Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BN5877

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
31-08-2010
Datum publicatie
02-09-2010
Zaaknummer
118345/FA RK 10-1180
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

eenzijdig echtscheidingsverzoek; beroep op de uitzonderingssituatie van artikel 815 lid 6 Rv.;uithuisplaatsing kan reden zijn om geen ouderschapsplan over te kunnen leggen; dat is hier niet duidelijk, daarom zaak naar de zitting;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2011, 13

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 118345 / FA RK 10-1180

beschikking d.d. 31 augustus 2010

in de zaak van:

de vrouw,

advocaat mr. E. Henkelman,

en

de man,

in rechte niet verschenen.

PROCESVERLOOP

De vrouw heeft op 12 mei 2010 bij deze rechtbank een verzoekschrift ingediend tot echtscheiding en heeft tevens nevenvoorzieningen verzocht.

Een afschrift van het verzoekschrift is aan de man betekend op 20 mei 2010.

De man heeft binnen de termijn, gesteld in het exploot van betekening, geen verweerschrift ingediend.

RECHTSOVERWEGINGEN

Tussen partijen staat het volgende vast:

- zij zijn gehuwd op 18 juli 1996 in de gemeente Utrecht in algehele gemeenschap van goederen;

- zij hebben het gezag over hun minderjarige kind;

- hun huwelijk is duurzaam ontwricht.

De ontvankelijkheid

De vrouw heeft op 12 mei 2010 een eenzijdig verzoek tot echtscheiding met nevenvorderingen ingediend. Dit verzoek bevat geen door de vrouw en de man overeengekomen ouderschapsplan ten aanzien van het minderjarige kind van partijen.

De rechtbank stelt vast dat daardoor niet is voldaan aan het in artikel 815, tweede en derde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) neergelegde vereiste.

De vrouw heeft in het verzoekschrift aangegeven dat het voor haar redelijkerwijs niet mogelijk is om een ouderschapsplan te overleggen omdat partijen geen contact meer hebben, zodat het niet mogelijk is gebleken om overeenstemming over het ouderschapsplan te krijgen. Zij geeft aan dat een complicerende factor is dat de minderjarige bij beschikking van 2 maart 2010 voorlopig onder toezicht is gesteld en uit huis is geplaatst. De vrouw heeft zich op de uitzonderingssituatie van artikel 815 lid 6 Rv beroepen.

De man heeft geen verweer gevoerd.

De rechtbank overweegt als volgt.

Het feit dat een minderjarige uit huis is geplaatst kan een reden zijn waarom de ouders redelijkerwijs geen ouderschapsplan kunnen overleggen indien aannemelijk is dat de ouders tengevolge van de uithuisplaatsing voorlopig geen, of een zeer beperkte, feitelijke invulling kunnen geven aan hun ouderlijke taken en verantwoordelijkheden en dus ook moeilijk afspraken kunnen maken over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken, de informatie en consultatie, en de kinderalimentatie op de korte termijn.

Bij beschikking van 10 maart 2010 is de voorlopige uit huis plaatsing van de minderjarige voor de duur van drie maanden (tot 2 juni 2010) bekrachtigd. Blijkens deze beschikking heeft de (echtscheidings)strijd tussen de ouders mede ten grondslag gelegen aan deze beslissing tot bekrachtiging.

Door partijen zijn geen gegevens verstrekt over eventuele opvolgende kinderbeschermingsmaatregelen na 2 juni 2010. Voorts verzoekt de vrouw als nevenvordering bij haar echtscheidingsverzoek het hoofdverblijf van de minderjarige bij haar te bepalen.

Onder deze omstandigheden is het de rechtbank niet duidelijk of de vrouw (als verzoekende partij) verkeert in een situatie als hiervoor omschreven, tengevolge waarvan zij redelijkerwijs niet in staat is een ouderschapsplan te overleggen.

In verband hiermee zal de rechtbank het verzoek tot echtscheiding, alsmede alle verzochte nevenvoorzieningen aanhouden en de zaak verwijzen naar een zitting, teneinde partijen te horen in aanwezigheid van vertegenwoordigers van jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming.

BESLISSING

houdt iedere beslissing aan en bepaalt een verhoor van partijen ter zitting met gesloten deuren van deze rechtbank op donderdag 11 november 2010 om 14.15 uur.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.J. Klijn en uitgesproken door deze ter zitting van 31 augustus 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.