Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2010:BL4565

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
16-02-2010
Datum publicatie
19-02-2010
Zaaknummer
114907
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Adoptie van een nog ongeboren kind, welk kind wordt geboren binnen de relatie van de adoptant en de ouder van hetzelfde geslacht. Het kind is verwekt door kunstmatige inseminatie met donorzaad van een onbekende donor. De behandeling heeft plaatsgevonden in Belgie. Door bij overeenkomst met het ziekenhuis in Belgie te verklaren de anonimiteit van de donor voor eeuwig te bewaren, hebben partijen in strijd met Nederlandse wetgeving, te weten de Wet donorgegevens bij kunstmatige inseminatie, gehandeld. Welke consequenties hieraan verbonden dienen te worden, wordt naar het oordeel van de rechtbank in verregaande mate bepaald door het belang van het nog ongeboren kind. De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van het kind is dat het kind twee ouders heeft, die het kind verzorgen en opvoeden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat adoptie in het belang is van het nog ongeboren kind. Gelet op artikel 1:230, tweede lid, BW werkt de adoptie terug tot en met het moment van geboorte van het kind, indien het adoptieverzoek vóór de geboorte van het kind wordt ingediend. De rechtbank wijst het verzoek tot adoptie af. De rechtbank begrijpt het verzoek tevens als een verzoek de adoptie uit te spreken, nadat het kind is geboren. De rechtbank zal die beslissing in afwachting van het overleggen van de geboorteakte aanhouden.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 5
Burgerlijk Wetboek Boek 1 227
Burgerlijk Wetboek Boek 1 228
Burgerlijk Wetboek Boek 1 230
Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting
Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting 2
Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting 3
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2010/292
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 114907/ FA RK 09-2973

beschikking d.d. 16 februari 2010

in de zaak van:

[verzoekster],

wonende te [adres],

verzoekster,

hierna te noemen [verzoekster],

advocaat mr. M.R. Rauwerda,

en

[belanghebbende],

wonende te [adres],

belanghebbende,

hierna te noemen [belanghebbende].

PROCESVERLOOP

Op 11 december 2009 heeft [verzoekster] ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift met bijlagen ingediend, waarin zij vraagt de adoptie uit te spreken van de ongeboren vrucht, als toekomstige zoon/dochter van [belanghebbende] en een anonieme donor en te bepalen dat de ongeboren vrucht na de geboorte de achternaam [verzoekster] zal gaan dragen.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren. Hierbij zijn gehoord verzoekster, bijgestaan door haar raadsvrouw, [belanghebbende] en de heer J. Scholte Aalbes, namens de Raad voor de Kinderbescherming (verder te noemen de Raad).

RECHTSOVERWEGINGEN

In dit geding wordt van de volgende feiten uitgegaan:

- [verzoekster] en [belanghebbende] hebben sedert 14 september 2001 een affectieve relatie met elkaar;

- [belanghebbende] en [verzoekster] zijn van hetzelfde geslacht;

- [belanghebbende] is door middel van kunstmatige inseminatie zwanger geworden. De verwachte bevallingsdatum is op of omstreeks 10 april 2010.

Standpunt van [verzoekster] en [belanghebbende]

Ter zitting hebben partijen aangevoerd dat in Nederland wachtlijsten van 4 á 5 jaar bestaan voor kunstmatige inseminatie van een onbekende donor. Door de gewijzigde wetgeving ten aanzien van anonieme donoren is er in Nederland een tekort aan donoren ontstaan. In België was behandeling op kortere termijn mogelijk. De zwangerschap van [belanghebbende] is tot stand gekomen door inseminatie met donorzaad van een onbekende donor, afkomstig van een donorbank in Denemarken. Het ziekenhuis te Genk, in België, dat de behandeling heeft uitgevoerd heeft dit bevestigd in een verklaring van 21 januari 2010, welke verklaring ter zitting is overgelegd.

De verklaring die partijen in de procedure voor de kunstmatige inseminatie hebben ondertekend, moet in die zin worden opgevat dat zij daarin aangeven op de hoogte te zijn van het feit dat er geen andere gegevens bekend zijn van de donor, dan de gegevens die de donorbank heeft verstrekt, zoals medische gegevens. Voorts maakten gesprekken tussen partijen en een psycholoog van het ziekenhuis onderdeel uit van de procedure. Het ziekenhuis heeft positief geadviseerd ten aanzien van de behandeling.

