Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BN5848

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
18-08-2010
Datum publicatie
02-09-2010
Zaaknummer
119920 / JE RK 10-593
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vader heeft gedurende de echtscheidingsprocedure verzocht de minderjarige zoon en dochter onder toezicht te stellen. Vader heeft al twee jaar geen rechtstreeks contact meer met de kinderen. Wel sturen de kinderen berichtjes naar vader, waarvan de inhoud steeds hatelijker wordt en waarin het taalgebruik heftig is. Communicatie tussen de ouders is niet mogelijk.

De verzoeken worden thans afgewezen omdat niet zonder meer gesproken kan worden van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van de kinderen. Voorts is binnenkort een zitting gepland aangaande de verdeling van de zorg en opvoedingstaken tussen de ouders . Hier zal de Raad ter zake de contactregeling tussen de vader en de kinderen verzocht worden daarnaar onderzoek te doen. Dit onderzoek kan in een breder kader worden uitgevoerd. Vader kan daarbij verzoeken de Raad tevens de opvoedingssituatie en de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen te onderzoeken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 119920 / JE RK 10-593

beschikking kinderrechter d.d. 18 augustus 2010

inzake

* [minderjarige 1], geboren in de gemeente [***] [in 1994],

* [minderjarige 2], geboren in de gemeente [***] [in 2000],

kinderen van:

[vader],

wonende te [adres]

advocaat mr. E.G. Harderwijk

en

[moeder],

wonende te [adres],

advocaat mr. J.G. Besling.

De ouders zijn belast met het gezag over voornoemde minderjarigen.

PROCESGANG

Op 8 juli 2010 heeft de vader van voornoemde minderjarigen een verzoekschrift met bijlage(n) ingediend, gedateerd 8 juli 2010, daartoe strekkende dat de ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarigen wordt uitgesproken, voor de duur van 1 jaar.

Tevens is verzocht om hangende een in dat kader uit te voeren onderzoek de minderjarige [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van 3 maanden.

De minderjarige [minderjarige 1] is op 2 augustus 2010 door de kinderrechter gehoord.

Op 5 augustus 2010 is ter griffie van de rechtbank een verweerschrift, met bijlagen, binnengekomen.

Op 11 augustus 2010 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn daarbij: de vader, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. E.G. Harderwijk, mevrouw mr. J.G. Besling, advocaat van moeder en de heer J. Scholte Aalbes, namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad), regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen.

Ter zitting hebben de raadslieden pleitaantekeningen overgelegd.

OVERWEGINGEN

Standpunt van de vader

In augustus 2008 zijn de ouders uiteen gegaan. Op 15 januari 2010 is de echtscheidingsbeschikking ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

De vader heeft de minderjarige kinderen sedert oktober 2008 niet meer gezien.

De kinderen hebben laten weten dat ze geen enkel contact met hun vader willen. De moeder zet zich op geen enkele wijze in om het contact tussen de vader en de kinderen te herstellen. Er is sprake van sms-contact en e-mail contact tussen de vader en de kinderen. De vader is gelet op de inhoud van deze berichtjes, waaruit vooral veel haat jegens de vader valt op te maken, van mening dat er sprake is van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van de kinderen. De vader is niet in staat de belangen en de geestelijke gezondheid van de kinderen te waarborgen, omdat hij geen contact heeft met de kinderen. De vader weet niet hoe het thuis of op school gaat met de kinderen.

Vader merkt op dat de vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en de kinderen in de echtscheidingsprocedure verwezen is naar mediation. Doordat moeder ook in die procedure de zaak traineert is vader nu al lange tijd van contact met de kinderen verstoken en heeft hij ook geen zicht op de opvoedingssituatie.

Het indienen van de onderhavige verzoeken is de enige manier waarop hij tijdig grip op de opvoeding van de kinderen kan krijgen. Hij wil gaarne zijn vaderrol vervullen en zijn verantwoordelijkheid nemen. Hij voelt zich buiten spel gezet door de gang van zaken in de echtscheidingsprocedure en vreest dat het niet goed gaat met de kinderen.

Hij verzoekt de kinderrechter de minderjarige kinderen gedurende de termijn van een jaar onder toezicht te stellen en hangende het onderzoek [minderjarige 2] reeds voorlopig onder toezicht te stellen voor de periode van ten hoogste drie maanden.

Standpunt van de moeder

De moeder is het niet eens met de verzoeken van de vader. Zij is van mening, gelet op de jurisprudentie, dat deze verzoeken tot ondertoezichtstelling uitsluitend worden gedaan in het kader van contact tussen de vader en de kinderen en als zodanig moeten worden afgewezen.

Voorts heeft zij gesteld dat [minderjarige 1] door de vader diverse malen is mishandeld, waarvan aangifte is gedaan. Hij liegt tegen de kinderen. De vader heeft totaal geen interesse in de sportieve activiteiten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. [minderjarige 2] is door onoplettendheid van de vader diverse malen in gevaarlijke situaties terecht gekomen. [minderjarige 1] heeft ADHD. [minderjarige 2] heeft NLD. De vader verdiept zich niet in de problematiek van de kinderen.

De moeder verzoekt de kinderrechter de vader te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Standpunt van de Raad

De conflicten tussen de ouders kunnen op langere termijn gevolgen hebben voor de kinderen. De door de kinderen gebezigde teksten in hun berichten aan vader zijn heftig. Dit taalgebruik is erg zorgwekkend. De verstrekte informatie is thans echter onvoldoende om te stellen dat sprake is van een bedreiging in de sociaal- emotionele ontwikkeling van de minderjarigen. De Raad wijst er daarbij op dat een Raadsonderzoek naar het bestaan van een dergelijke situatie ook kan worden gekoppeld aan een onderzoek dat in een echtscheidingszaak wordt gedaan en wijst in dat verband op de binnenkort op handen zijnde zitting in het kader van de omgangsregeling. Gelet op de tussenbeschikking van de rechtbank in deze procedure ligt - nu de mediation tussen partijen mislukt is - een raadsonderzoek in die procedure in de rede.

