Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BN2422

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
01-07-2010
Datum publicatie
26-07-2010
Zaaknummer
18/994656-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oplegging aan slachthuis (vennoot van een VOF) van een werkstraf van 100 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, voor medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift (i.c. een verklaring voor speciale noodslachtingen) als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/994656-09 (promis)

datum uitspraak: 1 juli 2010

op tegenspraak

raadsman: mr. K.J. Zeef

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

17 juni 2010.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari

2007 tot en met 01 juni 2008 te Stadskanaal, althans in Nederland, tezamen en

in vereniging met één of meer andere rechtsperso(o)n(en) en/of met één of meer

natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt of gebruik heeft doen maken van

(de/een) (onder meer) hierna te noemen valse verklaring(en) voor speciale

noodslachtingen - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs

van enig feit te dienen - waaronder

1) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 19-03-07, betreffende een

anamnese en onderzoek bij een rund met oormerk NL 295905154, en met de

constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "niet kunnen

staan, mogelijk rugletsel"en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze

binnen 1 minuut is verbloed te Kootstertille op 19-03-07 om 18.55 uur,

(vindplaats documenten: PV pag 56-62,

D/238 doordruk van de verklaring, D/487 gefaxte verklaring naar VWA), en/of

2) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 12-04-07, betreffende een

anamnese en onderzoek bij een rund met oornummer NL 439448381 en met

constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "gebroken re

dijbeen met bloeduitstorting" en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze

binnen 1 minuut is verbloed te Luxwoude op 12-04-07 om 15.50 uur,

(vindplaats documenten: PV pag 63-67

D/235 doordruk van de verklaring, D/488 gefaxte verklaring naar VWA), en/of

3) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 03-01-08, betreffende een

anamnese en onderzoek bij een rund met oornummer

PL 00515584235 en met de constatering dat dat rund in nood gedood moest worden

vanwege "knieletsel li.a " en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze

binnen 1 minuut is verbloed te Rogat op 03-01-08 om 14.15 uur,

(vindplaats documenten: PV pag 80-92

D/358 originele verklaring, D/24 gefaxte verklaring naar VWA, D/52 en D/53

doordruk van de verklaring), en/of

4) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 09-02-08, betreffende een

anamnese en onderzoek bij een rund met oornummer NL 425946725 en met de

constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "neusbloeden" en

dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze binnen 1 minuut is verbloed te

Mussel op 09-02-08 om 08.15 uur,

(vindplaats documenten: PV pag 108-117

D/106 originele verklaring, D/27 gefaxte verklaring naar VWA, D/70 en D/71

doordruk van de verklaring), en/of

5) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 09-02-08, betreffende een

afgenomen anamnese en onderzoek bij een rund met oornummer LT 04444932, en met

de constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "heup

gebroken",

en met de (vermoedelijke) diagnose "heup gebroken",

en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze binnen 1 minuut is verbloed

te Balkbrug op 09-02-08 om 13.10 uur,

(vindplaats documenten: PV pagina 99-107,

D/103 originele verklaring, D/2 gefaxte verklaring naar VWA, D/64 en D65

doordruk van de verklaring), en/of

6) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 12-02-08, betreffende een

afgenomen anamnese en onderzoek bij een rund met oornummer DE 07690114495 en

met de constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "kan niet

staan, vastgezeten"

en met de (vermoedelijke) diagnose "rugletsel",

en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze binnen 1 minuut is verbloed

te Vriezenveen op 12-02-08, om 13.55 uur,

(vindplaats documenten: PV pag 118-127,

D/107 originele verklaring, D/1 gefaxte verklaring naar VWA, D/73 en D/74

doordruk van de verklaring), en/of

7) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 12-02-08, betreffende een

afgenomen anamnese en onderzoek bij een rund met oornummer NL 488606387 en met

de constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "kan niet

staan",

en met de (vermoedelijke) diagnose "li voorpoot geluxeerd",

en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze binnen 1 minuut is verbloed

te Blesdijke op 12-02-08 om 14.10 uur,

(vindplaats documenten: PV pag 128-139

D/108 originele verklaring, D/2 gefaxte verklaring naar VWA, D/75 en D/76

doordruk van de verklaring), en/of

8) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 12-02-08, betreffende een

afgenomen anamnese en onderzoek bij een rund met oornummer NL 482717537 en met

de constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "kan niet

staan"

en met de (vermoedelijke) diagnose "parseses puerb post",

en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze binnen 1 minuut is verbloed te