Partijen hebben de wens om samen hun kind op te voeden en ouder te zijn voor het kind. Zij willen dat het ouderschap van hen beide vaststaat, ook voor het geval iets niet goed zou gaan bij de bevalling. Zij achten daarom de adoptie in het kennelijke belang van hun nog ongeboren kindje.

Relevante regelgeving

Ingevolge artikel 1:227, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW) -voor zover hier van belang- geschiedt adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen.

Het vierde lid van dit artikel bepaalt dat het verzoek wordt toegewezen, indien

- het kind is of wordt geboren binnen de relatie van de adoptant en de ouder en

- het kind door en tengevolge van kunstmatige donorbevruchting als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting is verwekt en

- een door de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting (verder te noemen de Stichting) ter bevestiging hiervan afgegeven verklaring wordt overgelegd,

tenzij de adoptie kennelijk niet in het belang van het kind is, of niet is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW.

Op grond van artikel 1:230, tweede lid, BW -voor zover hier van belang- werkt de adoptie terug tot het tijdstip van geboorte van het kind, indien het kind is geboren binnen de relatie van de ouder en de adoptant en de adoptie vóór de geboorte van het kind is verzocht.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting is de natuurlijke persoon of rechtspersoon die kunstmatige donorbevruchting verricht of doet verrichten verplicht de volgende gegevens van een donor te verzamelen en binnen een door de Stichting bij reglement te bepalen termijn aan deze ter beschikking te stellen:

a. medische gegevens die van belang kunnen zijn voor de gezonde ontwikkeling van het kind, zoals bij algemene maatregel van bestuur bepaald;

b. fysieke kenmerken, opleiding en beroep alsmede gegevens omtrent de sociale achtergrond en een aantal persoonlijke kenmerken; een en ander zoals bij algemene maatregel van bestuur nader bepaald;

c. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum en woonplaats.

Artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting bepaalt dat de Stichting de bij haar berustende gegevens van de betrokken donor verstrekt aan degene die weet of vermoedt dat hij is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting en die de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt, op zijn verzoek, voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b.

Ingevolge het tweede lid van artikel 3 worden de persoonsidentificerende gegevens van de donor aan degene die weet of vermoedt dat hij is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting en die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, op zijn verzoek verstrekt, nadat de donor daarmee schriftelijk heeft ingestemd.

Verstrekking blijft, indien de donor daarmee niet instemt, uitsluitend achterwege indien, in aanmerking genomen de gevolgen die niet-verstrekking voor de verzoeker zou kunnen hebben, zwaarwegende belangen van de donor meebrengen dat verstrekking niet behoort plaats te vinden.

Op grond van artikel 3a Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting verstrekt de Stichting op verzoek van de ouder van het kind dat door en tengevolge van kunstmatige donorbevruchting is verwekt, een verklaring als bedoeld in artikel 1:227, vierde lid, BW, waarin de persoonsidentificerende gegevens van de donor niet worden opgenomen.

Beoordeling

Ten aanzien van het verzoek tot adoptie overweegt de rechtbank het volgende.

Partijen hebben er voor gekozen om [belanghebbende] een behandeling tot kunstmatige inseminatie te laten ondergaan in België. Dusdoende is de Wet donorgegevens bij kunstmatige inseminatie niet van toepassing op de kunstmatige inseminatie van [belanghebbende]. De achtergrond van deze wet is dat wanneer het kind niet opgroeit met zijn (beide) natuurlijke ouders, het van belang wordt geacht dat het kind een mogelijkheid heeft te weten van wie het afstamt in de biologische betekenis van het woord. De wet beoogt een regeling te bieden voor de verstrekking van afstammingsgegevens en voor de bewaring en het beheer van deze gegevens.

Nu de kunstmatige inseminatie in België heeft plaatsgevonden kunnen partijen niet een verklaring als bedoeld in artikel 1:227, vierde lid, BW overleggen. Zij hebben daarentegen een verklaring van het ziekenhuis in België overgelegd, waarin wordt verklaard dat de behandeling wegens een zwangerschapswens in een lesbische relatie het gebruik van donorsperma betrof, geleverd door een Deense firma. Voorts wordt gesteld dat de donoren anoniem zijn, dat wil zeggen dat de identiteit van de donor niet kan worden achterhaald.

Door bij overeenkomst te verklaren de anonimiteit van de donor voor eeuwig te bewaren, is in strijd met Nederlandse wetgeving gehandeld. Welke consequenties hieraan verbonden dienen te worden, wordt naar het oordeel van de rechtbank in verregaande mate bepaald door het belang van het nog ongeboren kind.

