Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BN5613

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
24-08-2010
Datum publicatie
31-08-2010
Zaaknummer
118527 / FA RK 10-1238
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beslissing op het verzoek ex artikel 1:253t BW aangehouden teneinde de Raad voor de Kinderbescherming in de gelegenheid te stellen een onderzoek in te stellen. Het onderzoek dient specifiek gericht te zijn op de in artikel 1:253t BW vermelde criteria.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 118527 / FA RK 10-1238

beschikking d.d. 24 augustus 2010

in de zaak van:

[V1],

wonende te [adres],

hierna te noemen de vrouw,

en

[V2],

wonende te [adres],

hierna te noemen de man,

verzoekers,

advocaat mr. R.J. Skála.

PROCESVERLOOP

Verzoekers hebben op 12 mei 2010 een verzoekschrift ingediend waarin zij verzoeken hen gezamenlijk te belasten met het gezag over de minderjarige [X]en [Y].

De rechtbank heeft [F] als belanghebbende opgeroepen.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zittting met gesloten deuren van 19 augustus 2010.

Daarbij zijn verzoekers, bijgestaan door mr. Skála, [F] en [R] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) verschenen en gehoord.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

• tussen verzoekers bestaat een affectieve relatie;

• de vrouw heeft het gezag over de thans nog minderjarige:

* [X], geboren op [datum] te [plaats], voor de geboorte erkend door [F], geboren te [plaats] op [datum];

* [Y], geboren op [datum] te [plaats];

Standpunt van verzoekers

Verzoekers voeren ter onderbouwing van hun verzoek aan dat zij een relatie hebben. De man neemt sinds anderhalf jaar een groot deel van de feitelijke opvang en opvoeding van de beide kinderen op zich. Verzoekers wonen weliswaar nu nog niet op hetzelfde adres maar zijn voornemens per 1 september 2010 te gaan samenwonen. Verzoekers zijn van mening dat het in het belang van de minderjarigen is dat zij gezamenlijk met het gezag over hen worden belast. Toewijzing van gezamenlijk gezag stelt de nieuwe partner van de vrouw in staat om noodzakelijke beslissingen te nemen.

Verzoekers zijn voornemens om [X] als zij ouder is te informeren over wie haar vader is. Zij achten het niet in het belang van [X] dat zij contact heeft met haar biologische vader. [X] heeft haar vader in februari 2010 een keer aan de telefoon gehad en was na dat telefoongesprek erg van slag.

Mocht het in het belang van de kinderen zijn dan zijn verzoekers bereid mee te werken aan een raadsonderzoek.

Standpunt van [F]

[F] maakt ernstig bezwaar tegen toewijzing van het verzoek. Hij stelt daartoe dat hij de vader is van beide minderjarige kinderen. Hij acht het niet in het belang van zijn kinderen dat een andere man met het gezag over hen wordt belast. Hij vindt dat ook onnodig. Hij zou graag een omgangsregeling met [X] willen en heeft om dit te bewerkstelligen contact gehad met een advocaat.

Standpunt van de Raad

Uit wat ter zitting naar voren is gebracht blijkt dat er sprake is van een gecompliceerde situatie. De Raad adviseert de beslissing aan te houden in afwachting van een onderzoek door de Raad naar de wenselijkheid van de verzochte gezagswijziging.

Beoordeling

Ingevolge artikel 1:253t van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan, indien het gezag over een kind bij één ouder berust, de rechtbank op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten.

In geval het kind tevens in familierechtelijk bestrekking staat tot een andere ouder wordt het verzoek slechts toegewezen, indien:

• a. de ouder en de ander op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek gezamenlijk de zorg over het kind hebben gehad;

• b. de ouder die het verzoek doet op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag belast is geweest.

Het verzoek wordt afgewezen indien, mede in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.

De vrouw heeft ter zitting erkend dat [F] de biologische vader is van beide minderjarige kinderen. De rechtbank acht zich, mede gelet op wat verder ter zitting is besproken, onvoldoende geïnformeerd om een afgewogen beslissing met betrekking tot het verzochte te kunnen geven.

De rechtbank zal de beslissing aanhouden tot de hierna genoemde zittingsdatum teneinde de Raad in de gelegenheid te stellen een onderzoek in te stellen. Dit onderzoek dient specifiek gericht te zijn op de in bovengenoemde wetsartikel vermelde criteria.

BESLISSING

houdt de beslissing op het verzoek aan;

verzoekt de Raad een onderzoek in te stellen zoals hierboven omschreven en de rechtbank uiterlijk twee weken voorafgaand aan de hierna te vermelden zittingsdatum van rapport en advies te dienen;

bepaalt dat de zaak verder zal worden behandeld ter zitting met gesloten deuren van donderdag 13 januari 2011 om 09:30 uur, in één van de zalen van het gerechtsgebouw van de rechtbank Groningen aan het Guyotplein 1.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.A. Flinterman en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 augustus 2010 in aanwezigheid van de griffier.

mmv