Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BM3913

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
22-04-2010
Datum publicatie
10-05-2010
Zaaknummer
116867 / JE RK 10-200
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De minderjarige kan op vrijwillige basis op de campus verblijven, maar de rechtbank heeft de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing toch voor een korte periode verlengd in verband met de onzekerheid over het voortbestaan van de campus.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 116867 / JE RK 10-200

beschikking kinderrechter d.d. 22 april 2010

inzake

* [de minderjarige], geboren in de gemeente [***] [in 1993],

kind van:

[de vader],

wonende te [adres],

en

[de moeder],

wonende te [adres].

De moeder is belast met het gezag over voornoemde minderjarige.

PROCESGANG

Op 11 maart 2010 heeft het bureau jeugdzorg Groningen (bjz) een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing ingediend, gedateerd

9 maart 2010. Daarbij is overgelegd het hulpverleningsplan en een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.

Op 9 april 2010 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn daarbij: ouders en mevrouw B.M. van der Schoor, namens bjz.

[de minderjarige] is afzonderlijk door de kinderrechter gehoord.

Ter zitting is door moeder een brief met bijlagen overgelegd.

OVERWEGINGEN

Bij beschikking d.d. 13 mei 2009 is de ondertoezichtstelling uitgesproken voor de tijd van

1 jaar, ingaande 13 mei 2009. Voorts is bij voormelde beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Standpunt bjz

[de minderjarige] verblijft sinds 24 februari 2009 op campus [***], een

24-uursvoorziening voor jongeren die uit het onderwijs dreigen te glijden. [de minderjarige] laat een positieve ontwikkeling zien op campus [***]. Hij is beter aanspreekbaar op zijn gedrag, komt zelfstandig zijn bed uit en komt met grote regelmaat op tijd op school. Hij wil graag zijn HAVO-diploma halen.

Het gamegedrag van [de minderjarige] blijft een groot aandachtspunt; het liefst kruipt hij elk vrij moment achter de computer in plaats van de tijd door te brengen met leeftijdsgenoten of te gaan sporten. Hij heeft een paar vrienden, maar zijn sociale contacten blijven summier. Op campus [***] is het gamen beperkt tot de avonduren in plaats van constant.

Hoewel de relatie tussen [de minderjarige] en moeder iets is verbeterd, zal er nooit een goede band tussen beide ontstaan vanwege wederzijds onbegrip en het elkaar niet kunnen aanvoelen. Daarbij komt dat moeder [de minderjarige] per brief te kennen heeft gegeven, dat zij hem niet langer kan opvangen tijdens sluitingsweekenden en vakanties in verband met ruimtegebrek in de thuissituatie. Deze brief is bij [de minderjarige] ingeslagen als een bom en heeft een negatief effect op de positieve ontwikkeling die [de minderjarige] liet zien; hij is somber en laat een achteruitgang in zijn motivatie zien.

Na de brief van moeder is een thuisplaatsing uitgesloten. Het is de bedoeling om [de minderjarige] aan te melden voor kamertraining met als doel dat hij uiteindelijk zelfstandig gaat wonen. Binnen campus [***] kan [de minderjarige] na de zomervakantie doorstromen naar het fasehuis ter voorbereiding op dit traject. Het is evenwel de vraag hoe lang deze mogelijkheid blijft bestaan; per jaar wordt bekeken of de pilot campus [***] blijft bestaan dan wel wordt opgeheven. Omdat campus [***] wordt gefinancierd door de overheid is er geen indicatiebesluit nodig voor zijn verblijf aldaar. Zijn eventuele plaatsing binnen het fasehuis komt niet in gevaar als de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing niet verlengd worden.

[de minderjarige] kan zich vinden in het advies dat terugplaatsing naar huis geen optie is en staat positief tegenover een traject richting zelfstandigheid. Moeder wil geen verlenging van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing.

Standpunt [de minderjarige]

[de minderjarige] geeft aan dat het wel goed met hem gaat, ook op campus [***]. Met betrekking tot het gamen zijn geen regels opgesteld. Dat hij uit huis is geplaatst had te maken met zijn verzuim van school; hij spijbelde veel. De bezoeken aan moeder verlopen goed. Met (stief)vader heeft hij geen contact. [de minderjarige] staat positief tegenover het volgen van een traject richting zelfstandigheid. Hij wil in de toekomst een baan zoeken in de ICT-sector.

Standpunt ouders

Moeder geeft aan dat het goed met [de minderjarige] gaat en dat zij een enorme verbetering in zijn gedrag ziet. Als hij thuis is doet hij aan het gezinsleven mee, liegt niet meer en neemt ook geen spullen en geld meer mee. Campus [***] is een goede omgeving voor [de minderjarige]; zijn ontwikkeling wordt daar gestimuleerd, hij gaat naar school en heeft er contact met leeftijdsgenoten. Hoewel ouders achter de voorgestelde lijn van bjz staan, zijn zij van mening dat de uitvoering ervan niet binnen het kader van de ondertoezichtstelling hoeft plaats te vinden. Dit kan op vrijwillige basis. Daarbij komt dat de rapportages van bjz zodanig gekleurd zijn dat deze meer kwaad dan goed doen in de relatie tussen moeder en haar zoon. Ook campus [***] kan zich in veel van de in de rapportages terug te vinden stellingen van bjz niet vinden. De brief die moeder heeft geschreven waaraan bjz heeft gerefereerd, heeft zij geschreven vanuit de zorgen die zij heeft over [de minderjarige]'s invulling van zijn dagen als hij langdurig thuis is. [de minderjarige] heeft, om te voorkomen dat hij veelvuldig zal gaan gamen, afleiding en een dagbesteding nodig die moeder hem niet onvoorbereid kan bieden. [de minderjarige] heeft nog steeds een gameprobleem hetgeen door campus [***] wordt onderschreven.