Eén op 12-02-08 om 17.25 uur,

(vindplaats documenten: PV pag 140-152,

D/110 originele verklaring, D/4 gefaxte verklaring naar VWA, D/79 en D/80

doordruk van de verklaring),

en/of één of meer andere verklaring(en) voor speciale noodslachtingen, als

ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken

(telkens) in het verstrekken of doen verstrekken van die verklaring(en) voor

speciale noodslachtingen of één of meer van die verklaringen aan (een

dierenarts van) de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA),

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat (telkens) op die of één van

die verklaringen een

niet naar waarheid genoemde anamnese/constatering en/of diagnose voor het in

nood doden van een rund was vermeld, en/of

een niet naar waarheid genoemde plaats en/of datum en/of tijdstip van het

bedwelmen en verbloeden van een rund was vermeld, en/of

de handtekening van de eigenaar of houder van het dier was vervalst;

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman heeft aangevoerd dat de officier van justitie in zijn vervolging niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat verdachte in casu twee maal voor dezelfde feiten wordt vervolgd, immers als natuurlijke persoon en in de vorm van de [medeverdachte], zijnde feitelijk dezelfde persoon als verdachte.

De officier van justitie heeft onder verwijzing naar artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht aangegeven dat het verweer van de raadsman moet worden verworpen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat ingevolge artikel 51, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, verdachte en [medeverdachte] in strafrechtelijk opzicht twee verschillende personen zijn. Dat verdachte één van de vennoten is van de VOF doet daaraan niet af. Verdachte wordt vervolgd als natuurlijke persoon, de VOF als rechtspersoon in de zin van artikel 51, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Van een vervolging van dezelfde persoon is dan ook geen sprake. Er is dus geen reden om de officier van justitie in de vervolging van verdachte niet-ontvankelijk te verklaren.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van de stukken en de verklaring van verdachte ter terechtzitting gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven dat de feiten door verdachte worden bekend.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de beoordeling van het tenlastegelegde acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

- een schriftelijk stuk, te weten een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 19-03-07, opgenomen als bijlage D/238 bij het proces-verbaal nummer 48499, d.d. 25 augustus 2008, van de Algemene Inspectiedienst, Inspectie Noord & Oost Nederland;

- een schriftelijk stuk, te weten een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 12-04-07, opgenomen als bijlage D/235 bij het hiervoor genoemde proces-verbaal;

- een schriftelijk stuk, te weten een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 03-01-08, opgenomen als bijlage D/358 bij het hiervoor genoemde proces-verbaal;

- een schriftelijk stuk, te weten een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 09-02-08, opgenomen als bijlage D/106 bij het hiervoor genoemde proces-verbaal;

- een schriftelijk stuk, te weten een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 09-02-08, opgenomen als bijlage D/103 bij het hiervoor genoemde proces-verbaal;

- een schriftelijk stuk, te weten een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 12-02-08, opgenomen als bijlage D/107 bij het hiervoor genoemde proces-verbaal;

- een schriftelijk stuk, te weten een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 12-02-08, opgenomen als bijlage D/108 bij het hiervoor genoemde proces-verbaal;

- een schriftelijk stuk, te weten een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 12-02-08, opgenomen als bijlage D/110 bij het hiervoor genoemde proces-verbaal.

De rechtbank acht op grond van deze bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 juni 2008 te Stadskanaal, tezamen en in vereniging met een rechtspersoon, meermalen, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt of gebruik heeft doen maken van de (onder meer) hierna te noemen valse verklaringen voor speciale noodslachtingen

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - waaronder

1) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 19-03-07, betreffende een anamnese en onderzoek bij een rund met oormerk NL 295905154, en met de constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "niet kunnen staan, mogelijk rugletsel" en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze binnen 1 minuut is verbloed te Kootstertille op 19-03-07 om 18.55 uur,

en

2) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 12-04-07, betreffende een anamnese en onderzoek bij een rund met oornummer NL 439448381, en met constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "gebroken re dijbeen met bloeduitstorting" en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze binnen 1 minuut is verbloed te Luxwoude op 12-04-07 om 15.50 uur,

en

3) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 03-01-08, betreffende een anamnese en onderzoek bij een rund met oornummer PL 00515584235, en met de constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "knieletsel li.a " en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze binnen 1 minuut is verbloed te Rogat op 03-01-08 om 14.15 uur,

en

4) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 09-02-08, betreffende een anamnese en onderzoek bij een rund met oornummer NL 425946725, en met de constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "neusbloeden" en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze binnen 1 minuut is verbloed te Mussel op 09-02-08 om 08.15 uur,

en

5) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 09-02-08, betreffende een afgenomen anamnese en onderzoek bij een rund met oornummer LT 04444932, en met de constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "heup gebroken" en met de (vermoedelijke) diagnose "heup gebroken" en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze binnen 1 minuut is verbloed te Balkbrug op 09-02-08 om 13.10 uur,