Het is de rechtbank gebleken dat partijen de wens hadden om [belanghebbende] in Nederland een behandeling tot kunstmatige inseminatie van een onbekende donor te laten ondergaan. Door de lange wachtlijsten in Nederland en gelet op de leeftijd van partijen en hun huidige levenssituatie hebben partijen echter gekozen voor een behandeling in België. Partijen zijn zich daarbij bewust geworden van het feit dat zij, noch hun kind, in de toekomst gegevens kunnen achterhalen van de onbekende donor, nu deze gegevens bij de donorbank in Denemarken niet voorhanden zijn. De gegevens van de donor die wel bij hen bekend zijn hebben partijen onder de gegeven omstandigheden toereikend geacht, ook voor het kind, om over te gaan tot de kunstmatige inseminatie in België.

De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van het nog ongeboren kind is dat het kind twee ouders heeft, die het kind verzorgen en opvoeden. Gebleken is dat voldaan is aan de voorwaarden voor adoptie van een kind binnen een relatie van de moeder met een levensgezel van gelijk geslacht van artikel 1:228 BW. Voorts is naar het oordeel van de rechtbank de verklaring van het ziekenhuis te Genk, België, gelijk te stellen aan een verklaring als bedoeld in artikel 1:227, vierde lid, BW.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat adoptie van het nog ongeboren kind van [belanghebbende] door [verzoekster] in het belang van het kind is. De rechtbank is voorts van oordeel dat het belang van het kind bij adoptie door [verzoekster] doorslaggevend dient te zijn. Dat de identiteit van de donor niet bekend is kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet leiden tot afwijzing van het verzoek tot adoptie. Hierbij neemt de rechtbank tevens in aanmerking de omstandigheden die hebben geleid tot de keuze van partijen om de behandeling in België te ondergaan.

Uit artikel 1:230, tweede lid, BW volgt echter dat indien het adoptieverzoek vóór de geboorte van het kind wordt ingediend, de adoptie terugwerkt tot en met het moment van geboorte van het kind. In navolging van de uitspraak van 14 oktober 2009 van de rechtbank Amsterdam (LJN BK1841) is de rechtbank van oordeel dat de bewoordingen van artikel 1:230, tweede lid, BW waarbij de wetgever er uitdrukkelijk voor heeft gekozen deze adoptie slechts terug te laten werken tot het tijdstip van geboorte van het kind, geen ruimte laat om de gewenste adoptie vóór de geboorte uit te spreken. Het uitspreken van een adoptie van een kind dat op het moment van de adoptie-uitspraak nog niet is geboren, acht de rechtbank ongewenst. De rechtbank kan in dat geval de identiteit van het adoptiefkind nog niet vaststellen, terwijl die vaststelling bij het uitspreken van een adoptie essentieel is.

De rechtbank zal, gelet op het bovenstaande, het verzoek de adoptie uit te spreken vóór de geboorte van het kind, waarvan [belanghebbende] thans zwanger is, afwijzen.

De rechtbank begrijpt het verzoek echter tevens als een verzoek de adoptie uit te spreken, nadat het kind is geboren. De rechtbank zal die beslissing in afwachting van het overleggen van de geboorteakte daarom aanhouden.

Ten aanzien van de keuze van partijen ter zake de geslachtsnaam van het ongeboren kind, overweegt de rechtbank het volgende. Ingevolge artikel 1:5, derde lid, BW kunnen partijen, indien het kind door adoptie in familierechtelijke betrekking tot de levensgezel van de ouder komt te staan, gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam zal hebben van de levensgezel van de ouder. De rechterlijke uitspraak inzake de adoptie vermeldt de verklaring van de adoptant hieromtrent. In het onderhavige geval hebben partijen gekozen voor de geslachtsnaam [verzoekster]. Nu de rechtbank de beslissing om de adoptie uit te spreken heeft aangehouden zal de rechtbank tevens de beslissing inzake de naamskeuze voor het nog ongeboren kind aanhouden.

BESLISSING

wijst het verzoek de adoptie uit te spreken vóór de geboorte van het kind, waarvan [belanghebbende] thans zwanger is, af;

houdt iedere overige de beslissing aan in afwachting van het overleggen van de geboorteakte ter rolle van de rechtbank.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.A. Flinterman en uitgesproken door deze ter openbare terechtzitting van 16 februari 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

AW

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden, of - voor zover het een beschikking betreft, waarbij de echtscheiding, de scheiding van tafel en bed of de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed is uitgesproken - op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is betekend en door plaatsing van een uittreksel daarvan in de Staatscourant openlijk bekend is gemaakt.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daaromtrent nader informeren.