Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BM3548

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
23-04-2010
Datum publicatie
06-05-2010
Zaaknummer
18/670568-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten maar legt geen TBS met dwangverpleging op doch TBS met voorwaarden. Weliswaar is er sprake van recidive doch is er geen sprake van een geweldscomponent.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670568-09 (promis)

datum uitspraak: 23 april 2010

op tegenspraak

raadsman: mr. V.L. van Wieringen

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[naam.verdachte],

geboren te [geboorteplaats.verdachte] op [geboortedatum.verdachte],

wonende aan [adres.verdachte], [woonplaats.verdachte].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 25 maart 2010 en 9 april 2010.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 9 januari 2010, te

[plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of elders in de gemeente De

Marne, in elk geval in het arrondissement Groningen, wederrechtelijk

stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer

van een persoon, genaamd, [aangeefster], in elk geval van een ander, met het

oogmerk die [aangeefster], in elk geval die ander, te dwingen iets te doen, niet te

doen, te dulden dan wel vrees aan te jagen, immers

- heeft verdachte die [aangeefster] veelvuldig SMS berichten gestuurd met voorstellen

om contact te hebben en/of een relatie aan te gaan en/of teksten als:

- "Druk bezig zie ik" en/of

- "Heb je geen argumenten meer of is het stilte voor de storm" en/of

- "Je cupmaat zou leuk zijn maar daar kom ik liever op een andere manier

achter" en/of

- "Met de kermis achter de tent?" en/of

- "Hoi kleine grote meid zal ik ze straks even komen insmeren want met jou

mooie blonde lokken zal je wel een gevoelig huidje hebben" en/of

- "It takes two to make the dream come through!! Of kan jij wel alles

alleen??" en/of

- "Game over. Waarom? Je krijgt even de tijd om een smoes te verzinnen en dan

kom ik een keer langs om te praten" en/of

- "Tot vanavond mevrouw de voorzitter" en/of

- "Jij wil roddelen dat kan het heeft niet mijn voorkeur maar het is jouw

keuze, waarom?" en/of

- "Je staat graag in de krant dat kan geregelt worden. Op de computer mooie

foto's gevonden met een datum en jaar. Daar kan mijn creatieve / zieke

geest wel wat mee. Hebben jullie wat om over te praten op je vaders

verjaardag" en/of

- "De advertenties zijn gefaxt de foto's gemaild ik had liever een andere

advertentie in de uitnodiging in de krant gehad maar dat ligt aan jou"

en/of

- heeft verdachte die [aangeefster] een brief gestuurd met daarin ondermeer de

woorden: "Bij mij ben jij de keurmeester en keurt mij af, dan is het toch

logisch dat ik wil weten waarom? Waarop is jou angst voor mij

gebaseerd? Als je mij dat niet verteld kan ik mijn leven niet beteren. Ik

zie je wel een keer in de manege dan kan iedereen meegenieten" en/of

- heeft verdachte die [aangeefster] een boeket bloemen gestuurd met daarbij een kaart

met daarop de afbeelding van een lingeriesetje en ondermeer de tekst:

"Ik ben erg ver gegaan, deze kaart doet er nog een schepje bovenop om een

reactie te krijgen. Je moet toch ergens gevoelig voor zijn. Daarom probeer

ik het op deze manier" en/of

- heeft verdachte die [aangeefster] meermalen opgezocht en geobserveerd en

aangestaard (onder meer) op de manege en/of op het [naam feest] en/of

op de kermis en/of

- heeft verdachte, middels een e-mailbericht geprobeerd in het bestuur te

komen van de manege waar die [aangeefster] ook in het bestuur zit en/of

- heeft verdachte een beledigende advertentie, met haar foto, over die [aangeefster]

laten plaatsen in de krant, de [naam krant], inhoudende de tekst:

"Leuk ooike, [aangeefster], zoekt potente ram wegens einde houdbaarheidsdatum.

Vrijwilligers?" met daarbij haar geboortedatum en mobiele telefoonnummer

en/of

- heeft verdachte bij de [naam krant] nog een tweetal (van dergelijke)

beledigende advertenties ter plaatsing aangeboden, welke door politie

ingrijpen zijn onderschept en/of

- heeft verdachte tijdens zijn voorlopige hechtenis vanuit de PI Flevoland

Hvb Almere Binnen, meerdere malen, post verzonden bestemd voor die [aangeefster]

met daar op teksten als:

- "Bedankt", telefoonnummer, "die kan U vertellen hoe populair je word

als je zoiets doet" en/of

- "Bedankt [aangeefster], ik denk dat je een zware tijd tegemoet gaat. Je hebt mijn

en je eigen leven verpest, waarvoor? Veel mensen zullen je dit niet in

dank afnemen" en/of

- "Dat ze niks wil en bang voor mij is weet ik al 15 jaar, maar waarom?

en/of

- heeft verdachte tijdens zijn voorlopige hechtenis vanuit de PI Flevoland

Hvb Almere Binnen, meerdere malen, althans eenmaal, telefonisch contact

opgenomen met die [aangeefster] en daarbij gezegd dat zij zijn leven kapot maakte

en dat hij nog wel wat vrienden had die wel even langs zouden komen. En dat

zij hier niet ongestraft vanaf zou komen. En dat zij de enige was die hem

kon helpen en dat zij een goed woordje voor hem moest doen bij de rechter,

dan zou hij zo weer vrij zijn en/of

- heeft verdachte tijdens zijn voorlopige hechtenis vanuit de PI Flevoland

Hvb Almere Binnen, telefonisch contact opgenomen met de kapsalon te

[plaats 1] die genoemde [aangeefster] als klant heeft;

