Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BM7378

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
08-06-2010
Datum publicatie
11-06-2010
Zaaknummer
444191 CV EXPL 10-1431
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koopovereenkomst Nubische geiten.

Gelet op de Europese transportverordening voor veevervoer en de wijze waarop eiser de geiten wilde vervoeren kan naar het oordeel van de kantonrechter gesproken worden van een naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare wijze van vervoeren, zodat gedaagde onder de gegeven omstandigheden niet aan haar leveringsplicht gehouden kon worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Winschoten

Zaak\rolnummer: 444191 \ CV EXPL 10-1431

Vonnis d.d. 8 juni 2010

inzake

[eiser],

wonende te Schoonoord,

in persoon,

tegen

[gedaagde],

wonende te Onstwedde,

in persoon.

PROCESGANG

Ingevolge het tussenvonnis van 16 maart 2010 heeft op 27 april 2010 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon ter zitting verschenen. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden door de griffier.

Vonnis is (nader) bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. De vordering

Op de in de dagvaarding genoemde gronden heeft eiser gevorderd om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- gerechtelijk te ontbinden, althans ontbonden te verklaren, de tussen eiser en gedaagde gesloten overeenkomst met betrekking tot de koop van twee Nubische geiten;

- gedaagde te veroordelen om tegen bewijs van kwijting aan eiser te betalen een bedrag van € 150,00 aan hoofdsom, de wettelijke rente ad € 2,04 berekend tot en met 23 december 2009 en ter zake van de buitengerechtelijke kosten een bedrag van € 44,03, vermeerderd met rente en kosten.

2. De vaststaande feiten

2.1 Eiser heeft op 18 mei 2009 twee Nubische geiten gekocht van gedaagde voor de prijs van € 300,00. Op 22 mei 2009 heeft eiser daarop € 150,00 aanbetaald.

2.2 Op 19 juni 2009 heeft eiser zich bij gedaagde vervoegd om de geiten op te halen. De levering heeft evenwel niet plaatsgevonden. Gedaagde weigerde de geiten mee te geven omdat eiser voornemens was deze te vervoeren in een hondenbench achter in zijn auto. Gedaagde vond deze wijze van vervoer buitengewoon dieronvriendelijk en in strijd met de Europese regelgeving.

3. Het standpunt van eiser

3.1 Eiser stelt dat gedaagde haar verplichting voortvloeiende uit de koopovereenkomst niet is nagekomen. Zij wilde de geiten immers niet leveren. Eiser is daarom van mening dat hij recht heeft op teruggave van de reeds door hem betaalde € 150,00.

3.2 Als reactie op het verweer van gedaagde stelt eiser dat hij niet heeft ingestemd met het voorstel van gedaagde om de geiten op andere wijze te vervoeren. De overeenkomst is ter plekke ontbonden en gedaagde heeft ingestemd met het terugbetalen van de aanbetaling. Eiser betwist dat partijen enig bedrag overeengekomen zijn voor tussentijds onderhoud van de geiten.

4. Het standpunt van gedaagde

4.1 Gedaagde stelt dat de wijze waarop eiser de geiten wilde vervoeren in het licht van de geldende normen onaanvaardbaar was. Gedaagde heeft eiser daarom in de gelegenheid gesteld om binnen drie weken voor een ander, acceptabel vervoermiddel - een paardentrailer of een veewagen met voldoende ruimte - zorg te dragen. Eiser heeft de geiten daarna echter niet opgehaald, waarna zij de geiten alsnog aan een ander heeft verkocht.

4.2 Gedaagde stelt kosten te hebben moeten maken voor het onderhoud van de geiten gedurende de tijd tussen de totstandkoming van de koopovereenkomst en de uiteindelijke verkoop aan een ander dan eiser. Zij meent dat deze kosten - meer dan € 150,00 - onder meer op grond van gemaakte afspraken, verrekend kunnen worden met de aanbetaling.

5. De beoordeling van het geschil

5.1 Blijkens het verhandelde ter comparitie zijn partijen het er over eens dat de koopovereenkomst ontbonden is. Dit deel van de vordering zal dan ook worden toegewezen.

