Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BN0709

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
11-06-2010
Datum publicatie
08-07-2010
Zaaknummer
118271/HA RK 10-211
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek op grond van vooringenomenheid en besluiten van de rechter in de procedure waarmee verzoeker oneens is.

Wrakingsverzoek wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

MEERVOUDIGE KAMER

Registratienummer: 118271 HA RK 10-211

Datum beslissing: 11 juni 2010

Beslissing op het schriftelijke verzoek van J.H. Nijp (hierna: verzoeker), werkzaam bij 1*2*3*incasso te Drachten, tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Rechtsvordering (hierna: Rv).

PROCESGANG

Bij brief van 10 mei 2010 heeft verzoeker het verzoek ingediend tot wraking van mr. G.J.J. Smits (hierna ook: mr. Smits).

Bij brief van 17 mei 2010 heeft mr. Smits schriftelijk verklaard niet te berusten in het wrakingsverzoek. Daarbij heeft hij schriftelijk zijn zienswijze op het wrakingsverzoek kenbaar gemaakt.

Het wrakingsverzoek is door de wrakingskamer behandeld ter zitting van 4 juni 2010, in aanwezigheid van mr. Smits. Verzoeker is aldaar, na voorafgaand bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1. De feiten

1.1 Het verzoek is ingediend in de zaak, geregistreerd onder nummer 374438 CV EXPL 08-11206. Deze zaak betreft een loonvordering van partij [eiser] (werknemer) op partij [gedaagde] (werkgever). Verzoeker treedt op als gemachtigde van partij [eiser].

1.2 Genoemde zaak is aangebracht bij dagvaarding van 11 augustus 2008. [gedaagde] heeft geantwoord. Op 19 november 2008 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Ter comparitie is [gedaagde] opgedragen informatie te verstrekken aan [eiser], zodat deze daar bij conclusie van repliek op zou kunnen reageren. Vervolgens is voort geprocedeerd met repliek en dupliek, waarna de zaak voor vonnis is gezet op 25 juni 2009.

1.3 Op 21 januari 2010 is een tussenvonnis gewezen met een bewijsopdracht aan [gedaagde]. Op de dienende roldag heeft verzoeker een uitgebreide aanvullende conclusie ingediend. Deze aanvullende conclusie is op 19 maart 2010 aan verzoeker retour gezonden.

1.4 Op 18 maart 2010 zijn getuigen gehoord aan de zijde van [gedaagde]. [eiser] en verzoeker waren daarbij, na voorafgaand bericht, niet aanwezig. Het proces-verbaal van het getuigengehoor is aan verzoeker toegezonden bij brief van 19 maart 2010.

1.5 Op 17 april 2010 heeft verzoeker wederom een aanvullende conclusie ingediend. Deze is eveneens retour gezonden.

2. Het standpunt van verzoeker

De gronden van het wrakingsverzoek laten zich als volgt samenvatten:

- in een brief van de rechtbank van 5 maart 2010 wordt verwezen naar een bijlage die niet is meegezonden;

- het tussenvonnis van 21 januari 2010 heeft veel te lang op zich laten wachten;

- het horen van partijgetuigen is bij voorbaat zinloos, omdat deze gekleurde verklaringen zullen afleggen;

- mr. Smits heeft niet ingegrepen toen verzoeker ter comparitie ervan werd beticht dat hij (de directeuren van) [gedaagde] zou hebben bedreigd;

- na afloop van de comparitie is de gemachtigde van [gedaagde] op onbehoorlijke wijze een gesprek aangegaan met mr. Smits;

- mr. Smits heeft niet ingegrepen toen [gedaagde] de aan haar ter zitting gegeven opdrachten niet uitvoerde, ondanks protesten van verzoeker;

- de inhoudelijke juridische kennis van mr. Smits schiet tekort;

- de aanvullende conclusie van 17 april 2010 is ten onrechte geretourneerd.

3. Het standpunt van mr. Smits

De reactie op het wrakingsverzoek laat zich als volgt samenvatten:

- verzoeker is het niet eens met het tussenvonnis en is van mening dat mr. Smits niet deskundig is, maar dat is geen wrakingsgrond;

- van vooringenomenheid jegens één van de partijen is geen sprake en daarvoor zijn ook geen zwaarwegende aanwijzingen aanwezig;

- de vertraging die is opgetreden als gevolg van de drukke werkzaamheden van mr. Smits valt te betreuren;

- de retourzending van de aanvullende conclusie van 17 april 2010 berust op een misverstand door een rolbericht van 1 april 2010; de bedoeling was dat [eiser] zou laten weten of hij getuigen wenste te horen, eventueel zichzelf, in de contra-enquête; voor dit misverstand biedt mr. Smits excuses aan;

- het komt vaak voor dat na een comparitie bij het inpakken van de tassen nog wat beleefdheden worden uitgewisseld; hoe dat op 19 november 2008 is verlopen kan mr. Smits zich niet meer herinneren en omdat concrete voorbeelden niet worden gegeven, kan hij daarop niet reageren.

4. De beoordeling

4.1 Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

4.2 Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Aan de hand van deze maatstaf zal de rechtbank het verzoek beoordelen.

4.3 De rechtbank constateert dat de gronden die verzoeker aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd, goeddeels betrekking hebben op de juridisch inhoudelijke kant van de zaak waarin hij om wraking heeft verzocht. Het is helder dat verzoeker het juridisch gezien niet eens is met door mr. Smits in deze zaak reeds genomen beslissingen.

Wat daar verder ook van zij, dit maakt nog niet dat er sprake is van vooringenomenheid van mr. Smits jegens [eiser].

Hetzelfde geldt voor de veronderstelde incompetentie van mr. Smits, de lengte van de procedure en hetgeen in die procedure – ook volgens mr. Smits – fout is gegaan. Ook dat zijn naar het oordeel van de rechtbank geen omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat mr. Smits jegens [eiser] een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker bestaande vrees daartoe objectief gerechtvaardigd is.

4.4 Dit zou anders kunnen liggen waar het gaat om wat er volgens verzoeker is voorgevallen na de comparitie op 19 november 2008. Verzoeker stelt immers dat er toen een gesprek heeft plaatsgevonden tussen mr. Smits en de gemachtigde van [gedaagde] en dat dit gesprek de toets der kritiek niet kon doorstaan. De rechtbank stelt echter vast dat verzoeker zich heeft beperkt tot de enkele stelling dat mr. Smits tijdens dat gesprek zijn onpartijdigheid heeft laten varen, zonder deze stelling nader te concretiseren. Deze stelling zal daarom worden gepasseerd omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

4.5 Gelet op het voorgaande zal het verzoek tot wraking worden afgewezen.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst het verzoek tot wraking van mr. G.J.J. Smits af;

- beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker, mr. G.J.J. Smits en de Officier van Justitie;

- bepaalt dat de behandeling van de zaak waarin is verzocht tot wraking van mr. G.J.J. Smits voornoemd (geregistreerd onder nummer 374438 CV EXPL 08-11206), voortgezet kan worden in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.

Deze beslissing is gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, E.J. Oostdijk en F. de Jong, leden, in tegenwoordigheid van W.A. Jager als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2010.

typ: wj