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 30 november 2009, in de gemeente De Marne, opzettelijk de

eer en/of de goede naam van [aangeefster] heeft aangerand door telastlegging

van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan

ruchtbaarheid te geven, immers heeft hij met voormeld doel aan de lezers van

de [naam krant] - zakelijk weergegeven - medegedeeld in een advertentie

dat "Leuk ooike, [aangeefster], vrijwilligers zoekt als (een) potente ram wegens einde

houdbaarheidsdatum", met daarbij haar foto, geboortedatum en mobiele

telefoonnummer;

art 261 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 30 november 2009, in de gemeente De Marne, opzettelijk een

persoon genaamd [aangeefster], bij geschrift en/of afbeelding, in het

openbaar, heeft beledigd, door het plaatsen van een advertentie, met daarbij

haar foto, geboortedatum en mobiele telefoonnummer, in de [naam krant]

met daarbij als tekst: "Leuk ooike, [aangeefster], zoekt potente ram wegens einde

houdbaarheidsdatum. Vrijwilligers?";

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Bewijsvraag

Standpunt officier van justitie

Gelet op de duur, de frequentie en de mate van indringendheid van de contacten tussen [aangeefster] en verdachte komt de officier van justitie tot bewezenverklaring van de onder 1 ten laste gelegde belaging. Zij baseert zich hierbij op de verklaringen van verdachte en de aangiftes van aangeefster waaruit blijkt dat verdachte veelvuldig contact zoekt met aangeefster omdat hij wil weten waarom zij hem als man niet ziet zitten.

De officier van justitie meent dat de belaging zowel uit het dulden door aangeefster van het hebben van contact met verdachte bestaat alsook uit het dwingen tot het hebben van contact met verdachte.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde meent de officier van justitie dat het primair ten laste gelegde - smaad - niet wettig en overtuigend bewezen kan worden maar de subsidiair ten laste gelegde belediging wel. Naar de mening van de officier van justitie kunnen de in de advertentie opgenomen woorden niet anders dan beledigend worden opgevat.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft betoogd dat het de vraag is of de feitelijkheden zoals die naar voren komen uit het proces-verbaal van politie daadwerkelijk belaging opleveren. Zijn cliënt is van mening dat hij gerechtvaardigd contact met aangeefster zocht en dat er sprake was van communicatie tussen zijn cliënt en aangeefster. De raadsman is dezelfde mening toegedaan als de officier van justitie ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

A)

De verklaring van verdachte afgelegd op de terechtzitting van 25 maart 2010, zakelijk weergegeven:

“ Ik ben een bekennende verdachte. Alle incidenten die in de tenlastelegging staan hebben inderdaad plaatsgevonden. Over het incident op [naam feest] kan ik nog zeggen dat ik haar niet geobserveerd heb maar dat ze langs me liep met een glimlach. Ik wilde met bovengenoemde incidenten uit de tenlastelegging contact met haar krijgen. Ik wilde haar vragen waarom ze met een grote boog om mij heen liep. Ik wilde haar ook vragen waarom ik geen vrouw kan krijgen. Ik dacht een boer tegenover een boer dat praat wel. Het draaide om praten, praten en nog eens praten. Ik wist wel dat zij geen contact wilde. Dat is mij wel duidelijk gemaakt. Zoals zij reageerde, daar werd ik niet veel wijzer van.”

B)

Een proces-verbaal van aangifte nummer 2009095263-9 d.d. 1 december 2009, opgenomen op pagina 28 tot en met 36 van dossier nummer 2009095263-1, verder te noemen “het dossier”, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik wil aangifte doen van stalking. Dit is gegaan over een langere periode door de mij bekende [verdachte]. De juiste datum weet ik niet meer maar het was begin maart 2009 dat [verdachte] contact met mij zocht. Ik kreeg een sms-bericht van hem. Ik heb daar niet op gereageerd. Daarna kreeg ik gemiddeld een sms per week. Meestal op zondagavond tegen middernacht. Ik heb nooit gereageerd in die maanden. Ik wilde geen contact met [verdachte], ik wist dat hij net vrij was van een jaar detentie in verband met stalking van een vrouw uit Drenthe. De inhoud van de sms-jes was in de trant van contact zoeken. De toon was nooit bedreigend. Op zaterdag 23 mei 2009 deed ik mee aan de derby in de manege van [plaats 2]. Ik ben tevens voorzitter van die manege. Ik zag [verdachte] staan tussen het overige publiek. Ik schrok daarvan. Hij bleef me steeds aankijken. Ik was in de zomer op het [naam feest] in [plaats 3]. Ik zag dat [verdachte] daar ook was en dat hij me steeds bleef aankijken. Ook als ik met vrienden was, bleef hij me observeren. Ik kreeg daar een heel vervelend gevoel bij. Ik werd angstiger door zijn gedrag. Ik deed bijvoorbeeld thuis de deuren eerder op slot.