5.2 Ingevolge artikel 6:271 BW bevrijdt een ontbinding van de overeenkomst de partijen van de daardoor getroffen verbintenissen en ontstaat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties.

5.3 Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is gedaagde derhalve in beginsel verplicht de aanbetaling terug te betalen aan eiser. Dat is onder meer anders indien gedaagde zich terzake van de gestelde onderhoudskosten, hetzij op grond van gemaakte afspraken hetzij, op grond van de wet met succes op verrekening kan beroepen. Daaromtrent overweegt de kantonrechter nader als volgt.

5.4 Anders dan gedaagde heeft gesteld kan zij zich in dit verband niet met vrucht op een verrekeningsafspraak beroepen, aangezien gedaagde bij conclusie van antwoord slechts heeft betoogd dat zij eiser verrekening in het vooruitzicht heeft gesteld indien hij niet binnen drie weken zou terugkeren met ander materieel. Een dergelijke eenzijdige mededeling kan niet op een lijn worden gesteld met een afspraak c.q. een overeenkomst tot verrekening. Dat verweer wordt dan ook gepasseerd.

5.5 Krachtens de wet komen de geiten in de eerste plaats voor risico van de koper vanaf de aflevering. Van aflevering is hier echter geen sprake. Niettemin dienen de geiten ook voor risico van de koper te komen indien deze de levering onmogelijk heeft gemaakt. Dat is aan de orde indien het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht om gedaagde onder de geven omstandigheden aan haar leveringsplicht te houden.

5.6 De kantonrechter is van oordeel dat daar in dit geval sprake van is. Krachtens artikel 3 sub g van de Europese transportverordening voor veevervoer (nr. 1/2005) dienen dieren bij het vervoeren, gelet op hun grootte en op het voorgenomen transport, over voldoende vloeroppervlak en stahoogte te beschikken. Eiser was voornemens de geiten te vervoeren in een hondenbench met de afmetingen 120 cm x 80 cm x 80 cm en is van mening dat het vloeroppervlak van de bench breed genoeg is voor het vervoer van twee geiten. De kantonrechter kan eiser niet volgen in zijn ingenomen standpunt. De geiten hebben, zoals ter terechtzitting is gebleken, een minimale schofthoogte van 80 cm en zijn daarom niet in staat om op normale wijze in een bench met dergelijke afmetingen te staan. Bovendien is het genoemde vloeroppervlak krap voldoende voor het vervoeren van één geit, om maar niet te spreken van het vervoeren van twee geiten in een dergelijke bench. Naar het oordeel van de kantonrechter kan dan ook gesproken worden van een naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare wijze van vervoeren, zodat gedaagde niet aan haar leveringsplicht gehouden kon worden.

5.7 Gelet op de het bovengenoemde is het redelijk dat gedaagde een vergoeding krijgt voor de door haar gemaakte onderhoudskosten over de periode tussen het moment van de voorgenomen (eerste) levering en de dag van verkoop van de geiten aan een derde. Het gaat daarbij om drie weken. De gevorderde vergoeding van € 150,00 acht de kantonrechter echter niet redelijk. Deze zal hij daarom ex aequo et bono vaststellen op een bedrag van € 50,00.

5.8 De vordering zal daarom tot een bedrag van € 100,00, worden toegewezen. De niet betwiste gevorderde rente zal eveneens worden toegewezen.

5.9 Met betrekking tot de buitengerechtelijke incassokosten oordeelt de kantonrechter als volgt. Uitgangspunt is dat de buitengerechtelijke werkzaamheden meer moeten omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning. Nu hiervan niet is gebleken, dienen deze werkzaamheden te worden aangemerkt als zijnde ter voorbereiding van de processtukken en instructie van de zaak. De vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten zal daarom worden afgewezen.

5.10 Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal gedaagde worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

BESLISSING

De kantonrechter:

verklaart ontbonden de tussen partijen bestaande overeenkomst met betrekking tot de koop van twee Nubische geiten;

veroordeelt gedaagde om tegen kwijting aan eiser te betalen € 100,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde tevens in de kosten van het geding, aan de zijde van eiser tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 90,00 aan vastrecht, € 89,31 aan explootkosten en € 30,00 voor het salaris van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Fokkema, kantonrechter, en op 8 juni 2010 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: bb