Moeder vraagt zich tevens af wat de toegevoegde waarde is van het behouden van een gezinsvoogd, nu zij het afgelopen jaar nauwelijks hulp en steun van bjz heeft ontvangen. Daarnaast heeft [de minderjarige] niet één keer contact gezocht met de gezinsvoogd. Hij heeft binnen campus [***] een mentor met wie hij kan overleggen indien hij daar behoefte aan heeft. Gelet op deze redenen zijn ouders van mening, dat een voortzetting van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing niet nodig is en verzoeken zij het verzoek van bjz tot verlenging van deze maatregelen af te wijzen. [de minderjarige] zat reeds op campus [***] voordat onderhavige maatregelen werden uitgesproken en zal ook in de toekomst op campus [***] blijven.

Beoordeling

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt, dat zowel ouders als bjz achter een voortzetting van het verblijf van [de minderjarige] op campus [***] staan. Zij verschillen echter van mening ten aanzien van de vraag of de plaatsing binnen het kader van de ondertoezichtstelling moet blijven plaatsvinden dan wel op vrijwillige basis kan geschieden.

De kinderrechter komt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting tot het oordeel, dat de plaatsing op vrijwillige basis kan plaatsvinden. Hoewel moeder soms wat kil en instrumenteel kan overkomen, heeft zij laten zien in het belang van [de minderjarige] te denken en te handelen. Zij heeft adequaat de hulpverlening gezocht op de momenten dat zij niet bij machte was om [de minderjarige] de zorg, structuur en begrenzing te bieden die hij behoeft. Zo heeft zij [de minderjarige] in de zomer van 2008 op eigen initiatief aangemeld bij [***] waar [de minderjarige] vier weken intern is behandeld voor zijn gameverslaving. Ook heeft zij in overleg met [de minderjarige] besloten hem te plaatsen binnen campus [***] waar hij tot op heden verblijft. Dit verblijf doet hem volgens alle betrokkenen goed. [de minderjarige] krijgt de sociale prikkels en structuur die hij nodig heeft en gaat naar school. Tevens is er aandacht voor zijn gameprobleem.

Voorts is gebleken, dat de momenten die [de minderjarige] thuis verblijft goed verlopen. De zorgen die er bij moeder ten aanzien van deze bezoeken thans nog zijn, spitsen zich op de langere vakanties. De ervaring heeft moeder geleerd dat het dan niet goed met [de minderjarige] gaat en hij snel afglijdt in zijn oude gedrag zich uitend in zijn eigen gang gaan en continu gamen. Moeder heeft dan geen grip meer op hem. Hoewel de brief op het eerste gezicht mogelijk anders geïnterpreteerd kan worden, acht de kinderrechter het, gelet op de toelichting die moeder dienaangaande ter zitting desgevraagd heeft gegeven alsmede gelet op haar handelen in het verleden, aannemelijk dat zij met haar brief te kennen heeft willen geven dat voorkomen moet worden dat een dergelijke situatie zich in langere vakanties weer voor zal doen. Door te erkennen dat moeder hulp nodig heeft bij een langdurig verblijf van [de minderjarige] in de vakanties bij haar thuis, laat zij naar het oordeel van de kinderrechter zien in het belang van [de minderjarige] te denken en te handelen.

Gelet op het voorgaande heeft de kinderrechter er vertrouwen in dat moeder [de minderjarige] niet bij campus [***] zal weghalen en dat zijn verblijf aldaar op vrijwillige basis kan plaatsvinden. Gelet evenwel op de onzekerheid die er thans is over het voortbestaan van de pilot zal de kinderrechter de verzochte maatregelen verlengen voor een periode van vier maanden. Indien blijkt dat [de minderjarige] vanwege het opheffen van de pilot niet binnen campus [***] kan blijven wonen, dient de gezinsvoogd in overleg met moeder een vervangend verblijf voor [de minderjarige] te zoeken en hen te begeleiden bij de volgende stap richting zelfstandigheid van [de minderjarige]. Van de gezinsvoogd wordt daarnaast verwacht dat in de komende vier maanden aandacht wordt besteed aan een nuttige dagbesteding van [de minderjarige] gedurende de (langere) vakanties en dat bjz in het kader van de afronding van zijn betrokkenheid bij het gezin zorg draagt voor een zorgvuldige overdracht.

Op grond van de verkregen informatie, zoals in opgemeld verzoek aangegeven en ter terechtzitting aangevuld, is de kinderrechter van oordeel dat in het belang van de minderjarige de termijn van de ondertoezichtstelling met vier maanden dient te worden verlengd, nu de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn.

Voorts is de kinderrechter van oordeel dat een beperkte verlenging van de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing in een residentiële inrichting noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige.

BESLISSING

verlengt de termijn van de ondertoezichtstelling ten aanzien van de minderjarige

[de minderjarige] met vier maanden, ingaande 9 mei 2010, met behoud van de opdracht van de ondertoezichtstelling aan het bureau jeugdzorg Groningen (bjz) te Groningen, p/a Postbus 1203;

verlengt voorts de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing van voornoemde minderjarige in een residentiële inrichting, met ingang van 9 mei 2010, voor de duur van de ondertoezichtstelling;

wijst af het meer of anders verzochte;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. K.R. Bosker, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

22 april 2010.

WJD

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te Leeuwarden.