Vanaf 13 augustus ben ik de sms-jes gaan bewaren. Deze kunnen uitgelezen worden.

Begin september 2009 kreeg ik via een bloemist uit [plaats 4] een grote bos witte rozen. Er zat een kaart bij. De kaart had een afbeelding van een lingeriesetje en ik vond de tekst erg vervelend om te lezen. De tekst is: “Ik ben te ver gegaan, deze kaart doet er nog een schepje bovenop om een reactie te krijgen. Je moet toch ergens gevoelig voor zijn. Daarom probeer ik het op deze manier. Sieraden heb jij niet nodig dat lijdt alleen maar af van dat moois van moeder natuur. Zaterdag [naam festiviteit] in [plaats 4]. Wie weet slaat de vonk over. Zo niet, dan heb je een gezellige avond gehad.” Er stond geen afzender bij maar ik weet gewoon dat alles van [verdachte] kwam.

Ik kreeg op 12 september een sms met de tekst: “It takes two to make a dream come true, of kan jij alles wel alleen?????”

Op 19 september 2009 was ik op de kermis in [plaats 1]. [verdachte] was daar ook. Hij zocht geen contact maar bleef weer op een afstand staan kijken. Ik voelde me daar weer zeer onprettig bij. Ik weet nog dat [betrokkene], een werknemer bij ons op het bedrijf, naar [verdachte] toe is gegaan en hem heeft gezegd dat hij moest stoppen met mij lastig te vallen. Ook heeft [betrokkene] tegen hem gezegd dat ik niks met hem wil.

Op maandag 28 september 2009 heb ik een brief van [verdachte] ontvangen met daarin onder meer de volgende woorden: “Bij mij ben jij de keurmeester en keurt mij af, dan is het toch logisch dat ik wil weten waarom? Waarop is jouw angst voor mij gebaseerd? Als je dat niet verteld kan ik mijn leven niet beteren. Ik zie je wel een keer in de manege en dan kan iedereen mee genieten.”

Op 9 of 10 november 2009 stuurde hij een email naar het bestuur van de manege. In de mail stond dat hij had vernomen dat er een bestuursfunctie vrij zou komen en dat hij daar wel belangstelling voor had. Dit was duidelijk weer een stap om bij mij in de buurt te zijn. Ik ben daar immers voorzitter, rijd daar paard en geef daar af en toe rijlessen. [betrokkene 2] heeft hem een mail gestuurd waarin ze officieel heeft geantwoord dat er geen bestuursfunctie vrij was. Ik heb toen nog een sms van [verdachte] gehad waarin stond: “Tot vanavond, mevrouw de voorzitter”.

Afgelopen week kreeg ik weer een sms-bericht van [verdachte] met de tekst: “Je staat graag in de krant, dat kan geregeld worden. Op de computer mooie foto’s gevonden met datum en jaar. Daar kan mijn creatieve/zieke geest wel wat mee. Hebben jullie wat om over te praten op je vaders verjaardag”. Tevens kreeg ik een sms op 29 november 2009 met de tekst: “De advertenties zijn gefaxt. De foto’s gemaild. Ik had liever een andere advertentie in de uitnodiging in de krant gehad maar dat ligt aan jou.”

Op 30 november 2009 kwam de [naam krant] bij ons thuis. Ik was al door iemand erop geattendeerd dat er een advertentie in de krant stond over mij. Een vriendin, [betrokkene 3], las de tekst voor. Het was een foto van mij met de tekst: “Leuk ooike [aangeefster], zoekt potente ram wegens einde houdbaarheidsdatum. Vrijwilligers? [telefoonnummer].” Toen ik het hoorde was ik woedend. Ik vond gelijk dat hij nu echt te ver was gegaan. Hij maakte me belachelijk. Ik was nog nooit in mijn leven zo boos geweest en verdrietig waarom iemand mij dit allemaal aandeed. Ik voelde me er zeer beledigd door en voelde me aangetast in mijn eer en goede naam.

[verdachte] heeft wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk gemaakt op mijn levenssfeer. Hij deed dat met het oogmerk om een relatie met mij te krijgen. Hij joeg mij er vrees mee aan en het beperkte behoorlijk mijn dagelijkse leven. Ik wil met deze aangifte bereiken dat hij stopt met het belagen van mij en dat hij daarvoor wordt gestraft. Ik doe ook aangifte van belediging.

C)

Een proces-verbaal, inhoudende ontvangst van een klacht door de hulpofficier van justitie, nummer 2009095263-10, d.d. 1 december 2009, opgenomen onder pagina 50 en 51 van het onder B genoemde dossier, inhoudende, zakelijk weergegeven:

De klaagster, zijnde [aangeefster], verzocht uitdrukkelijk om tot vervolging van de mogelijke dader over te gaan.

