Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BM9260

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
22-06-2010
Datum publicatie
24-06-2010
Zaaknummer
114252/FA RK 09-2722
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partijen hebben ten tijde van hun relatie nagelaten gezamenlijk gezag te laten aantekenen.

Scheidingsperikelen geen reden om eenzijdig gezag in stand te laten.

Omzetting van eenzijdig gezag naar gezamenlijk gezag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 114252/FA RK 09-2722

beschikking d.d. 22 juni 2010

in de zaak van:

verzoeker,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. L.G. Mellens-Schrage,

en

verweerster,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. E.J. Luursema.

PROCESVERLOOP

De man heeft op 20 november 2009 een verzoekschrift ingediend waarin hij vraagt, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- te bepalen dat partijen gezamenlijk worden belast met het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen A en B.;

- te bepalen dat in het kader van een omgangsregeling heeft te gelden dat de man gerechtigd is de minderjarige kinderen van partijen een weekend per veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur, alsmede gedurende de helft van de schoolvakanties en feestdagen bij zich te ontvangen, althans een zodanige omgangsregeling vast te stellen als de rechtbank juist acht, kosten rechtens.

De rechtbank heeft de zaak behandeld te zitting met gesloten deuren van 14 januari 2010.

Daarbij was tevens aanwezig de J. Scholte Aalbes namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen.

Partijen hebben ter zitting verklaard dat zij het mediationtraject wensen in te gaan om hun onderlinge communicatie te verbeteren.

Op 16 april 2010 is ter griffie een brief ontvangen van het mediationbureau, waaruit blijkt dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt.

De rechtbank heeft de behandeling voortgezet ter zitting met gesloten deuren van 11 juni 2010. Daarbij waren partijen aanwezig, bijgestaan door hun advocaten.

Tevens was aanwezig mevrouw A.I. van Dijk namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen (hierna de Raad).

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten.

- partijen hebben tot april 2009 een affectieve relatie gehad, uit welke relatie zijn geboren de thans nog minderjarige kinderen A. en B.

* de minderjarigen verblijven bij de vrouw;

- de vrouw is belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen;

- partijen zijn bij de voorzieningenrechter op 14 december 2009 een verdeling van zorg- en opvoedingstaken overeengekomen, zoals omschreven in het proces-verbaal van de zitting van 14 december 2009.

Standpunt van de man.

Partijen verschillen van mening over het gezamenlijk gezag. De communicatie tussen partijen is niet optimaal en loopt naar de mening van de man vooral stuk ten aanzien van praktische zaken. Er zijn naar zijn mening geen contra-indicaties aanwezig voor het uitoefenen van het gezamenlijk ouderlijk gezag.

De man heeft ter ondersteuning daarvan aangevoerd dat partijen sinds de geboorte van de kinderen altijd samen voor hen hebben gezorgd en ook feitelijk gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben uitgeoefend. Het is er alleen bij ingeschoten om het gezamenlijk gezag te laten registreren. De man is van mening dat partijen in staat zijn met elkaar te overleggen over de kinderen.

Ter zitting is namens de man aangegeven dat de omgangsregeling, zoals vastgesteld in het proces- verbaal van de voorzieningenrechter van 14 december 2009, goed verloopt. Wat de man betreft kan er een omgangsregeling worden vastgesteld van een weekend per veertien dagen en de helft van de vakantie en feestdagen.

Standpunt van de vrouw.

Ter zitting van 10 juni 2010 heeft de vrouw aangegeven dat de omgangsregeling loopt en dat partijen zich aan de afspraken houden. De omgangsregeling kan dan ook worden vastgelegd.

