Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BN8516

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
27-05-2010
Datum publicatie
28-09-2010
Zaaknummer
436790 CV EXPL 09-21810
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verhuurder vordert in deze zaak ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, onder meer omdat huurder een omvangrijke, brandgevaar veroorzakende bibliotheek van pakweg 20.000 boeken in het gehuurde houdt. Voor de vraag of de aanzienlijke boekenvoorraad in het gehuurde een onaanvaardbaar risico op brand meebrengt, heeft als uitgangspunt te gelden dat onder brandgevaar niet alleen moet worden verstaan het risico dat er brand uitbreekt, maar ook het gevaar dat zich kan manifesteren als er eenmaal brand is uitgebroken.

Tussenvonnis, voor eindvonnis zie BN 8517.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 436790 \ CV EXPL 09-21810

Vonnis d.d. 27 mei 2010

inzake

Q.,

wonende te [adres],

eiseres, hierna Q. te noemen,

gemachtigde mr. Y.G.C. Brummelhuis, advocaat postbus 1105, 9701 BC Groningen,

tegen

R.,

wonende te Groningen, 123straat 1,

gedaagde, hierna R. te noemen,

procederend in persoon.

PROCESGANG

De procesgang blijkt uit het volgende:

- dagvaarding

- conclusie van antwoord

- conclusie van repliek

- conclusie van dupliek

Partijen hebben producties in het geding gebracht.

Vonnis is nader bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. Het geschil

In essentie gaat het in deze zaak om het volgende.

1.1 R. huurt van Q. de woning aan de 123straat 1 te Groningen. De huurprijs bedroeg laatstelijk € 567,87 per maand. Hij woont daar sinds 1 maart 1967. Per 1 juli 2003 is Q. verhuurder.

1.2 Bij inleidende dagvaarding heeft Q. zich op het standpunt gesteld dat R. zodanig toerekenbaar te kort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen als huurder dat ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde onvermijdelijk moeten worden geacht. Daarnaast heeft hij gevorderd dat R. zal worden veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en een schadevergoeding ter zake van door de huurder te verrichten klein onderhoud, vermeerderd met proceskosten en nakosten, een en ander kosten rechtens.

1.3 De wanprestatie bestond volgens Q. uit een huurachterstand van ruim drie maanden, het onbevoegd verrekenen van onderhoudskosten aan de cv en het houden van een omvangrijke, brandgevaar veroorzakende bibliotheek van pakweg 20.000 boeken in het gehuurde en het verwaarlozen van de woning.

1.4 Na dagvaarding heeft R. de achterstallige huur, inclusief het aanvankelijk door hem ingehouden bedrag voor het onderhoud aan de cv voldaan, waarna Q. zijn vordering ter zake heeft beperkt tot de wettelijke rente.

1.5 Niettemin heeft Q. gepersisteerd in zijn vordering tot ontbinding en ontruiming op grond van voornoemd brandgevaar, de verwaarlozing en de omstandigheid dat R. de huur stelselmatig te laat betaalt. Bij conclusie van repliek heeft hij subsidiair gevorderd dat R. op straffe van een dwangsom zal worden veroordeeld om nagenoeg alle boeken - behalve een hoeveelheid die enkelrijs twee wanden beslaat - uit de woning te verwijderen.

1.6 R. heeft de stellingen van Q. betwist. Hij is van mening dat hij de kosten voor onderhoud mocht inhouden op basis van het beleid dat de rechtsvoorganger van Q. jegens hem hanteerde. Bovendien heeft hij geponeerd dat zijn uitgebreide bibliotheek geen brandgevaar oplevert en dat hij de verzameling aanwendt om zijn honger naar kennis te stillen en om te kunnen publiceren. Ook heeft hij aangevoerd dat hij voornemens was om een fikse sanering door te voeren maar dat persoonlijke omstandigheden - gezondheidsklachten en het overlijden van een vriend met een grote boekenvoorraad - daaraan in de weg hebben gestaan. Ten slotte heeft hij er op gewezen dat hij vergroeid is geraakt met de buurt en erg hecht aan continuering van de huurovereenkomst.

2. De beoordeling

2.1 Op grond van de gedingstukken is de kantonrechter niet in staat nu reeds inhoudelijk te oordelen in dit geschil. Hij acht het geboden om ter plaatse, in de woning van R. aan de 123straat 1 te Groningen, polshoogte te nemen.

2.2 Om meer zicht te krijgen op de zaak - met name ten aanzien van het gestelde brandgevaar en de verwaarlozing - zal de kantonrechter dan ook een plaatsopneming en bezichtiging annex (inlichtingen)comparitie van partijen gelasten. Partijen dienen daarbij in persoon aanwezig te zijn.

2.3 De comparitie zal tevens worden aangewend om een minnelijke schikking tussen partijen te beproeven. Ook kan tijdens de comparitie de vraag aan de orde komen of inschakeling van een deskundige, die het gestelde brandgevaar tegen het licht kan houden, gewenst is.

2.4 De zaak zal naar de rol worden verwezen, opdat partijen schriftelijk opgave kunnen doen van hun verhinderdata gedurende de eerste drie maanden na dit vonnis. Daarna zal de griffier dag en uur bepalen.

2.5 In afwachting van de komende ontwikkelingen zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:

gelast een gerechtelijke plaatsopneming en bezichtiging annex comparitie van partijen in de woning van R. aan de 123straat 1 te Groningen;

verwijst de zaak naar de rol van donderdag 17 juni 2010 om 11.00 uur voor uitlating partijen als bedoeld in overweging 2.4;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Fokkema, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 mei 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.