Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BN3822

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
10-08-2010
Datum publicatie
12-08-2010
Zaaknummer
403956 / 09-2508
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Telefoonabonnement; na ontbinding worden de resterende abonnementstermijnen gevorderd op grond van de algemene voorwaarden. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding in de gegeven omstandigheden een onredelijk bezwarend beding is. Schadepost wordt gematigd.

Eindvonnis, voor tussenvonnis zie LJN BN3821.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Winschoten

Zaak\rolnummer: 403956/09-2508

Vonnis d.d. 10 augustus 2010

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Telfort B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres, hierna te noemen Telfort,

gemachtigde J.A. Hartman gerechtsdeurwaarder te Groningen,

en

Q.,

wonende te [adres], Veendam,

gedaagde, hierna te noemen Q.,

gemachtigde mr. M.S. Scheffers, advocaat te Veendam.

PROCESGANG

Bij tussenvonnis van 23 maart 2010 heeft de kantonrechter Telfort in de gelegenheid gesteld zich bij akte nader uit te laten. Zij heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt. Daarna heeft Q. bij akte gereageerd. Vervolgens is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak is vastgesteld op heden

OVERWEGINGEN

1. De inhoud van het vonnis van 23 maart 2010 moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd en de daarvan deel uitmakende overwegingen worden gehandhaafd.

2. Bij tussenvonnis is Telfort onder meer in de gelegenheid gesteld omstandigheden aan te voeren waaruit kan worden afgeleid dat het beding waarop zij zich beroept in de gegeven omstandigheden niet onredelijk bezwarend is.

3. Telfort voert aan dat de klant aansprakelijk is voor alle schade die Telfort lijdt als gevolg van een handelen of nalaten in strijd met de bepalingen van de overeenkomst ingevolge artikel 8.1 jo 8.3 van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Door de vroegtijdige beëindiging van de onderhavige overeenkomst heeft zij schade geleden. Deze schade bestaat uit de overeengekomen abonnementskosten over de periode van na de ontbinding tot het einde van de contractsperiode. Door deze vroegtijdige ontbinding heeft Telfort eveneens niet de kosten, welke verdisconteerd zijn in de overige termijnbedragen, bij Q. in rekening kunnen brengen. Omdat het abonnement een sim-only abonnement is, heeft zij geen toestel aan Q. verstrekt bij het aangaan van de overeenkomst.

4. De kantonrechter is van oordeel dat artikel 8.3 van de algemene voorwaarden van Telfort in de gegeven omstandigheden een onredelijk bezwarend beding is. Het beding heeft tot gevolg dat een consument die zijn verplichtingen niet nakomt een onevenredig hoge schadevergoeding wordt opgelegd. Gezien de door Telfort in het geding gebrachte gegevens moet worden geoordeeld dat het in rekening brengen van de resterende maandtermijnen, in dit geval 22 maanden, terwijl Q. geen gebruik meer kan maken van de diensten van Telfort niet in redelijke verhouding staat tot het nadeel dat Telfort lijdt. Op grond van het voorgaande heeft Q. zich met vrucht beroepen op vernietiging van artikel 8.3 van de algemene voorwaarden zodat dit beding buiten toepassing zal blijven.

5. Dit neemt niet weg dat vast staat dat Q. is tekort gekomen in de nakoming van de overeenkomst en dat hij op grond van artikel 6:277 het Burgerlijk Wetboek (BW) de schade moet vergoeden die Telfort lijdt doordat ontbinding van de overeenkomst heeft plaatsgevonden.

6. In dit geval kan de door Telfort geleden schade niet nauwkeurig berekend worden. Ingevolge art. 6:97 BW zal de kantonrechter deze schatten op de helft van de abonnementskosten over de abonnementsperiode na ontbinding. Dit leidt tot een schadevergoeding van € 444,38. Omdat de hoofdsom gedeeltelijk wordt afgewezen kan de gevorderde rente niet worden toegewezen. Toegewezen zal worden de contractuele rente over het toegewezen bedrag vanaf 12 november 2008 tot de dag dat de vordering is voldaan.

7. Met betrekking tot de gevorderde buitengerechtelijke kosten overweegt de kantonrechter het volgende. Uitgangspunt voor toewijzing van de vordering met betrekking tot de buitengerechtelijke kosten is dat de buitengerechtelijke werkzaamheden meer moeten omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning. Nu hiervan niet is gebleken dienen deze werkzaamheden te worden aangemerkt als zijnde ter voorbereiding van de processtukken en instructie van de zaak. De gevorderde buitengerechtelijke kosten komen daarom niet voor toewijzing in aanmerking.

8. Q. zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, met dien verstande dat de proceskostenveroordeling zal worden gebaseerd op het toe te wijzen bedrag.

B E S L I S S I N G

De kantonrechter:

veroordeelt Q. om tegen kwijting aan Telfort te betalen € 444,38 vermeerderd met de contractuele rente over € 444,38 vanaf 12 november 2008 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Q. tevens in de kosten van het geding, aan de zijde van Telfort tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 158,00 aan griffierecht, € 74,75 aan explootkosten en € 120,00 voor salaris van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

ontzegt het meer of anders gevorderde

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Fokkema, kantonrechter, en op 10 augustus 2010 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: TvdB