Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BL6497

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
22-02-2010
Datum publicatie
04-03-2010
Zaaknummer
AWB 08-847
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Op grond van het arbeidsongeschiktheidscriterium van de Wajong is niet beslissend de eigen opvatting van eiser dat hij als gevolg van de door hem ervaren klachten op de in geding zijnde datum als arbeidsongeschikt moet worden beschouwd. Het gaat erom of hij als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken daartoe niet (meer) in staat is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 08/847 WAJONG V12

Uitspraak in het geschil tussen

[naam], wonende te Groningen, eiser

gemachtigde: mr. F. Bakker

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), kantoor Groningen, verweerder.

1. Onderwerp van geschil

Bij besluit van 1 november 2007 heeft verweerder geweigerd eiser een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten (hierna: Wajong) toe te kennen. Het door eiser tegen dat besluit ingediende bezwaarschrift is bij besluit van 14 augustus 2008 ongegrond verklaard, onder handhaving van het besluit van 1 november 2007.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 14 augustus 2008 (hierna aan te duiden als: het bestreden besluit).

2. Procesverloop

2.1. Feiten en procesverloop

Eiser is geboren op 19 juli 1986. Hij heeft zich tot verweerder gewend met een aanvraag om een Wajong-uitkering. In die aanvraag vermeldt eiser dat sprake is van onder meer concentratiestoornissen, stemmingswisselingen, aanpassingsproblemen en agressiestoornis.

In verband hiermee heeft de verzekeringsarts W.J. Reilman eiser op 27 augustus 2007 medisch onderzocht. De bevindingen van het door hem verrichte onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 29 augustus 2007. Na onderzoek door de arbeidsdeskundige A.T. Zwama heeft deze zijn bevindingen vastgelegd in een rapport van 2 oktober 2007.

Verweerder heeft eiser bij primair besluit van 1 november 2007 medegedeeld dat hem geen uitkering ingevolge de Wajong wordt toegekend op de grond dat hij vanaf 1 maart 2007 niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest. Voorts heeft verweerder eiser vanaf 29 februari 2008 voor minder dan 25% arbeidsongeschikt geacht.

Tegen dit besluit heeft eiser op 13 december 2007 bezwaar gemaakt. Eiser heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid zijn bezwaren mondeling toe te lichten op de hoorzitting van

19 mei 2008.

Het bezwaar van eiser tegen het besluit van 1 november 2007 heeft verweerder, na een heroverweging door de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige, bij besluit van 14 augustus 2008 ongegrond verklaard.

Tegen dat besluit heeft eiser beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend. Afschriften van de gedingstukken zijn, voor zover niet door hen ingediend, aan partijen toegezonden.

Het geschil is behandeld op de zitting van 8 mei 2009.

Eiser is daar, vergezeld van zijn moeder en zijn gemachtigde, aanwezig geweest.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door P. Hofman.

De rechtbank heeft het onderzoek geschorst teneinde eiser in de gelegenheid te stellen nadere stukken in te dienen. Verweerder is in de gelegenheid gesteld op de nadere stukken te reageren en heeft een nadere medische rapportage van de bezwaarverzekeringsarts ingediend.

Nadat partijen desgevraagd toestemming hebben gegeven om de zaak zonder nadere zitting af te doen heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

2.2. Standpunt eiser

Eiser stelt dat hij meer dan 25% arbeidsongeschikt is en gelet op zijn beperkingen niet geschikt is om arbeid te verrichten op de vrije arbeidsmarkt. Dit is in de praktijk gebleken en dit is ook de actuele situatie. Daarbij verwijst eiser naar de informatie van het jongerenloket en van zijn coach. Verder heeft hij een brief van de psychiater A.M.D.N. van Lammeren ingediend.

2.3. Standpunt verweerder

Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser niet in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Wajong. Daarbij wordt verwezen naar de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige. De door eiser ingediende informatie geeft verweerder geen aanleiding dat standpunt te wijzigen.