D)

Een proces-verbaal van het Bureau Digitale Expertise nummer 2009095263 d.d. 4 december 2009, opgenomen in het onder B genoemde dossier bladzijde 104 tot en met 110, inhoudende:

Mobile Device Analysis Report:

- op bladzijde 110 van genoemd procesverbaal de sms-tekst komende van het telefoonnummer [telefoonnummer] d.d. 13 augustus 2009 “Druk bezig zie ik”;

- op bladzijde 110 van genoemd procesverbaal de sms-tekst komende van het telefoonnummer [telefoonnummer] d.d. 14 augustus 2009 de sms-tekst “Heb je geen argumenten meer of is het stilte voor de storm?”;

- op bladzijde 109 van genoemd procesverbaal de sms-tekst komende van het telefoonnummer [telefoonnummer] d.d. 15 augustus 2009 “Je cupmaat zou leuk zijn maar daar kon ik liever op een andere manier achter”;

- op bladzijde 108 van genoemd procesverbaal de sms-tekst komende van het telefoonnummer [telefoonnummer] d.d. 23 augustus 2009 “Hoi kleine grote meid, zal ik ze straks even komen insmeren want met jou mooie blonde lokken zal je wel een gevoelig huidje hebben”;

- op bladzijde 108 van genoemd procesverbaal de sms-tekst komende van het telefoonnummer [telefoonnummer] d.d. 21 augustus 2009 “Met de kermis achter de tent?”;

- op bladzijde 107 van genoemd procesverbaal de sms-tekst komende van het telefoonnummer [telefoonnummer] d.d. 20 september 2009 “Game over Waarom? Je krijgt even de tijd een smoes te verzinnen en dan kom ik een keer langs om te praten”;

- op bladzijde 107 van genoemd procesverbaal de sms-tekst komende van het telefoonnummer [telefoonnummer] d.d. 3 oktober 2009 “Jij wil roddelen dat kan het heeft niet mijn voorkeur maar het is jouw keuze, waarom?”.

E)

Een mutatierapport met registratienummer 2009095263-29, opgemaakt op 3 februari 2010, inhoudende:

Betrokken personen:

Achternaam [achternaam verdachte]

Voornamen [voornaam verdachte]

Geboren [geboortedatum/-plaats]

Telefoonnummer [telefoonnummer]

F)

Een proces-verbaal van ‘relaas’ nummer 2009095263-17 d.d. 9 december 2009, opgenomen op pagina 58 en 59 van het onder B genoemde dossier, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik, [naam verbalisant], heb telefonisch contact gezocht met de redactie van de [naam krant] in verband met de angst van [aangeefster] dat er mogelijk nog meer beledigende advertenties geplaatst zouden worden. Ik heb gesproken met een redactielid [betrokkene 4]. Op woensdag 2 december 2009 had ik opnieuw contact met deze [betrokkene 4]. Hij vertelde mij dat hij nog twee opdrachten van dergelijke beledigende advertenties had onderschept. De stukken, die betrekking hebben op deze beide pogingen tot plaatsing van beledigende advertenties, zijn opgehaald door collega [naam verbalisant 2] van de basiseenheid [plaats 5].

G)

Een aanvullend proces-verbaal van bevindingen nummer 2009095263-25 d.d. 30 december 2009, opgemaakt door [naam verbalisant], brigadier, als losbladige gevoegd in het dossier, inhoudende, zakelijk weergegeven;

Ik heb op 29 december 2009 een gesprek gehad met [aangeefster]. Zij verklaarde mij dat ze op 24 december op haar mobiele telefoon is gebeld door [verdachte], de verdachte. Hij vertelde haar dat zij zijn leven kapot maakte en dat hij nog wel wat vrienden had die wel even langs zouden komen. Ze zou er niet ongestraft van af komen. Ze vond de woorden behoorlijk bedreigend en voelde zich daar niet goed bij.

[aangeefster] vertelde mij bovendien dat zij op 27 december 2009 gebeld is door [verdachte]. Hij vertelde haar dat ze de enige was die een goed woordje voor hem moest doen bij de rechter, dan zou hij zo weer vrij zijn.

H)

Een aanvullend proces-verbaal ‘relaas’nummer 2009095263-27 d.d. 14 januari 2010, opgemaakt door [verbalisant], brigadier, als losbladige gevoegd in het dossier,inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op woensdag 13 januari 2010 werd ik door [aangeefster] gebeld met de mededeling dat zij van [verdachte] een kaart had ontvangen. Tevens hadden haar ouders en haar vaste medewerker [betrokkene] een kaart ontvangen. Door mij, verbalisant, werden op woensdag 13 januari 2010 de kaartjes opgehaald bij aangeefster. Het kaartje, ontvangen door aangeefster op 29 december 2010, gericht aan aangeefster bevatte ondermeer de volgende tekst: “Bedankt [aangeefster], ik denk dat je een zware tijd tegemoet gaat. Je hebt mijn en je eigen leven verpest, waarom? Veel mensen zullen je dit niet in dank afnemen.”

Op 5 januari 2010 ontving [betrokkene] een kaart met daarop ondermeer de volgende tekst: “Dat ze niks wil en bang voor me is weet ik al 15 jaar. Maar waarom?”

Op woensdag 13 januari heeft er een telefonisch gesprek plaatsgevonden tussen mij, verbalisant, en de eigenaresse van kapsalon [naam kapsalon] te [plaats 1], [naam eigenaresse]. Zij verklaarde mij het volgende:

Op zaterdag 9 januari 2010 was ik aan het werk in mijn kapsalon. Tussen 9.30 uur en 10.00 uur kreeg ik telefoon. Ik hoorde dat er een man aan de lijn was die zich voorstelde als [verdachte]. Hij heeft zijn achternaam ook genoemd maar die ben ik vergeten. Hij vertelde mij dat hij iets goed te maken had met [aangeefster] en dat hij haar een behandeling wilde aanbieden bij onze kapsalon. Hij vertelde dat ik de rekening maar moest opsturen maar dat hij de rekening niet direct kon betalen omdat hij vastzat. Hij vertelde dat hij in het politierapport had gelezen dat ze haar haar altijd bij onze kapsalon liet knippen. Ik herinnerde mij toen dat [aangeefster] problemen had met [verdachte] en wist toen dat het deze man was. Ik heb de verbinding verbroken.

