Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BN9168

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
24-06-2010
Datum publicatie
01-10-2010
Zaaknummer
445892 CV EXPL 10-3983
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Behandelingsovereenkomst met minderjarige. Artikel 7:446 lid 3 BW en 7:447 BW.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 447
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010/246
JPF 2010/157
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 445892 \ CV EXPL 10-3983

Vonnis d.d. 24 juni 2010

inzake

Q.,

wonende te Almere,

opposante, hierna Q. te noemen,

gemachtigde mr. E.T. van Dalen, advocaat te Groningen (Kwinkenplein 10, 9712 GZ),

tegen

de stichting Stichting Regionale Ambulance Voorziening Groningen, h.od.n. Ambulancezorg Groningen,

gevestigd en kantoorhoudende te Groningen,

gedaagde, hierna Ambulancezorg te noemen,

gemachtigde Tijhuis & Partners GGN, gerechtsdeurwaarders te Meppel.

PROCESGANG

Q. heeft op de bij verzetdagvaarding geformuleerde gronden gevorderd te worden ontheven van de veroordeling tegen haar uitgesproken bij verstekvonnis door de rechtbank, sector kanton, te Groningen op 7 februari 2007 onder nummer 314068/07-411 tussen Ambulancezorg als eiseres en Q. als gedaagde en Ambulancezorg alsnog in haar vordering niet ontvankelijk te verklaren dan wel haar vordering af te wijzen, met veroordeling van de Stichting in de kosten van dit verzet.

Ambulancezorg heeft geantwoord in oppositie, waarna Q. een conclusie van repliek in oppositie heeft genomen. Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

In oppositie

de feiten

1. Tussen partijen staat als gesteld en erkend, dan wel niet of onvoldoende (gemotiveerd) weersproken het volgende vast.

1.1 Bij vonnis van de kantonrechter in deze rechtbank van 7 februari 2007 is Q. bij verstek veroordeeld tot betaling aan Ambulancezorg van €368,95, vermeerderd met de wettelijke rente over € 252,00 vanaf 11 januari 2007 tot de dag van de algehele voldoening, alsmede tot betaling van € 240,85 wegens proceskosten.

1.2 Op 6 januari 2004 heeft Ambulancezorg, in opdracht gedaan via de meldkamer, een baby genaamd C. Q., per couveuse vervoerd.

1.3 Q. is geboren op 12 oktober 1987.

1.4 Ten tijde van de facturatie rond maart 2004, was Q. verzekerd bij de particuliere zorgverzekeraar IZA.

1.5 De factuur d.d. 30 maart 2004, ad € 252,00 is onbetaald gebleven.

het standpunt van Ambulancezorg

2. Naast de vaststaande feiten legt zij het volgende aan vordering ten grondslag.

2.1 Q. was in juni 2007 al op de hoogte van het verstekvonnis.

2.2 De correspondentie is altijd verzonden naar het adres Loopplank 67 te Groningen.

2.3 Volgens informatie van IZA is de factuur wel gedeclareerd en ook uitbetaald. In verband met privacyredenen mag IZA niet aan Ambulancezorg zeggen aan wie er is uitbetaald.

2.4 Ten tijde van de dagvaarding op 11 januari 2007 was Q. meerderjarig.

2.5 Omdat Q. in gebreke is gebleven de vordering te voldoen is zij eveneens rente en kosten verschuldigd.

het standpunt van Q.

3. Zij voert - zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang - het volgende als verweer aan.

3.1 Q. is tijdig in verzet gekomen.

3.2 Niet Q. maar de meldkamer heeft indertijd opdracht gegeven aan Ambulancezorg.

3.3 Q. was op 6 januari 2004 nog minderjarig, dus handelingonbekwaam.

3.4 De nota is op naam van een baby gesteld.

de beoordeling

4.1 Partijen houdt allereerst verdeeld de vraag of Q. tijdig in verzet is gekomen tegen het verstekvonnis van 7 februari 2007. Ambulancezorg heeft dit betwist en heeft daartoe aangevoerd dat Q. al op 6 juni 2007 op de hoogte was van het verstekvonnis. Volgens het door Ambulancezorg overgelegde zaaksoverzicht heeft Q. toen in een telefoongesprek te kennen gegeven dat zij inwonend zou zijn bij haar moeder en deelde mede dat haar moeder een brief zou sturen. De incassogemachtigde heeft haar daarop medegedeeld dat ze een betalingsregeling moest treffen omdat ze was veroordeeld door de rechter. Ook uit de fax van de moeder van Q. van 7 juni 2007 volgt volgens Ambulancezorg dat ze al in juni 2007 op de hoogte was van het verstekvonnis. Q. heeft de stellingen van Ambulancezorg op dit punt weersproken.

4.2 Op grond van het bepaalde in artikel 143 lid 2 Rv. kan een gedaagde verzet doen binnen vier weken na de betekening van het verstekvonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, of na het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is.

4.3 Naar het oordeel van de kantonrechter valt uit de weergave van het gesprek tussen de deurwaarder en Q. in juni 2007 niet vast te stellen dat Q. voldoende bekend was met de inhoud van het verstekvonnis. Volgens de weergave heeft Q. het zelf slechts gehad over spullen die niet van haar zijn.

4.4 Omdat een daad van bekendheid van de gedaagde zelf moet komen, kan de faxbrief van de pleegmoeder van Q. aan de deurwaarder evenmin tot de conclusie leiden dat Q. bekend was met het vonnis.

4.5 Het voorgaande leidt ertoe dat het verweer van Ambulancezorg op dit punt moet worden verworpen en dat - nu voor het overige geen verweren naar voren zijn gebracht - Q. geacht wordt tijdig in verzet te zijn gekomen.

4.6 De kantonrechter is van oordeel dat het vervoer per er ambulance behoort tot de handelingen als bedoeld in artikel 7:446 lid 3 BW en dus is aan te merken als een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Hoewel vaststaat dat de opdracht tot ambulancevervoer is gegeven door de meldkamer, heeft Q. niet gesteld dat zij het vervoer heeft geweigerd dan wel dat zij niet in staat was het vervoer te weigeren. Naar het oordeel van de kantonrechter moet het er voor worden gehouden dat zij heeft ingestemd met de opdracht die is gegeven.

4.7 Op grond van artikel 7:447 BW is de minderjarige die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt bekwaam tot het aangaan van een behandelingsovereenkomst en dient de minderjarige de daaruit voortvloeiende verplichtingen na te komen. Aangezien Q. op 6 januari 2004 de leeftijd van zestien jaren had bereikt was zij aldus gehouden de nota betreffende het ambulancevervoer te voldoen.

4.8 Tegen de gevorderde incassokosten is geen afzonderlijk verweer gevoerd, deze zijn dan ook evenals de gevorderde wettelijke rente, toewijsbaar.

4.9 Het voorgaande brengt met zich mee dat het verstekvonnis op goede gronden is gewezen, zodat het moet worden bekrachtigd.

4.10 Q. zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

verklaart het ingestelde verzet ongegrond;

bekrachtigt het op 7 februari 2007 tussen partijen gewezen verstekvonnis (zaak-/rolnummer 314068 / CV EXPL 07-411) van de kantonrechter te Groningen;

veroordeelt Q. in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van Ambulancezorg tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 60,00 voor salaris van de gemachtigde;

ontzegt het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.B. Böttcher, kantonrechter, en op 24 juni 2010 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: jcn