2.4. Wettelijk kader

Ingevolge het bepaalde in artikel 2, eerste lid, van de Wajong, is een persoon geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt, als hij als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling, geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen, hetgeen gezonde personen, met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar hij woont of in de omgeving daarvan met arbeid gewoonlijk verdienen. De wetgever heeft als uitgangspunt genomen dat steeds in individuele gevallen moet worden bezien of een betrokkene in betekenende mate arbeidsongeschikt in de zin van de Wajong moet worden geacht.

Ingevolge artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a van de Wajong is een jonggehandicapte de ingezetene die op de dag waarop hij 17 jaar wordt, arbeidsongeschikt is.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wajong heeft de jonggehandicapte recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering zodra hij onafgebroken 52 weken, onmiddellijk volgend op de in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, bedoelde dag, arbeidsongeschikt is geweest, indien hij na afloop van dat tijdvak nog arbeidsongeschikt is.

Ingevolge artikel 8 van de Wajong bestaat recht op uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 25% of meer.

2.5. Ten aanzien van het geschil

Tussen partijen is in geschil of verweerder terecht heeft geweigerd eiser een uitkering ingevolge de Wajong toe te kennen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op grond van de beschikbare medische informatie komt de bezwaarverzekeringsarts G.J. Dreijer tot de conclusie dat er geen aanleiding is de belastbaarheid van eiser anders te beoordelen dan de verzekeringsarts heeft aangenomen. Er is bij eiser sprake van een aandachtstekortstoornis en lage stressbestendigheid. Hij is aangewezen op een duidelijke en overzichtelijke werksituatie, waarbij geen sprake is van conflicthantering en geen hoge eisen aan sociale vaardigheid worden gesteld. Er is volgens de bezwaarverzekeringsarts geen reden om aan te nemen dat eiser niet kan werken, een duidelijke structuur en een vast dagritme kunnen juist ondersteunend zijn voor hem.

Eiser heeft in beroep aangevoerd dat hij meer dan 25% arbeidsongeschikt is.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de beschikbare medische gegevens onvoldoende redenen aanwezig zijn om te oordelen dat eiser als arbeidsongeschikt in de zin van de Wajong is aan te merken. In hetgeen eiser in beroep heeft aangevoerd heeft de rechtbank geen aanknopingspunten kunnen vinden voor een andersluidend oordeel.

Op grond van het arbeidsongeschiktheidscriterium van de Wajong, zoals dat hierboven is weergegeven, is niet beslissend de eigen opvatting van eiser dat hij als gevolg van de door hem ervaren klachten op de in geding zijnde datum als arbeidsongeschikt moet worden beschouwd. Het gaat erom of hij als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken daartoe niet (meer) in staat is.

De door eiser ingediende informatie geeft de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan verweerders beoordeling van de medische aspecten bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. De zich bij de stukken bevindende informatie van het jongerenloket en eisers coach vormt geen grond om anders te oordelen nu daaruit niet meer of andere concrete en objectief vast te stellen beperkingen kunnen worden afgeleid dan waar verweerder bij zijn beoordeling van uit is gegaan.

De rechtbank is van oordeel dat door verweerder voldoende is gemotiveerd dat eiser in staat moet worden geacht de geduide functies te kunnen verrichten.

Hetgeen door eiser in beroep is aangevoerd kan dan ook niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit, zodat het beroep ongegrond moet worden verklaard.

Beslist wordt als hierna onder 3. is aangegeven.

3. Beslissing

De rechtbank Groningen,

RECHT DOENDE,

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. M.W. de Jonge en door haar op 22 februari 2010 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van M. Lammerts-Rannenburg als griffier.

w.g. De griffier,

w.g. De rechter,

De rechtbank wijst er op dat partijen en andere belanghebbenden binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak daartegen hoger beroep kunnen instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.