Er is wel sprake van een kloof tussen de opvoedingsstijlen van de ouders. De vrouw moet er veel energie in steken om de overgang van de man naar de vrouw geleidelijker te laten lopen. Partijen zijn er ook na de mediation niet in geslaagd hun communicatie te verbeteren. De vrouw zet zich bijzonder in voor de kinderen. Zij heeft een kinderpsycholoog ingeschakeld en heeft ook hulp voor zich zelf gezocht. De kinderen worden het slachtoffer van de communicatieproblemen tussen de ouders. Het gevaar bestaat dat de kinderen vanwege problemen klem of verloren raken tussen de ouders. Uit het rapport van de kinderpsycholoog van Lentis blijkt dat de kinderen last hebben van de spanningen ten gevolge van de scheiding en de spanningen tussen de ouders. De vrouw is bereid om de man bij de activiteiten van de kinderpsycholoog te betrekken.

De vrouw is van mening dat voordat het gezamenlijk gezag wordt vastgesteld de communicatie tussen de ouders moet worden verbeterd.

Standpunt van de Raad.

De Raad hanteert het uitgangspunt dat gezamenlijk gezag altijd de voorkeur verdient boven eenzijdig gezag. Dit betekent dat de ouders er hard aan moeten werken om hun communicatie te verbeteren eventueel via het BOR-traject van Elker, te meer nu de kinderpsycholoog heeft geconstateerd dat de kinderen lijden onder de slechte communicatie van hun ouders.

Beoordeling.

Ten aanzien van het gezag.

Als algemeen uitgangspunt geldt dat ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen over hun minderjarige kinderen. De rechtbank ziet geen aanleiding om in dit geval van dit uitgangspunt af te wijken.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Onweersproken is gesteld dat partijen tot april 2009 altijd gezamenlijk voor de kinderen hebben gezorgd. Gebleken is dat partijen er niet bewust voor hebben gekozen dat de vrouw het gezag over de kinderen alleen zou uitoefenen, maar dat zij in feite na de erkenning van de kinderen veronderstelden dat zij samen het gezag uitoefenden en daarom hebben nagelaten gezamenlijk gezag te laten registeren.

Hoewel de communicatie tussen partijen niet goed verloopt en er door een kinderpsycholoog is geconstateerd dat de kinderen lijden onder de spanningen tussen de ouders, ziet de rechtbank geen aanleiding om op basis daarvan het gezag alleen bij de vrouw te laten. Indien partijen wel gezamenlijk gezag hadden uitgeoefend had de rechtbank evenmin aanleiding gezien een van de ouders alleen met het gezag te belasten. De rechtbank laat tevens meewegen dat de omgangsregeling tussen de man en de kinderen na een moeizame start inmiddels goed verloopt en dat de vrouw heeft verklaard bereid te zijn de man te betrekken bij de hulpverlening door de kinderpsycholoog. Dit biedt partijen de mogelijkheid om met de hulp van de kinderpsycholoog hun onderlinge communicatie over de kinderen te verbeteren.

De rechtbank zal partijen dan ook gezamenlijk belasten met het ouderlijk gezag.

Ten aanzien van de omgangsregeling.

Nu ter zitting gebleken is dat partijen het er over eens zijn dat de omgangsregeling (thans verdeling van zorg- en opvoedingstaken) tussen de kinderen en de man goed verloopt en dat deze kan worden vastgesteld in de beschikking, zal de rechtbank overeenkomstig beslissen.

Partijen hebben een relatie gehad. De rechtbank zal daarom de proceskosten compenseren, zoals hieronder volgt.

BESLISSING

bepaalt dat partijen gezamenlijk belast zijn met het gezag over hun beide minderjarige kinderen;

bepaalt dat de volgende verdeling van zorg- en opvoedingstaken zal gelden:

de man is gerechtigd de kinderen een weekend per veertien dagen bij zich te ontvangen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur, alsmede gedurende de helft van de schoolvakanties en feestdagen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten aldus dat elke partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.A. Flinterman en uitgesproken door deze ter openbare terechtzitting van 22 juni 2010 in tegenwoordigheid van A.F. de Vries, de griffier.