en

6) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 12-02-08, betreffende een afgenomen anamnese en onderzoek bij een rund met oornummer DE 07690114495, en met de constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "kan niet staan, vastgezeten"

en met de (vermoedelijke) diagnose "rugletsel" en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze binnen 1 minuut is verbloed te Vriezenveen op 12-02-08, om 13.55 uur,

en

7) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 12-02-08, betreffende een afgenomen anamnese en onderzoek bij een rund met oornummer NL 488606387, en met de constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "kan niet staan", en met de (vermoedelijke) diagnose "li voorpoot geluxeerd" en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze binnen 1 minuut is verbloed te Blesdijke op 12-02-08 om 14.10 uur,

en

8) een verklaring voor speciale noodslachtingen d.d. 12-02-08, betreffende een afgenomen anamnese en onderzoek bij een rund met oornummer NL 482717537, en met de constatering dat dat rund in nood gedood moest worden vanwege "kan niet staan" en met de (vermoedelijke) diagnose "parseses puerb post" en dat dat rund is bedwelmd en op correcte wijze binnen 1 minuut is verbloed te Eén op 12-02-08 om 17.25 uur,

en

andere verklaringen voor speciale noodslachtingen, als ware die geschriften echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken telkens in het verstrekken of doen verstrekken van die verklaringen voor speciale noodslachtingen aan (een dierenarts van) de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat telkens op die verklaringen een niet naar waarheid genoemde anamnese/constatering en/of diagnose voor het in nood doden van een rund was vermeld en/of een niet naar waarheid genoemde plaats en/of datum en/of tijdstip van het bedwelmen en verbloeden van een rund was vermeld, en de handtekening van de eigenaar of houder van het dier was vervalst.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert het volgende strafbare feit op:

Medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde wordt veroordeeld tot:

- een werkstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis;

- een geldboete van € 1.000,00 subsidiair 20 hechtenis;

- een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor de oplegging van een geheel voorwaardelijke straf.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister, alsmede met de vordering van de officier van justitie.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de zes ad informandum gevoegde feiten, zoals deze op de dagvaarding zijn vermeld en die door verdachte zijn erkend.

Taakstraf en voorwaardelijke vrijheidsstraf

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf en een voorwaardelijke vrijheidsstraf moet worden opgelegd.

De rechtbank neemt daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De valselijk opgemaakte verklaringen die verdachte samen met een rechtspersoon heeft gebruikt spelen een belangrijke rol in de beoordeling van de vraag of dieren voor noodslachting in aanmerking mogen komen. Bij deze beoordeling is enerzijds het dierenwelzijn van belang, zo mag een gewond dier niet meer levend naar het slachthuis worden vervoerd, en anderzijds het belang van de volksgezondheid, dat daar mee is gediend dat slechts vlees in de voedselketen terecht komt, dat voor menselijke consumptie geschikt is.

Door het handelen van verdachte is het risico ontstaan dat vlees in de voedselketen terecht is gekomen dat voor menselijke consumptie niet geschikt was. Dergelijke feiten kunnen het consumentenvertrouwen in de kwaliteit van uit Nederland afkomstig vlees schaden, hetgeen nadelige gevolgen voor de handelsbelangen van de Nederlandse vleessector kan hebben. Ook is sprake van concurrentievervalsing.

De rechtbank rekent verdachte de feiten dan ook zwaar aan.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met het forse tijdsverloop sinds de feiten zijn gepleegd tot de datum van berechting en met de omstandigheid dat verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 1 april 2010 niet eerder voor het plegen van strafbare feiten is veroordeeld.

De rechtbank zal gelet hierop een lagere werkstraf en een lagere voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd. Mede gelet op het forse tijdsverloop ziet de rechtbank, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding een proeftijd van 3 jaren op te leggen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om naast voornoemde straffen tevens over te gaan tot de oplegging van een geldboete.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

- een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 100 uren, met bevel dat vervangende

hechtenis voor de duur van 50 dagen zal worden toegepast als veroordeelde deze straf niet

naar behoren verricht.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht.De rechtbank waardeert de dagen die veroordeelde in verzekering heeft doorgebracht op twee uren werkstraf per dag.

De werkstraf moet zijn voltooid binnen een jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis. De veroordeelde zal zich met betrekking tot de werkstraf gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland.

- een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op 2 jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. E.W. van Weringh, voorzitter, F. Sijens en

H.J Bastin, in tegenwoordigheid van W. Brandsma, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 juli 2010.