Beoordeling door de kinderrechter

De ouders zijn reeds geruime tijd in een echtscheidingsprocedure verwikkeld, waarvan de verdeling van de zorg en opvoedingstaken tussen de ouders onderdeel uitmaakt. Hieronder is begrepen een contactregeling tussen de vader met in ieder geval [minderjarige 2]. Gelet op de leeftijd van [minderjarige 1] is een contactregeling mogelijk, maar niet meer noodzakelijk.

Dit punt van geschil zal ter zitting van eind september 2010 nader worden behandeld door deze rechtbank.

Uit hetgeen door de ouders naar voren is gebracht met betrekking tot de echtscheidingsprocedure valt op te maken dat mediation niet is gelukt. De ouders zijn niet in staat gebleken op normale wijze met elkaar te communiceren. Dit heeft - hoe dan ook - zijn weerslag op de kinderen. De vader is met name bezorgd over het niet hebben van contact met de minderjarige kinderen en de inhoud van de berichten van de kinderen die hem nog wel bereiken.

Deze zorg rechtvaardigt echter niet zonder meer het uitspreken van een kinderbeschermingsmaatregel.

Hieromtrent overweegt de kinderrechter het volgende.

Het toepassen van de maatregel van ondertoezichtstelling betekent een inmenging in het gezinsleven van ouder(s) en kind. Deze maatregel is slechts gerechtvaardigd indien zij berust op de in artikel 1:254 BW aangegeven gronden en dient ter bescherming van het belang van het kind.

Indien een dergelijke maatregel wordt uitgesproken dan dient in de desbetreffende beschikking niet alleen te worden overwogen dat de in voornoemd artikel genoemde gronden aanwezig zijn, doch ook aangegeven dient te worden op grond van welke gegevens de kinderrechter tot het oordeel is gekomen dat de minderjarige zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd en andere middelen ter afwending van die bedreiging hebben gefaald of waarschijnlijk zullen falen.

Niet uitgesloten is dat het opleggen van de maatregel van ondertoezichtstelling gerechtvaardigd kan zijn wanneer het ontbreken van een contactregeling in het kader van de verdeling van de zorg en opvoedingstaken of juist het bestaan ervan, dan wel de conflicten of problemen bij het tot stand brengen of het uitvoeren ervan zodanige belastende conflicten of problemen opleveren voor het kind. Zodanig dat deze, op zichzelf of in combinatie met andere omstandigheden, een ernstige bedreiging opleveren voor zijn zedelijke of geestelijke belangen, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar te voorzien is, zullen falen. In een dergelijk geval moeten aan de motivering van de toewijzing hoge eisen gesteld worden. De enkele kans dat het ontbreken of niet nakomen van een contactregeling voor de minderjarige nadelig of schadelijk zal zijn, onder meer omdat deze daardoor in een loyaliteitsconflict zou kunnen komen te verkeren, levert niet een toereikende motivering op voor het opleggen van een maatregel als de onderhavige.

Naast het niet hebben van contact met de minderjarige kinderen is de vader vooral bezorgd over de inhoud van de berichten - in de vorm van e-mail of sms - die aan hem worden gestuurd.

De wijze waarop de minderjarige kinderen thans communiceren met de vader geeft zeker reden tot zorg, omdat ook in dit verband niet gesproken kan worden van een normale interactie, tussen ouder en kind.

De kinderrechter is van oordeel dat de hiervoor genoemde combinatie van factoren vooralsnog echter geen ernstige bedreiging opleveren voor de zedelijke of geestelijke belangen van de minderjarigen.

Voorts overweegt de kinderrechter dat in het kader van de behandeling van de verdeling van de zorg en opvoedingstaken tussen de ouders, zoals de rechtbank in de beschikking van 28 september 2009 heeft overwogen, de Raad zal worden verzocht om ter zake de contactregeling tussen de vader en de kinderen onderzoek te doen. Dit onderzoek kan in een breed kader worden uitgevoerd. Het onderzoek zal gericht zijn op het contact tussen de man en in ieder geval [minderjarige 2]. Echter, indien de Raad daartoe aanleiding ziet kan tevens de opvoedingssituatie onderzocht worden en zal dan gekeken worden naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen.

Vader kan ter zitting van september a.s. een verzoek daartoe doen.

Nu deze mogelijkheid binnenkort in het verschiet ligt ziet de kinderrechter geen aanleiding om in het kader van de voorliggende verzoeken een separaat raadsonderzoek daartoe te gelasten.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek van vader om de minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] Hendrik onder toezicht te stellen afwijzen. Deze afwijzing impliceert dat het verzoek [minderjarige 2] reeds voorlopig onder toezicht te stellen, eveneens wordt afgewezen.

Het verzoek van de moeder de vader te veroordelen in de proceskosten zal de kinderrechter afwijzen. Er is geen sprake van nodeloze procesvoering. De kinderrechter zal, omdat het een procedure in het kader van het familierecht betreft, de proceskosten compenseren.

BESLISSING

wijst het verzoek om de minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen, af;

wijst het verzoek om de minderjarige [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht te stellen, af;

compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. M.J.B. Holsink, kinderrechter, in tegenwoordigheid van H.M. Kamphuis-van der Veer, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2010.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te Leeuwarden.