I)

Een aanvullend proces-verbaal van bevindingen nummer 2009095263-25 d.d. 30 december 2009, opgemaakt door [verbalisant] brigadier, als losbladige gevoegd in het dossier, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op woensdag 23 december 2009 werd ik gebeld door [aangeefster]. Zij deelde mij mee dat ze een kaart had ontvangen van [verdachte]. Ik heb de kaart opgehaald op dinsdag 29 december 2009. In het gesprek dat ik met aangeefster had vertelde ze mij dat verdachte haar twee keer had gebeld na de ontvangst van de kaart. Aangeefster verklaarde mij dat haar ouders een enveloppe ontvangen hadden met als aanhef [familie aangeefster]. In de enveloppe zat een kerstkaart met aan de binnenkant geschreven: “Bedankt! [telefoonnummer]die kan vertellen hoe ‘populair’ je wordt als je zo iets doet. [verdachte].”

Aangeefster gaf aan dat ze het niet waardeerde dat ze post van verdachte ontving.

Bewijsmotivering

De rechtbank overweegt met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten en onder verwijzing naar de genoemde bewijsmiddelen het volgende.

Verdachte heeft veelvuldig contact met [aangeefster] gezocht. Door middel van sms-berichten, het sturen van brieven -ook vanuit detentie-, het sturen van een boeket bloemen met daarbij ondermeer de tekst “je moet toch ergens gevoelig voor zijn”, het observeren van aangeefster, het sturen van emailberichten naar de manege waar aangeefster bestuurslid is, het laten plaatsen van een beledigende advertentie en het willen maken van een afspraak bij de kapsalon voor aangeefster, heeft verdachte op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Gezien de hoge frequentie van de incidenten is er sprake van stelselmatigheid. Aangeefster heeft meerdere keren duidelijk laten weten dat zij niet gediend was van de pogingen tot het zoeken van contact door verdachte. Dat was voor verdachte ook duidelijk. Hij nam daarmee echter geen genoegen, hij bleef contact met aangeefster zoeken omdat hij vond dat zij hem antwoorden kon geven. Door zijn gedrag heeft hij stelselmatig opzettelijk inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. De rechtbank acht daarmee het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen is. Er is geen sprake van een tenlastelegging van een bepaald feit. Wel is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een belediging zoals subsidiair ten laste is gelegd. De tekst die verdachte heeft geplaatst in de [naam krant] is beledigend en uit de aangifte van [aangeefster] blijkt dat zij de tekst ook als beledigend heeft ervaren.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 maart 2009 tot en met 9 januari 2010, te

[plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of elders in de gemeente De

Marne, wederrechtelijk

stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer

van een persoon, genaamd, [aangeefster], met het

oogmerk die [aangeefster], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden dan wel vrees aan te jagen, immers,

- heeft verdachte die [aangeefster] veelvuldig SMS berichten gestuurd met voorstellen

om contact te hebben en/of een relatie aan te gaan en/of teksten als:

- "Druk bezig zie ik" en

- "Heb je geen argumenten meer of is het stilte voor de storm" en

- "Je cupmaat zou leuk zijn maar daar kom ik liever op een andere manier

achter" en

- "Met de kermis achter de tent?" en

- "Hoi kleine grote meid zal ik ze straks even komen insmeren want met jou

mooie blonde lokken zal je wel een gevoelig huidje hebben" en

- "It takes two to make the dream come through!! Of kan jij wel alles

alleen??" en

- "Game over. Waarom? Je krijgt even de tijd om een smoes te verzinnen en dan

kom ik een keer langs om te praten" en

- "Tot vanavond mevrouw de voorzitter" en

- "Jij wil roddelen dat kan het heeft niet mijn voorkeur maar het is jouw

keuze, waarom?" en

- "Je staat graag in de krant dat kan geregelt worden. Op de computer mooie

foto's gevonden met een datum en jaar. Daar kan mijn creatieve / zieke

geest wel wat mee. Hebben jullie wat om over te praten op je vaders

verjaardag" en

- "De advertenties zijn gefaxt de foto's gemaild ik had liever een andere

advertentie in de uitnodiging in de krant gehad maar dat ligt aan jou"

en

- heeft verdachte die [aangeefster] een brief gestuurd met daarin ondermeer de

woorden: "Bij mij ben jij de keurmeester en keurt mij af, dan is het toch

logisch dat ik wil weten waarom? Waarop is jou angst voor mij

gebaseerd? Als je mij dat niet verteld kan ik mijn leven niet beteren. Ik

zie je wel een keer in de manege dan kan iedereen meegenieten" en

- heeft verdachte die [aangeefster] een boeket bloemen gestuurd met daarbij een kaart

met daarop de afbeelding van een lingeriesetje en ondermeer de tekst:

"Ik ben erg ver gegaan, deze kaart doet er nog een schepje bovenop om een

reactie te krijgen. Je moet toch ergens gevoelig voor zijn. Daarom probeer

ik het op deze manier" en

- heeft verdachte die [aangeefster] meermalen opgezocht en geobserveerd en

aangestaard (onder meer) op de manege en/of op het [naam festiviteit] en/of

op de kermis en

- heeft verdachte, middels een e-mailbericht geprobeerd in het bestuur te

komen van de manege waar die [aangeefster] ook in het bestuur zit en

- heeft verdachte een beledigende advertentie, met haar foto, over die [aangeefster]

laten plaatsen in de krant, de [naam krant], inhoudende de tekst:

"Leuk ooike, [aangeefster], zoekt potente ram wegens einde houdbaarheidsdatum.

