Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BO2532

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
08-03-2010
Datum publicatie
01-11-2010
Zaaknummer
423073 / 09-14954
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Small claim procedure: grensoverschrijdende vordering van minder dan € 2.000,00.

Sprake van overeenkomst op afstand; plicht om aan de wederpartij op duidelijke en begrijpelijke wijze gegevens te verstrekken waaruit de identiteit en het adres van de verkoper blijkt. Tussenbeschikking, voor eindbeschikking zie LJN BO2533.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaaknummer: 423073/09-14954

8 maart 2010

Beschikking op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007 in de zaak van:

Q.,

wonende te [adres],

eisende partij, hierna te noemen Q.,

in persoon procederende,

tegen

Deutsche Bahn AG,

gevestigd te Berlin 10785, Lennéstraat 5, Duitsland,

verwerende partij, hierna te noemen Deutsche Bahn AG,

gemachtigde mr. Herrn Thomas Schaar.

Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

het standaard vorderingsformulier A van bijlage I van Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: de Verordening), ingekomen ter griffie op 11 augustus 2009 aangevuld met bijlagen;

het door Deutsche Bahn AG ingevulde en geretourneerde antwoordformulier (formulier C van bijlage III van de Verordening), ingekomen ter griffie op 15 december 2009.

Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

Vordering

1.1 Q. legt het volgende aan zijn verzoek ten grondslag. Hij heeft op 9 juli 2009 per abuis een Bahncard 50 besteld bij de Deutsche Bahn (www.db.de) en betaald. Het betreft een kortingsabonnement. Hij heeft direct contact opgenomen met Deutsche Bahn AG om de overeenkomst te annuleren. Vervolgens werd hem gevraagd om bankrekeninggegevens op te sturen opdat het aankoopbedrag kon worden teruggestuurd. Op een zeker moment ontving hij tegenstrijdige berichten en werd hem medegedeeld dat hij het aankoopbedrag niet terug zou krijgen. Hij heeft de Bahnkaart inmiddels ontvangen en retour gestuurd. Hij stelt dat hij recht heeft om de overeenkomst te annuleren. Hij vordert ter zake een bedrag van € 450,00.

Verweer

2.1 Deutsche Bahn AG voert aan dat zij geen BahnCard uitgeeft en dat zij derhalve geen verantwoordelijkheid heeft voor wat betreft de vordering. De BahnCard wordt uitgegeven door DB Fernverkehr AG die ook de ook de contractspartner van Q. is.

2.2 Deutsche Bahn AG verwijst ter zake naar een e-mail van 20 juli 2009 die Q. heeft overgelegd en die vertaald als volgt luidt:

Als u vragen hebt of informatie wilt hebben over ander BahnCard-onderwerpen, stuur ons dan een brief aan DB Fernverkehr AG, BahnCard-Service, D-60643 Frankfurt am Main of een e-mail aan bahncard-service@bahn.de. (...)

Beoordeling

3.1 De Europese procedure voor geringe vorderingen is - zakelijk weergegeven - in grensoverschrijdende gevallen van toepassing in burgerlijke en handelszaken, indien de waarde van een vordering, alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend, op het tijdstip dat het vorderingsformulier ter griffie van de rechtbank wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan € 2.000,--, behoudens de in artikel 2 van de Verordening genoemde uitzonderingen.

3.2 De kantonrechter stelt vast dat de vordering binnen het toepassingsbereik van de Verordening valt en dat hij bevoegd is van de vordering kennis te nemen.

3.3 De vraag is aan de orde of Deutsche Bahn AG als contractspartij van Q. kan worden aangemerkt.

3.4 De eerste e-mail aan Q. van 9 juli 2009 is afkomstig van fahrkartenservice@bahn.de en wordt ondertekend door www.bahn.de en DB Vertrieb GmbH. Deze rechtspersoon wordt ook genoemd in de e-mails van 11, 12 en 13 juli 2009.

In de e-mail van 20 juli 2009 aan Q. van Bahncard-Service@bahn.de staat dat Q. voor informatie en vragen met DB Fernverkehr AG contact dient op te nemen. Daarbij wordt het e-mailadres bahncard-service@bahn.de genoemd.

3.5 De kantonrechter acht het voorgaande zeer verwarrend. Deutsche Bahn AG moet de kantonrechter daarom informeren over de wijze van het contracteren via internet en de kenbaarheid bij de consument wie de contractspartij is. Eén en ander dient zij uiterlijk voor 5 april 2010 bij de griffie van deze rechtbank in te dienen.

Beslissing

De kantonrechter:

stelt Deutsche Bahn AG in de gelegenheid zich uiterlijk voor 5 april 2010 uit te laten als hiervoor in rechtsoverweging 3.5 omschreven;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. R.Tj. Terpstra en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 maart 2009.