Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BN0510

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
22-06-2010
Datum publicatie
07-07-2010
Zaaknummer
118992 / JE RK 10-473
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bekrachtiging spoedplaatsing GJZ en verlenen machtiging GJZ voor korte duur, verzoek langere duur aangehouden onder meer in afwachting van nadere informatie over rol ouders nu het een plaatsing met instemming gezaghebbende ouders betreft en deze ouders niet ter zitting zijn verschenen, en minderjarige ter zitting aangeeft van ouders het bericht te hebben ontvangen dat zij niets meer met hem te maken willen hebben.

Een verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg met instemming van de gezaghebbende ouders, acht de kinderrechter niet aangewezen indien de gezaghebbende ouders kennelijk (tijdelijk) niet in staat zijn om hun gezag uit te oefenen, dan wel niet langer wensen uit te oefenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 118992 / JE RK 10-473

beschikking kinderrechter d.d. 22 juni 2010

inzake

* [minderjarige], geboren in de gemeente [***] [in 1995],

kind van:

[vader],

wonende te [adres]

en

[moeder],

wonende te [adres] .

De ouders zijn belast met het gezag over voornoemde minderjarige (hierna te noemen [minderjarige]).

PROCESGANG

De kinderrechter heeft op 10 juni 2010 een beschikking gegeven.

Op 16 juni 2010 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn daarbij: [minderjarige], bijgestaan door zijn raadsman mr. J.H. Zuidema en mevrouw B. Mulder.

De ouders zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Zoals ter zitting is overeengekomen is nadien, op 21 juni 2010, ter griffie van deze rechtbank de instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper ontvangen.

OVERWEGINGEN

Uit een door bjz overgelegde verklaring blijkt dat de ouders instemmen met opname, verblijf en behandeling van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

Bij beschikking van 10 juni 2010 is de voorlopige machtiging tot plaatsing van voornoemde minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg verleend met ingang van

10 juni 2010 voor de duur van vier weken.

Standpunt van bjz

[minderjarige] is gediagnosticeerd met ADHD, PDD-NOS en autisme. Er is bij [minderjarige] sprake van een benedengemiddelde intelligentie, delictgedrag, ernstig bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling en geen motivatie voor behandeling in het vrijwillige kader.

In maart 2010 is Intensieve Psychiatrische Gezinsbehandeling ingezet. Robert is echter al vrij snel uit huis geplaatst in de crisisopvang Ruyterstee van Accare, omdat hij zich aan iedere vorm van gezag onttrok. Hij onttrok zich aan het gezinsleven door zichzelf op te sluiten op zijn kamer en zijn verbale (hij dreigde zijn ouders te vermoorden of zichzelf iets aan te doen) en fysieke agressie nam steeds meer toe. Daarnaast heeft [minderjarige] begin mei geprobeerd het huis van zijn ouders in brand te steken. Zijn kamer is geheel opgebrand en het huis is momenteel niet bewoonbaar.

[minderjarige] is vanuit de crisisopvang in de Ruyterstee intern overgeplaatst naar de behandelgroep 2, omdat terugplaatsing naar huis niet haalbaar is. De ouders kunnen en willen [minderjarige] voorlopig niet meer thuis hebben omdat zijn gedrag niet hanteerbaar is. Daarnaast kunnen zij de veiligheid van het gezin niet meer waarborgen.

Ook de situatie op de behandelgroep is onhoudbaar. [minderjarige] stelt zich niet begeleidbaar op, houdt zich niet aan afspraken en is slecht aanspreekbaar. Hij heeft al meerdere malen de groepsleiding geslagen en zij zijn niet meer in staat zijn gedrag te begrenzen.

De grenzen binnen de behandelgroep zijn bereikt en andere opties binnen het vrijwillige kader zijn niet mogelijk omdat [minderjarige] daar niet wordt geaccepteerd en hij zelf ook niet wil.

[minderjarige] is ook aangemeld bij de Forensische jeugdpsychiatrie van Accare, maar hij weigert alle vormen van behandeling omdat hij van mening is dat hij geen behandeling nodig heeft.

[minderjarige] is op 9 juni 2010 weggelopen van de Ruyterstee nadat hij te horen kreeg dat er een verzoek wordt ingediend voor gesloten jeugdzorg. Sinds enkele dagen verblijft [minderjarige] in De Wilster.

Bjz is van mening dat behandeling in een gesloten setting voor [minderjarige] nog de enig haalbare optie is.

Standpunt van de minderjarige

[minderjarige] verzet zich tegen de verzochte machtiging tot uithuisplaatsing in de gesloten jeugdzorg. Hij wil niet meewerken aan behandeling omdat hij vindt dat hij er recht op heeft te zijn wie hij is. Hij wil niet dat anderen hem veranderen. Hij wil graag in zijn waarde gelaten worden en voelt zich op dit punt niet gehoord.

[minderjarige] geeft aan dat hij alleen boos wordt als anderen over iets kleins heel lang doorzeuren. Dan wordt hij 'raar' in zijn hoofd, hij weet dan niet meer wat hij doet. Ook geeft hij aan dat er alleen maar gezegd wordt wat hij allemaal fout doet, nooit dat het zo goed is dat hij zich heeft ingehouden. Hij probeert zich altijd in te houden, maar soms lukt het gewoon niet meer. Hij vertrouwt erop dat hij dat in dat in de loop der jaren wel leert.

Op school is het een tijdje goed gegaan, de laatste tijd niet meer. [minderjarige] wil niet meer leren.

