeder moet nog starten. De moeder heeft inmiddels wel een eigen woning met haar kinderen toegewezen gekregen en ontvangt van GKB steun bij haar financiën.

Er is sinds een korte periode rust en veiligheid; de moeder en de stiefvader houden zich aan de afspraken door bjz en de reclassering gesteld en de bezoekregeling van de stiefvader met het broertje van de kinderen verloopt goed. Ondanks deze positieve punten is het echter te vroeg om te stellen, dat de problemen zijn opgelost. Er waren zorgen ten aanzien van [kind C]’s opstandig en brutaal gedrag in de thuissituatie bij zijn moeder; hij luisterde niet naar haar, bleef nachten weg, blowde, reisde zwart met de trein enzovoort. Hij ontkende alles als hij op zijn gedrag werd aangesproken en ging zijn eigen gang. De moeder stelde grenzen en werkte mee met IPG-hulpverlening en met de gezinsvoogd, maar dit bracht geen verandering in de situatie. Om de negatieve spiraal te doorbreken heeft [kind C] daarom de zomerperiode bij zijn vader doorgebracht, hetgeen goed is verlopen. In overleg met de ouders en de gezinsvoogd is dan ook besloten dat [kind C] bij zijn vader gaat wonen. Bjz stelt hierbij als voorwaarde dat de hulpverlening ten aanzien van [kind C] wordt voortgezet en er een overdracht van de zaak naar bjz Noord-Holland plaatsvindt.

[kind D] heeft gedragskenmerken van ADHD en een beneden gemiddelde intelligentie (IQ: 81). Zij volgt speciaal onderwijs. [kind D] heeft voornamelijk psychosomatische klachten en is in het contact met leeftijdsgenootjes sociaal onhandig. Via de huisarts heeft de moeder opnieuw onderzoek voor [kind D] bij JONX aangevraagd. In het verleden is dit onderzoek niet afgerond, omdat er toen sprake was van een onveilige gezinssituatie.

Om zicht te houden op de opvoedingssituatie van de kinderen en de continuïteit van de hulpverlening te waarborgen dient de ondertoezichtstelling gehandhaafd te worden, opdat de ontwikkelingsbedreigingen van de kinderen afgewend worden.

Standpunt [kind C]

[kind C] heeft aangegeven, vanaf 23 oktober 2010 definitief bij zijn vader te gaan wonen. Ondanks dat hij het moeilijk vindt om bij zijn moeder weg te gaan, heeft hij er zin in om bij de vader te gaan wonen. Er zal een contactregeling met de moeder zijn waarbij hij haar één keer in de drie weken bezoekt. [kind C] kan goed met zijn vader praten en sinds kort ook weer beter met zijn moeder communiceren. School is geregeld.

Standpunt moeder

De moeder staat achter een verlenging van de ondertoezichtstelling, omdat [kind C] veel dingen doet die niet door de beugel kunnen, zoals veelvuldig blowen en nachten wegblijven. [kind C] is één keer stoned naar school gegaan.

Gedurende de periode dat [kind C] bij zijn vader was, merkte de moeder dat [kind D] veel rustiger was. 19 oktober 2010 zal de uitslag van het onderzoek van [kind D] bij JONX bekend zijn.

Standpunt vader

De vader heeft ter zitting verklaard dat het voor [kind C] mogelijk goed is om de ondertoezichtstelling te verlengen. Hij heeft begeleiding en ondersteuning nodig. Voorts heeft de vader aangegeven, dat het verblijf van [kind C] bij hem goed is verlopen en dat hij geen problemen met hem heeft ervaren. De vader biedt [kind C] de structuur en regels die hij nodig heeft.

Beoordeling

Op grond van de verkregen informatie zoals in opgemeld verzoek aangegeven en ter zitting aangevuld, is de kinderrechter van oordeel dat in het belang van de minderjarigen de termijn van de ondertoezichtstelling met een jaar dient te worden verlengd, nu de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn.

De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.

Ten aanzien van [kind C]

Uit de stukken en de verklaringen ter zitting blijkt dat de time-out van [kind C] gedurende de zomerperiode bij zijn vader goed is verlopen en dat daarom is besloten dat hij bij zijn vader zal gaan wonen. [kind C] krijgt bij de vader de structuur, zorg en aandacht die hij nodig heeft. Gebleken is dat [kind C] kampt met een concentratiestoornis en geneigd is te doen waar hij zin in heeft. Gezien deze problematiek en het feit dat de vader niet afwijzend staat tegenover een continuering van de ondertoezichtstelling en de moeder hiermee instemt, is de kinderrechter van oordeel dat deze maatregel voortgezet moet worden. Gebleken is dat er een coach van de GGZ zal worden aangesteld die [kind C] zal ondersteunen en begeleiden. Ook zal er aandacht zijn voor de begeleiding van de vader, opdat hij handvatten aangereikt krijgt die hem in staat stellen op adequate wijze om te gaan met de problematiek van [kind C].

De kinderrechter zal bjz Noord-Holland vanaf 23 oktober 2010 belasten met de opdracht van de ondertoezichtstelling nu [kind C] dan bij zijn vader in de provincie Noord-Holland woont.

Ten aanzien van [kind D]

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de thuissituatie van [kind D] nog steeds erg broos is, met name vanwege de financiële problemen die er zijn. Voorts blijkt dat op

19 oktober 2010 de resultaten van het onderzoek van [kind D] bekend worden en er dan meer zicht is op haar problematiek op basis waarvan, voor zover nodig, passende hulpverlening ingezet kan worden. Gelet op de aanwezige kindproblematiek en de nog bestaande problemen van de moeder op verschillende gebieden waarvoor zij hulp ontvangt van diverse instanties, is de kinderrechter van oordeel dat de ondertoezichtstelling verlengd moet worden, opdat de continuïteit van de hulpverlening gewaarborgd wordt.

BESLISSING

verlengt de termijn van de ondertoezichtstelling ten aanzien van de minderjarige C met een jaar, ingaande 18 november 2010, met behoud van opdracht van de ondertoezichtstelling aan het bureau jeugdzorg Groningen te Groningen, p/a Postbus 1203 tot 23 oktober 2010;

draagt vanaf 23 oktober 2010 de ondertoezichtstelling op aan het bureau jeugdzorg Noord-Holland;

verlengt de termijn van de ondertoezichtstelling ten aanzien van de minderjarige D met een jaar, ingaande 18 november 2010, met behoud van opdracht van de ondertoezichtstelling aan het bureau jeugdzorg Groningen te Groningen, p/a Postbus 1203;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. D.A. Flinterman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

12 oktober 2010.

WJD