Vrijwilligers?" met daarbij haar geboortedatum en mobiele telefoonnummer

en

- heeft verdachte bij de [naam krant] nog een tweetal (van dergelijke)

beledigende advertenties ter plaatsing aangeboden, welke door politie

ingrijpen zijn onderschept en

- heeft verdachte tijdens zijn voorlopige hechtenis vanuit de PI Flevoland

Hvb Almere Binnen, meerdere malen, post verzonden bestemd voor die [aangeefster]

met daar op teksten als:

- "Bedankt", telefoonnummer, "die kan U vertellen hoe populair je word

als je zoiets doet" en

- "Bedankt [aangeefster], ik denk dat je een zware tijd tegemoet gaat. Je hebt mijn

en je eigen leven verpest, waarvoor? Veel mensen zullen je dit niet in

dank afnemen" en

- "Dat ze niks wil en bang voor mij is weet ik al 15 jaar, maar waarom?

en

- heeft verdachte tijdens zijn voorlopige hechtenis vanuit de PI Flevoland

Hvb Almere Binnen, meerdere malen, althans eenmaal, telefonisch contact

opgenomen met die [aangeefster] en daarbij gezegd dat zij zijn leven kapot maakte

en dat hij nog wel wat vrienden had die wel even langs zouden komen. En dat

zij hier niet ongestraft vanaf zou komen. En dat zij de enige was die hem

kon helpen en dat zij een goed woordje voor hem moest doen bij de rechter,

dan zou hij zo weer vrij zijn en

- heeft verdachte tijdens zijn voorlopige hechtenis vanuit de PI Flevoland

Hvb Almere Binnen, telefonisch contact opgenomen met de kapsalon te

[plaats 1] die genoemde [aangeefster] als klant heeft.

2.

hij op 30 november 2009, in de gemeente De Marne, opzettelijk een

persoon genaamd [aangeefster], bij geschrift en afbeelding, in het

openbaar, heeft beledigd, door het plaatsen van een advertentie, met daarbij

haar foto, geboortedatum en mobiele telefoonnummer, in de [naam krant]

met daarbij als tekst: "Leuk ooike, [aangeefster], zoekt potente ram wegens einde

houdbaarheidsdatum. Vrijwilligers?"

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder feit 1 en feit 2 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1: belaging, meermalen gepleegd;

Feit 2: eenvoudige belediging.

Strafbaarheid van verdachte

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich bij de beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte gebaseerd op bij de Pro Justitia rapportage van drs. M. van Heteren, GZ- psycholoog

d.d. 13 maart 2010 en dr. C.J.F. Kemperman, psychiater, d.d. 1 maart 2010.

De officier van justitie verenigt zich met de conclusies uit deze rapportages en neemt deze over. Bij de bepaling van de strafbaarheid van verdachte gaat de officier van justitie uit van de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte zoals beschreven door de deskundigen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bij pleidooi aangegeven dat hij eveneens de conclusies van de beide voornoemde gedragsdeskundigen deelt en dat uitgegaan dient te worden van verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gelet op de genoemde Pro Justitia rapportages.

Rapporteur Van Heteren stelt in haar conclusie dat er bij verdachte sprake is van een obsessieve compulsieve persoonlijkheidsstoornis, van een persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische en paranoïde trekken en van een vertraagde seksuele ontwikkeling en puberteit en alcoholmisbruik.

Ook rapporteur Kemperman stelt dat er sprake is van antisociaal gedrag binnen een autistiforme, obsessieve preoccupatie gefundeerd op een in geaardheid gelegen kwetsbaarheid, een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, sadistische, narcistische en obsessief-compulsieve trekken. Daarnaast bestond alcoholmisbruik in ruime zin, namelijk

‘binge drinken’.

De rechtbank kan zich met deze conclusies verenigen en neemt deze over. Met de rapporteurs acht de rechtbank dat verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde verminderd toerekeningsvatbaar is.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmaat

Standpunt van de officier van justitie

Bij de bepaling van de straf heeft de officier van justitie aangegeven dat zij het feit 2 niet extra mee zal laten wegen in haar strafeis omdat het om hetzelfde feitelijke gebeuren gaat als onder feit 1 incident 6.

De officier van justitie heeft tot het opleggen van de TBS-maatregel met dwangverpleging gerekwireerd. Gelet daarop heeft zij geen nadere strafoplegging geëist.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft de oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit. Nu er toch enige sprake is van zelfinzicht is het mogelijk dat een bijzondere voorwaarde gekoppeld wordt aan de voorwaardelijke detentie in de vorm van een ambulante behandeling.

Oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft gedurende ruime tijd op indringende wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Op een dergelijke manier contact zoeken en blijven zoeken is psychisch zeer zwaar voor het slachtoffer. De vasthoudendheid waarmee verdachte contact bleef zoeken en de woorden die verdachte heeft gebruikt om dat contact te zoeken zijn zonder meer bedreigend geweest. Door op steeds verschillende plaatsen en momenten contact te zoeken is het gedrag van verdachte onvoorspelbaar geweest hetgeen de impact van zijn gedragingen heeft vergroot. Aangeefster kon zich op geen enkele plek meer veilig voelen.

Een en ander klemt temeer nu er bij verdachte sprake is van meervoudige recidive. Hij is tweemaal eerder veroordeeld voor belaging. Eerdere veroordelingen en ook een plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis hebben recidive niet kunnen voorkomen. Verdachte zegt geen kwade bedoelingen te hebben maar is in zijn optreden wel dwingend en rigide, zo blijkt uit het dossier en de rapportages. Verdachte heeft - evenwel - in deze zaak geen geweld gebruikt. Dit zijn omstandigheden waar de rechtbank rekening mee houdt.

Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij nu wel inziet dat hij niet langer op deze wijze contact moet zoeken. Tevens heeft hij verklaard dat hij ook zelf naar een gedragsdeskundige (psychiater) kan gaan. Hiermee heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank blijk gegeven van een voorzichtige start van het hebben van enig zelfinzicht. De rechtbank oordeelt evenwel dat deze zienswijze van verdachte onvoldoende aanknopingspunten biedt voor het opleggen van een behandeling in het kader van een bijzondere voorwaarde. De rechtbank heeft hierbij gelet op het rapport van de reclassering Nederland d.d. 16 februari 2010 waaruit blijkt dat de reclassering geen mogelijkheden ziet voor gedragsbeïnvloeding en een hoog risico aanwezig acht op recidive en het onttrekken aan voorwaarden.

Gelet hierop zal de rechtbank aan verdachte geen voorwaardelijke detentie opleggen met daaraan gekoppeld een bijzondere voorwaarde inhoudende een behandeling.

Een en ander laat echter onverlet dat verdachte op eigen initiatief, zoals hij ook ter terechtzitting heeft aangegeven, contact kan zoeken met een gedragsdeskundige.

Gelet op de aard en de ernst van de bewezen en strafbaar verklaarde feiten als hierboven overwogen, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van het voorarrest passend en geboden. De rechtbank gaat hierbij uit van een eendaadse samenloop.

Motivering maatregel

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat aan alle formele vereisten voor het opleggen van de maatregel van TBS met dwangverpleging is voldaan. Er is sprake van een feit waarvoor de oplegging van de maatregel expliciet mogelijk is gemaakt. Tevens is voldaan aan het gevaarscriterium. Uit de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat onder het gevaarscriterium ook het gevaar voor de psychische gezondheid valt.

De officier van justitie stelt dat de maatregel van TBS met dwangverpleging enkel opgelegd zou moeten worden als ultimum remedium. Gelet op de feiten, de ernst en de duur daarvan, de houding van verdachte, het feit dat er sprake is van meervoudige recidive en hetgeen naar voren komt uit de genoemde rapportages van de gedragsdeskundigen en de reclassering, meent de officier van justitie dat er geen alternatief voorhanden is voor het opleggen van de TBS-maatregel met het bevel tot dwangverpleging.

Standpunt verdediging

De raadsman bestrijdt dat er sprake is van gevaar voor de gezondheid van aangeefster en/of anderen. Daarmee meent de raadsman dat er niet is voldaan aan de formele vereisten voor het opleggen van de maatregel van TBS. Er is geen sprake van het toepassen van geweld en verdachte heeft bovendien aangegeven dat hij niet langer contact zal zoeken met aangeefster en/of anderen. Er hoeft derhalve niet gevreesd te worden voor recidive.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte, bij wie tijdens het begaan van de bewezenverklaarde feiten een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens bestond, ter beschikking moet worden gesteld omdat:

- het onder 1 bewezen en strafbaar verklaarde oplevert het misdrijf omschreven in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht;

- de veiligheid van anderen de oplegging van die maatregel eist;

- de algemene veiligheid van personen de oplegging van die maatregel eist.

Tevens zal de rechtbank, ter bescherming van de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen, de na te noemen voorwaarde(n) stellen betreffende het gedrag van verdachte.

Verdachte heeft zich bereid verklaard de voorwaarde(n) na te leven.

De rechtbank heeft hierbij het volgende overwogen.

Bij verdachte is sprake van persoonlijkheidsproblematiek als hierboven vermeld die maakt dat gevreesd moet worden voor herhaling. Bij de bewezen en strafbaar verklaarde feiten is er sprake van gevaar voor de psychische gezondheid van aangeefster. Dat blijkt uit de aangifte en de aanvullende processen-verbaal waaruit naar voren komt dat de gebeurtenissen voor aangeefster een psychisch zware belasting hebben gevormd. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat belaging ernstige psychische schade kan toebrengen aan het slachtoffer.

Nu gevaar voor de psychische gezondheid onder het zogenoemde gevaarscriterium is begrepen, is aan de formele vereisten voor het opleggen van een TBS-maatregel derhalve voldaan.