Desgevraagd geeft [minderjarige] aan dat hij nooit een goed contact met zijn ouders heeft gehad. Hij zat vaak in zijn eentje op zijn kamer. Enkele dagen geleden heeft [minderjarige] van zijn vader een sms gekregen dat zijn ouders niets meer met hem te maken willen hebben.

De raadsman van [minderjarige] heeft zich op het standpunt gesteld dat het in het belang van [minderjarige] is dat de verzochte uithuisplaatsing wordt toegewezen. De raadsman heeft dit aan [minderjarige] uitgelegd.

[minderjarige] geeft aan niet te zullen meewerken aan een behandeling.

Beoordeling

Op grond van het voorgaande, de informatie in het verzoekschrift en hetgeen ter zitting is gesteld komt de kinderrechter tot het oordeel dat een machtiging tot plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk is.

De minderjarige heeft ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren.

Deze problemen maken dat de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg die hij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.

Duidelijk is geworden dat de gedragsproblematiek van [minderjarige] dermate ernstig is dat plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg op dit moment de enige optie is. In het verleden zijn diverse vormen van hulpverlening ingezet, waaronder een opname in Groenendaal (voor observatie en diagnostiek) en laatstelijk een opname -na intensieve psychiatrische gezinsbehandeling thuis- in de Ruyterstee. Zijn gedrag is daar als niet hanteerbaar beoordeeld en [minderjarige] is daar ook weggelopen. Voorts is duidelijk geworden dat terug naar huis op dit moment niet aan de orde is.

[minderjarige] is voor nu gebaat bij veiligheid en rust. Er zal vervolgens in samenspraak met [minderjarige] en zijn ouders moeten worden besproken welke behandeling het beste bij [minderjarige] past en waar die behandeling kan plaatsvinden. Het is daarbij, zoals ook ter zitting met [minderjarige] besproken, ook aan [minderjarige] om daar de komende tijd goed zijn gedachten over te laten gaan.

[minderjarige] geeft weliswaar aan niet te zullen meewerken aan een behandeling, maar dat een behandeling noodzakelijk is, staat voor de kinderrechter vast. [minderjarige] mag zijn wie hij is, echter de grenzen van derden moet [minderjarige] daarbij ook leren accepteren en hij mag daarbij geen gevaar vormen voor zichzelf en anderen. Uit de stukken wordt duidelijk dat [minderjarige] dat, ondanks zijn intensieve inspanning daartoe, nu onvoldoende lukt. De recente brandstichting is daarvan een concreet voorbeeld. Dat daarbij niet het hele huis is afgebrand zoals [minderjarige] aangeeft, maakt het oordeel van de kinderrechter niet anders.

De kinderrechter vindt het daarbij buitengewoon zorgelijk dat [minderjarige] kennelijk voortdurend zijn best moet doen om niet agressief te worden. Duidelijk is geworden dat [minderjarige] erg veel moeite heeft om zich af te stemmen op zijn omgeving en de situatie waarin hij zich bevindt.

De kinderrechter acht het daarbij van groot belang dat ook de ouders van [minderjarige] zich actief inzetten om de behandeling gestalte te geven. De kinderrechter maakt zich evenwel zorgen over de betrokkenheid van ouders in deze, nu zij niet ter zitting zijn verschenen en [minderjarige] van ouders kennelijk het bericht heeft ontvangen dat zij niets meer met hem te maken willen hebben.

Indien ouders, om wat voor redenen dan ook, (tijdelijk) niet (meer) in staat zijn om bij [minderjarige] betrokken te zijn en blijven, dient een (voorlopige) ondertoezichtstelling te worden overwogen, opdat er een onafhankelijke derde de belangen van [minderjarige] kan vertegenwoordigen en begeleiden.

Een verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg met instemming van de gezaghebbende ouders, acht de kinderrechter namelijk niet aangewezen indien de gezaghebbende ouder(s) kennelijk (tijdelijk) niet in staat zijn om hun gezag uit te oefenen. Ook hierover dient de volgende zitting helderheid te bestaan.

De kinderrechter ziet in het vooroverwogene aanleiding de machtiging slechts voor twee maanden te verlenen en de beslissing over de langer verzochte duur aan te houden, in afwachting van nadere informatie en een plan van aanpak van bjz.

De kinderrechter verzoekt bjz deze nadere informatie uiterlijk tot een week voorafgaand aan deze zittingsdatum aan de kinderrechter en aan belanghebbenden over te leggen.

BESLISSING

bekrachtigt de beschikking van 10 juni 2010;

verleent de machtiging tot plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg, met ingang van 8 juli 2010, voor de duur van de TWEE maanden, derhalve tot 8 september 2010;

deze beschikking is tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

houdt de beslissing omtrent de langer verzochte duur van de machtiging tot plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg aan en bepaalt dat de zaak verder zal worden behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van woensdag 18 augustus 2010 om 15.00 uur in één van de zalen van het gerechtsgebouw aan het Guyotplein 1;

verzoekt belanghebbenden zonder nadere oproep daartoe ter zitting te verschijnen;

bjz dient uiterlijk tot een week voorafgaand aan de hierboven vermelde zittingsdatum aan de kinderrechter en belanghebbenden nadere informatie en een plan van aanpak over te leggen, zoals hiervoor is aangegeven.

Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. M.P. den Hollander, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. N.A. Niemendal, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juni 2010.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te Leeuwarden.