Uit de bovenvermelde rapportages over de persoon van verdachte komt naar voren dat er geen aanknopingspunten zijn voor het opleggen van een behandeling. Verdachte heeft ook verklaard daar de meerwaarde niet van in te zien en derhalve niet gemotiveerd te zijn voor een behandeling. Uit voornoemde rapportages is tevens af te leiden dat er een groot risico bestaat dat verdachte zich niet zal houden aan hem opgelegde voorwaarden.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard zich aan de door de rechtbank op te stellen voorwaarden te willen houden nu hem inmiddels duidelijk is dat het ernst is.

Er is bij verdachte sprake van recidive ten aanzien van dit specifieke feit van belaging. Dat maakt dat gevreesd moet worden voor de toekomst. Verdachte heeft zich onthouden van het toepassen van geweld. Dit telt zwaar voor de rechtbank. De rechtbank concludeert dat de ernst en omvang van de feiten in de onderhavige zaak oplegging van TBS met dwangverpleging niet rechtvaardigen.

De persoonlijkheidsproblematiek van verdachte en het feit dat er sprake is van recidive maken dat er wel reden is de maatregel van TBS onder voorwaarden te gelasten. De rechtbank zal de reclassering aanwijzen als instantie die hulp en steun zal verlenen. De rechtbank bepaalt tevens dat zij van de reclassering geen actieve bijdrage verwacht. De voorwaarden die aan de maatregel van TBS verbonden zullen worden zien op het voorkomen van recidive, het hebben van contact met aangeefster in deze zaak en met aangeefster in de zaak met parketnummer 24/000742-05 en het zich onthouden van communiceren met anderen over beide aangeefsters. In het geval verdachte zich met een hulpvraag meldt bij de reclassering kan de reclassering de haar toegewezen taak uitoefenen. Verdachte wordt op deze manier op zich zelf teruggeworpen en krijgt de kans aan te tonen dat de vrees voor recidive ongegrond is. De rechtbank zal niet als voorwaarde opleggen dat verdachte zich tot een psychiater zal wenden maar gaat er, gezien zijn uitlating hierover ter zitting, wel vanuit dat verdachte deze hulp zal inroepen. In geval van overtreding van een van de voorwaarden kan zowel de reclassering als ook de regiopolitie een melding doen bij de officier van justitie.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

onder parketnummer: 24/000742-05

De officier van justitie heeft op grond van het onherroepelijk geworden arrest van het Gerechtshof Leeuwarden d.d. 1 mei 2006 gevorderd dat door deze rechtbank een last tot tenuitvoerlegging zal worden gegeven.

Veroordeelde is bij voormeld vonnis veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Blijkens in genoemde vordering vermeld dossier onder parketnummer 18/670568-09 heeft de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig gemaakt aan strafbare feiten, waarvoor nu een veroordeling volgt.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder aan verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Er is immers sprake van nieuwe strafbare feiten.

Standpunt verdediging

De raadsman van verdachte heeft een verlenging van de proeftijd met één jaar bepleit. Nu verdachte al geruime tijd heeft vastgezeten en er sprake is van zelfinzicht bij verdachte ziet de raadsman een preventief effect uitgaan van het handhaven van de voorwaardelijke detentie.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat, nu de veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, in beginsel alsnog tenuitvoerlegging dient te worden gelast van de niet ten uitvoer gelegde straf. Gelet evenwel op hetgeen op de terechtzitting is behandeld en besproken en de uitspraak in de strafzaak die thans voorligt, zal de rechtbank de proeftijd met één jaar verlengen en de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen.

De rechtbank heeft hierbij overwogen dat verdachte reeds geruime tijd in detentie heeft doorgebracht en aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling onder voorwaarden zal worden opgelegd. Het thans tenuitvoerleggen van de voorwaardelijke opgelegde detentie zou de feitelijke tenuitvoerlegging van de maatregel doorkruisen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14f, 37a, 38, 38a, 55, 266 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het feit 2 primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart het onder feit 1 en onder feit 2 subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart het onder feit 1 en feit 2 subsidiair meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van honderdvijfendertig (135) dagen.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Gelast dat de veroordeelde ter beschikking wordt gesteld;

Stelt de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde:

- de terbeschikkinggestelde zal zich onthouden van het plegen van strafbare feiten;

- de terbeschikkinggestelde zal geen contact in woord noch geschrift hebben met [aangeefster] en [betrokkene 5], beiden aangeefster van belaging;

- de terbeschikkinggestelde zal zich onthouden van het communiceren in woord en/of geschrift over mevrouw [aangeefster] en/of [betrokkene 5] voormeld, met anderen;

- de ter beschikkinggestelde zal geen stalkingsgedrag vertonen ten opzichte van anderen dan bovengenoemde personen.

.

Wijst de reclassering aan als instelling om de terbeschikkinggestelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van die voorwaarden en geeft voornoemde instelling daartoe opdracht.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Verlengt de bij arrest van het Gerechtshof Leeuwarden d.d. 1 mei 2006 onder parketnummer 24/000742-05 bepaalde proeftijd met een jaar.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. E.M.J. Brink, voorzitter, F. Sijens en H.L. Stuiver, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Mulder als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 april 2010.